JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Karikatuur van de geref. gezindte: een appèl op ieders geweten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Karikatuur van de geref. gezindte: een appèl op ieders geweten

10 minuten leestijd

Sommige mensen verstaan de kunst om met taal te schilderen. Lange tijd geleden hoorde ik een predikant een avondsluiting houden over Psalm 42. De afgrond riep en je hoorde in „het gedruis Uwer watergoten" het water klateren. Je zag het hert versmachten van dorst. Er zijn mensen die met woorden levendige taferelen voor het oog kunnen brengen. Of het schilderij altijd klopt met de werkelijkheid? Een schaapherder op de Veluwse heide is immers geen herder in de velden van Bethlehem. Maar ook cd dekken de woorden de werkelijkheid niet. dan nog is er niet zonder meer sprake van een karikatuur. Een karikatuur is meer dan een nietkloppend schilderij. Dal geldt ook als het gaat om het portret van een bepaalde bevolkingsgroep.

Spotprent

Een karikatuur is niet zomaar een onjuist portret. Een karikatuur is in de meest letterlijke zin een „spotprent met overdrijving van de eigenaardigheden". Een tekening dus. De tekenaar weet in de karikatuur van een leraar met een grote puist op zijn neus dat lichaamsdeel tot het lachwekkende centrum van de prent te maken. De politicus die altijd overal achter komt. krijgt van de karikaturist op de afbeelding met enkele trefzekere pennestreken extra grote, bespottelijke oren.

Zwartekousenkerken

Er is sprake van karikatuur in de minder letterlijke zin van het woord, als met woorden een spotbeeld beschreven wordt van een bepaalde bevolkingsgroep. En daar gaat deze bijdrage in Daniël over. Over dc karikatuur van de gereformeerde gezindte zoals die soms gegeven wordt in bock. krant of tijdschrift. Dat begint al bij de aanduiding van dc groep. Wij behoren tot dc „zwaren". tot de „zwartekousenkerken". Die titel gaf (de vrijzinnige) professor dr. Anne van der Meiden zelfs aan een boek waarin hij zegt de lezer te informeren over onze bevolkingsgroep. Een karikatuur: zwarte kousen zijn in onze kerken immers zo langzamerhand ook een zeldzaamheid geworden!

Het is wel interessant om te weten wie Van der Meiden tot de „zwartekousenkerken" rekent. Hij spreekt dan over de Gereformeerde Gemeenten - synodaal en in Nederland - . de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland, een aantal vrije (Oud) Gereformeerde Gemeenten met allerlei namen. Christelijke Gereformeerde Gemeenten, de Christelijke Gereformeerde Kerken van „Bewaar het Pand" cn een deel van de Gereformeerde Bond in dc Nederlandse Hervormde Kerk. Dr. C.S.L. Janse geeft in zijn proefschrift „Bewaar het Pand" ongeveer dezelfde grenzen aan.

Rudolf van Reest

Een duidelijk voorbeeld van een karikatuur van deze groep vinden wij in het boek „Die van verre staan" van Rudolf van Reest (pseudoniem voor Van Spronsen). Rudolf van Reest woonde voor dc Tweede Wereldoorlog een tijdlang in Middelharnis.

Hij was - toen nog - lid van dc Gereformeerde Kerk. Wij weten dat er in liet begin van onze eeuw nog wel sommige Gereformeerde Kerken waren waar de waarheid verkondigd werd.' Dc Gereformeerde Kerk van Middelharnis was Rudolf van Reest echter veel te zwaar. Hij heeft mij dat, enkele jaren voor zijn overlijden, zelf verteld: „De diensten duurden twee uur.

Het was één brok individualistische. subjektivistische mystiek." Gereformeerd Middelharnis was Van Reest te bevindelijk. Zijn karikatuur getuigt van spot. maar vooral van een grondige afkeer.

Van Reest was „knap" in het karikaturiseren van onze kring. Dat blijkt uit de manier waarop hij in „Die van verre staan" ds. Kraay tekent. Ds. Kraay was „een klein manneke die hinkt met het linkerbeen". „Hij heeft wel een hoge zool onder zijn schoen maar desniettemin loopt hij toch kreupel, wat aan zijn beroemdheid meerdere glorie bijzet, want zo herinnert hij de mensen aan Jakob, die geslagen werd aan de heupzenuw. En men twijfelde er niet aan of dominee Kraay heeft zijn Pniël en Jabbok gehad, want hij was een bekeerde dominee." „Wie zijn tegenstanders zijn? Dat is zijn gemeente. Hij scheldt ze voor doemwaardige schepselen, die dc eeuwige rampzaligheid verdiend hebben, die geboren

zijn in zonde en ongerechtigheid en die, tenzij zij zich bekeren, zullen omkomen onder de banbliksems uit de hemel."

Zeker, de termen ..doemwaardige schepselen" cn „eeuwige rampzaligheid" worden onder ons gebruikt.

Er is daarbij echter geen sprake van „schelden". Het gebeurt in het algemeen toch juist tol het eeuwig welzijn van de hoorder. Dat begrijpt Rudolf van Reest niet of hij wil het niet begrijpen. Wat hij beschrijft is geen objektieve weergave van een doorsnee bevindelijke, zo je wilt „zware" dominee. Maar ds. Kraay staat daarvoor wel model!

