Op Waleus’ Indische kweekschool werd niet gevloekt of gebrast
Het zijn woelige tijden in het Vlaamse Gent van 1584. Elke dag komen wel rellen voor en regelmatig zijn er vechtpartijen tussen roomsen en protestanten. De negenjarige Antoine de Waele begrijpt er nog niet veel van. Een ding snapt hij wel; hij heeft honger. De Spaanse Parma heeft de stad belegerd en geen muis kan ongezien de stad in of uit. Lustte vroeger geen enkele Gentenaar paardevlees, nu eten ze zelfs gekookt hondevlees. De honger maakt rauwe bonen zoet....
Als Parma de stad veroverde, zou het er voor de prinsgezinde vader van Antoine. Jacques de Waele, niet best uit zien. Zijn liefde voor de Prins van Oranje leverde hem twee jaar eerder al een gevangenisstraf op. Zijn predikant, ds. Petrus Datheen bezocht hem daar regelmatig. Gelukkig ziet de welgestelde Jacques de Waele kans om met zijn vrouw en kinderen Gent te ontvluchten cn hij vestigt zich in Middelburg, op het Zeeuwse eiland Walcheren. Antoine. later een van Nederlands beroemdste theologen, wordt schrijver op een notariskantoor in Middelburg.
Dolgelukkig
Het is nog niet zo lang na hun huwelijk, dat Jaqcques de Waele en zijn vrouw Margaretha Wagenaars dolgelukkig hun eerste baby in hun armen sluiten. Dat geluk is echter van korte duur. De baby overlijdt al op jonge leeftijd, precies zoals dat in die tijd zo vaak gebeurde. Enige tijd later, op 3 oktober 1573 wordt een zoon. Antoine. geboren. Zijn eerste levensjaren verlopen rustig, ondanks dc vervolgingen van de protestanten. En vader Jacques is een protestant.
Openlijk laat hij dat ook merken, door in 1581 zijn zoontje in de leer te doen bij de predikant van St. Nicolaas (die tegelijk zijn zwager is). Als deze dominee echter verhuist naar Hillegom. kan Antoine niet mee en moet zijn studie afbreken. De jonge knaap keert dan terug naar Gent. naar zijn ouders. Na hun vlucht uit Gent heeft de familie Dc Waele. afkomstig uit een aanzienlijk geslacht, het niet breed meer.
Hun bezittingen in Gent worden verbeurd verklaard. De allerkostbaarste spullen heeft De Waele voor zijn vlucht gelukkig laten versturen naar een vriend in Delft. Maar als ze het daar willen ophalen, beweert die 'vriend' niets ontvangen te hebben....
Latijnse school
De Waele krijgt in Zeeland een baan. Hij moet zorgen voor de bevoorrading van de Zeeuwse land-en zeemacht. En van tijd tot tijd moet de veertienjarige Antoine met hem mee op pad.
Als Antoine tijdens zo'n provianderingstocht 's nachts op een veldbed ligt. „hoort hij een duidelijke stem die hem roept tot het predikambt". Zelf zegt hij later dat de stem zo duidelijk was, dat hij zijn leven dat ogenblik niet meer vergeet.
Antoine vraagt zijn ouders weer te mogen leren cn dan mag hij de lessen volgen aan de Latijnse school in Middelburg. Daar blijkt dat de jongen niet alleen een gevoelig karakter heeft, maar ook zeer intelligent is. De Zeeuwse staten verlenen hem een studiebeurs en in 1596 zien we Antoine op 23-jarige leeftijd, vertrekken naar Leiden. Daar krijgt hij les van onder andere Gomarus.
Nadat Antonius Waleus (want zo noemt hij zichzelf voortaan) zijn studie heeft afgerond, maakt hij een lange reis naar Franse en Zwitserse hugenoten.
In Geneve hoort hij de hoogbejaarde Beza preken. Teruggekeerd van zijn reis ontvangt Waleus een beroeping om in Leiden predikant te
worden. Dal was een eer! Een beroep van zijn eigen akademiestad en dan ook nog zoveel studiemateriaal onder handbereik. Toch vraagt Waleus zich at of bet predikantschap in l.ciricn niet een al tc zware taak voor hem zal zijn. Hij weet niet wat hij doen zal cn laat de beslissing over aan ziin ouders.
Waleus bedankt niet alleen voor het beroep naar Leiden, maar ook voor dat naar Middelburg. De hugenoten willen de jonge predikant graag als hoogleraar en de universiteit van Bazel ziet ook wel iets in hem. Een roepstem van het Zeeuwse Koudekerke kan Antonius echter niet naast zich neerleggen.
