JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Hoe preekten de profeten op de feestdagen? (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe preekten de profeten op de feestdagen? (1)

Bijbelstudie over Hosea 9:1-9

11 minuten leestijd

Lees ook Richt. 19 en Ezech. 33:1-7!

Hoe preekten de profeten op de feestdagen? Dat is toch een interessante vraag! En daarover gaat het in deze perikoop. We lezen hier een profetie, die door Hosea uitgesproken is op één van Israëls hoogtijdagen. Er wordt namelijk een uitbundig oogstfeest gevierd, naar alle waarschijnlijkheid in kombinatie met het loofhuttenfeest, dat in de herfst werd gevierd aan het eind van de olijven-en druivenoogst. Vermoedelijk is het zo. dat Jerobeam, de eerste koning van het tienstammenrijk. dit oogstfeest heeft ingesteld als een vervanging van het loofhuttenfeest. Hij deed dat om te voorkomen dat zijn onderdanen uit het Noordrijk (Israël) naar Jeruzalem zouden blijven gaan en zo toch weer in de verleiding zouden komen om te kiezen voor een koning van Juda uit het huis van David. En terwijl het bij Israëls grote feestdagen ging om het gedenken van de daden des Heeren en de vreugde, die er le vinden is in Zijn dienst, ging hel bij Jerobeams feesten alleen om eten en drinken en vrolijk zijn. Bovendien waren deze feesten op den duur doortrokken van allerlei heidense gewoonten, zoals blijkt uit de prediking van Hosea hiertegen in dit bijbelgedeelte.

De boodschap van Hosea

Zie je de Israëlieten jubelen en dansen op de dorsvloer? Wat een feestvreugde! Er wordt gedronken en gelachen. En wellicht ook overspel gepleegd. En dan opeens, zomaar midden onder al dal feestgedruis.... verschijnt de profeet Hosea. Krijgt hij een applaus? Mag hij een bezielende feestrede houden? Of wacht hij op zijn beurt om een daverend slotwoord te spreken? Net als op een toogdag! De lallende feestgangers houden de adem in als Hosea zijn vinger dreigend opheft cn zijn mond opent. En het duurt niet lang of ze weten het al: daar is hij weer. die ongeluksprofeet, die lelijke spelbreker. Als iedereen vrolijk is, treurt hij. Als dc feestgangers jubelen, stapelt hij alle onheilen cn gerichtsaankondigingen op elkaar. En voor hij „amen" gezegd heeft, hebben ze hem al weg willen kijken met hun haat-ogen, die naarling, die boeteprediker. Opeens wordt het stil op dc dorsvloer, die als dansvloer dienstdoet. Er begint iemand te schreeuwen: „De profeet is een dwaas". „Ja", roept een ander, „hij is waanzinnig.”

Maar Hosea gaat onverstoorbaar verder: „De dagen der bezoeking zijn gekomen." Zo „ontdekkend" preekten de proleten op dc feestdagen! Al zal hij zeker ook zeil zwaar gezucht hebben onder de oordcckprediking. die hi j brengen moest. In dat zou lui met gedaan hebben, als hij niet de profeet van Gods liefde geweest was. De toorn en straf, die hij moet aankondigen, laat hem niet onberoerd. Zeker niet, nu er geen hoop meer is op terugkeer en er zelfs geen klacht meer doorklinkt over Israëls onbekeerlijkheid. Het gaat er ook niet om dat Hosea zijn volk geen vreugde gunt. maar dat ze de Heere miskennen als de Gever van alle oogstprodukten. Het oordeel over zo'n feest luidt: ballingschap, geen feesten meer, verwoesting en ondergang, kortom, het einde van de heilsgeschiedenis van Israël. Een sombere boodschap dus, in deze onheilsprediking. Als er geen veertiende hoofdstuk in dit boekje stond, zou je bijna denken, dat er geen lichtpuntje meer was. Maar dat is er gelukkig wel. En daaruit mogen wij weten, dat het ook hier om de toorn gaat. die een uiting is van de versmade liefde, en die daarin nog steeds uit is op het behoud van de geliefde.

Het feest wordt verstoord (vs. 1-2)

We zagen de profeet zostraks al verschijnen midden op het oogstfeest, dat kennelijk op de dorsvloer gevierd werd. Al springend en dansend zijn ze bezig om van dc Heere af te hoereren cn Hem de trotse nek toe te keren. Nu vieren ze nog feest, maar binnenkort zal er geen koren meer geoogst worden en geen wijn meer zijn om hun dorst te lessen. De vlakke bodem van de dorsvloer in Palestina was heel geschikt om er feest op

te vieren. Gewoonlijk lagen deze plaatsen op de heuvels, zodat men bij het wannen van het graan zoveel mogelijk kon profiteren van de wind. Maar.... op die heuvels bevonden zich ook bij voorkeur dc kanaanitische heiligdommen. Soms werd de dorsvloer zelfs gebruikt als plaats van het altaar. Zie het nu gebeuren: midden onder de uitgelaten feestvreugde dringt de profeet zich tussen al die feestgangers in om hun Gods oordeel aan te zeggen.

