Gisbertus Voetius
een onversaagd strijder voor de eer van God
In de afgelopen weken is aan de persoon van Gisbertus Voetius in verscheidene bijeenkomsten en publikaties aandacht besteed. Dit is een goede zaak. daar Voetius vee! betekend heeft voor de kerk der Reformatie in ons land. Hij heeft de rechtzinnige gereformeerde leer, die op de Dordtse Synode van 1618/19 tegen de remonstranten werd bevestigd en onderschreven, verder uitgebouwd in leer en leven. Bovendien heeft hij tot het einde van zijn leven onversaagd pa! gestaan tegen allerlei oude en nieuwe dwalingen, die de kerk en de universiteit bedreigden.
Het was op 3 maart j.1. 400 jaar geleden dat Voetius in Heusden geboren werd. De oorlogsomstandigheden legden een schaduw op het vestingstadje, dat in de frontlinie gelegen was.
Telkens stroopten Spaanse troepen het platteland af. Kort na de geboorte van Gisbertus sloegen de Spanjaarden zelfs het beleg voor Heusden, dat na vijf maanden onverrichterzake werd opgeheven. De oorlogsschaduwen lieten ook het gezin Voetius niet onberoerd. De vader van Gisbertus, die door dc oorlog aan lager wal was geraakt, zag zich genoodzaakt in militaire dienst te treden. Hij sneuvelde in 1597 bij de belegering van Bredcvoort. Zijn weduwe bleef met vier kinderen achter.
Nadat Gisbertus de latijnse school had doorlopen, kreeg hij in 1604 van het stadsbestuur van Heusden een studiebeurs om theologie te gaan studeren aan de universiteit van Leiden. Als beurssludent werd hem een kamer toegewezen in het zogenaamde Statencollege, een soort internaat, dal beheerd werd door een regent.
Gisbertus was niet groot („cleyn van stature"): hij had echter een scherp verstand en een geweldige studiezin. Hi j heeft zijn leven lang zeer veel gelezen, wat hem de bijnaam „helluo librorum". verslinder van boeken, bezorgde.
Hij heeft colleges gevolgd van onder andere Arminius cn Gomarus. Laatstgenoemde heeft een grote invloed uitgeoefend op zijn theologische en persoonlijke vorming. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij in de kerkstrijd tussen Arminius en Gomarus inzake de predestinatie duidelijk partij koos voor dc contra-remonstranten. Dit zal wel de oorzaak geweest zijn dat „de kleine man uit Heusden" in konflikt raakte met de toenmalige regent van het Statencollege, Petrus Bertius, die duidelijk sympathiseerde met het gevoelen van Arminius. Het konflikt liep zo hoog, dat de jonge Voetius door Bertius van het Statencollege werd verwijderd en bij partikulicren onderdak moest zien te vinden.
Predikant in Vlijmen
In 1611 voltooide Voetius zijn akademische opleiding. Hij ontving meteen een beroep naar Vlijmen en Engelen, twee dorpjes in de buurt van zijn vaderstad Heusden. Van meetaf heeft Voetius veel tegenstand ondervonden van de arminiaans-gezinde predikant van Heusden, ds.
Grevius. Daar deze weigerde hem in het ambt le bevestigen, nam ds. Sonnevcld uit Woudrichem deze taak op zich.
Voetius heeft in Vlijmen geen gemakkelijke tijd gehad. Hij begon er zonder kerkeraad en preekte meer dan eens voor bijna lege banken. Wanneer hij vanuit zijn woonplaats Vlijmen een preekbeurt moest vervullen in Engelen, moest hij meer dan een uur lopen.
Het kwam wel eens voor, met name in de wintertijd, dat hij een vergeefse reis maakte. Pas ccn jaar na zijn intrede was er een kerkeraad en kon voor het eerst het Heilig Avondmaal gevierd worden. In 1612 trad Voetius in het huwelijk met Deliana van Diest, met wie hij 64 jaar lang gehuwd geweest is. Ze overleefde haar echtgenoot driejaren en stierfin 1679. Uit het huwelijk zijn acht kinderen geboren, waarvan er vier op jeugdige leeftijd zijn overleden. Twee zoons zijn evenals hun vader professor geweest aan de Utrechise Hogeschool, beiden in de filosofie.
In Heusden kwam bij een groot aanlal gemeenteleden steeds meer verzet tegen de prediking van ds. Grevius. Men verzocht de kerkeraad een tweede predikant te beroepen en dan met name te denken aan Voetius. Grevius trachtte via allerlei diplomatieke middelen en met behulp van ccn deel van het stadsbestuur het beroep op Voetius te blokkeren. Ondanks het verzet van Grevius kreeg Voetius het beroep naar zijn geboorteplaats, dat door hem werd aangenomen.
