Zendeling bij de Eskimo’s (6)
Op een dag. midden in de winter, moeten Paul en Niels er op uit om eten te zoeken. Ze nemen allebei hun geweer mee en dik ingepakt gaan ze op weg. Maar ze lopen nu al een halve dag en nog steeds hebben ze geen sneeuwhaas of een ander beest gezien. Ze zullen hun proviand eens opeten. Ze zoeken een geschikte plaats, maken een soort zitkuil in de sneeuw cn nadat ze stil gebeden hebben, eten ze hun harde droge beschuiten op. Hun geweren liggen naast hen op de grond. Paul zegt: „Ik ga eens verderop kijken, net over dat sneeuwheuveltje. Dan kunnen we misschien zien of we nog verder moeten of dat wc maar terug /.uilen gaan. Ik weet ook niet wat er aan de hand is. maar er is geen beest te zien.”
Hij staat op en loopt naar de sneeuwheuvel. Hij tuurt in de verte. Nergens huizen tc zien. één witte vlakte ziet hij voor zich. Hij kijkt aan de andere kant onder aan het heuveltje en opeens stokt zijn adem. Hij geeft een harde gil! Daar ziet hij iets bewegen! Hen plomp dik gevaarte, grauwwit, en hij begrijpt direkt wat het is. Een ijsbeer! En zijn geweer ligt bij Niels in de kuil! De ijsbeer is opgeschrikt door Pa»Is gil en snel richt het dier zich op. Hij voelt zich bedreigd en zo vlug mogelijk loopt het beest in dc richting van Paul. Paul draait zich vliegensvlug om en rent dc heuvel af met de beer achter zich aan. Daar ziet hij zijn broer.
„Niels", schreeuwt hij. „Niels, vlug!”
Niels kijkt eerst verbaasd, maar dan pakt hij snel zijn geweer. „Nu eerst nadenken", zegt hij in zichzelf en pas als Paul vlakbij zijn broer is. schiet Niels zijn geweer leeg. In het hart van de jongens is een vurig gebed om behoud, want als het schot mist!
Maar gelukkig, de kogel treft de beer in het voorhoofd en brullend stort hij neer. Hij probeert zich nog even op te richten, maar een tweede schot treft hem. Nu komt het schot van Paul en al kreunend blijft het dier liggen. Voorzichtig stappen de jongens op het beest toe en met een laatste schot doden zc hem.
„Dat was op het nippertje. Niels", zegt Paul. „de Heere heeft ons gespaard." Midden in de sneeuw knielen de beide jongens neer om God te danken. Niels haalt uit zijn tas een groot dik touw. Samen binden ze dat om het beest. Zo kunnen ze hem voortslepen. Het is een heel karwei. Pas in de avond zijn ze thuis. Vol vreugde bekijken vader en moeder het beest, maar ze beven als zc horen aan welk gevaar hun jongens ontsnapt zijn.
Ze hebben nu voor een hele tijd vlees en vet genoeg en dc huid kunnen ze ook best gebruiken.
Het jaar 1733 is inmiddels aangebroken. Er komt weer een schip op Groenland, met bericht van de deense koning. De koning zal voortaan het werk van Egedde volledig steunen. Wat een blijdschap voor Hans en Gertrud. De passagiers van het schip wacht dan ook een gastvrij onthaal in het huis van de Egeddes. maar al gauw blijkt dat één van de mannen ziek is. Allemaal rode blaasjes komen er op zijn lichaam en Gertrud weet: waterpokken. Op zichzelf is dit geen erge ziekte, maar Hans' vrouw is bang. Iedereen heeft hier zo weinig weerstand en ze weet dat deze ziekte erg besmettelijk is. Haar gedachten worden waarheid. In een mum van tijd spreidt de ziekte zich uit. Niet alleen onder dc blanken, maar ook onder de Eskimo's en door de slechte konditie van dc mensen sterven er veel. Wat een ramp!
Gertrud en Hans helpen wat ze kunnen. Het is ontzettend vermoeiend, vooral voor Gertrud. Hans ziet met zorg dat zijn vrouw er steeds slechter uit gaat zien.
Uiteindelijk wordt zij ook ziek. Ook waterpokken. Nu zij op bed ligt. lijkt haar kracht gebroken. Ze kan niet meer. Hoge koortsen slopen haar lichaam en Hans waakt trouw bij het bed van zijn vrouw. Maar zij is zo oververmoeid, ze heeft geen enkele weerstand en haar krachten worden steeds minder. Op een avond slaat ze haar ogen op naar haar man en ze fluistert: „Hans. ga door met getuigen.”
Egedde begrijpt dat ze niet meer beter wordt. Hij knikt, want spreken kan hij nu niet. Die nacht sterft Gertrud. Hans Egedde is nu een gebroken man. Hij heeft altijd zoveel steun ontvangen van zijn vrouw en nu is zij er niet meer. Het duurt maanden voor Hans Egedde deze slag te boven is. Dan geeft God hem weer nieuwe moed en kracht en met veel ijver zet hij zich weer in om te getuigen van zijn Heere Jezus.
Er komen steeds meer Eskimo's naar hem luisteren cn als Egedde ervan overtuigd is dat zij oprecht geloven, worden zij gedoopt.
Ook nu is er nog een protestantse gemeente in Groenland, een overblijfsel van de bloeiende periode tijdens het leven van Hans Egedde. de deense evangelieprediker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1989
Daniel | 32 Pagina's