Waleus als predikant
Antonius staat niet lang in Koudekerke, al na twee jaar neemt hij een beroep aan naar Middelburg. Maar veel maakte hij in Koudekerke mee. Hij trouwt met Passchijntgen van Isenhoudt en zij krijgen een zoon. Maar naast vreugde hebben de muren van zijn studeerkamer ook zijn tranen kunnen zien: beide godvrezende ouders, van wie met name moeder zoveel voor zijn godsdienstige opvoeding heeft betekend, overlijden kort na elkaar. In 1604 vertrekt de predikant naar Middelburg. Antonius heeft een zacht karakter; dat heeft voordelen, maar ook nadelen. Met veel ijver kon hij vechten voor dc waarheid, maar iemand berispen over zijn zonde valt hem niet mee. Hij doet het wel. maar het gaat hem slecht af. Onderwijs geven kan hij geweldig, orde houden onder de jonge, ongemotiveerde jeugd lukt hem slecht.
Onrust
Ondertussen is in Leiden onrust ontstaan. Twee professoren. Gomarus en Arminius voeren daar strijd over het leerstuk van de ..Uitverkiezing".
Middelburg ziet dan zijn kans schoon en maakt van haar Latijnse School een Illustere School (een soort theologische faculteit). Gomarus komt dan naar Middelburg en verzorgt de lessen in de wijsbegeerte. Waleus wordt professor in de geloofsleer (dogmatiek). Gomarus verzet zich echter tegen Waleus' aanstelling. Hij verdenkt hem van onrechtzinnigheid. van ketterij! Jaren later betuigt Gomarus in een volle vergadering van theologen daarover zijn spijt! Dat was toen de Leidse professor Waleus had aanbevolen Gomarus opnieuw als hoogleraar in Leiden te benoemen....
De eerlijke Waleus kan het niet zetten ais mensen de Waarheid proberen te verdraaien. Hij vecht voor die bijbelse waarheid, maar doet het zo dat zelfs zijn tegenstanders hem waarderen. Binnen de kerk weet hij een scheuring te voorkomen als Beeckmans ruzie maakt over de doop.
Maar de tegenstand komt ook van buiten. Rooms-katholieke familieleden proberen Waleus over te halen om terug te keren naar dc moederkerk. Anderen brengen dwaze praatjes in omloop. Voor Waleus moet je oppassen, zo zeggen zij. Als je hem tegenkomt zul je het zien: op zijn schouder draagt hij een duivel met zich mee. Die zal hij vast wel hebben geërfd van zijn leermeester Junius....
Hofprediker
De nog vrij jonge predikant geniet in hel hele land groot aanzien en veel mensen vragen hem advies: de magistraat van Amsterdam bijvoorbeeld. En ook Hugo de Groot voert een briefwisseling met hem. Ondanks dat beiden het niel eens zijn. blijven het vrienden.
In 1617 ontvangt de kerkeraad van Middelburg een brief uit Den Haag. Daarin wordt gevraagd Waleus voor enkele maanden naar Den Haag te laten komen, als persoonlijk adviseur van prins Maurits. De predikant vertrekt inderdaad.
Maar hij voelt zich in de hofkringen niet thuis. Hij is bang datje in deze kringen alleen in de gunst kan blijven, ten koste van de waarheid. Een aangeboden ambt als hofprediker wijst hij verontschuldigend af en vertrekt weer naar zijn eigen gemeente.
Daar ligt opnieuw een brief voor hem klaar. De Hertog van Bouillon wil graag dat hij hoogleraar wordt in Sédan. Zijn vaderland is hem echter te lief. hij blijft.
De grote synode
Langzaam wandelen de vele eerbiedwaardigen. waaronder Gomarus en Bogerman, op 13 november 1618 de zaal in dc Dordtse Kloveniersdoelen binnen. Onder hen bevindt zich ook Antonius Walcus. Hij heeft een goede naam in Zeeland en deze provincie vaardigde de betrekkelijke jonge predikant af naar de nationale synode. Het vele werk wat hij verzet tijdens deze synode-vergaderingen wordt erg gewaardeerd. Vooral ook omdat Waleus erg wijs blijkt le zijn. Zijn oordeel is evenwichtig. Strijdbaar is hij wanneer het gaat om de Waarheid, maar zijn 'legenstanders' blijft hij altijd beleefd cn menselijk te woord staan.