Zijn verblijf in Heusden
e omstandigheden waar-> nder hij op 24 mei 1617 zijn ntrede deed waren uiterst ' izar. Geruime tijd voor om cht uur "s morgens de dienst egint, eist de sekretaris van le gouverneur tevergeefs de kansel op voor Grevius. Als Voetius gereed staat de dienst aan te vangen, komt de gouverneur zelf met een gevolg de kerk binnen en gelast hem de preekstoel af te komen. Voetius vraagt hieran een schriftelijk bevel (een cte). Vervolgens ontstaat cr n de kerk een heftige iskussie over de wettigheid an het beroep. Woedend en ierend verlaat de gouverneur el kerkgebouw. Tijdens het ebed komen er militairen et kerkgebouw binnen tormen. Eén van hen klimt le preekstoel op. duwt oetius een papier in de hand n zegt: ..Daar is de acte. eeste openbaarlyck op”.
Voetius weigert echter, waarop e luitenant en zijn gevolg ertrekken. De dienst verloopt erder zonder enige ordeerstoring. In 1618 vertrekt revius en keert de rust weer. n 1619 werd Voetius. ndanks zijn jeugdige leeftijd, fgevaardigd naar de Synode an Dordrecht. Hij was er het ongste lid. Wellicht is dat de reden geweest dat hij geen eel heeft uitgemaakt van de elangrijkste kommissies, aardoor hij er niet op de oorgrond trad. Hij is venwel getuige geweest van e konfrontatie met de emonstranten en dit heeft em bezield om hun leer zijn even lang overal waar dat ogelijk was te bestrijden. oetius is 17 jaar lang redikant in Heusden geeest. met onderbreking van én jaar. 1629. In dat jaar erd hij benoemd als eldprediker in het leger van rins Frederik Hendrik, die n 1629 's Hertogcnbosch elegerde en innam. Daarna eeft hij er meegewerkt aan e opbouw van de gemeente.
Ook dat geschiedde niet zonder de nodige konllikten en een felle pennestrijd onder andere met Cornelis Jansenius. één van de leiders van de rooms-katholieken in 's-Hcrtogenbosch. Voetius heeft Rome krachtig bestreden:25 geschriften heeft hij gepubliceerd tegen het roomse bijgeloof; in 16 geschriften bestreed hij de roomse leer.
Professor in Utrecht
In 1634 besluit de stad Utrecht tot het stichten van de Illustere School. Voetius wordt benoemd tot hoogleraar om er theologie en oosterse talen te onderwijzen. Op 20 augustus 1634 neemt hij afscheid van de gemeente van Heusden. De volgende dag houdt hij in dc Domkerk zijn inaugurele rede. In de titel van deze rede. die vrij vertaald luidt: ..De band tussen godsvrucht en wetenschap" of ..Vroomheid, vereiste tot wetenschap" zien we het levensprogram van Voetius getypeerd. In deze rede geeft hij aan welk doel een hoogleraar dient na te streven. Hij omschrijft het met deze woorden: ..Voor een ieder die wetenschap bedrijft, is het noodzakelijk dat hij zijn wetenschappelijke arbeid gepaard laat gaan met een godzalige levenswandel en in het resultaat van de arbeid Gods eer op het oog heeft”.
Voor Voetius vormen wetenschapsbeoefening en een levend geloof, dat zich uit in een waarachtig christelijke levenswandel een eenheid. Op 16 maart 1636 wordt de Illustere School tot Hogeschool verheven. Voelius wordt de eerste rector. Op de
zondag vóór 16 maart heeft hij in een preek over Lukas 2 vs. 46 daar ruime aandacht aan besteed. Deze preek, die handelt de twaalfjarige OVCÏ Jezus zittende temidden der leraren in de tempel, is later in druk verschenen onder de titel „Sermoen (preek) van dc nuWcheyt der academiën cn scholen" Ook m deze rede komen wij onder de indruk van het hoge ideaal, dat hij stelt aan de wetenschap en de akademie die deze wetenschap beoefent en voorstaat. Hij wil de gereformeerde leer laten doorwerken op alle terreinen van het leven.
Voetius heeft zich dan ook fel verzet tegen de opvattingen van de van oorsprong Franse filosoof Renc Descartes, dc „vader van het rationalisme". Descartes wilde het gezag van Gods Woord beperken tot zaken van geloof en theologie. Wanneer het de wetenschap betrof van gewone, wereldlijke gebieden, dan moest de mens zich laten leiden door de menselijke rede, het verlichte verstand. Degene die wetenschap bedrijft, mag alleen uitgaan van wat hij kan bewijzen. Helaas hebben de denkbeelden van Descartes, ook op de Utrechtse Akademie grote invloed uitgeoefend. Het theokratisch-gereformeerde denken werd overwoekerd door de geest van de Verlichting. De gevolgen hiervan kunnen wc tot op vandaag konstateren op allerlei terreinen van dc wetenschap, inklusief de theologie.
