„De 1990-maatregel”
- een aanzet tot bezinning
In mijn bijdrage „Studieüjd ook voorbereidingstijd op de maatschappij" in het katern 1986 ben ik indertijd wat nader ingegaan op de achtergronden van individualisering en emancipatie als maatschappelijke verschijnselen. Vanuit een bijbelse grondhouding, zoals geschetst aan het begin van het artikel, heb ik toen getracht enige richtlijnen aan te geven tot bezinning op onze levenshouding. In aansluiting hierop leek het ons nuttig iets te schrijven over de afschaffing van de toeslagenwet, ook wel genoemd „de 1990-maatregel”.
In het kader van individualisering en emancipatie streeft de overheid onder meer naar ekonomische zelfstandigheid van meisjes en vrouwen. Deze ekonomische zelfstandigheid wil de overheid stapsgewijs bereiken door het invoeren van wettelijke maatregelen. Zij begint daartoe bij meisjes die in 1990 18 jaar worden, ofwel in 1972 geboren zijn. Deze categorie meisjes begint nu gedeeltelijk haar studie en het is nuttig dat niet alleen zij. maar ieder, zich op deze materie bezint.
Wat betekent nu de 1990-maatregel?
Zij betreft de sociale wetgeving, waarin de zogenaamde toeslagenwet wordt afgeschaft. De letterlijke tekst is te vinden in wet 562 vermeld in staatsblad 1986. waarvan artikel 3 van hoofdstuk II luidt:
„Vanaf 1990 heeft een gehuwde wiens echtgenoot is geboren na 31 december 1971 geen recht op toeslag, tenzij tot zijn huishouden een eigen kind. aangehuwd kind of pleegkind behoort dat jonger is dan 12 jaar".
Anders gezegd:
Een kostwinner die een uitkering ontvangt (WW. ZW. WAO. AAW) en een financieel afhankelijke echtgenote heeft die geboren is na 31 december 1971 (dat wil zeggen in of na 1990 18 jaar wordt), heeft vanaf 1990 geen recht meer op kostwinnerstoeslag. Van de echtgenote wordt verwacht dat deze zelf in het levensonderhoud voorziet. Deze moet zich ook vanaf dat moment melden op de arbeidsmarkt.
Alleen als er kinderen onder de 12 jaar te verzorgen zijn, blijft de kostwinnerstoeslag gehandhaafd.
Een maatregel die in bovengenoemd streven past en gevolgd zal worden door andere.
Reakties
Dat velen deze maatregel nog lang niet ver genoeg gaat. bleek uit de reaktie, op het NVSjaarkongres 1989, van mevrouw Mr. C. Passchier van het FNV. Smalend merkte zij op: „Zonder uitgebreid flankerend beleid is de 1990-maatregel een kat in de zak". Dc reden daarvoor was dat belanghebbende wettelijk een echtgenote moet hebben. Deze moet dan ook nog zonder arbeid zijn en de ontvangen uitkering moet beneden een bepaald minimum liggen.
Minister J. de Koning (SZW) betoogde in zijn lezing, op hetzelfde kongres. dat de maatregel wel degelijk een aanzet is in een voorgestelde ontwikkeling tot ekonomische zelfstandigheid voor vrouwen.
Was er voor 1985 sprake van wegwerken van achterstanden, het „Beleidsplan Emancipatie" dat in 1985 verscheen, heeft voor strukturele ommekeer gezorgd.
De afschaffing van de toeslagenwet is daarvan een eerste aanzet. Hij betoogde dat het niet zo is dat als we op 1 januari 1990 het gordijn opendoen, de wereld er plotseling geheel anders uitziet, maar dat de jonge vrouwen reeds aardig op weg zijn naar een betere uitgangspositie. Behalve dat dit te merken is aan het opleidingsniveau, wordt dat gezien aan het deelnemingspercentage op de arbeidsmarkt. Was dit voor 20-24 jarigen in 1960 voor mannen resp. vrouwen nog 90, 4% resp. 53, 3%: in 1986 waren deze percentages 73, 8% resp. 71, 7%.
Bezinning
De ruimte is niet aanwezig om uitvoerig op deze materie in te gaan, maar toch wil ik enkele gedachten en vragen die bij mij opkwamen doorgeven. Het is een aangelegenheid die uiteindelijk ons allen betreft.
In de eerste plaats dienen we oog te hebben voor de onbijbelse achtergrond van deze maatregel, een achtergrond die bij het emancipatiestreven aanwezig is.
De emancipatie bestaat er in dat de mens zichzelf een vrij mens waant, zonder zich aan Gods geboden te storen. Dit komt tot uiting in de opvatting over arbeid (deze wordt niet als een opdracht van God gezien), alsook over het onderscheid tussen man en vrouw, een ordening die God gewild heeft (deze wordt ontkend en miskend). In de tweede plaats moeten we letten op de praktijk.
De door de minister aangehaalde cijfers spreken voor zich. Steeds meer vrouwen tussen 20 en 24 jaar nemen deel aan het arbeidsproces. De cijfers voor onze gezindte zullen weinig verschillen met de landelijke cijfers. We mogen aannemen dat genoemde percentages bij de boven 25-jarigen (gehuwden) heel anders liggen. Naar verwachting is daar een onderscheid te zien tussen onze gezindte en de landelijke cijfers.
Maar hoe zullen deze cijfers in de toekomst er uitzien? Is niet het huisvrouw-zijn een edel beroep, waarvan zo treffelijk gesproken wordt in Spreuken 31! Wat zijn onze gedachten over het moeder-zijn? Zullen in de toekomst de nu aanwezige verschillen bij gehuwden blijven bestaan, ook als dat financiële offers zou vergen?
Het is mijn hartelijke wens dat deze vragen mogen bijdragen tot een nadere bezinning op dit terrein en ieder zijn of haar plaats op bijbelse wijze mag vervullen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1989
Daniel | 32 Pagina's