De Middelburgse predikant heeft intussen zijn langste tijd in Zeeland gehad. Nog hetzelfde jaar benoemt de universiteit van Leiden hem tot hoogleraar. Het valt niet mee uit Middelburg te vertrekken, hij heeft een sterke band met de gemeente. En dat niet alleen, twee van zijn. op jeugdige leeftijd gestorven kinderen liggen er begraven en veel andere familieleden. Zelf heeft hij veel ziekte meegemaakt in de vorm van ..een droge kuch en astmatische aandoeningen". Met zijn vrouw, vier dochters en een zoon verlrckl hij toch naar Leiden. Uit handen van de bekende Polyander ontvangt hij daar de doctorstitel.
De Nationale Synode vindt het noodzakelijk dal er een nieuwe bijbelvertaling komt. Er zijn al diverse vertalingen in omloop, met nogal wat onderlinge verschillen: Van Maerlants rijmbijbel, de Delftsche Bijbel, de Liesveldtbijbel, de vertaling van het Nieuwe Testament van Jan Utenhove en Godfried van Winghen. de Deux-Aes Bijbel (waarvan de Franeker hoogleraar Amama verklaarde dat hij geen slechtere gevonden had) en diverse andere vertalingen. De nieuwe vertaling. uit de grondtekst, moet nu al die andere vervangen.
Drie mannen kiest de synode uit om het Oude Testament te vertalen, en drie voor het Nieuwe Testament. Voor het geval iemand overlijdt, wijst de synode ook vervangers (secundi) aan. Een andere groep mensen moet de vertaling, als zij klaar is. nakijken en korrigeren.
Tussen haakjes
Nog voor er een woord vertaald is. sterven al twee van de aangewezen „overzetters" (Pieter Cornelisz van Enkhuizen en Hermannus Faukelius van Middelburg). Zo wordt Waleus, samen met Hommius en Rolandus aangewezen om het Nieuwe Testament te vertalen. Zij moeten van de synode zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst (Grieks) blijven. Elk woord wat zij nodig vinden in tc voegen moet tussen haakjes staan (in jouw bijbeltje staan ze kursief).
Halverwege het vertaalwerk sterft ook Rolandus en Waleus en Hommius moeten de zware klus verder alleen klaren. Zij vergaderen in het huis van Waleus tegenover de Leidse Pieterskerk, tussen het Rapenburg en het Pieterskerkhof. Tegenwoordig staat er een hoekige gymzaal waar je. blijkens een groot rcklamebord, kan leren judoën.
Gezegend
Zes dagen per week werken de mannen op hel laatst aan de vertaling. Niet voor niets schri jft een van de vertalers van het Oude Testament, Baudartius: „lek en hebbe mijn leven lanck noyt so geblockt als ick nu in mijn oude daeghen doen moet".
Elke dag beginnen dc mannen met gebed, omdat ze weten Gods zegen nodig le hebben. En de Heere zegent hen ook. Wanneer in 1635 een ernstige pestepidemie woedt in Leiden, die soms 1500 slachtoffers per weck maakt, blijven dc vertalers en hun gezinnen gespaard.
Na acht jaar kunnen de „revisoren" beginnen met de korrektics. Dan duurt het nog drie jaar voor hel eerste gedrukte exemplaar van de Statenbijbel aan de Staten Generaal, en dus aan het Nederlandse volk, kan worden aangeboden.
Slechts twee van de vertalers kunnen erbij zijn; Hommius en Waleus. De anderen zijn overleden of te ziek.
Het is niet bekend of de statenvertalers zelf een gratis exemplaar van de Statenbijbel hebben gekregen. Wel bestaat nog een boze brief van Gomarus aan Polyander. omdat hij nog steeds geen presentexemplaar heeft ontvangen. Wellicht hebben de geleerde mannen zelf een Statenbijbel aan moeten schaffen. En een groot
exemplaar met kanttekeningen kostte toch altijd nog z'n 23 Hollandse guldens....
Dwaalleren
De strijd tegen de Remonstranten blijkt bij de Dordtse Synode wel beslecht te zijn. maar nog lang niet afgelopen. Er worden brochures uitgegeven waarin men elkaar beschuldigt dwaalleren te verkondigen. Waleus verdedigt hartstochtelijk de leer van de reformatie tegen de dwaalleer van het remonstrantisme. Hij ziet het gevaar dat de kerk bedreigt. De mensen zullen zelf denken te kunnen beslissen of ze willen geloven, zullen zelf met goede werken dc zaligheid denken te kunnen verdienen en zullen niet geloven in erfzonde. |
Waleus weet dat de Bijbel dat zo anders leert: dat de mensen, als ze niet bekeerd worden door God. verloren zullen gaan. En de enige weg waarlangs dat kan is door Christus. Als de hoogleraar in een wetenschappelijke verhandeling het ongelijk van de remonstranten aantoont, is het antwoord alleen een spottend, verguizend boekje, dat overloopt van bitterheid.
