JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Her (inne) ring!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Her (inne) ring!

13 minuten leestijd

Telefoon....

Gert van Staveren staat op en loopt naar het toestel.

..Hallo, met Gert van Staveren... Hoi Erik... Nee, ik niet, jij? Ook niet? Moeilijk... Je mag ook niets uit een oorlogsboek overschrijven hé...? Het zegt me allemaal zo weinig, 'k Weet eigenlijk niet eens wie er gewonnen heeft.

M’n opa heeft wel eens iets verteld, maar 'k weet alleen dat de Duitsers z'n fiets een keer gestolen hebben... Misschien heeft m'n moeder wel een idee. Ze is nogal vindingrijk... Oké. je hoort er nog wel van..."

Met een grote zucht legt Gert de hoorn neer en ploft op de bank.

Moeder kijkt hem aan. „Is het zo moeilijk? " vraagt ze lachend?

„Zo...", zegt Gert. „Erik en ik moeten een onderwerp over de oorlog 1940-1945 maken voor de J.V. Dat is niet niks. We moeten proberen zoveel mogelijk gebeurtenissen uit eigen omgeving te zoeken. Ik weet niks. Weet u wat? "

„Wel iets. maar ook niet zo heel veel uit deze omgeving. Er schiet me iets tc binnen. Vraag of je maandagavond bij opa en oma mag komen, 's Maandags komen er altijd een paar kennissen van opa en oma. Misschien weten ze ook wel iets uit deze omgeving te vertellen."

„Als dat zou kunnen! O. ma, nu zie ik het opeens helemaal zitten, 'k Ga het dirckt vragen. En dan rij ik ook nog even langs Erik. Tot zo..."

Gert fietst naar zijn grootouders en legt zijn vraag op tafel.

Natuurlijk is het goed. „Kom dan maandagavond bij leven en welzijn Gert", zegt opa. „dan komen Van Dillen en De Raad altijd. Ze hebben ook het één en ander in de oorlog meegemaakt. Bij De Raad zijn de lidtekens nog te zien. Oorlog... ja, ja. dat moet je meegemaakt hebben. Ja jongen, jij weet niet wat het is om te vluchten voor de vijanden en..."

„Bewaar je praatstof nou tot maandagavond", zegt oma. „dan komen de jongens er speciaal voor."

„O ja, dat is zo. Goed. Laten we afspreken dat jullie met je vragen komen.

Wij zullen er nog eens goed over nadenken. Misschien kunnen we jullie nog het één en ander laten zien ook. Oma heeft verschillende dingen als herinnering bewaard zoals stamkaarten en 'k geloof een ausweis. Ja. die moest je hebben anders..."

„Stil nou, vertel het maandagavond maar..."

„O ja. Och, oorlog... dat moet je meegemaakt hebben. En wij hebben het meegemaakt jongen. Vijfjaar. Maar de Heere heeft ons gespaard. Soms op een wonderlijke wijze. Als ik nog aan die keer op dolle dinsdag denk. Weet je nog oma? "

Oma zegt niets terug. Opa begrijpt het. Hij moet zijn praatstof tot maandag bewaren.

Met een opgelucht gevoel fietst Gert naar Erik en vertelt het plan. Erik vindt het direkt goed.

Maandagavond. 8 uur.... Oud en jong zitten in één kamer.

Na het koffiedrinken maakt opa een begin. Hij zegt:

„Vanavond duiken we eens temg in onze geschiedenis vrienden. De jongens moeten een onderwerp over de laatste oorlog maken maar ze hebben geen ervaring."

„Geen ervaring", herhaalt mijnheer De Raad terwijl hij naar zijn verminkte hand kijkt. „Ik heb wel ervaring jongens, kijk maar. Ik ben drie vingers kwijt. Een herinnering uit de oorlog. Gebeurd tijdens een bombardement."

Gert maakt een aantekening. „Wat moeten jullie eigenlijk weten voor je onderwerp? ", vraagt Van Dillen. „Iets dat er in deze omgeving

gebeurd is tijdens de oorlog", zegt Gert.

