Regionale vergadering te Enkhuizen 30 mei 1989
Deze avond wordt geopend door ds. J. Baaijens met het laten zingen van Psalm 111 de verzen 5 en 6. leest Romeinen 16 vers 1-16 en gaat voor in gebed.
Ds. Baai jens verwelkomt alle aanwezigen en houdt vervolgens een meditatie over het gelezen schriftgedeelte.
Paulus wijst er in dit hoofdstuk op dat vrouwen in dc gemeente in dienende liefde werkzaam mogen zijn. In dit schriftgedeelte staan aanbevelingen en groeten zoals Paulus die geschreven heeft aan de gemeente die tc Rome is. Hij heeft vele namen genoemd. Daar zijn ook vrouwen bij. zoals Fébé een dienares van de gemeente te Kenchreeën die hij aanbeveelt om de gemeente te dienen. Paulus wil niet zeggen dat hij een voorstander is van de vrouw in het ambt. maar wel dat Fébé in dienende liefde mocht werkzaam zijn. Zo ook Priscilla waarvan Paulus veel goeds ontvangen heeft. De vrouwen in dit hoofdstuk hadden in dc gemeente een plaats ontvangen. Zij wisten van dienende liefde. Velen van hen hebben, als een Maria uit Lukas 10. in dc geest gezeten aan de voeten van de Heere Jezus om van dc Heere tc mogen leren. Van Hem die gekomen is, niet om gediend te wórden maar om te dienen en zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Fn wanneer dit onderwijs ingang mag krijgen in onze harten en wanneer Zijn dienende liefde mag ervaren worden, zal dat een wederliefde geven in het hart om in dienende liefde werkzaam te mogen zijn. Alles tot eer van de Heere en tot heil van Zijn gemeente. Vervolgens krijgt de heer G.P. den Breejen het woord die een inleiding voor ons houdt over ..De bekende vragen van de onbekende Voetius". De onbekende Voetius spreekt nadat hij gestorven is van de genade cn rijke gaven waarmee God hem versierd had. Zijn leven was een sieraad van godsvrucht. F.en zo betekenisvol godgeleerde mag bij het nageslacht niet vergeten worden. Hij was bekend als een geleerd, belezen en kundig theoloog. De invloed van Voetius op de Nadere Reformatie is groot geweest. Hij benadrukte dat de persoonlijke gemeenschap met God de kern is van dc praktijk der godzaligheid. Alle jaren die hij in Utrecht als hoogleraar-predikant doorbracht, leerde, hoorde en beleed hij in leer en leven die leer die naar de godzaligheid is. De bekende vragen. Weten we wel om welke vragen het gaat? Ieder jaar worden in onze kerken deze vragen gebruikt als er belijdenis des geloofs afgelegd wordt in het midden der gemeenten. Deze vier belijdenisvragen zijn volgens ds. Jac. Koelman in Utrecht door Voetius ingevoerd. In deze vragen komt heel het wezen van leer en leven van Voetius tot uitdrukking. Zijn deze vragen ons bekend? L.even wij vanuit het ja-woord op deze gestelde vragen? Geleerd, gehoord en beleden. Hoe staan wij ten opzichte van deze vraag? Hebben we zo weinig kennis? Lees geregeld in dc Schrift, onderzoek de belijdenisgeschriften. doe aan huiscatechisatie. Dc godsdienstige opvoeding is volgens de Synode van Dordrecht in de eerste plaats een taak van liet gezin. Voetius geeft hierover bovenstaande raadgevingen.
„Belooft gij door de genade Gods in de belijdenis voor de zaligmakende leer volstandig te zullen leven en sterven? " Voetius drong aan op een heilige wandel. Voetius toonde zich door genade een Christen tc zijn. Hij had leren sterven voor het werkelijk sterven werd. Loopt de gouden draad van leer en leven, wat Voetius voorstelde ook door ons leven?
De persoonlijke gemeenschap met God in Christus is de kern van dc praktijk der Godzaligheid, zoals die tot vandaag wordt voorgesteld in onze gemeenten. We hebben allen de verlichtende werking van dc Heilige Geest nodig, aldus de heer Den Breejen.
Na het zingen van Psalm 119 de verzen 66 en 67 leest mevr. G. Blok-Cusveller het gedicht ..BEDE" van ds. L.G.C. Ledeboer voor. Hierna beantwoordt de heer Den Breejen enkele vragen. Ds. Baaijens bedankt de heer Den Breejen voor zijn leerzame referaat en benadrukt dat wc niet zo geleerd hoeven te zijn als Voetius. maar als we maar uit datzelfde beginsel van Voetius mogen leven. Het moet ons om de Heere te doen zijn en daar heelt ook de heer Den Breejen in zijn referaat de nadruk op gelegd.
Na een dankwoord aan allen die deze avond meegewerkt hebben en aan dc belangstellenden, zingen we Psalm 146 de verzen 3 en 8. waarna de heer Den Breejen met dankgebed eindigt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1989
Daniel | 32 Pagina's