Hij begint met de onheilspellende oproep om het feestrumoer te staken: „Verblijdt u niet, o Israël, lot opspringens toe." Hel woordje voor „verblijden" heeft tc maken met de kanaanitische vruchtbaarheidsplechtigheden.

Het volk van God mag toch niet op zo'n heidense wijze zijn vreugde uiten. Daarom zegt hij erbij „als de volken", dat wil zeggen zoals de heidenvolken. De profeet komt de feestgangers uit die roes van lichtzinnige vreugde zo mogelijk nog wakker schudden. Voor feestvieren is geen reden, nu zc de Heere zo trouweloos verlaten hebben, zoals een overspelige vrouw haar man. Daar zit de wortel van het kwaad. In naam zeggen zc wel dat de Heere de Schenker is van dc oogst, maar in feite dienen ze de vruchtbaarheidsgoden. In hun hart beschouwen ze de baüls als de gevers van de oogst. Dat blijkt uit de manier waarop zc feest vieren. Daarom noemt de profeet die oogst hier een „hoerenloon". een loon voor de baaldicnst, of liever, een gave uit de hand van de baiils, waarmee ze hun wettige God ontrouw zijn geworden.

Even tussendoor: die feestvreugde. weet je wel. zou dat ons iets le zeggen hebben? Wie houdt er nu geen „feestje" met z'n verjaardag of bij het slagen voor hel examen? Hoe gaat het daar toe? Mag je dan geen vreugde | bedrijven? Zeker wel. maar.... heeft de dank aan God voor een jaar dat Hij spaarde of het slagen voor je examen daarin een plaats? Of staat de naam van God als een soort „vloek" midden in die sfeer op dat feestje? Stel dat een profeet van God opeens de deur openzwaaide en in een oogwenk de sfeer proefde, wat zou hij tc zeggen hebben? Voel je waar het om gaat? Niet dat je iels niet „vieren" mag, maar het gaat om de manier waarop je iets viert.

En dat mag in ieder geval niet zoals de wereld dat doel met keiharde muziek, drank en wat er verder allemaal hoorl bij de „grootsheid des levens”.

We gaan weer verder. Na de beschuldiging in vers I volgt in vers 2 de aankondiging van het oordeel. Als straf voor hun vruchtbaarheidsdienst zal dc Heere laten zien dat Hij en niet dc Baal over de produkten van het land beschikt door hun hel genol van koren, wijn en olie te onthouden zodat ze er geen voedsel van krijgen. Op schilderachtige manier spreekt de profeet hier over de „dorsvloer", de „perskuip" en dc „most". De dorsvloer wijst op het koren, de perskuip op de olijfolie en de most op de druivenoogst. Deze laatste zal „liegen", dat wil zeggen teleurstellen. Sommigen denken aan een misoogsl. In ieder geval wijst hel op dc wegvoering in ballingschap, waardoor de Israëlieten niet meer van de vruchten van hun land zullen kunnen genieten (vs. 3).

De wegvoering is zeker (vs. 3-4)

Omdat de Israëlieten de Heere hebben verlaten, moeten zij op hun beurt hel land van de Heere verlaten.

Dat wijst dus direkt op de deportatie uit hel land Kanaiin naar de landen van de volken, bij wie ze eersl steun hebben gezocht. Door die straf zullen ze wel merken, dal niet Baal, maar de Heere dc Eigenaar van en Beschikker over het land is. Lel eens op die twee uitdrukkingen: „wederkeren in Egypte" en „in Assyrië het onreine eten". Efraïm (dat is Israël) zal wederkeren naar Egypte. Dat herinnert aan dc slavernij van vroeger. Maar hel wil ook zeggen dal velen de vluchl zullen nemen naar Egypte om aan de deporiatie naar Assyrië te ontkomen. De wegvoering is echter naar Assyrië, waar hel onreine gegeten moet worden.

Dezelfde volken dus. waar Israël zijn steun gezocht heeft, zullen hel straks onderdrukken. En daar komt nog bij dat in de ballingschap heel de ceremoniële eredienst teloor zal gaan. Hadden zij zich in Kanaan vrijwillig verontreinigd door zich met dc heidense baaldienst af te geven, na de wegvoering zullen zij gedwongen zijn om de voorschriften van het recht des Heeren te overtreden. Want daar in den vreemde zullen zij op onreine bodem leven, daar waar andere goden worden gediend cn waar het voedsel, uit die onreine bodem voorlkomcnd. niet kan worden geheiligd door de offers van de eerstelingen, zodat ze wel onrein voedsel zullen moeten eten. En dal is toch een gedachte, die iedere rechtgeaarde Israëliet met afschuw moet vervullen (zie Hand. 10:14).