„Zo. doorgeefonderwijs dus", zegt Van Dillen. „Dat is nog bijbels ook. Er staat in Deuteronomium 4:9 dat wc de dingen die onze ogen gezien hebben niet mogen vergeten, maar ze onze kinderen en kleinkinderen moeten vertellen. Daar hoort de oorlogsgeschiedenis ook bij. Niet vergeten jongens."

„Terug naar het begin", zegt opa. „Jullie zullen begrijpen dat we niet direkt midden in de oorlog zaten. Het begon met vage geruchten van Hitiers plannen. Geruchten die angsten en spanningen opriepen."

„Opa. wie was Hitier ook weer? "

„Hitier was een Duitse Fiihrer. Een Duitse leider die alleen macht zocht. Het bleef niet bij geruchten. De mobilisatie kwam. Jullie weten wat dat is? " Stilte....

„In de mobilisatie werden de

dienstplichtigen en buitengewoon dienstplichtigen opgeroepen om zo snel mogelijk in dienst te komen. Ja. en toen begon het jongens. Duitsland trad strategisch aanvallend op tegen ons land. Oorlog." „Oorlog", zegt Van Dillen met een spannende blik in zijn ogen. „Ik heb een keer een Duitse bankoverval meegemaakt."

„Opschrijven”, fluistert Gert. „De Duitsers wilden zo snel mogelijk de leidinggevende personen uit ons land verwijderen. Ik heb voor m'n ogen gezien dat er vier mensen doodgeschoten werden, waaronder ook de bankdirekteur. Vreselijk."

„En ik heb een keer meegemaakt dat de Duitsers onze huisarts oppakten terwijl ik in de wachtkamer zat", zegt Dc Raad. „Later hoorden wij dat de dokter naar Vught gebracht was. Dat was wat als je dat zag gebeuren. Wat een tijd."

„Ik weet nog dat de Duitsers onze omgeving onder water lieten lopen" zegt opa. „Er moest een groot gedeelte van de bevolking evacueren. Hele gezinnen trokken weg om een andere verblijfplaats te zoeken. Dat was de bedoeling van de vijand. Onze omgeving moest van de kaart geveegd worden. De Duitsers hadden ergens een pijlschaal gezet om op de hoogte te blijven met de waterstand. Het was zout water.

Voor ons betekende dat een ramp. Want als het water lang bleef staan, zou het land niet meer te bewerken zijn. Zout maakt het land onvruchtbaar. De Duitsers hadden iemand aangewezen die iedere dag de pijlschaal moest kontroleren. Het was geen vriend van de Duitsers. Wat deed hij? De kontroleur gaf iedere keer een klap op de pijlschaal. Het water zakte maar de pijlschaal gaf toch dezelfde hoogte aan.

De Duitsers hadden het gelukkig niet door. Het was natuurlijk een gevaarlijk werkje. Omdat er steeds minder water kwam werd dc grond ook niet zo slecht. De Duitsers hoopten op onze ondergang.

Maar nu het wonder! De Heere liet zien dat Hij er boven stond. Later werd er weer gezaaid cn geplant en de Heere maakte het land vruchtbaar. Er zijn zelden zulke mooie vruchten geweest als toen. Ieder die het hoorde praatte over het wonder uit onze omgeving."

„Ik weet ook nog iets", zegt oma. „Wij hebben in de oorlog een meisje uit een hongergebied in huis gehad. Wij hadden voldoende te eten. maar het gezin waar het meisje vandaan kwam, niet. Als je ze hoorde vertellen! Zc had tulpenbollen-stamppot gegeten en schillen uit de vuilnisemmer. Op den duur was dat soort eten er ook niet meer. Er stierven honderden mensen van de honger. Als we kijken wat we nu hebben jongens. Als je een oorlog meegemaakt hebt. durf je geen eten meer weg te gooien. Het meisje is een hele tijd bij ons geweest. Haar predikant zocht steeds kontakt. Ik heb nog een brief van hem uit die lijd gevonden, 'k Zal hem eens voorlezen."

