JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

„De onbekende Voetius” 1589 - 1989

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„De onbekende Voetius” 1589 - 1989

5 minuten leestijd

impressie van een symposium

Onder de titel „De onbekende Voetius" organiseerde de Utrechtse Faculteit der Godgeleerdheid op 3 maart jd. een wetenschappelijk symposium ter gelegenheid van Voetius' geboorte op 3 maart 1589. Een dag met lezingen, diskussie en muziek uit de tijd van de „faunding father" van de Utrechtse Universiteit.

Een symposium om Voetius meer bekend te maken, zo werd opgemerkt in het openingswoord van prof. dr. J.A. van Ginkel, de rector-magnificus van de universiteit. Of zij daarin geslaagd is? Een impressie.

Hoewel de organisatoren er niet zeker van waren of er wel voldoende belangstelling zou zijn, werd deze onzekerheid weggenomen toen honderden mensen plaatsnamen in de historische aula in het akademiegebouw.

Direkt viel op dat „de onbekende Voetius" belangstelling genoot door velen uit de gereformeerde gezindte maar ook daarbuiten. Voetius was breed georiënteerd. Dit werd ook duidelijk uit een zestiental lezingen die Voetius van verschillende kanten lieten zien. We zullen er een aantal de revue laten passeren.

Prof. dr. C. Graafland refereerde over Voetius als gereformeerd theoloog. De inleider wees op het gereformeerd-zijn van Voetius (het verdedigen van de ware leer) als ook op het theoloogzijn (bevindelijke Godskennis. vroomheid en wetenschap). Hoewel een kind van zijn tijd, zo merkte dc hoogleraar op. is Voetius voluit gereformeerd theoloog te noemen.

Vervolgens ging prof. dr. J.A.B. Jongcneel op een boeiende wijze in op Voetius' zendingstheologie. Naar voren kwam de geweldige kennis die Voetius bezat van de geschriften van de Reformatie, middeleeuwse schrijvers en vroeg-christelijken. Die kennis kwam hem van pas in polemieken met de roomskatholieken. Voetius beschrijft zending in de volgorde van: roeping/bekering - planting van de kerk - tot verheerlijking van God. In tegenstelling tot Rome die leert: planting van dc kerk - roeping/bekering. God is het die zendt, zo leert Voetius ons maar ook tot wie en waartoe, zo beschrijft hij op velerlei wijzen.

Dr. T. Brienen hield een inleiding over Voetius' en Hoornbeecks homiletiek (= predikkunde). Hoewel het volgens de inleider moeilijk is een vergelijk te maken met hun geschreven preken (Voetius drie preken en Hoornbceck écn preek) kan er wel nagegaan worden wat beide over homiletiek geschreven hebben. Hoornbecck. een leerling van Voetius en later diens kollega professor aan de universiteit, vertoont veel overeenkomst met Voetius' behandeling over de predikkunde (of is het andersom? ). Beide stonden vóór een onderscheidelijk/ bevindelijke preek met kennis van de Heilige Schrift. Verder moest er geen geleerdheid ten toon worden gespreid in de preek, maar eenvoud. Beide waren ook van mening dat het gesprokene meer kracht heeft dan het geschrevene. Vandaar de weinig geschreven preken van beide predikanten. Volgens de referent was er wel, zijns inziens, een verschuiving waarneembaar in preckopbouw sinds de reformatie en daarvoor. Niet alleen de tekst „explicatio" (uitleg) en „applicatio" (toepassing) maar ook tussen gevoegd de tekst „doctrine" (leer).

Nadat dr. W.J. op 't Hof „Voetius en de gebroeders Teellinck" behandelde en dr. W.J. van Asselt over „Voetius en Coccejus over de rechtvaardiging" gaf dr, J. van Oort een inleiding over „Voetius en Augustinus". Op het eerste gezicht misschien weinig met elkaar te maken, maar bij nader onderzoek een verrassende ontdekking. Voetius was in staat om soms in een geschrift meer dan tachtig keer Augustinus aan tc halen. Volgens dc inleider niet alleen bewust (met verwijzing naar) maar ook onbewust. De kennis van Augustinus' geschriften was aanwezig en werd uitvoerig benut.

Vervolgens werden de lezingen onderbroken door muziek uit de tijd van Voetius. In die tijd hadden wc in Nederland geen hof-muziek.

omdat wc geen hof hadden, ook geen kerk-muziek, omdat het orgel later in de eredienst werd ingevoerd, maar wel huismuziek. Fraaie 17e-eeuwse huismuziek met clavecimbel, fluit en cello.

Hierna ging dr. A. de Groot in op Voetius' biografie. Naast hetgeen bekend is over het leven van Voetius bleef dc inleider toch zitten met de vraag wie Voetius nu eigenlijk is. Dc innerlijke Voetius dus. Veel onderzoek zal nog moeten worden gedaan om hiervan een beeld te kunnen vormen, zo besloot deze inleider zijn referaat.

Uit het referaat van prof. dr. M.J. van Licburg bleek dat Voetius zich ook oriënteerde op de geneeskunde. Zijn betrokkenheid werd duidelijk uit de gevoerde korrespondentic die hij onderhield met dc „geneesheren" van zijn tijd.

Dr. J.C. Trimp besloot het dagprogramma met een inleiding over „Voetius - Van Lodensteyn". Voetius dc man die midden in Utrechte woonde cn werkte. Die zich gemakkelijk bewoog onder allerlei mensen, de evenwichtige. de man wie oog had voor de arme beursstudent omdat hij het zelf ook was geweest. En dan Van Lodensteyn. die buiten de stad woonde, de „deftige", vol temperament maar ook een man met een innig leven met de Heere. Soms zien we beide zo verschillend maar anderzijds zo verbonden aan het Woord van God en bewogen met hun naaste. Hierin waren ze één, zo rondde de inleider zijn referaat af.

Het avondgedeelte van deze symposiumdag bestond uit een muzikaal deel en een lezing door prof. dr. W. van 't Spijker, getiteld „Voetius practicus". Muziek uil dc laat 17e-eeuw werd uitgevoerd door koor en orgel, waaronder diverse psalmcomposities. Uit de slotlezing bleek dat Voetius een man was niet alleen van grote geleerdheid maar ook van innerlijke vroomheid hetwelk op alle terreinen van het leven moest doorklinken.

Tot slot. Als wc terugkomen op de vraag dat het symposium erin geslaagd is om Voetius meer bekend te maken, dan mogen wc konkludercn met ja!

Mij viel telkens op dat de gehouden referaten, inleidingen. goed te volgen waren ook voor niet-theologen. Uil het scala van behandelde onderwerpen bleek de veelzijdigheid van Voetius. Wie zich nu de moeite zou troosten om zich in het weerbarstige Latijn van de Utrechtse grootmeester in te leven, ontdekt de schatten die hij heeft nagelaten. Zijn kwartijnen houden het langer uit dan onze paperbacks. En dat niet alléén vanwege het perkament.

Bovenal was Voetius een van-God-geleerde. Bevindelijke kennis. Bij Voetius klonk het door in zijn wetenschapsbeoefening. En daarin waren sommige inleiders, in tegenstelling tot Voetius, kind van onze tijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1989

Daniel | 32 Pagina's

„De onbekende Voetius” 1589 - 1989

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1989

Daniel | 32 Pagina's