Van der Meiden

Zo zijn er meer voorbeelden te noemen. Veel erger nog dan Van Reest vormt het boek „Ncveldijk" van Hogenbirk, een opeenhoping van terminologie die bespottelijk maakt, karikaturaal overkomt en in werkelijkheid sporadisch voorkomt. En om nog even op Van der Meiden door te borduren: hij tekent een soort uitverkiezingsfatalisme.

En een enkele keer geelt hij een citaat van een oude schrijver om het portret dat hij tekent van onze gezindte te kompletcrcn. Een citaat van Schortinghuis bijvoorbeeld. Naast bijbelwoorden zijn er volgens dal citaat van Schortinghuis „wonderlijke gezichten, lichten, onmiddellijke genietingen, liefelijke omhelzingen en troetclingcn, blinkingen, zonderlijke roeringen. goddelijke aanspraken. toeknikkingen, zeldzame afstralingen, schuddingen en wat niet al."

Dit is mogelijk een citaat van Schortinghuis - hoe krijgt Van der Meiden het gevonden - maar het is niet dc kern van Schortinghuis' boodschap.

Verre daarvan! Het citaat lijkt uitsluitend te moeten dienen tot bespotting van de geportretteerde groep en tot meerdere glorie van Van der Meiden.

Er is dus sprake van een karikatuur van onze gezindte. En die karikatuur gaat een eigen leven leiden, wordt maatgevend voor een breed publiek, gaat hèt beeld bepalen dat buitenstaanders hebben van de kring die het aangaat. Prof. dr. C. Graafland vertelde in een artikel in „Trouw" in jaren '60: „Toen ik in het seminarie kwam. ging een mede-seminarist uit Groningen voor me staan cn zei: Zo, ben jij nu een bonder? Ik heb altijd gedacht dat bonders nog met een lange zwarte jas aan rondliepen. Maar je ziet er gewoon uit. Dat valt me mee."

Is er een oorzaak?

De voorbeelden zijn met ccn legio aantal andere te vermeerderen. Maar is er ook een oorzaak, is er aanleiding voor het tekenen van dc karikatuur van onze kring?

Die politicus waarover ik het had. hééft zijn eigenaardigheden. die extra naar voren worden gehaald. Die leraar hééft een puist, al wordt hij extra groot gemaakt. Heeft de gereformeerde gezindte niet zijn eigenaardigheden, die in de karikatuur extra naar voren worden gehaald? Ja!

Karlkatuur van God

En dan moeten wij eigenlijk hier beginnen, dal wij van nature zelf de grootste karikatuurtekenaar zijn. Wij maken van God eigenlijk een karikatuur, omdat wij Hem niet recht kennen. Ons hart is erop uit om met de opvallende elementen van de geloofsleer, zoals uitverkiezing en erfzonde zo te werken, dat wij God de schuld kunnen geven van onze onbckcerdhcid. Wij zijn door eigen schuld, door onze diepe val in het paradijs een karikatuur geworden van hoe God ons bedoelde.

Daardoor zijn wij ook metterdaad in ons dagelijkse leven voortdurend bezig Zijn boodschap te karikaturiseren.

Zonder genade wordt het houden van de wet een wettisch leven waar geen geur van uitgaat, dat niet noopt tot wederliefde. Zonder genade wordt onze opvatting over de genadige uitverkiezing lot een rationeel, verstandelijk betoog, waarin het wonder van Gods soevereine genade niet werkeli jk tot uitdrukking komt. Zonder genade wordt het rechtvaardig oordeel van de verwerping een zaak waar wij zelf over struikelen, als over iets onredelijks.

Hebben we dat al geleerd?

Dan zijn wij niet zo spoedig boos op de tekenaar van de karikatuur. Ik zie in hem mijn eigen beeld. Ook hij kent God niel meer. Als ik zelf heb leren betreuren, dat ik een in zonden gevallen schepsel ben, als ik zelf iets gezien heb van de mogelijkheid van zalig worden buiten mijzelf, dan heb ik medelijden met de man die een karikatuur tekent, geen haat of afkeer.

Wij zijn een karikatuur van wat God bedoelde

Juist omdat wij zelf vanwege de zonde een karikatuur zijn van hoe God ons bedoelde, kunnen wij oorzaak geven tot karikaturisering. Zo kan het daadwerkelijk leggen van de eenzijdige nadruk op de uitverkiezing die tot volslagen lijdelijkheid leidt het karikatuurbeeld bevestigen, dat lezers in de boeken van bijvoorbeeld Hogenbirk cn Van Reest hebben opgedaan.

Ook kan ons taalgebruik zo formeel en vol van ouderwetse termen zijn, maar toch afstandelijk omdat wij God zeil' niet kennen, dat ons „christen-zijn" eerder afstoot, dan aantrekt.