Oma pakt dc brief en leest: ..Geliefde kinderen. Tol mijn blijdschap heb ik mogen vernemen dal jullie hel redelijk goed maken bij de familie waar je een poosje in huis mag zijn. Groei je pleegouders van mij. De Heere vergelde het hen uit-en inwendig. Ik denk vee! aan jullie, kinderen. Wees altijd gehoorzaam en onderworpen. Ga trouw naar de kerk en catechisatie. Bij ons is het op het ogenblik niet. Er zijn nu ongeveer 150 kinderen weg. Wij hopen elkaar weer in welstand te mogen ontmoeten. De Heere mocht jullie allen sparen en dragen en wij met jullie. Ons leven ligt in Gods hand. Vergeet nooit de Heere te zoeken en je knieën voor Hem te buigen. Zoek in het bloed van het Lam vrede met God. Allen hartelijk gegroet van je heilzoekende dominee...."

„Meeleven doet altijd goed jongens, maar zeker in moeilijke dagen."

Oma pakt nog verschillende papieren van tafel. „Kijk", zegt ze. „dit is een ausweis."

Dat hebben dc jongens nog nooit gezien. Gert kijkt er een poosje naar en vraagt dan: „Is een ausweis een sooit identiteitsbewijs? "

Dat hebben dc jongens nog nooit gezien. Gert kijkt er een poosje naar en vraagt dan: „Is een ausweis een sooit identiteitsbewijs? "

„En hier heb je een dislributiestamkaart", zegt oma. „Wat is dat nou weer", laat Erik zich ontglippen terwijl hij een aantekening maakt.

„Ja. hoe moet ik dat nou duidelijk maken", zegt oma. „In de oorlog kon je niet kopen wat je wilde, zoals nu. Om zoveel mogelijk eerlijk te verdelen onder de mensen deelde de overheid bonnen uit. Bonnen voor voeding, textiel, brandstof enz. Iedere inwoner in Nederland kreeg een distributiestamkaart met een aantal persoonlijke gegevens.

Met deze bescheiden moest je proberen wat in je bezit te krijgen. Meestal ging dat via een distributiekantoor."

„Er schiet me nog iels le binnen", zegt Van Dillen. „Ik werkte in de oorlogsjaren op het arbeidsbureau jongens. Er waren Nederlandse militairen, jongens tussen de 19 cn 24 jaar, die verplicht voor werkzaamheden naar Duitsland moesten.

Als ze er een poosje werkten, kregen ze verlof om naar Nederland te gaan. Die jongens blij, dat begrijp jc. Maar ze konden niets kopen omdat ze geen bonnen hadden. En hier in Nederland was alles op de bon. Via het arbeidsbureau kregen dc jongens een bewijs dat ze bonnen konden halen op een distributiekantoor. We wilden de jongens natuurlijk liever in Nederland houden.

Maar hoe kon je dat waar maken. Op een keer kwam er één op hel idee om een vervalste doktersverklaring te geven waarin stond dal de militair afgekeurd was voor zijn dienst in Duitsland. Ik heb zulke bewijzen afgegeven. Ik schreef de handtekening van onze keuringsarts eronder en het was voor elkaar. De jongen die zo'n verklaring had. kon in Nederland blijven. De afgekeurden moesten natuurlijk wel werk in eigen land zoeken. Goed. Ik had een keer een knaap afgekeurd wegens zieke longen. Ik gaf hem zijn verklaring plus een ausweis. Een bewijs dat hij in Nederland kon blijven. Wat deed die domme knaap. Hij zocht werk bij dc geneeskundige dienst in het Duitse leger. Natuurlijk werd er gevraagd waarom hij afgekeurd was. Hij zei dus vanwege zijn longen. Dat geloofden de Duitsers niet. Er werden foto's van zijn longen gemaakt en wat bleek? Hij mankeerde niets.

Op een dag kwamen er twee

Duitse officieren naar het arbeidsbureau. Wat gingen zc tekeer! Ze vroegen waarom ik valse papieren verstrekt had. Ik bleef uiterlijk kalm maar het was heel spannend. Ik wees op dc handtekening van dc arts. Ze gingen met z'n tweeën die arts uitschelden dat het niet mooi was. Maar ze riepen de arts er niet bij. De jongen moest wel terug naar Duitsland."

„Wat u toen deed was toch eigenlijk liegen? ", vraagt Erik. „Ja eigenlijk wel. Maar we handelden in het belang van het land. Jc zou het kunnen vergelijken met wat Rachab deed toen ze de verspieders verstopte en zei dat ze weg waren. Of met de reaktie van de vroedvrouwen in Egypte. Al is een leugen nooit goed te p ra ten hoo r j o ngc ns."

