JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Lichtstralen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Lichtstralen

11 minuten leestijd

In de vroege schemering fietst Margreet van Vuren naar haar grootouders. Ze ruikt de frisse, onbestemde geur die zo geheel bij bet voorjaar hoort. Stralend lenteweer is het geweest deze dag. Zo'n dag die de belofte van de zomer in zich draagt. Vreemd toch dat ze zich op een dag als deze weer meer zwaarmoedig en gespannen voelt dan anders. Een gevoel dat zich moeilijk omschrijven laat. kan dan bezit van haar nemen. Een gevoel van onvervuldheid is het. Van een onbestemd heimwee ook. En de lichamelijke vermoeidheid die haar daarnaast doortrekt, maakt dat ze tegen dc kleinste karweitjes opziet als tegen een berg. Ontmoedigend is het. De ene dag gelooft ze werkelijk dat het wat beter gaat met haar. maar de volgende dag lijkt ze weer terug te vallen. Maar toch. als ze haar funktioneren van nu vergelijkt met dat van een jaar geleden, kan ze niet ontkennen dat er duidelijk sprake is van vooruitgang. Al ruim een jaar is Margreet niet in staat om haar werk te doen. Juist op deze mooie voorjaarsavond keren haar gedachten als vanzelf terug naar de winter waarin alles vast leek te lopen in haar leven. Ze wil er eigenlijk niet aan denken, maar haar gedachten nemen een eigen vlucht. Zc zijn als fladderende vlinders die ze onmogelijk onder kontrole kan houden. Dingen zoals ze die zelf beleefd heeft en dingen die ze van anderen gehoord heeft, lopen in haar herinnering door elkaar.

Haar werk op het notariskantoor was haar in die tijd met de dag zwaarder gevallen. Intens moe had ze zich gevoeld, dag aan dag. Het leek wel of haar alle levensvreugde stukje bij beetje ontnomen werd.

Op een dag was ze bijna huilend thuisgekomen, zelfs te moe om haar fiets in de schuur te zetten. Eenmaal in de keuken had ze alleen nog maar uit kunnen brengen: ..Ik kan niet meer. mam". Daarna was ze op een keukenstoel neergezakt, onmachtig om nog één stap te verzetten en te moe en te leeg om te huilen. „Kind. wat is er toch gebeurd? ", had haar moeder gevraagd, hevig geschrokken van haar inwitte gezicht. „Niets bijzonders, maar 't gaat gewoon niet meer". Voor er een kwartier verstreken was. lag Margreet in bed.

Die dag en vele dagen daarna bleek ze nauwelijks te benaderen. Ze liet alles maar een beetje over zich heen gaan. Ze voelde zich te moe om enig initiatief te ontplooien. Even uit bed gaan om zich te wassen of om iets te eten. leek al een bijna onoverkomelijke opgave. De huisarts kwam. meerdere malen. Hij vond geen lichamelijke oorzaken, had ook niet verwacht die te zullen vinden. Vanaf het begin was het voor hem vrij duidelijk dat hier sprake was van psychische problemen. Voorzichtig peilend. stelde hij een aantal vragen, maar ze ketsten af op M a rgreets terughoudend!)eid. Vrijwel het enige dat uit haar antwoorden naar voren kwam. was dat ze moe was, ja heel moe. cn dat ze niet wist waarom. De arts ging onbevredigd heen. Hoe moest hij haar toch benaderen?

Ook de ouders van Margreet maakten zich grote zorgen over hun oudste dochter. Tijdens één van de vele gesprekken die ze samen voerden in de tijd dat Margreet nauwelijks aanspreekbaar was. merkte haar moeder op: „Ze heeft veel te veel te verwerken gehad de afgelopen tijd". Haar vader beaamde dit. , , 't Begon eigenlijk al met het uitraken van die verkering", zei hij. „en vlak daarna kreeg ik dat ongeluk. Toen heeft ze thuis een veel te grote vera 111woo rde iijkheid gedragen tijdens al die weken dat jij meer in het ziekenhuis was dan thuis". „En een paar maanden later kwam daar het overlijden van mijn moeder nog bij", vulde moeder weer aan, „en je weet dat geen van de kleindochters zo'n sterke band met oma had als Margreet". Met de verzuchting: „Als ze toch maar eens praten wilde!", had vader op dat moment het laatste woord.