De Leidse hoogleraar Waleus is niet alleen een echte „schoolmeester". hij wil ook zo graag iets doorgeven van wat de Heere hem heeft geleerd. En zijn leerlingen, de aanstaande predikanten, moeten dat op hun beurt weer doorgeven aan het kerkvolk. Die aanstaande predikanten, zegt Waleus. moeten de eer van God op het oog hebben. Zij moeten uitzien naar de bekering van mensen en altijd bezig zijn aan de opbouw van de gemeente.
Dagelijks gebed is daarvoor nodig en een „reine levenswandel. De student moet door de Heere bekeerd zijn en ijverig de Schrift lezen".
Nieuwe taak
Er ligt nog een nieuwe taak op Waleus te wachten. Bij de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) wordt er van verschillende kanten op aangedrongen predikanten naar Indië te sturen. Een deel van de bemanning van de schepen keert nooit terug van de reis. Er I ' moet daarom „zielzorg" zijn aan boord. Maar ook op de nederzettingen die de VOC opbouwt moeten predikanten zijn. die ook zending zouden kunnen bedrijven. Het valt echter niet mee predikanten te vinden die de gevaarlijke lange reis naar „de Oost" willen ondernemen. Stormen zullen moeten doorstaan worden, je zou blootstaan aan allerlei ziekten en bovendien is er het oorlogsgevaar.
Als er geen predikanten te vinden zijn. besluit de VOC ze zelf te gaan opleiding en een seminarium op te richten. De compagnie laat eerst een plan opstellen, hoe zo'n seminarium er uit zou moeten zien. Eater blijkt dit plan te zijn opgesteld door Waleus („men kent den leeuw uit zijn klauw"). Op verzoek van de VOC en zijn kollega's neemt Waleus de opleiding op de „Indische kweekschool" ter hand.
De studenten komen bij Waleus in huis wonen. Zij moeten een voorbeeld zijn „in zelfbeheersing, vasten, bidden, zieken opzoeken en troosten". Er gelden strenge huisregels: ze mogen „niet vloeken, niet brassen, niet twisten, noch kaatsbanen bezoeken of herbergen". Om tien uur 's avonds gaat de lamp uit. Willen zij, met verlof van de regent, op bezoek bij vrienden, dan dienen zij om negen uur thuis te zijn. Roken is verboden en het „meer intiem bezoek bij het schone geslacht of het doen van trouwbeloften" is helemaal uit den boze.
Gehinderd
De studenten krijgen van Waleus les in de Joodse, de mohammedaanse en de heidense godsdiensten en moeten maleis leren. De regent van dc Indische kweekschool ziet zo twaalf jonge predikanten vertrekken naar het overzeese.
Enkelen van hen sterven vroeg of keren voortijdig terug. Anderen (waaronder Vertrecht en Molinaeus) hebben veel werk verzet, soms sterk gehinderd door gouverneurs en beambten.
Na tien jaar vindt de VOC het welletjes, de twaalf vaste VOCpunten zijn bezet en meer predikanten zijn volgens hen niet nodig. Waleus is een geheel andere mening toegedaan. De van de compagnie ontvangen vergulde beker uit dankbaarheid is voor hem dan ook niet meer. dan het vergulden van een bittere pil.
Zwak geheugen
Waleus blijft tot het eind van zijn leven professor, ondanks dat zijn geheugen zwakker wordt. Nam hij eerst een korte schets mee naar de preekstoel of de kollegezaal, nu moet hij hele stukken van zijn preek en kollege uitwerken.
Het is gebruikelijk dat de rector aan het eind van een akademisch jaar een slotwoord spreekt. Waleus' zoon vraagt zijn vader op een dag waarover hij denkt te spreken. Zonder aarzelen zegt de 65-jarige Waleus: „Over de Eeuwigheid, waarnaar ik verlangend uitzie".
Die komt nog eerder dan gedacht. Op 9 juli 1639 (350 jaar geleden dus) sterft Waleus, na enkele dagen ziek te zijn geweest. Zijn stoffelijk overschot wordt bijgezet in het familiegraf in de Pieterskerk te Leiden.
Apeldoorn A. F. van Toor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1989
Daniel | 32 Pagina's