„L.B.O.-jongeren: open en bereid om hun handen uit de mouwen te steken”
vraaggesprek met twee L.B.O.-docenten
Lager Beroepsonderwijs (LBO) is vaak het kind van de rekening. Ook in ..Daniël". Een vraag die de redaktie steeds bezighoudt, is: hoe kunnen we lbo-jongeren meer bij ons jongerenblad betrekken? In deze jaargang willen we een poging wagen. In dit nummer starten we met de rubriek „In beeld". In deze rubriek vertelt een jongere iets over zijn of haar werk en opleiding. Als inleiding op deze serie een gesprek met G. Middelkoop van C.L.M. van den Berge over het lbo-onderwijs. Op „De Vaan" in Rotterdam-Zuid zijn ze een aantal jaren eikaars kollega's geweest. Daarna gingen hun wegen uiteen. Van den Berge is inmiddels docent maatschappijleer aan de I'lanciusscholengemeenschap in Rotterdam. Tevens is hij als dekaan aan deze school verbonden. Middelkoop werkt op de Udemansscholengemeenschap in Hoevelaken. Hij geeft les in godsdienst, vaktekenen en timmeren. Een groot deel van zijn tijd vult hij met het adjunkt-direkteursschap. Uil het gesprek blijkt dal beide docenten het I.BO-onderwijs een warm hart toedragen.
Hoe zou u de jongeren die Lager Beroepsonderwijs volgen, willen typeren? Van den Berge: ..Allereerst zijn ze meer op het praktische dan op het theoretische gericht. Dat houdt dus in dat ze liever met hun handen werken. Ze hebben een hekel om boven boeken te zitten. Leren doen ze vaak met tegenzin, al zijn er ook leerlingen die het wel leuk vinden. Hun voorkeur gaat uit naar de praktijkvakken. Als je dc meisjes die kunnen koken en de jongens die kunnen timmeren in het praktijklokaal loslaat, leven ze helemaal op."
Middelkoop: „Ik vind deze jongeren erg open. Je moet niet met hele verhalen bij hen aan komen als je iets uitlegt. Een korte en duidelijke uitleg en daarna aan het werk. Dat is de manier waarop je met deze jongeren werkt. Ze zijn erg bereid om hun handen uit de mouwen te steken.
Verder reageren ze vrij direkt. Je weet gauw wat je aan ze hebt. Ze geven snel hun mening, hoe die dan ook is.
Ze zeggen gewoon waar het op staat. Dat vind ik positief."
Hoe vullen deze jongeren vrije tijd? hun
Middelkoop: „De een heeft een brommer waar hij wat aan sleutelt en op rond rijdt. Een ander is in z'n vrije tijd steeds op de boerderij te vinden. Een derde heeft een
bijbaantje. Vooral wat dat laatste betreft, zijn er legio mogelijkheden: supermarkt, groenteboer, vrachtwagenbedrijf, enzovoort."
Van den Berge: „Veel van deze jongelui knutselen graag in hun vrije tijd. Degenen die in de elektro-klas zitten werken in hun vrije tijd bijvoorbeeld met zo'n elektro-doos. Anderen helpen hun vader of hij nu vrachtwagenchauffeur is of elektricien of zelf een zaak heeft, dat maakt niet uit. Op zondag lezen ze cn doen ze spelletjes. Dan - zo zeggen ze - mag je verder niks."
Opvallend is dat deze jongeren - generaliserend - zo weinig lezen. Hoe komt dat?
Middelkoop: „Voor lezen moet je je vrij langdurig inspannen en lang stil zitten. Veel jongeren hebben moeite om zich echt te concentreren.
Wanneer gaal hij echt verder met lezen? Als het hem echt pakt. Hij leest wel. maar dan een verhaal dat niet te moeilijk is en met vrij grote afwisselingen zodat iedere keer een nieuwe gebeurtenis volgt die de aandacht trekt. Ontbreekt dat laatste element dan haakt hij echt af. Vandaar dat een stripverhaal tot de verbeelding van deze jongeren spreekt."
Van den Berge: „Maar je moet wel verschil maken tussen jongens en meisjes. Meisjes pakken sneller een boek dan jongens. Je moet dit alles niet veralgemeniseren. Je moet niet alle jongeren over één kam scheren, want onder jongens zijn ook heel verwoede lezers."
Is het belangrijk voor deze jongeren om te lezen?
Middelkoop: „Zonder meer. Kijk maar eens naar de moderne kommunikatiemiddelcn. Thuis komen ze daar vaak minder mee in aanraking dan hun leeftijdgenoten op andere scholen.