Grote invloed en werkkracht van Voetius
Voetius, die in 1636 bij zijn oude leermeester Gomarus gepromoveerd is tot doctor in dc theologie, heeft meer dan veertig jaar lang zijn stempel gedrukt op het theologisch onderwijs in Utrecht. Een hoogleraar in Groningen betitelde de Utrechtse universiteit dan ook met de naam „Academia Voetiana". Niet alleen de theologie maar de hele akademie en het daarmee verbonden geestelijke klimaat werden diep door hem beïnvloed. Naast zijn drukbezette collcgo in alle theologische vakken en oosterse talen gaf hij 's zaterdags dispuut-colleges. Daar werden de vaak jonge studenten geoefend in het verdedigen van de gereformeerde leer legen alle mogelijke aanvallen die er op gepleegd werden. Hiermee heeft hij een generatie van strijdbare predikanten gekweekt.
Hoewel het professoraat hem vele uren opeiste, nam Voetius in Utrecht ook nog een halve predikantsplaats waar. Ook vond deze grote geleerde, die per dag 16 uur werkte, nog tijd om 's zondagsmiddags, in het Regulierenkerkje, aan een groepje weeskinderen „nederig en familiair" onderwijs te geven uit Gods Woord. Toen hem gezegd werd dat dit toch eigenlijk voor een professor onwaardig was. antwoordde hij: „Jezus zat als kind tussen de professoren. Waarom zou ik dan als professor niet tussen de kinderen kunnen zitten? " Dit werk had de liefde van zijn hart!
Voetius en de Nadere Reformatie
Voetius behoorde tot de beweging die wc aanduiden
met de naam Nadere Reformatie. Na de synode van Dordrecht ontstond er. zowel bij vele predikanten als bij gemeenteleden een steeds iepere kloof tussen enerzijds de belijdenis en anderzijds de eleving van de leer. De leer as goed gereformeerd, maar in het leven openbaarden zich veelal dode orthodoxie en verwereldlijking. Predikanten van de Nadere Reformatie als Voetius.
Willem Tecllinck, Jacobus Koelman en anderen wezen er op dat de bevindelijke leer der godzaligheid gestalte behoort te krijgen in de dagelijkse praktijk van het leven. De nadruk werd dus gelegd op de praktijk deigodzaligheid. Wat beleden wordt moet in het hart ook doorleefd worden: het moet echter ook in de praktijk van elke dag op alle terreinen van het leven uitgeleefd worden. Beleving cn uitleving zijn beide noodzakelijk.
Over de beleving schrijft hij in zijn werk ..Beoefening van de vroomheid". Hij besteedt daarin veel aandacht aan dc omgang met God in het gebed. In zijn ..Geestelijke verlatingcn" beschrijft hij op zeer pastorale wijze de ervaring van de gelovige, die na dc verrukking van de verborgen omgang weer kan terugvallen in de dorheid en doodsheid van het Godsgemis.
Wat de uitleving betreft, legt Voetius het accent op de praxis piëtatis. de praktische vroomheid: de geboden Gods moeten gestalte krijgen in alle facetten van het leven. Voetius heeft nooit geschroomd om zonder aanzien des persoons dc zonden, waaraan men zich schuldig mankte, aan te wijzen. Zo bestrijdt hij dans, toneel en de overdaad bij maaltijden: hij waarschuwt legen ijdelheid in woninginrichting, kleding en lichaamsverzorging; hij veroordeelt loterij, weddenschappen, dobbel-en kaartspel en het exploiteren van pandjeshuizen. Hij heeft felle strijd moeten voeren tegen professor Coccejus cn zijn aanhangers over de sabbatsheiiiging. Coccejus beschouwde het vierde gebod als ccn ceremonieel gebod, dal geen geldingskracht had voor de nieuwtestamentische kerk. Velen brachten een vrijzinnige zondagsopvatting in praktijk, zeer lot ergernis van de Voetiaanse predikanten. Voetius behoort niet tot de geliefde oude schrijvers van dc Nadere Reformatie, zoals bijvoorbeeld Smijtegel! cn Van der Groe. Voetius was een man van dc wetenschap, die zijn werken schreef in het latijn. onleesbaar voor het gewone kerkvolk. Wel had hij grote invloed op de predikanten en studenden, en daardoor indirekt op het volk.
Zijn laatste levensjaren
In het rampjaar 1672 is Voetius er op hoge leeftijd getuige van geweest dat de Kransen Utrecht hebben ingenomen en de Domkerk weer ingericht hebben voor de roomse eredienst. In november 1673 moesten ze de stad weer verlaten en mocht Voetius in de eerste dienst in de Dom voorgaan; in deze dankstond sprak hij over Psalm 126 vers 1 en 2. In 1675 werd de 86-jarige Voetius nog benoemd tot rector-magnificus.
Op 1 november 1676 overleed hij; hij werd begraven in de Calharijnekerk te Utrecht. Op zondag 5 november herdacht zijn vriend ds. C. Gentman hem in zijn preek over 2 Sam. 3 vs. 38: „Weet gij niet, dat te dezen dage een vorst, ja een grote in Israël gevallen is? " Een strijdbaar held voor dc ccr van God op alle terreinen van het leven was ingegaan in de vreugde zijns Heeren om daar te rusten van zijn veelvuldige arbeid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1989
Daniel | 32 Pagina's