JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Geen eindstation

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen eindstation

14 minuten leestijd

Moeizaam steekt ze de naald op en neer door de stof, houdt dan keurend het borduurwerk een eindje van zich af. 't Wordt toch goed, ziet ze. Even voelt ze zich voldaan. Zegt dan zacht tegen zichzelf: „Nee, Janneke Verwey, maak je maar geen illusies meer. Je kansen op dit gebied zijn voorgoed voorbij. Beschouw het maar als een leuke hobby en daar mag je tevreden mee zijn." Ze staart mismoedig uit het raam, waar uit een loodgrijze lucht dc regen gestadig valt en plassen maakt in de stille straat.

Het is in me net als buiten, bedenkt ze. Even somber en loodgrijs. Haar gedachten zwerven terug, vooruit denken heeft immers geen zin? Dromen over een mooie toekomst? Ach, dat had ze al zo vaak gedaan. Nu eens had die toekomst er zo uit gezien; dan weer zo. Maar dc werkelijkheid is tot nu toe altijd anders geweest dan haar dromen. En altijd minder mooi.

De werkelijkheid.... In gedachten beleeft ze weer dc voorbije jaren. Ze ziet zich als zorgeloos vrolijke scholiere, een bijna vergeten tijd. Zelfs de examenperiode is wat schimmig geworden in haar gedachten. Ze heeft niet veel last van zenuwen. Wat kan er ook gebeuren als je tentamencijfers goed zijn? Een vragende frons rimpelt Jannekes voorhoofd; vaag weerspiegelen haar trekken in de bijna beslagen ruiten. Nu nog houdt het „waarom" van de tijd op de universiteit haar bezig. Ze ziet zich door de gangen lopen en in de kantine zitten. De gesprekken die ze daar voerde, waren meestal niet van hoog niveau. Een enkele keer kwam het geloof ter sprake. „Maar niet mijn geloof. Kan er dan wat blijven hangen? ", vraagt ze zich nu af. Verloren tijd? De studie Nederlands boeit haar en dc omgang met haar medestudenten valt mee. Ze verwachtte cr helemaal niet bij te horen, misschien zelfs een buitenstaander te zijn.

Zonder dat er echter een woord over is vuilgemaakt, wordt ze in de kring opgenomen. Blijkbaar is het algemene standpunt dat een groep niet kompleet is zonder een vreemde eend in de bijt. Want dat blijft ze. Het is wel eens moeilijk om niet de verstuikte enkel als excuus te gebruiken als ze niet mee gaat een avondje dansen. En af en toe hangt het haar Hink de keel uit om telkens weer te vertellen dat ze wil bidden voor het eten. Als een medestudente meelevend naar haar gebogen hoofd roept: „Zeg, heb je wat onder jc lens? Moet je m'n vloeistof even lenen, 'k heb toch dezelfde", voelt ze de neiging in zich opkomen een flinke snauw te geven. Even glimlacht Janneke en kijkt naar dc druppende struiken. Jammer dat ze die luitjes nooit meer ziet. "Van de meeste weet ze de namen niet eens meer. Geen wonder ook. Binnen een jaar had ze haar studieboeken vaarwel gezegd. Weer speelde de ziekte van Pfeiffer haar parten. Het viel gelukkig wel mee, maar toch zou ze weer een jaar verspelen.

De beslissing dan maar werk te zoeken was geen gemakkelijke geweest. Haar trots had haar nu en dan flink parten gespeeld. Ze bleef een kantoorbaan als een degradatie zien. Maar veel te kiezen had ze niet.

De vele verstuurde sollicitatiebrieven leveren uiteindelijk toch een baan op. Ze is er blij mee. Eindelijk werk. Weliswaar een kantoorbaan, maar jc kunt nu eenmaal niet alles hebben. De eerste tijd is leuk. Alles is nieuw, ze moet erin komen en doet nieuwe indrukken op. Al snel wordt alles routine. Veel afwisseling is er niet. Dat kun je ook niet verwachten als je de linkerhand van de rechterhand van de afdelingschef bent, denkt ze wel eens sarkastisch bij zichzelf. Ongemerkt wordt ze slordiger en op een of andere manier kan ze het niet opbrengen haar aandacht bij haar werk te houden. Het zit haar dwars, maar ze weet niet hoe ze het veranderen kan. Tot ze op zekere dag naar „hogere regionen" wordt geroepen. Daar wordt haar dringend aangeraden een werkkring te zoeken die beter bij haar past.