Gert schrijft snel op: diskussie - Rachab - vroedvrouwen - arbeidsbureau - leugen of....? Dc Raad strijkt eens met zijn vinger langs de neus en zegt: „En ik ben een keer

aangehouden in deze straat, waar we nu rustig zitten. De Duitsers dachten dat ik verboden lektuur bij me droeg. En dat droeg ik ook. Ik had een verzetskrant in m'n binnenzak. Maar dat zei ik niet. Ze keerden m'n zakken binnenste buiten behalve m'n binnenzak. Jongens, er ging een schietgebed omhoog hoor, dat wil ik wel vertellen. Als ze het vonden betekende het mijn dood. De vijanden vonden het niet. Later moest ik aan de geschiedenis van Lot in Sodom denken. De bewoners uit Sodom zochten de deur van Lots huis en de Heere hield hen er blind voor. Op dezelfde manier zorgde de Heere voor mij in die bange oorlog."

Gert schrijft weer een paar dingen op. Ook in dit stukje schuilen een paar mooie diskussievragen.

„Nu is het wel genoeg denk ik", zegt Erik.

„Nog even iets over de bevrijding", zegt opa. „Wal een inhoud: bevrijding, na vijf bange oorlogsjaren. Maar toen mochten we weer her-ademen. Weet je wat ik zo mooi vond? Hier. in onze omgeving, hebben we samen in één kerk de Heere gedankt voor het grote wonder dat Hij ons weer bevrijdde uit Duitse handen.

De predikant had als tekst: „Het zijn dc goedertierenheden des Heeren dat wij niet vernield zijn." Ja jongens, tot op vandaag zijn het dezelfde goedertierenheden dat wij nog niet vernield zijn. Ondanks de ontrouw van ons. De trouw van de Heere is zo onuitsprekelijk groot, dat is niet in woorden uit te drukken."

Opa schuift zijn trouwring van de vinger en zegt: „Kijk, aan deze ring zie je geen begin en einde. Zo groot is Gods trouw. Zonder begin en zonder einde. Wat hebben wij toch een hard hart om nooit uit onszelf te buigen voor zo'n goedertieren Koning. Maar die trouwe Koning is gelukkig ook een sterke Koning. En een Vrede-Koning. Hij, die dc vijandelijke troepen uit ons land verjoeg, kan ook de vijandelijke troepen die in ons hart wonen, radikaal verslaan.

David was er aan ontdekt dat hij vijanden in zijn hart had. Hij voelde de banden knellen. Daarom zong hij: O, Heer. verlos mij uit de banden, waarin de boze mij beknelt...

Hebben jullie al last van een inwendige oorlog jongens? Als de Heilige Geest je leert vechten in de heilige oorlog, verlies je het van jezelf, maar mag je meer dan overwinnaar zijn in een Ander. En dat is nodig voor onze persoonlijke bevrijding. Wat is het einde van een bevrijding gewerkt door de Heilige Geest? De Bijbel geelt er maar één antwoord op: Vrede!"

Het is al laat geworden als de jongens naar huis gaan. Ze hebben heel wat uit te werken. Stof genoeg, ook voor de diskussievragen.

„Hoe zullen we ons onderwerp noemen? ", vraagt Gert. „Her-ademen of zo", zegt Erik. „Waardeloos jöh". zegt Gert. „Het moet toch in hoofdzaak over dc oorlog gaan. Noem jij dat maar her-ademen." „Je opa had het toch ook over her-ademen? "

„Ja. dat was na de oorlog. Stil eens.... zeg.... hoe vond je dat voorbeeld van opa met die ring? "

„Goed. Maar je kunt het onderwerp toch niet 'ring' noemen? "

„Maarre.... even wachten.... cr komt iets omhoog. In het woord 'her' zit iets van: in gedachten brengen en in het woord 'ring' zit een prachtige gedachte over de trouw van God. Ik heb het.... ja.... ik heb het. Her.... en nu een woord er tussen ...inne... en dan de ring. Dan komen we aan: Her (inne) ring!" „Oké!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989

Daniel | 32 Pagina's

Her (inne) ring!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1989

Daniel | 32 Pagina's