JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het vuur van de roddel...... is het al gedoofd?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het vuur van de roddel...... is het al gedoofd?

10 minuten leestijd

Nauwgezet en ingespannen is een beeldhouwer bezig aan een kunstwerk. Dit werk is nu echt zijn lust en zijn leven. In het vervaardigen van het produkt kan hij zichzelf kwijt en iets van hemzelf wordt er in neergelegd. Wat is hij dan ook verheugd als uiteindelijk het kunstwerk klaar is. i Krijgt natuurlijk een mooi plaatsje in z'n atelier. Trots is hij. maar ook voorzichtig. Zijn beeldhouwwerkstuk mocht eens omvallen!

Mogen we liet beeld verleggen? Dan wijzen we elkaar op de Volmaakte Kunstenaar, de Schepper van de hemel en dc aarde. Wat heeft Hij alles goed en volmaakt geschapen. En het pronkstuk van de gehele schepping was wel de mens.

Alles van die mens was volledig gericht op God. zijn Schepper: zijn handen, zijn voeten, zijn ogen. zijn tong. God schiep de mens dan ook naar Zijn beeld. Hoe treffend staat dat verwoord in artikel 14 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: „Wij geloven, dat God de mens geschapen heeft van het stof der aarde en heeft hem gemaakt en geformeerd naar Zijn beeld en gelijkenis; goed. rechtvaardig en heilig; kunnende met Zijn wil in alles overeenkomen met de wil Gods."

Terwijl nu die hele schepping sprake-loos en woorde-loos was. schiep God een sprekende mens. Wat een wonder, nu konden Adam en Eva hun Schepper eren. loven en prijzen. En dat konden ze in het paradijs volmaakt doen!

Vuile woorden....

Wat is het diep aangrijpend, dat we dit alles moeten schrijven in de verleden tijd!

Want, wat heeft de zondeval ons spreken totaal veranderd! Sinds die tijd heeft dc satan, dc aartsleugenaar, ons mensen in beslag genomen. En dat niet zó maar, voor een gedeelte; nee. de totale mens. Dus.... ook onze tong'. Satan zette daar als het ware zijn stempel op en zei:

„De tong is vanaf nu mijn eigendom; ik annexeer die tong." Zei vroeger een godgeleerde het niet. dat de mens sinds de zondeval een duivel in zijn oog heeft, in zijn oor en op zijn tong'? En daarom is in ons spreken het beeld Gods niet meer te vinden. Wel vinden we er nu de trekken van de satan. Laten de eerste woorden van Eva na de zondeval dat niet schrijnend duidelijk zien? En denk eens aan de woorden van Potifars vrouw, die Jozef in de gevangenis brachten; aan de verlammende woorden van dc reus Goliath en aan dc vuile woorden van de vorsten van de

Meden en de Perzen die uiteindelijk Daniël in dc leeuwenkuil brachten. En - wat dichterbij - zo leven óók wij vanuit die grote leugenaar en daarom is ons leven een en al bedriegelijkheid. En dat tegen God en tegen onze naaste!

„Woorden moorden", zei vader Cats

De Duitsers hebben trouwens over ons omgaan met de naaste een heel typerende uitdrukking. Zij zeggen, dat wij met elkaar omgaan als „feindliche Briider". oftewel „vijandelijke broeders". Wel tégen elkaar gekant en ook fél tegen elkaar gekant, maar van nature broers van elkaar; lappen van dezelfde stof.

Allemaal leugenaars. En natuurlijk vindt de één de ander een veel grotere leugenaar en de grootste leugenaar weten we waarschijnlijk allen wel aan te wijzen. Maar.... hoe is óns spreken dan?

Rusteloos en ook vaak tomeloos beweegt zich onze long. En laten we samen dan wel bedenken, dat onze woorden grote gevolgen kunnen hebben. Heel bekend is het verhaal van die éne lucifer die achteloos werd weggegooid, maar een grote bosbrand veroorzaakte cn daarbij tot gevolg had dat vele hektaren bos in vlammen opgingen. Zo is het ook met onze woorden. Eén achteloos uitgesproken woord kan rampzalige gevolgen hebben. Wat een kracht hebben woorden. Niet voor niets wijst Jakobus cr ons op welk een machtig wapen dat kleine tongetje is. Het is als een klein roer dat in de grootste stormen een heel schip doet draaien.

Jullie kennen allemaal wel dc uitdrukking: „Geen woorden maar daden". Maar weet je. dat de hebreeuwse taal voor woord en daad maar één woord kent, namelijk het woord „dabar"? Een woord is meteen ook daad! Een woord breekt af of bouwt op! Inderdaad, van tweeën één!