Wanhopig is ze als het spaak loopt op kantoor. Van de opgewekte Janneke blijft weinig over. Een opgeplakte glimlach voor de buitenwacht, maar in haar.... In haar vechten wanhoop en machteloze woede om voorrang. Moet dan alles haar bij de

handen albreken? Ze heeft het gevoel dat de knellende onmacht alle mogelijkheden die ze in zich voelt woelen dooddrukt.

Haar ouders kunnen die strijd in haar niet bevatten - en wie wel? Ze voelt de bevreemding als ze af en toe een paar woorden loslaat. Soms denkt ze dc beklemming van totaal alleen te zijn niet meer te kunnen dragen. Dan zou ze haar verdriet willen uitgillen, schreeuwen om een mens die haar begrijpt. Maar wie zou het begrijpen? Er zijn er immers duizenden zoals zij?

Bidden? Tot God? Hij moet wel bestaan, maar het is meer haar verstand dat haar dat zegt dan dat zc het gelooft. Als ze zich 's nachts in bed om en om draait, probeert ze zich dc beelden van uitgeteerde kinderlichaampjes in hongerig Afrika voor de geest te roepen. Heeft ze daarbij vergeleken niet ontzaglijk veel? Ze heeft het altijd aangrijpend gevonden, maar nu zegt het haar niks meer. In de inktzwarte duisternis in haar borrelt een plotseling begrip op voor hen die in God niet geloven cn zelfmoord plegen. Uit deze ellende, deze eenzaamheid is immers toch geen uitweg dan de dood? Met een schok realiseert zc zich dat dan het einde er niet is. Vertwijfeld vraagt ze zich af of dc hel donkerder zal zijn dan het leven hier op aarde. Toch.... Nee, de dood brengt geen verlossing.

Ginds, in de boekenkast, moet haar Bijbeltje staan.

Maar het is alsof de vermoeidheid haar lichaam aan dc lakens ketent.... Ze legt haar hoofd weer op het kussen. Dan valt ze in slaap. Wachtend op een volgende lege dag, een volgende doorwaakte nacht. Als ze aan deze tijd terugdenkt, voelt ze weer de angst die haar als een zware deken langzaam smoort. In haar leeft de verwondering dat zc terug mocht komen naar een weg waarop meer licht schijnt. Lang heeft ze gedacht die weg alleen afgelegd te hebben. Maar ze heeft gezien dat God, onzichtbaar, haar leidde. Ook nu is het soms bittermoeilijk te blijven geloven dat het leven niet voor niets is, geen zinloze aaneenschakeling van hoogte-en dieptepunten.

Een door de wind opgejaagd herfstblad kleeft tegen de ruit. Janneke staart ernaar. En toch is mijn leven meer dan zo'n warrelend blad, schiet het door haar heen.

Weer glijden haar gedachten terug. Regen.... donkere dagen.... Ze ziet zich op de fiets, in een regenjas, naar een sollicitatiegesprek trappen. Het lijkt bij iedere poging om een nieuwe baan te krijgen te horen: regen, somberheid. Met de moed der wanhoop schrijft zc op een piepkleine advertentie.

„Meisjes gevraagd in atelier. Ervaring met naaldwerk noodzakelijk. Liefst enige vaardigheid in kledingontwerpen".

Handwerken is Jannekes grote hobby. Menig borduurwerk heeft ze ontworpen en uitgevoerd. Nu blijkt haar dat van pas te komen. De advertentie is blijkbaar te klein geweest om veel mensen aan te lokken. De eigenaresse van het atelier - noem me maar Miek, zegt die meteen - wil haar een kans geven. „Als je bang bent om hard te werken, kun je er beter niet aan beginnen", krijgt ze al direkt tc horen. „Je hoeft voorlopig alleen dc ontwerpen van anderen uit te voeren. Wat jij maakt dient als proef. Als er belangstelling voor is. wordt het in massa geproduceerd.”

De tijd op het atelier vliegt voor haar gevoel voorbij. De sfeer is goed. Miek ziet ze zelden, wat die precies doet blijft wat wazig. Waarschijnlijk houdt zc zich voornamelijk bezig met het verkopen van de produkten.

Ook met de twee hoofdontwerpsters heeft ze geen diepgaand kontakt. Anders is dat met Cintha, die net als zij de jongste-bcdiende-rol verwilt. Samen praten zc heel wat af. Soms zetten ze een zware boom op boven dc luchtige stof die zc met fijne steekjes borduren. Vaak valt Janneke zichzelf tegen.

