JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het prof. G. A. Lindeboom Instituut

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het prof. G. A. Lindeboom Instituut

9 minuten leestijd

Het Prof. G. A. Lindeboom Instituut is een centrum voor medische ethiek dat werkt vanuit de Bijbel als het Woord van God. Het houdt zich bezig met het verzamelen en dokumenteren van informatie over medischethische vraagstukken met de bestudering hiervan en met het publiceren cn geven van voorlichting en onderwijs op dit gebied.

Het heeft als doel: de bevordering cn handhaving van bijbels verantwoorde ethische normen in dc gezondheidszorg.

De motivatie om dit doel na te streven, is de toegenomen verwarring in de medische wereld met betrekking tot ethische vraagstukken en de groeiende behoefte aan een duidelijke normering van het medisch handelen.

Het Instituut is opgericht door de Nederlandse Patiënten Vereniging, de Hogeschool „De Vijverberg", de Stichting „Schuilplaats", in samenwerking met de Stichting Ethica Medica.

Door de eerstgenoemde drie organisaties wordt het bestuur benoemd. Prof. dr. ir. E. Schuurman is de voorzitter van het Instituut. Dr. ir. Jochemsen en mw. G. ter Veldc-van der Heide vormen de staf.

Aktiviteiten van het instituut: het bestuderen en bespreken van medische vraagstukken o.a. in de vorm van opdrachten, studiedagen en conferenties: het uitgeven van boeken en brochures, folders en rapporten voor artsen, studenten, verpleegkundige instanties in de gezondheidszorg en politieke partijen.

Op 27 september 1988 werden in Nieuwspoort te Den Haag door het Prof. Lindeboom Instituut twee wetenschappelijke rapporten gepresenteerd getiteld: „De status van het menselijk embryo" en „In-vitro-fcrtilisatie. een medische, een ethische en een juridische beschouwing".

De rapporten werden die dag aangeboden aan de voorzitters van de Vaste Kommissies voor dc Volksgezondheid en Justitie van de Tweede Kamer en aan de voorzitters van de organisaties die in het instituut participeren n.1.: drs. G. Nieuwenhuis, voorzitter van de Nederlandse Patiënten Vereniging: ds. W. Chr. Hovius. voorzitter van de Stichting „Schuilplaats" en ds. P. Vermaat. voorzitter van de Hogeschool „De Vijverberg".

Prof. dr. ir. Schuurman, voorzitter van het Lindeboom Instituut sprak de hoop uit dat met deze studies rekening zal gehouden worden, zowel bij de ethische bezinning als bij de politieke besluitvorming met betrekking tot kunstmatige voortplantingstechnieken en embryo-onderzoek.

Bij de presentatie van dit rapport waren vier leden van het Comité vrouwenbonden aanwezig, waarvan hier hel verslag van mevr. J.A. Westerink-van der Kamp volgt.

De studie over „Het status van liet menselijk embryo" werd toegelicht door de eerste auteur dr. ir. Jochemsen van het Prof. dr. Lindeboom Instituut.

Hij stelde dat alleen op grond van wetenschappelijke gegevens geen uitspraak over het al of niet mens-zijn van het embryo kan worden gedaan. Sommige wetenschappers stellen dat het menselijk leven begint wanneer het wetenschappelijk waarneembaar is. Dat is dan bij de een na 14 dagen, bij de ander wanneer de hersenen funktioneren en bij de volgende wanneer het embryo de mensvorm volledig heeft bereikt.

De wetenschap werkt te methodisch. Uitspraken over dc „status van het embryo" zijn altijd levensbeschouwelijk gefundeerd. Iedere opvulling wal hel menselijk embryo is en wat het waard is. zal met gegevens vanuit dc wetenschap rekening dienen te houden. Het standpunt dat in deze studie wordt ingenomen, namelijk dat er bij het embryo vanaf dc bevruchting sprake is van een mens, is levensbeschouwelijk gefundeerd en sluit tegelijkertijd aan bij de wetenschappelijke

kennis van het embryo. De wetenschap kan het niet ontkennen.

In het volgende rapport over in-vitro-fertilisatie,

noemde dr. Witkam (dc auteur van deze medische beschouwing) de status van de embryo ..de sleutelkwestie van de ethiek van I.V.F. (= in vitro fertilisatie).

In 1944 begon men met het onderzoek naar I.V.F. Toen vroeg men zich af: Mag dit? Na 1978 vraagt men zich af: Komen er waardevolle gegevens? Is I.V.F. geoorloofd zonder terugplaatsing? De auteur stelt dat bij de ontwikkeling van de reageerbuis bevruchting veel embryo's verbruikt zijn. De onderzoekers beschouwden dus in feite het menselijk embryo als niet-beschermwaardig ondcrzoekingsmateriaal. Vooral na de geboorte van de eerste reageerbuisbaby is de ethische diskussie pas goed op gang gekomen. In de meeste publikaties wordt de status van het embryo niet principieel ter diskussie gesteld.