En dan zijn er nog de mensen die „hel jasje te nauw wordt" en die alleen maar willen weten van „een ruim aanbod". Ook zij kunnen met de publiek uitgesproken reaktie - „bah, die dode lijdelijkheid" - hel karikatuurbeeld bevestigen. Ik denk dat dit heel veel voorkomt in onze dagen.

Gebrek aan kennis

Toch, de buitenstaander maakt de groolste karikatuur. Het ontbreekt zo iemand aan kennis. Vaak is da! eigen schuld. Van der Meiden noemt bijvoorbeeld in „Welzalig is het volk" als zijn bronnen „de vele kleine en grotere gedeelten die ik uit eenvoudige streekromans, maar ook uit romans van een hoger plan heb gebruikt", als „bewijsmateriaal". Met name Van Reest cn „Neveldijk" zouden zich volgens Van der Meiden uitgeput hebben „in ijver om alle facetten der zwaren te laten zien". Hij put dus niet uit de wezenlijke bronnen. Als er dan sprake is van gebrek aan kennis, is dat eigen schuld.

Het ontbreekt een buitenstaander ook aan begrip. Begrippen als gerechtigheid, zonde, verzoening, zijn in de twintigste eeuw achterhaald en afgeschreven. Zij hebben geen plaats meer in onze maatschappij. Daarom worden zij niet meer gekend. Daarom schort het de buitenstaander aan begrip. En als de prediker termen gebruikt als „doemwaardige schepselen" of „eeuwige rampzaligheid" dan komt dat die buitenstaander gemakkelijk over als „schelden".

Niet eensgeestes

Het belangrijkste is dat velen onze kring wel beoordelen of beschrijven, maar niel vanuit het eensgeestes zijn met die kring. Van Reest en Hogenbirk handelden beide vanuit reaktie. Waarom wordt de karikatuur geschetst van onze kring? Omdat het beeld niet getekend wordt vanuit het centrum, vanuit de innerlijke verbondenheid, maar vanuit de omtrek. Dan worden wij echt een zeldzame rariteit, iets van de vorige euw. Dan worden de uitwassen - die er zeker zijn - tot maatgevend verklaard. Ik heb eens iemand gesproken die zei: Ik lees geen enkele krant, want dan komt de wereld in huis. Zo dacht hij zijn kinderen te beschermen. Hij had niet in de gaten dat die wereld al lang in het hart van zijn kinderen zat. Maar de karikaturist zegt: „Kijk. zo wereldvreemd zijn ze nou allemaal." Natuurlijk zit daar de spot van satan achter.

Remedie?

Wat is de remedie? Jc kunt karikatuurtekening nooit helemaal voorkomen. Daar zijn wij nu eenmaal mensen voor. Heel belangrijk is om met elkaar in gesprek te gaan. Toen ik kort geleden voor mijn werk in een grole buitenlandse stad was heb ik een groot deel van de avond - tot in de kleine uurtjes - mei een verslaggeefster van Trouw zitten praten over heel wezenlijke dingen. Zij was van huisuit volslagen onkerkelijk en ongelovig.

Maar om met elkaar in gesprek te gaan. moet je wel iets „hebben". Echt. wij gaan in onze tijd van de sokken, ondersteboven als wij getuigenis moeten afleggen tegenover de wereld en wij hebben zelf geen kennis van zaken. Als wij getuigenis moeten afleggen tegenover de wereld en wij zijn zelf niet ontdekt aan onze eigen persoonlijke schuld tegenover God. Als wij getuigenis moeten afleggen tegenover de wereld en wij weten niet van de trekkende liefde van de Heere, waardoor diezelfde wereld ons de dood wordt. Als wij getuigenis moeten afleggen tegenover de wereld en wij kennen zelf niet de Weg buiten onszelf waardoor God aan Zijn eer komt en onze ziel de zaligheid krijgt.

Nee, het gaat niet om een enthousiast geloof, dat eens even zal laten zien hoe groot onze evangelisatiedrang wel is. Daar is onze eeuw vol van. Het gaat om een oprecht, om een waar geloof. Daar ontbreekt het helaas zo veel aan in onze tijd. Dat ligt niet aan God. Hoe komt het dat er zoveel karikatuur getekend wordt van onze kring? Is het soms omdat wij te weinig leven als oprecht christenen?

Hoe moeten wij ons verweren tegen de tekening van een karikatuur? Niet met vurige protesten in de eerste plaats, maar vanuit de liefde. Ik ga in dit opzicht zelf vaak mank. omdat ik te weinig werkelijk dicht bij God leef. Daarom is het karikatuurbeeld dat van de gereformeerde gezindte geschilderd wordt een vraag aan ons allen: ben ik van dood levend gemaakt, ben ik tot God bekeerd en is het in mijn leven tc merken dal ik alles voor Hem over heb. Dat ik liever schade en ongelijk lijdl dan Hem op tc geven. Dat alle dingen mij schade en drek zijn buiten Christus. De karikatuurtekening van de gereformeerde gezindte vormt een indringend appèl op ieders geweten.

Apeldoorn G. Roos

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1989

Daniel | 32 Pagina's

Karikatuur van de geref. gezindte: een appèl op ieders geweten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1989

Daniel | 32 Pagina's