Worden als een kind
De Heere Jezus heeft tijdens Zijn omwandeling op aarde duidelijk laten zien, dat Hij van kleine kinderen hield. Ja, Hij heeft zelfs Zijn volgelingen vermaand om te worden als een kind, op straffe van niet te kunnen ingaan in het Koninkrijk der hemelen. Deze bestraffing kwam uit de mond van de Heiland naar aanleiding van een klein voorval: op één van hun vele tochten hadden de discipelen met elkaar ruzie gekregen. De Heere liep voorop. Hij deed net of Hij niets hoorde. Maar toen ze in Kapernaüm waren aangekomen, vroeg Hij opeens: „ Waarover hadden jullie woorden onderweg''" Beschaamd zwegen ze. want ze hadden ruzie gemaakt over wie van hen de meeste was in het Koninkrijk der hemelen. Z.e dachten niet anders of dit koninkrijk zou spoedig hier op aarde te zien zijn. Dan zou de Heere Jezus als lum Koning, zeker gebruik gaan maken van hun diensten en van hun kapaciteiten. Doch Jezus kwam hen hierin juist tegen. Hij waarschuwde hen en zei: „Indien iemand de meeste wil zijn, die zij aller dienaar." Om dit verder duidelijk te maken, nam de Heiland een kind en stelde dat in hun midden en zei: „Indien gij u niet verandert en wordt als dit kind. zo zult gij het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.”
Een kind is allereerst eenvoudig
Waarom stelde de Heere Jezus een kind als voorbeeld? Om verschillende redenen. Let maar eens op de eenvoud, dieeen kind eigen is. Grote mensen zijn vaak zo gekompliceerd. Ze hebben zoveel bijbedoelingen. Ook Gods kinderen. Kijk maar naar de discipelen. Ze volgen Jezus trouw, maar tegelijk willen zij hun positie verbeteren als Jezus de troon gaat bestijgen. Zij menen stuk voor stuk. dat zij met hun grote inzet uitstekende ministers zullen zijn. Ze verstaan het woord niet. dat Jezus gesproken heeft: ..De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend tc worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen." Zo'n Koning begeren zij niet. Tenminste nu nog niet.
Dan zullen ze eerst moeten worden als een klein kind. dat altijd steunen moet op het kennen en kunnen van een ander. Zulke eenvoudigen wil God steeds gadeslaan (Ps. 116).
Een kind is ook hulpbehoevend
Een kind is ook hulpbehoevend. Het kan zichzelf niet helpen. Niet met het eten. maar ook niet met het verschonen. Om twee dingen zal ieder kind telkens huilen: als het honger heeft en als het in zijn vuil ligt.... Een rechtgeaarde moeder houdt van die kinderen het meest, die het meest hulpbehoevend zijn. En dit is in Gods Koninkrijk niet anders. Psalm 72 illustreert deze zaak: , , 't Behoeftig volk in hunne noden, in hun cllend' en pijn;
gans hulpeloos tot Hem gevloden, zal Hij ten Redder zijn." Wat een werk zal de Heere altijd hebben om Zijn volk klein te maken en nog meer om ze klein te houden!
Eenkennigheid is positieve aanhankelijkheid
Jezus heeft ook geweten, dat een klein kind zeer aanhankelijk is. Ja. het kan zelfs eenkennig zijn. Meestal wordt dit als een gebrek gezien, doch hier zit ook een hele positieve kant aan. Want in die éénkennigheid betoont het kind dan toch maar. dat hel slechts één relatie wil. Dan is er maar één lïguur. tegen wie het lachen wil. Al die andere gezichten verontrusten het en doen het zelfs huilen van angst. En deze houding past uitnemend bij de ware onderdanen van Gods Koninkrijk. Die kunnen en willen ook geen andere goden voor Zijn aangezicht hebben. Alleen Gods vriendelijk aangezicht geeft vrolijkheid en licht aan al deze oprechte harten (Ps. 97 her.).
En in de hemel zal deze ..éénkennigheid ook voortgezet worden. Immers alle gezaligden zullen slechts één kant opkijken, namelijk naar Hem. van Wiens goddelijk aangezicht het licht afstraalt, waardoor hun blijdschap naar het toppunt gevoerd wordt (Ps. 68:2 ber.). In de hemel zullen de ogen van de kinderen Gods nooit meer afdwalen, zoals dat hier op aarde telkens wel hei geval is. Wat zou het tot eer van God zijn. wanneer de Kerk van vandaag eens wat meer van deze ..éénkennigheid" in de praktijk bracht!