Cintha. die alleen „voor de gezelligheid" wel eens naar de kerk gaat, blijkt over heel veel dingen dieper nagedacht te hebben dan zij. Zc ontdekt dat voor haar het geloof puur aan de buitenkant hcefl gezeten. Het was zo vanzelfsprekend dat je er niet over nadacht. Soms blijkt Cintha zelfs beter op dc hoogte van wat cr in Jannekes kerk gedacht wordt dat Janneke zelf. Dat verbaast haar wel eens.

Al snel wordt echter het raadsel opgelost. Op Cintha's verjaardag komt Janneke naast een van Cintha's vriendinnen tc zitten. Nettie blijkt van dezelfde kerk als Janneke. Al direkt komt een fijn gesprek op gang en Janneke gaat niet naar huis voor ze een afspraak met Nettie genoteerd heeft.

Binnen korte tijd komt Janneke vaak bij Nettie over de vloer. Ze heeft soms het gevoel dat ze bij dit gezin pas thuiskomt. In dc warme, open sfeer durft ze haar mening tc zeggen, ook als die anders is dan van Nettie of haar broers of zus. Ze voelt dat een andere gedachtengang hier beslist geen reden is voor minder waardering voor haar. Dat is thuis wel anders,

meningsverschillcnworden daar tot op de bodem uitgevochten en voor de verliezer is er hooguit een meewarige glimlach.

Op het atelier raakt Janneke steeds beter ingeburgerd. Langzamerhand wordt zc, evenals Cintha, bij steeds meer facetten van het ontwerpen betrokken. Miek en haar twee rechterhanden, zoals Janneke de ontwerpsters in stilte noemt, zorgen zelf voor dc opleiding van de meisjes. „Ik heb me altijd aangesproken gevoeld door de gildes, die manier van Ieren heeft per slot van rekening de meest gedegen vaklieden opgeleverd. Beschouw jezelf hier dus maar als leerknaap", had Miek kort en goed verklaard loen Cintha naar de mogelijkheden van een officieel erkende opleiding vroeg. Micks manier van opleiden is gedegen, dat merkt Janneke al snel. Naast de praktijk van handwerktechnieken en het pure ontwerpen krijgt ze een flinke brok theorie te verteren in dc vorm van kostuumgeschiedenis, kleurenleer en materiaalkennis. Cintha en Janneke vormen

volgens Miek een puik duo. Dc een heeft goede kijk op de mogelijkheden van de materialen. de ander heeft een prima gevoel voor hel gebruik van de juiste kleuren. Gelukkig maar dat wc in verschillende dingen goed zijn, denkt Janneke bij zichzelf. Nu al voelt ze af en toe een jaloerse steek als Miek Cintha een pluimpje geeft. Wat moest het worden als ze zicht met Cintha ging meten op gelijke onderdelen?

De plotseling fel neerplenzende regen vormt bellen op de plassen. Morgen weer regen, zegt Janneke gedachteloos voor zich heen. Regenbellen, zeepbellen, illusies.... Wat had ze grote verwachtingen gekoesterd. Samen met Cintha zou ze.... Ja, toch minstens een artistiek boetiekje in een peperdure winkelstraat. Allemaal eigen ontwerpen, ieder stuk zou uniek zijn. Chique kleding, extravagant of vol eenvoud, in bonte pracht of tere kleuren. Zeepbellen....

Een hevige herfststorm blaast echter plotsklaps Jannekes illusies in de meest letterlijke zin van het woord omver. Als ze zich op een late oktobermorgen naar haar werk rept, waait met een forse windvlaag een tak tussen de spaken van haar fiets. Zo plotseling gestuit in haar vaart kan ze zich niet in evenwicht houden. Geschrokken krabbelt ze een tel later overeind. Gelukkig, geen mens in de buurt....

Voor ze echter haar fiets kan inspekteren, voelt ze een heftig stekende pijn in haar hand. Zc kan haar vingers onmogelijk bewegen, Die zien cr waarschijnlijk net uit als de spaken van m'n voorwiel, denkt ze met nog een flits van humor. Dc pijnscheuten dwingen haar gedachten echter snel een andere richting uit. Gelukkig is er een huisartsenpraktijk in de buurt. Het verwondert Janneke niets te horen dat zc naar dc polikliniek moet om haar gebroken vingers verder te laten behandelen. Ze belt haar moeder en even later zitten ze samen in de poli te wachten bij dc röntgenafdeling. Janneke betreurt haar „huisarrest". Maar ze kan met haar ingezwachtelde vingers met geen mogelijkheid stof of een naald vasthouden, laat staan dat ze ermee werken kan. Na een paar weken zijn de botbreuken weer genezen. Echter, het gewricht van haar wijsvinger blijft behoorlijk stijf. Ook na dc nodige fysiotherapie blijft de vinger onwillig.