Door wat ze zien en horen weten hun leeftijdgenoten veel meer. Daarom is het voor onze jongeren belangrijk dat ze lezen. Daarbij zijn pakkende onderwerpen in een eenvoudige taal en een leuke opmaak van belang."
Van den Berge: „Lezen is vooral belangrijk voor onze jongeren als het gaat over de aktualiteiten. Zij moeten er meer moeite voor doen om aan hun informatie te komen. En lcz.cn is een hulpmiddel om aan die informatie te komen. Het is belangrijk dat de jongeren inzien dat ze kennis moeten nemen van de wereld om hen heen. willen ze er iets van afweten. Ook leren ze op die manier hun mening beter te verwoorden. Want dat is ook vaak moeilijk voor hen."
Op het lbo-onderwijs wordt vrij snel een etiket geplakt: dat zijn de kinderen die het slechtst kunnen leren. Hoe komt dat? Van den Berge: „Dat begint al op de basisschool. Er zijn kinderen die altijd achterin in de klas zitten, die niet zulke hoge cijfers halen, die niet zo goed zijn in rekenen cn taal cn die slecht kunnen onthouden. Dat vindt een kind niet leuk. En zijn of haar klasgenoten hebben dat snel genoeg in de gaten. Zo'n kind wordt alleen op het verstandelijke beoordeeld.
Dan krijg je nog een keer een Cito-test. Daar rollen ook weer gegevens uit. Dan krijg jc toch een sfeer van: atheneum, dat staat helemaal bovenaan. Alles dat daar onder zit, is minder. En daar onderaan bungelt tenslotte. als we niks meer hebben en als je echt niks anders meer kunt. dc LTS of dc LHNO of de LAS."
Middelkoop: „Volgens mij heeft dat ook te maken met het idee dat bij de ouders vaak leeft. Volgens hen leer je op de LTS of huishoudschool niks. Daar houden ze je gewoon bezig. Er zijn ouders die ondanks de slechte resultaten hun kinderen op de mavo houden. Maar met een lbo-diploma kun je vaak beter in de maatschappij terecht dan met een mavodiploma."
„Kijk overigens ook eens naar het reformatorisch onderwijs. Wat voor school stichtte men het eerst? Een kweekschool. Daarna kwam de havo. het atheneum en de mavo. Na een aantal jaren kwam pas het lbo aan dc beurt. Dat strijdt een beetje met de samenstelling van de bevolkingsgroep uit onze kring. In grote lijnen is het reformatorisch onderwijs van bovenaf opgebouwd terwijl onze bevolkingsgroep net andersom is samengesteld.
Dat heeft waarschijnlijk ook iets met die negatieve beeldvorming te maken."
Hoe gaan de jongeren dat etiket om? zelf met
Middelkoop: „Als ze bij ons op school binnen komen en ze gaan aan het werk dan hebben ze er niet zoveel last van. Het is voor hen juist een hele ervaring: in plaats van vijfjes cn zesjes halen ze nu hele andere cijfers. Dc kinderen voelen zich direkt in deze (praktische) wereld thuis."
Van den Berge: „Weet jc welk woord je daarvoor moet gebruiken? Opbloeien. Die kinderen zie jc opbloeien. Ze krijgen nieuwe vakken. Het tempo ligt lager. Er is een hele andere manier van werken, enzovoort."
Middelkoop: „Wel zien jongeren die teruggeplaatst worden van de mavo naar het lbo het vaak als een afgang om naar een lbo-school tc gaan. In het begin vinden ze dat heel vervelend. Maar als je ze er later naar vraagt, reageren ze heel anders."
Veel ouders sturen hun kinderen liever n iet naar een LTS of een LHSO omdat ze dc sfeer op 70 n schoot een gevaar voor hun kinderen vinden IVut vindt u duanan'
Middelkoop. ..'loon wc geen eigen scholen hadden, was die gedachte reëel De eigen scholen zijn dan ook uit bittere noodzaak geboren. Kinderen uit onze richting hadden het erg moeilijk op die scholen. Daar hadden ouders denk ik moeite mee. Maar die weerstand mag nu niet meer spelen. En toch is het nog zo. Ik merk het om me heen."
Van den Berge: „Het is jammer dat er dan toch nog naar de sfeer wordt gekeken in plaats van naar wat de school inhoudelijk te bieden heeft.
Er zijn legio mogelijkheden om na het lbo een beroep te kiezen."
Je hoort nog weieens dat een atheneumleerling vijf talenten heeft en een lbo-leerling één. Is dal zo?