Dan zou Gods volk gedurig mogen instemmen met Asaf. wanneer hij zegt: .Wien heb ik nevens U omhoog? Wat zou mijn hart. wat zou mijn oog op aarde nevens u toch lusten? Niets is er. waar ik in kan rusten" (Ps. 73:13 ber.).
Geloven als een kind
De manier waarop een onbevangen kind geloof hecht aan iemands woorden, illustreert hoe het bij de oprecht gelovige behoort tc zijn. Bij jonge kinderen is het steevast: wat de meester of de juf verteld heeft, is altijd waar. Dat mag niet worden tegengesproken. Al zou men vertellen, dat .lona de walvis opgegeten had. clan is dat voor een kind niet te wonderlijk. Zij vragen niet meteen: hoe kan dat nu? Hun intellekt is niet steeds bezig om de wonderen des Allerhoogsten in twijfel le trekken. Een „groot" mens doet dat vaak maar al te gauw. Denk maar aan Zacharias in de tempel. Er was op dat moment bij hem geen plaats voor het wonder.
Het ongeloof voerde bij hem toen de boventoon. En dat is hem duur komen te staan, want negen maanden lang kon hij niet spreken. ..Worden als een kind", is dus noodzakelijk om geloof te kunnen hechten aan het Woord Gods.
Bij kleine kinderen is er behoefte aan herhaling
Opmerkelijk is ook dat een kind een bepaald verhaal zo graag vele malen hoort vertellen. Het heeft kennelijk behoefte aan herhaling. En wees er van overtuigd dat aan zo n verhaal niets veranderd mag worden! Verdraaiing van feiten duldt een kind niet. Voor een kind des Heeren geldt hetzelfde en het spreekt de gevleugelde woorden van Luther na: ..Het WOORD zult gij laten staan!" Wie heeft nooit gemerkt dat hel steeds weer vertellen van eenzelfde verhaal, het kleine kind steeds weer in verrukking brengt? Hoe kan dat? Ach. daar moet men kind voor zijn en ook kind voor blijven! Van Maarten Luther is bekend dat hij Jesaja 53 uit het hoofd kon opzeggen. Het ontroerde hem steeds weer. wanneer dit hoofdstuk hem de lijdende Knecht des Heeren liet zien.
Daar was zijn hele wezen bij betrokken. Telkens weer. Kennen wij dat ook? Hebben we geleerd, dat de lijdende Zaligmaker ons op Golgotha in de diepte van onze verlorenheid heeft willen ontmoeten? De ene moordenaar kreeg toen houvast aan deze Redder deiwereld. terwijl het de andere moordenaar niets deed om zo dicht bij de Heiland tc zijn....
Er is ook behoefte aan warmte
Aan het kruis is Jezus tot zonde gemaakt en Zijn broeders in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde. Want die had Hij zelf niet. En die ontmoeting met een stervende Zaligmaker had Luther telkens weer nodig. Dal maakte zijn beker gedurig overvloeiende vanwege Zijn vergoten bloed en werd hij gespijzigd met Zijn verbroken Lichaam. Bij het liefdevuur van een gekruisigde Zaligmaker mocht Luther telkens zijn verkleumde ziel warmen, zoals een kind dat doen kan. wanneer het zich tegen zijn moeder aan vleit vanwege de kou. In deze intimiteit des gelools mocht Luther zich ook „nestelen" aan de voet van het kruis. In zichzelf was hij slechts een dove kool (dat is een kool. die niet gloeit en geen warmte geeft). Maar telkens begon hel binnenste van Luther weer te gloeien, wanneer hij zich warmen mocht aan het liefdevuur van Zijn Zaligmaker (Spr. 26:21). In hun onderlinge twist hebben de discipelen zich trachten te warmen in de spranken van hun eigen vuur en heeft Jezus hen gewezen op het feit dat een kind steeds weer de warmte van een ander hebben moet en zichzelf niet weet te warmen. Ook daarom moesten ze worden als een kind.
Bij een kind is er de drang tot nadoen
..Hier heb jij ook een stofdoek, dan gaan we samen dc kamer doen", zegt menige moeder. En ze weet dat ze met dit gebaar haar kind tegemoet komt in de drang tot nadoen. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor onze jongetjes, die er steeds weer behoefte aan hebben om hun vaders te imiteren, wanneer ze
hem zien werken. En dat is een goede zaak. Guido Gezelle moedigde dit streven tot nadoen aan. toen hij dichtte: Zeer zelden gaal ter zijden van de baan
Een kind dat moeder heeft gevolgd En vader nagedaan.
