Het oordeel over iemand afbidden
En geef onze naburen zevenvoudig U. o Heere, gesmaad hebben. weder in hun ! schoot hun smaad, waarmee zij Psalm 79:12
Hoe moeten wij denken over het bidden om Gods wraak over hen die Gods volk haten en onrecht aandoen? De vrager haalt daarbij Psalm 79 aan. Hij denkt aan Elia. op wiens gebed het vuur van de hemel twee hoofdmannen met hun vijftigen verteerde (2 Kon. 1). Toen Jakobus en Johannes hetzelfde wilden doen. werden ze door de Heere Jezus terechtgewezen (Luk. 9:52-56).
In eerste instantie is het van het hoogste belang dat wij vragen om de bediening en leiding van de Heilige Geest in het gebedsleven. De apostel Paulus schrijft: Wij weten niet te bidden zoals het behoort, maar de Geest bidt in ons met onuitsprekelijke zuchtingcn" (Rom. 8). De Heilige Geest geeft dan een recht inzicht in de behoeften en nood, wekt op tot bidden door de nood „op te binden". Hij reikt uit Gods Woord argumenten aan die aangevoerd kunnen worden, met andere woorden Hij leert dc bidder pleiten. Hij doet ook aanvoelen hoever men kan gaan. Denk aan het gebed van Abraham voor Sodom. Tegelijkertijd is de zekerheid van verhoring aanwezig. Vervolgens is het van belang dat we bidden overeenkomstig Gods Woord. Dc Heilige Geest zal nooit tegen Gods Woord doen bidden. In betrekking tot vijanden is de hoofdregel in het bidden die welke de Heere Jezus in dc bergrede geeft (Matth. 5:44): Bidt voor degenen die u geweld doen cn die u vervolgen”.
Het eerste kruiswoord toont ons hoe Hij hierin het goede voorbeeld gegeven heeft. Als we deze regel in praktijk mogen brengen, zijn we er persoonlijk altijd goed mee. Eventuele wrok verdwijnt en er is vergevensgezindheid aanwezig. Dit is verbonden met de bede: Vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onze schuldenaren. Dan is er het getuigenis des Geestes dat wij bereid zijn onze schuldenaren hun misdaden te vergeven.
Nu kan het gebeuren dat cr vijanden zijn die het ons bij de voortduur moeilijk blijven maken. In zo'n situatie treffen we David in Psalm 43. David neemt de toevlucht tot zijn God met de bede of de HEERE het voor hem wil opnemen. David moet het daar echt wel moeilijk gehad hebben, maar hij vraagt alleen om zijn verlossing. Wat er met zijn vijanden gebeurt, laat hij aan de Heere over. Ik zou overigens niet graag in de schoenen willen staan van iemand, bekeerd of onbekeerd, die het ccn kind van God zonder reden moeilijk maakt. Wie Gods volk aanraakt, raakt Zijn oogappel aan.
In de genoemde Psalm 79 en ook in andere is er sprake van door de Geest geïnspireerde gebeden. In deze Psalmen vinden we dus gebeden die door de Heilige Geest in het hart gegeven zijn. Neem nu eens Psalm 109. waarschijnlijk gericht tegen Doeg. Als we deze Psalm rustig doorlezen, huiveren we van de vloekspraken. Omdat ook deze Psalm het stempel van de Heilige Geest draagt, kunnen wij hem niet afkeuren. Dat David hier profetisch gesproken heeft door de Geest van Christus blijkt uit dc aanhaling van Petrus in Handelingen 1. Hij citeert de Psalm in betrekking tot Judas.
Een andere reden voor de rechtmatigheid van deze gebeden was dat zowel David als Elia zich aangetast wisten in hun ambt. En hun ambten hadden rechtstreekse betrekking op de zaak des Heeren. Elia en David werden bedreigd met de daarachter liggende bedoeling van de
duivel om Gods rijk te verwoesten. Zij spraken dus ambtelijk en vertegenwoordigden belangen, die ver uitgingen boven hun persoonlijke. Laten we dus oppassen dat we Gods ambtsdragers niet in hun ambt aantasten, ook al zouden zij ons persoonlijk niet zo liggen.
Nu Lukas 9. In een Samaritaans stadje wilde men de Heere met Zijn discipelen geen onderdak bieden, omdat zij op weg waren naar Jeruzalem. Uit de reaktie van Jakobus en Johannes bleek wel liefde tot hun Meester maar zc zullen zich ook gekrenkt gevoeld hebben. Ze spraken uit een andere geest dan Die van Christus, Die niet gekomen was om te verderven maar om tc behouden. Later zijn in dit gebied velen tot bekering gekomen. Hoogstwaarschijnlijk ook een aantal van hen over wie dc zonen des donders het oordeel inriepen.
Zo kan het zijn dat we menen uit ijver voor Gods eer het oordeel over deze of gene te moeten en tc mogen inroepen, maar dat er veeleer sprake is van gekrenkte eigen eer. Ons hart is zo arglistig! Omdat de Heere traag is tot
toorn, zal een mens even traag dienen te zijn tot het inroepen van die toorn over anderen. Een prachtig voorbeeld is de houding van Daniël tegenover Ncbukadnezar en Darius (Dan. 4 en 6). Zij die werkelijk verlof hebben gehad om het oordeel over iemand anders af te bidden zijn ook weieens over zulken met medelijden bewogen geweest. Laat ook hierin onze bede zijn:
Beproef vrij, van omhoog, Mijn hart, dal voor Uw oog, Alwetende, steeds open lag. Doorzoek mij; loets mijn gangen; Doorgrond al mijn verlangen; En stel mijn oogmerk in den dag. Psalm 26:2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 1989
Daniel | 32 Pagina's