Middelkoop: „Ik zie een talent als een gave die iemand heeft meegekregen om in het leven te kunnen funktioneren. Dan kun je niet zeggen dat een LBO-er minder talenten heeft dan iemand die op het atheneum zit. Nee, ze zijn anders begaafd. Een lbojongere is vaak op een kleiner gebied heel sterk begaafd. En op dat terrein komt hij een heel eind. Neem eens als voorbeeld een tandarts en een automonteur. We zeggen dat een tandarts erg goed begaafd moet zijn. Hij bedrijft de hele dag een stuk techniek. Maar een knul van zeventien, achttien jaar die in dc garagestaat en een hele motor uit elkaar sloopt, heeft ook een stuk begaafdheid. Hij lost allerlei problemen op die verband houden met de motor, enzovoort. Is zo'n jongere minder getalenteerd dan de tandarts? Ze hebben elkaar juist nodig. Stel dat de tandarts met z'n autootje langs de weg staat. Dc lbo-er komt langs en ziet dat. Hij sleutelt wat aan de motor en de tandarts kan weer verder. De een kan dingen die de
ander niet kan."
Van den Berge: „Ieder kind heeft gaven van hoofd, hart en handen. En dat in verscheidenheid. "Voor iedereen geldt dat ze hun gaven moeten besteden. Dat ze die moeten ontwikkelen via een schoolopleiding en daarna als ze gaan werken. Tot eer van
God en ten dienste van de naaste, 't Is jammer dat veel mensen denken dat een atheneumleerling vijf talenten heeft en er tien van maakt en dat de lbo-leerling er één heeft en die vaak in de grond stopt. Er leeft soms teveel het gevoel dat je dc top moet
bereiken om iemand te zijn. Hel moet allemaal hoger en meer. Maar als een meisje de gave heelt om kleren te naaien en die te vermaken en ze heeft er plezier in. dat hoeft zij toch geen direkteur te worden van een textielbedrijf? "
Als we naar de arbeidsmarkt kijken, in welke banen komen de lbo-jongeren zoal terecht? Van den Berge: „In ons land volgen momenteel 9000 jongeren een opleiding in het leerlingstelsel van de Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf (S.V.B.). Dat betekent vier dagen werken en twee jaar lang een dag leren. Dat zijn jongeren die na de LTS een baas hebben opgezocht en daar werken en nog een dag in de week theorie opdoen. Dat aantal geldt niet alleen voor dc bouw: metselaars, timmermannen, betonstaalvlechters, enzovoort.
Maar ook andere sektoren zoals textiel, agrarische beroepen, motorvoertuigentechniek, metaal, elektro en de verzorging hebben zo'n opleiding. Dus duizenden jongeren komen in bovenstaande beroepen terecht.
Ook gaan er veel naar het reformatorisch Middelbaar Beroepsonderwijs zoals de Sara Nevius in Amersfoort."
Middelkoop: „Bij ons op school komen vrij veel jongeren op de boerderij terecht, ondanks dat ze bijvoorbeeld bouwtechniek hebben gevolgd. En verder in de garages. Meisjes gaan vooral naar winkels en in de verzorging onder andere de kraam."
„Maar een beroep dat zeker onderstreep! moet worden is leerkracht in het LBO. Daar is een grote behoefte aan, met name in de praktische vakken zoals mechanische techniek, bouwtechniek en huishoudkunde. Je kunt dat via het Middelbaar Beroeps Onderwijs zoals MTS doen. Daarna een dag-of avondopleiding bij het Nederlands Genootschap voor Opleiding voor Leerkracht in het Lager Beroepsonderwijs. Een andere mogelijkheid is eerst de LTS, daarna de vakopleiding via het leerlingenstelsel en tenslotte het Genootschap."
Hoe ziet het werkaanbod voor lbo-jongeren? eruit
Van den Berge: „Het maakt niets uit. Ze kunnen overal aan de slag. Over een aantal jaar vreest men zelfs een struklureel tekort aan vakmensen. Er zijn veel grote bedrijven die zo jongeren kunnen plaatsen. In de regio
Rotterdam zocht men afgelopen tijd naar jonge schilders en ze konden er bijna geen krijgen."
Middelkoop: „Voor ccn lboleerling is er meer werk te vinden op de arbeidsmarkt dan voor een mavo-leerling. Jongens krijgen achter elkaar een baan. Ze worden soms zelfs van school gehaald!
Voor de meisjes is de kans op werk wat minder groot. De mogelijkheid om werk te krijgen, stimuleert de jongeren wel. Je kunt nu zeggen: jongens als je je diploma haalt kun je gelijk aan het werk."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 februari 1989
Daniel | 32 Pagina's