Eigen werken des duivels

Een heel onschuldig tijdverdrijf lijkt te zijn het zogenaamde roddelen. Je kent dat wel, dat „heerlijk" praten over een ander die cr toch niet bij is. We zouden heel wat voorbeelden kunnen noemen. Hier komen er wat: „Joh, heb je het óók al gehoord? Jan schijnt thuis de hele boel te tyranniseren; z'n zus heeft het ook lang niet gemakkelijk, maar ja, wat wil je ook? Het huwelijk tussen die ouders schijnt óók niet best tc zijn. Men zegt. dat ze uit elkaar willen. Erg hè? Maar.... vertel het maar niet verder hoor." Ergens anders, tijdens de koffie: „Heb je 't ook al gehoord, dat die man zo vreselijk veel drinkt? 't Is toch ook verschrikkelijk...." En weer ergens anders: „Zeg. de verkering van die twee staat ook op springen he? Nee. 'k heb het gehoord van m'n vriendin en die heeft het uit een betrouwbare bron."

En wat tc denken over ons kerkelijk geroddel? Hoeveel tijd zal er besteed worden aan gesprekken over dominee A. die „niet vies is van geld" en over dominee B. „die alweer een nieuwe auto rijdt en voor wie geen pastorie te groot is" en over dominee C. „die wel een goede leraar, maar een slechte herder is. want...."? Wal is het goed om ons hierin nauwgezet te onderzoeken, want roddelen, 'l is echt niet zo onschuldig als het lijkl! Weel je hoe de Catechismus roddelen noemt? Heel aangrijpend wordt het geschaard onder de „eigen werken des duivels". Dc satan zeifis namelijk van dit „gezelschapsspel" de onzichtbare spelleider. Het „roddelspel" duurt vaak lang en 't is soms ook spannend. De aandacht blijft er doorgaans goed bij. Aan gretige spelers ontbreekt het meestal niet. terwijl spelbrekers tot een zeldzaamheid behoren. Toch.... het is een merkwaardig spel. want iedereen die meedoet verliest, zonder dat men het zelf beseft! De onzichtbare spelleider wint altijd, speelt altijd met sukscs mee. En de deelnemers hebben niet door dat gespeeld wordt.... met vuur. 'k Las in een catechismusverklaring dc indringende woorden: „Wie roddelt is een machinist op de vuurovens van dc hel". Zijn er geen voorbeelden tc noemen, dat door de smerige roddel mensenlevens zijn verwoest en verhoudingen kapot zijn geraakt? En dat in families en in de kerk?

Spraak maakt openbaar!

De Heere Jezus zegt in Mattheüs 15 : 18: .Maar de dingen die dc mond uitgaan komen voort uit het hart en dezelve verontreinigen de mens." De spraak maakt de mens dan ook werkelijk openbaar. Evenwel, niet zonder gevolgen! Zacharias Ursinus schrijft in zijn „Schatboek" dat de roddelaar tenminste drie personen kwetst en verontreinigt, te weten: e roddelaar zelf; degene over wie men roddelt én degene die het aanhoort. Hij schrijft dan: Als dc achterklapper zich niet bekeert, dan wordt hij daardoor (door hel achterklappen) uitgesloten van de gemeenschap Gods. zoals de profeet David getuigt in Psalm 15 : 1 en 3: Heere. wie zal verkeren in Uw tent? Wie zal wonen op de berg Uwer heiligheid? Die met zijn tong niet achterklapt, zijn metgezel geen kwaad doet en geen smaadrede opneemt tegen zijn naaste." Ook degene over wie wordt gepraat, wordt gekwetst, zo vervolgt Ursinus, want „hij leidt schade in zijn goederen, of in zijn goede naam of leven of in alle die tesamen." Maar ook die het aanhoort, wordt gekwetst, zo schrijft deze jonge godgeleerde, „vooral als zijn oren openstaan om achterklap graag te horen en als hij de naaste of vriend van wie de achterklap gesproken wordt niet tol diens eer verdedigt en voorspreekt." Dan is het waar. dat we dat duiveltje niet alleen dragen op onze tong. maar ook gehuisvest hebben in ons oor!

Mag ik hel je eens vragen: hoe is dat bij jou? Hoe ga jij cr mee om als iemand tegen jou over een ander spreekt in negatieve zin? Wijs je hem of haar op Gods Woord, dat ons zegt. dat wc zaken die we zéggen erg te vinden clan maar niet bij de buren cn vrienden moeten brengen, maar dat dc beste plaats dan is de binnenkamer?