Eerst probeert ze het voor Miek te verzwijgen, ervan uitgaande dat het allemaal wel goedkomen zal. Maar de hoeveelheid werk die uit haar handen komt spreekt voor zich. Het duurt ook niet lang of Miek roept haar apart. , , 'k Vind hel heel naar voor je. maar dit kan zo niet", deelt die haar mee. „Ik kan helaas geen liefdadigheid bedrijven, ook dit atelier is business. Door jouw tempo moet ik klanten laten wachten cn dat nemen ze niet, begrijpelijk. Het spijt me echt voor je, ik had wat van je kunnen maken." Als een geslagen hond gaat Janneke terug naar haar plaats. Gedachteloos bijna neemt ze afscheid van Cintha. Ook die is met stomheid geslagen. Als Janneke met een matte armzwaai de deur uitgaat, roept Cintha haar nog na:

„Maar ik vergeet je niet hoor. Ik bel je snel."

Pas als Janneke naar de fietsenstalling loopt, begint het tot haar door te dringen wat er is gebeurd. Ze grist haar fiets uit het rek. jaagt, vlucht bijna, naar Ncttics ouders.

Ze vindt alleen Netties moeder thuis. In een oogopslag ziet die dat er iets grondig mis moet zijn. „Zeg het maar? ", vraagt ze zacht.

Dan barst Janneke in een heftige huilbui uit. Met horten cn stoten komt het hele verhaal. Ze heeft wel vaag gedacht dat hel zó niet blijven kon. Maar het ging zo snel.... en zo kil. Het is meer dan ze op dit moment verwerken kan.

Stil heeft Netties moeder geluisterd. „Iets doen kan ik nu niet voor je, maar er is er Een die dat wel kan. Zullen we het Hem samen vertellen? "

Stom knikt Janneke. Dan vult de zachte stem de keuken, af en toe klinkt nog een hokkende zucht. Na het „amen" kijken ze elkaar aan. Als Netties moeder ziet dat dc grootste onrust uit de ogen tegenover haar is verdwenen, zegt zc: „Ga nu maar naar huis, voor de anderen komen. Dc deur hier is altijd voor je open. En niet alleen hier hc, dat weet je toch ook? " Ondanks het gevoel dat alles in haar schrijnt, voelt Janneke zich als ze naar huis fietst, kalm; tevreden bijna. tot haar eigen verwondering. Een enkele zonnestraal schiet lussen de donkere wolken door en tovert diamantjes tussen de laatste herstbladeren. Janneke ziet het. Zc schudt haar hoofd. Dat past niet bij haar gedachten. Toen. bij Netties moeder leek het allemaal zo aanvaardbaar. Maar nu.... Nee. de heftige machteloosheid die zc voelde toen ze de vorige keer thuis zat. kent ze nu niet. Eerder voelt ze een doffe berusting. En toch. af en toe, voelt ze: wat God doet kan niet anders dan goed zijn. Maar hoe? En waarom?

Moeizaam steekt ze weer de naald door de stof. Het gaat langzaam. Niet tc langzaam echter voor de aandachtig toekijkende vrouwen. Als iedereen het begrepen heeft, gaan ze aan de slag. Janneke staart door de deuropening naar de spelende kinderen op het zonovergoten dorpsplein. Weer dwalen haar gedachten terug. Wal is er veel gebeurd sinds die regenachtige zaterdagmiddag, nu twee jaar geleden. Ze mag nu haar kennis overdragen in het vluchtelingenkamp en zo de ontheemden helpen bij het opbouwen van een eigen bestaan. Bovendien kan ze tijdens haar werk iets vertellen van Gods Woord. Beschaamd denkt ze aan de periode in het atelier. Wat was ze ervan overtuigd, dat ze haar bestemming gevonden had. Zc voelde dat weliswaar als Gods wonderlijke leiding. Maar toch. wat was ze inwendig trots op haar talenten. Het is een tussenstation geweest. F.cn periode waarin ze leren moest voor haar huidige taak. En nu? Weer een tussenstation. Een eindstation zal ze immers op aarde niet vinden....

Riëtta Koninks

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1989

Daniel | 32 Pagina's

Geen eindstation

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1989

Daniel | 32 Pagina's