Margreet wilde echter niet praten, althans die eerste tijd niet. Pas later, toen ze het gevoel kreeg dat alle vragen en raadsels die op haar afkwamen, haar dreigden te verstikken, raakte ze ervan overtuigd dat ze zo niet door kon blijven gaan. Onder de vele mensen die haar op kwamen zoeken, waren er slechts weinigen die iets van haar verscheurde innerlijk te zien kregen. Vrijwel dagelijks kwam er wel iemand langs, zeker de eerste maanden dat ze thuis was: familie, vrienden, kollega's. de dominee, de huisarts en later de maatschappelijk werker. Margreet weet nog precies hoe zc zich voelde onder al die belangstelling. Ze had het gevoel dat er telkens weer dingen van haar verwacht werden, waaraan ze niet kon voldoen. Ze werd wel voor een ogenblik uit haar gepieker gehaald en alle belangstelling deed haar tot op zekere hoogte toch goed. Het zich werkelijk

begrepen voelen in haar problemen bleef echter vaak uit.

Op deze avond, als het afgelopen jaar als een film aan haar voorbijtrekt, komen weer heel sterk bepaalde momenten naar voren waarop dat wezenlijke kontakt er wèl was. Een paar maanden nadat ze zo ontredderd was thuisgekomen, had ze een gevoel alsof ze in een diepe put zat. Zc had het idee dat ze aan alle kanten tekort schoot.

Wanneer haar kollega's kwamen. riep dat bij haar gevoelens op van gefaald te hebben in haar werk. Als er vrienden en vriendinnen kwamen, had zc vaak het gevoel dat ze vrolijker en meer adrem zou moeten zijn en net als voorheen op hun grappen en kwinkslagen zou moeten reageren. Als er familie op bezoek kwam. vond ze zichzelf maar weinig spraakzaam. Kortom, haar vroegere zelfvertrouwen was ver te zoeken.

In die tijd was Jaap Verheul gekomen. Het was overigens niet de eerste keer dat hij kwam. Een aantal weken daarvoor was hij. met enkele andere leden van de jeugdvereniging, een fruitmand komen brengen. Margreet had zich tijdens hun bezoek nog te moe gevoeld om op hun vragen te antwoorden en achteraf weer schuldig omdat ze zo weinig gezegd had. Zc weet ook nog dat ze verbaasd was over zichzelf. Eduard was er namelijk ook bij geweest. Eduard. die ze in stilte altijd nogal geadoreerd had. Hij was vlot en gevat, maar tijdens dal bezoek had ze zich erover verbaasd dat een mens zoveel onbegrip kon tonen. ..Je moet maar proberen om zo gauw mogelijk weer aan het werk te komen", had hij gezegd. ..dat zul je zien dat het allemaal wel weer beter gaat". En later bij deden r: „Sterkte hoor! 't Komt wel weer goed". Nou. daar had je nog eens iets aan, zo'n dooddoener.

Toen Jaap voor de tweede keer kwam en zc hem het tuinpad op zag lopen, riep dat gemengde gevoelens bij haar op. Ze had op vereniging weinig kontakt met hem. Hij viel een beetje buiten het populaire groepje waarmee zij optrok. Stil en erg serieus vond ze hem altijd. Wel recht-doorzee overigens. Dat bleek ook nu weer. want al vlug kwam Jaap met de reden van zijn bezoek: „Ik voelde me zo onvoldaan toen ik de vorige keer vertrok. Ik had het gevoel dat we met al onze belangstelling je persoonlijke gevoelens totaal uit het oog verloren waren. Dat cr zelfs dingen gezegd waren die je gekwetst moesten hebben." „En daar kom jij mee", had Margreet uitgeroepen. „Maar jij hoeft geen schuldgevoelens te hebben!". „Ik was net zo goed schuldig", had hij volgehouden, „want al heb ik dan zelf dat soort opmerkingen niet geplaatst, ik heb er ook niets tegenover gesteld en mede daarom zit ik hier nu weer." Toen had zich binnen dc kortste keren een gesprek ontsponnen. Een gesprek waarin naar voren kwam dat het er niet om ging om zo vlug mogelijk de draad weer op te pakken van je bestaan zoals je dat tot op heden geleid had. Veelmeer was het van belang om eerst na te gaan waar precies de knelpunten zaten en hoe je daarmee om kon gaan. In de sfeer van vertrouwen die ontstond, had Margreet voor het eerst iets los durven laten van haar twijfels. Twijfels over zichzelf, twijfels over anderen, ja zelfs twijfels over God. Lang hadden ze nog doorgepraat. Bij het weggaan had Jaap gezegd: ., 'k Zal voor jc bidden." Misschien dat dat haar nog wel het meest was bijgebleven. Dat had nog niemand tegen haar gezegd.

De ouderling die kwam. was een forse, wat hoekige man. Hij zag er tegenop om dit bezoek af te leggen. Het leed was hem cn zijn vrouw niet bespaard gebleven. Na jaren van bidden en hopen, hadden ze echter geleerd zich te onderwerpen aan het kruis van hun kinderloosheid.