Of... draag je nieuwe brandstof aan op hei onheilige roddelvuur. zodat de vlammen nieuw voedsel krijgen en huizenhoog oprijzen? Alweer, de catechismus zegt ons dat we zodoende „de zware toorn Gods op ons laden". En hoe kunnen we die last ooit dragen als we straks voor God staan?

Hoe beoordeel je een ander?

De vraag kan bij je opkomen of je dan nóóit over een ander mag spreken, 'k Begrijp je: soms wordt er aan jou een beoordeling gevraagd van iemand. Heel duidelijk is dat bijvoorbeeld het geval bij een

isollicitaiieprocedure. Dan moet jc toch een oordeel geven.' Inderdaad, en een eerlijk oordeel ook! Daarom mag je voor jezelf gerust opmaken wat iemand waard is. Maar laten we dat voorzichtig, ernstig en oprecht doen! Laten we dan iemand beoordelen op wat hij heeft en niet op wat hij niet heeft. En vooral.... laten wc niemands naam schenden, want wie zijn naam en eer kwijt is die is alles kwijt! Zo heel snel wordt een /voordelen van iemand verlegd naar een veroordelen. Dan wordt er een negatief oordeel uitgesproken over iemands leven zonder iemands diepere achtergronden te kennen of te onderzoeken.

Het ..men zegt ", de onheilige onbekende wordt dan de raadsman die het uitspreken van het oordeel bepaalt. En inderdaad, dan hebben we de klok horen luiden, terwijl luider en klepel ver zoek zi jn. 'k Geloof dan ook als we informatie over iemand (moeten) verstrekken we ons dan voor Gods aangezicht moeten afvragen: „Waarom vertel ik dit en waarom verzwijg ik dat? Heb ik het belang van Gods waarheid op het oog? "

Onder ons komt het helaas ook voor. dat we onze naaste in geestelijk opzicht „lichtelijk veroordelen of helpen veroordelen". Dan trekken we de genadestaat van een ander sterk in twijfel. Wat is dat een gevaarlijke bezigheid, want als er in het leven van die ander nu eens wel iets van God bij is? Heeft de Heere lezus het niet waarschuwend tegen ons gesproken: „Oordeelt niet. opdat gij niet geoordeeld wordt. Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden en met welke maat gij meet zult gij gemeten worden"? 't Zal wat zijn het hele leven lang anderen afgekeurd te hebben om straks in Gods gericht zelf afgekeurd en dan - werkelijk terecht - veroordeeld te worden!

Voor Gods gericht

Voor Gods gericht, daar zullen wij straks allen staan. En dan zal dat gericht ook gaan over onze tong! Daarom mogen we het elkaar afvragen: hoe gebruiken wij onze tong?

Roddelen we vrolijk mee? Dan moet onze tong straks voor eeuwig verstommen! Ofontloop je het roddelen cn veroordelen? Strijd je er biddende tegen, omdat je er achter kwam dat je niet mee tnag doen aan duivelswerk?

Ben je er - door Gods genade - achter gekomen dat de zware toorn Gods ook daardoor op je geladen werd? Als de Heere ons spreken weegt op de weegschaal van Gods geboden dan slaat die zo hopeloos door. Maar hoe kan het clan toch. dat Paulus de Efeziërs oproept een goede rede te spreken lot nuttige stichting, opdat ze genade mag geven degenen die ze horen? Is er dan toch nog een goed spreken? Ja. die is er. maar ze komt niet bij ons vandaan, maar bij God Die de Waarheid is. Zijn Woord is de goede rede voor de vuile wereld. Als dat Woord beslag op ons leven gaat leggen door de Heilige Geest dan doortrekt dat ons hele leven. Dus.... ook ons spreken! De Heilige Geest zet dan als het ware Zijn stempel op onze tong: „Deze tong is nu (weer) van Mij". Dan wordt die tong weer gericht - weliswaar nog in beginsel - op de eer van God én op het welzijn van de naaste. Nee. dan is er een strijd tegen het vuur van de roddel en een hartelijke begeerte naar de waarheid. Dan leren we ook, dat het beter is voor onze naaste te bidden en mét hem te spreken, dan óver hem te roddelen. Dan gaan we nog wel eens een goed woord spreken voor on/.e naaste. En dan blijft er elke dag niets anders over dan het gebed:

„Laat U mijn tong en mond en 's harten diepsten grond toch welbehaaglijk wezen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1989

Daniel | 32 Pagina's

Het vuur van de roddel...... is het al gedoofd?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1989

Daniel | 32 Pagina's