Het vierde vers maakt dat konkreet. Hosea noeml daar de onbloedige offers, die uit de oogst voortkomen: et drankoffer en hel maaltijdoffer zal daar niet „zoet" (dat is aangenaam) zijn. Het plengen van wijn bij het altaar des Heeren was voorgeschreven als onderdeel van de brand-cn zoenoffers (zie Ex. 29:40 en Num. 15:10). Een grooi gemis zal ook zijn dat zij er hun maaltijdoffers, waardoor de gemeenschap met God werd vernieuwd, cn waarbij men zelfs van hel

offervlees kon genieten, niet meer kunnen brengen. Zelfs het dagelijks terugkerende voedsel, het brood, zal in den vreemde onrein zijn. en daarom te vergelijken met treurbrood. Dat is het rouwbrood, dat in het sterfhuis gegeten werd na een sterfgeval cn dat de gebruiker ervan een week lang onrein maakte voor de dienst des Heeren. Immers elk kontakt met dc dood. ook het eten in een sterfhuis, maakte de Israëliet onrein. Met deze bepaling bedoelde de Heere elke zweem van dodenverering uit te bannen. En omdat er nu tijdens de ballingschap geen eerstelingen van de oogst „in des Heeren huis" (Kanaan) gebracht kunnen worden, daarom is het dagelijks brood in den vreemde niet geheiligd. Het blijft onrein zoals hel rouwbrood. En zulk brood kon alleen maar heel gewoon de natuurlijke honger stillen.

En wij?

Wat heeft die oudtestamentische oordeelsprofetic nu met ons te maken?

Alles! Omdat Gods Woord voor alle tijden geldt. Wij zijn ook uit ons land verdreven, jonge vrienden! Ik bedoel: uit het Paradijs. We zijn goed geschapen, maar ook diep gevallen. En met die zondige werkelijkheid hebben we iedere dag tc maken. Ben je daar wel eens bedroefd om. dat jc van God bent vervreemd geraakt?

En daarmee hangt dat tweede samen: de slavernij! Zoals Israël eenmaal in Egypte. Dat is toch iets vreselijks, die slavernij van dc zonde. Voel je de banden wel eens knellen?

En dat derde: het ontbreken van de offerdienst. Geen verzoening, geen vrede, geen gemeenschap met God. Dat is toch bitterder dan de dood. Wezen alle offers niet op Christus! Zonder Christus, dat is het ergste wat er is. En wie dat beleeft, die drie

zaken, die kan dc Heere niet meer loslaten Die zegt: ik hen van u vervreemd Heere. trek me toch terug niet dc koorden van Uw liefde. Ik ben een slaaf van dc zonde. Heere. verlos mij toch van die boze macht optl.it ik 1' mag dienen. I n geef me verzoening llecrc.cn l 'w vrede, want zonder Uw gemeenschap kan ik niet verder En hoe ontdekkend het profetenwoord voor ons dan ook is. we eten het op en het is ons bij tijden zoeter dan honing. Maar dat komt omdat we er de liefde in en achter proeven. Net als bij Hosca.

Vragen

1. Wat is kon gezegd de boodschap van de profeet in dit schriftgedeelte? En hoe reageert Israël op die boodschap?

2. Op welk feest verschijnt Hosea plotseling? Weet je nog meer voorbeelden dat de profeten op grote feesten, waarop veel volk bijeen was. aan heel het volk het n aderen de Go dsgerich t aankondigden? Zie o.a. Jes. 29 en 32!

3. Geef aan waarom de volgende gedeelten ook bij het loofhuttenfeest zullen zijn uitgesproken: oofdstuk 9:10; 10:1; 10:11; 12:10. Wat was de officiële betekenis van het loofhuttenfeest?

4. Heeft dil bijbelgedeelte ons iets te zeggen over de wijze waarop wij bijvoorbeeld een verjaardagsfeestje vieren ?

5. Hosea noemt zowel Egypte als Assyrië als land waarheen Israël in ballingschap gevoerd zal worden. Vergelijk dit eens met Jes. 7:18; Jes. 19:23-25; Jes. 27:13 en Zach. 10:10. Bedoelt Hosea nu letterlijk beide landen als oord van ballingschap of niet? Is Egypte ook figuurlijk op te vatten? Zitten er in de hier genoemde profetieën nog onvervulde beloften?

Vlissingen ds. C.G. Vreugdcnhil

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1989

Daniel | 32 Pagina's

Hoe preekten de profeten op de feestdagen? (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1989

Daniel | 32 Pagina's