Maar dat juist hi j. die zelf nooit kinderen zou hebben, nu naar zo'n meisje toe moest. De dominee had beter een ander kunnen vragen. Wat wist hij eigenlijk van de belevingswereld van meisjes van zo rond de twintig? Sterker dan ooit besefte hij zijn afhankelijkheid, in zijn hart was een gebed, terwijl hij met zijn grote passen richting huize Van Vuren stevende. „Heere", vroeg hij ootmoedig, „wilt IJ Zelf voorspreken, wat ik zeggen moet? Want als ik het zelf moet doen. zal ik alleen maar dingen zeggen die haar van U afbrengen.”

Even later zat hij tegenover haar. Na een inleidend praatje zei hij: „Misschien heb je zelf dingen waarmee je zit. Ik kan me voorstellen dat er in zo'n periode veel op je afkomt, ook zaken die met het geloof te maken hebben. Je hoeft je er niet voor te schamen om die dingen uit te spreken." Ze had naar zijn gezicht gekeken, waarvan zijn onzekerheid duidelijk was af tc lezen. Maar ze had ook feilloos aangevoeld dat zijn bedoelingen oprecht waren. En plotseling had ze het gevoel gehad dat er iets in haar brak. Gepraat en gehuild had ze. wel een uur lang. Steeds méér had ze gezegd, omdat ze het bevrijdende gevoel had dat er eindelijk iemand was die haar begrijpen kon.

Pas veel later had ze leren zien dat het niet alleen onbegrip van anderen was. waarop ze gestuit was. maar dat er ook in haarzelf voortdurend sprake was geweest van een barrière die haar belette 0111 zich open te stellen. Een barrière die nu verbroken was. Een paar uitspraken van de ouderling kan zc zich nog bijna woordelijk herinneren. „We vragen zo vaak naar het waarom van de dingen", had hij gezegd, „maar we zouden veel meer met het waartoe bezig moeten zijn. En al zijn er dingen waarvan wij. met ons kleinmenselijk redeneren, nooit de bedoeling begrijpen zullen: het is al zoveel als we werkelijk mogen geloven dat God met

alles een bedoeling heeft en dat niets in ons leven ons zomaar overkomt." En een andere uitspraak: „Al lijkt het in ons leven nog zo donker: we zijn toch omringd van wonderen, al zien wc zc vaak niet." Vanaf die dag was het beter gegaan met Margreet. Ze kon zich wat makkelijker uiten, ook tegen de maatschappelijk werker die naar begeleidde. Ze leek losgekomen te zijn uit het op-zichzelf-gcricht-zijn en het alsmaar op haar problemen staren, waarin ze zolang verstrikt gezeten had.

Haar grootouders wonen een eindje buiten het dorp. Als ze de laatste huizen achter zich heeft gelaten, moet ze nog langs een weggetje dat zich tussen de weilanden doorslingert. IJle nevelslierten flarden boven het gras. Margreet stapt af en zet haar fiets tegen een boom. Ze loopt een eindje en blijft dan staan, leunend over een scheefgezakt hek. Ze staat daar. alleen temidden van de grootheid van Gods wijde natuur. Het wordt snel donker nu. Maar in haar belevingswereld lijkt er een nieuw licht over dc gebeurtenissen van de afgelopen tijd te schijnen.

Een moeilijk jaar ligt achter haar. Een veelbewogen jaar is het geweest. Een jaar ook waarin ze veel geleerd heeft. Mensen die ze als vrienden beschouwde, toonden zich geen echte vrienden. Mensen die ze voorheen nooit echt gezien had, bleken heel veel te kunnen betekenen. Ze denkt aan Jaap. Er trekt een glimlach om haar mond. Hij komt nog regelmatig. Ze kan heel fijn met hem praten. Een vriend is hij voor haar geworden. Misschien zelfs meer dan een gewone vriend. Ze weet het nog niet. Ook zulke dingen hebben hun tijd nodig.

Zc denkt aan al die anderen die haar geholpen hebben en nog helpen om zichzelf weer te vinden en te aanvaarden. En ook aan degenen die haar. elk op hun eigen wijze, de weg naar God gewezen hebben. Zc is nog niet weer de oude. Dat zal ze ook nooit weer worden. Zc is veranderd en zal niet weer dezelfde weg kunnen gaan. Een nieuwe weg is haar gewezen.

Op deze stille voorjaarsavond beseft Margreet van Vuren voor het eerst dat het jaar dat achter haar ligt een gezegend jaar geweest is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1989

Daniel | 32 Pagina's

Lichtstralen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1989

Daniel | 32 Pagina's