Daarom zullen de kinderen des Hecren telkens de dichter van Psalm 17 nazingen: ..Ik zet mijn treden in uw spoor, opdat mijn voet niet uit zal glijden." Het is altijd weer de wens van hun (vernieuwde) hart om zonder struikelen het pad van Gods geboden te lopen. In de wedergeboorte heeft God Zijn volk die gunst bewezen, opdat het altoos Hem zou vrezen.
Zijn wet betrachten en \oortaan volstandig op Zijn wegen gaan (Ps. 105:24 ber.). I)e vraag mag 1111 gesteld worden: as deze drang tot nadoen bij de discipelen ook aanwezig? En dan moet het antwoord zijn: ee. want ze dienden de Heere zonder de ware ze 1 fverloochening. Immers in de Paaszaal hebben zij zich alle twaalf geërgerd toen hun Meester Zijn opperkleed aflegde en aan de voetwassing begon. Geen van hen was het er mee eens dat hun Heiland over de vloer kroop als een slaaf. Vooral Petrus bood fel tegenstand. Wat heeft dc Heere een moeite moeten doen om zijn vuile voeten in het wasbekken te krijgen! Maar ze kwamen er wel in. omdat Petrus de vermaning ter harte nam: ndien Ik u niet was. zo hebt gij geen deel met Mij. De relatie tot Zijn Heiland was in het geding en die wilde Petrus niet opgeven, zodat hij helemaal overstag ging en opeens wel helemaal gewassen wilde worden. Onvergetelijk moet de vermaning geweest zijn toen de Heere naar aanleiding van deze gebeurtenis sprak: Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkcrwijs Ik u gedaan heb. gijlieden ook doet." Ze konden ' hieruit leren dat er steeds zelfverloochening nodig is om op deze wijze de voetstappen van hun Meester te drukken.
Maar zolang iemand zichzelf in al zijn doen en laten hoger waardeert dan de Heere Jezus, komt hij aan zelfverloochening niet toe. Dan moet men eerst zichzelf leren afvallen en Jezus leren toevallen. En dat hebben de discipelen mogen leren met Goede Vrijdag, toen ze allen als deserteurs openbaar kwamen. Toen werden ze allen aan Hem geërgerd en toen durfde niemand meer zeggen dat ze Hem zo innig liefhadden. Met hun daden bewezen ze immers het tegendeel. Wat stonden ze van verre, verbijsterd door de aanblik van het kruis. Ze verstonden het niet dal hun Heiland juist bezig was om voor hen het voorhangsel te scheuren, opdat ze voortaan onder een open hemel zullen leven. Maar op de Paasmorgen wordt hun dit duidelijk gemaakt. En met Zijn Hemelvaart nog meer. Op de Olijfberg mogen de discipelen hun Zaligmaker zien opvaren met zegenende handen uitgestrekt over hen maar ook over dat Jeruzalem, dat Hem kollektiefen massaal verworpen had. Mede door deze gebeurtenis hebben de discipelen een uitnemende visie gekregen op het heilshandelen Gods. En dit heeft hen van binnen wel zoveel gedaan, dat het voor hen niet moeilijk is om tien dagen zonder ruzie met elkaar om te gaan in een van de zalen van de tempel. Wat waren ze eendrachtig bijeen als vrucht van Cïoede Vrijdag. Fasen en Hemelvaart. Door de Pinkstergeest worden ze daadwerkelijk aangegord om in waarachtig dienstbetoon verder te gaan met de verkondiging van het Evangelie aan vriend en vijand. Zo hebben ze de voetstappen mogen drukken van hun God en Zaligmaker. Zo hebben ze Hem ook nagedaan. Zelfs de martelaarskroon hebben ze als een erezaak mogen aanvaarden. „want een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer" (Joh. 13:16).
„Worden als een kind", daar zit heel wat aan vast. Dan gaat het cr niet om hoe groot wil je worden? Maar hoe klein zou je willen zijn voor de Heere!? Want eigen krachten te verachten, wordt op Jezus' school geleerd. David wist dit ook al. wanneer hij zegt aan het eind van zijn leven: „Door Uw verootmoedigen, licht Gij mij groot gemaakt!”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1989
Daniel | 32 Pagina's