Men aanvaardt de I.V.F. terwijl deze nog in een experimentele fase verkeert en veel embryo's verloren gaan. Bovendien zijn de gevolgen van de vervanging van het moederlichaam met zijn vele invloeden op het vroege embryo onbekend. Tc verwachten valt dat hiervan schadelijke invloeden zullen uitgaan. Er worden risiko's genomen voor de kinderen die langs deze weg geboren worden.

Er werd in dit verband opgemerkt dat men zorgzamer omgaat met het gebruik en uittesten van medicijnen en de gevolgen daarvan dan met I.V.F. Veel onderzoekers zien de I.V.F. als een onmisbare stap naar een verder onderzoek aan het menselijk embryo. Experimenteel gebruik Van embryo's is hierbij onvermijdelijk. Een grootschalige toepassing van de I.V.F. zal verdere medicalisering van het voortplantingsproces betekenen. De maatschappelijke gevolgen hiervan zijn niet te overzien. i

Daarna gaf prof. W. H. Velema enkele punten uit /.ijn ethische beschouwing weer. Hij begon in

zijn toelichting te stellen dat de voortplanting een zegen van God is, als een gave voor man en vrouw die een bezegeling is van de liefdesgemeenschap met elkaar. Ook kan in die gemeenschap door beiden in hulp van derden worden toegestemd. Een belangrijk kenmerk van reageerbuisbevruchting is,

ethisch gezien, dat hierbij de voortplanting losgemaakt wordt van de gemeenschap. De I.V.F. betekent een vertechnisering van de voortplanting. Dit is iets wezenlijk anders dan de vruchtbaarheid als Gods zegen in het huwelijk. Het is zo bij I.V.F. dat de ene mens in zekere zin „produkt is van het handelen van anderen". Men laat meerdere embryo's tot stand komen en selecteert dan op kwaliteit. Dit is in strijd met de waarde die de Bijbel toekent aan het menselijk leven in welke fase of konditie dan ook. Mede om deze reden wees hij deze onvruchtbaarheidsbehandeling af.

Tien procent van de implantatie slaagt. De negentig procent afval wordt gebruikt om dit doel te bereiken. Dit is ongeoorloofd. Bij andere kunstmatige voortplantingstechnieken wordt gebruik gemaakt van ei cn zaadcellen van een donor. Dit is een doorbreking van het huwelijksverbond. Voor de ouders kan dit onderling veel spanning met zich meebrengen.

Voor het kind is het bijna onmogelijk de eigen afstamming te achterhalen, wat grote problemen met zich mee kan brengen bij het opgroeien. Het medisch onderzoek zou zich volgens prof. Velema meer moeten richten op behandelingen waarbij vertechnisering van de voortplanting en de verzakelijking van de 1 embryo niet optreden en waarbij alleen geslachtscellen van de huwelijkspartners worden gebruikt.

Mevrouw Mr. H. G. Geurtsen ging bij afwezigheid van Mr. A. P. van der Linden in op de juridische beschouwing. Mevr. Mr. Geurtsen

stelt, dat bij kunstmatige voortplantingstechnieken het belang van het kind centraal moet staan en niet de wensen van de ouders.

Het kind heeft belang bij maximale duidelijkheid omtrent afstamming en rechtszekerheid. Het gebruik van zaad-of eicellen van donoren evenals inschakeling van draagmoeders schept onduidelijkheid voor het kind met betrekking tot de eigen afstamming.

Beide handelswijzen brengen allerlei juridische complicaties met zich mee. Het zou wenselijk zijn dat deze methodes van medische hulp bij onvruchtbaarheid wettelijk niet toegestaan zou worden. Mochten deze vormen toch toegestaan worden, dan moet het kind vanaf een zekere leeftijd informatie kunnen krijgen met betrekking tot zijn genetische ouders.

Omdat het leven van ieder mens begint bij de bevruchting van een eicel door een zaadcel dient vanaf dat moment het menselijk embryo rechtsbescherming te genieten. Experimenten met embryo's zouden wettelijk verboden moeten worden.

Vanuit deze beschouwingen doet het Prof. Lindeboom Instituut een aantal aanbevelingen aan dc regering en het Parlement o.a. dat de overheid gevraagd wordt ten aanzien van I.V.F. een ontmoedigingsbeleid te voeren met name door deze behandeling niet op te nemen in de sociale verzekering. De uitgegeven rapporten zullen t.z.t. als populair wetenschappelijke studies worden uitgegeven. Tot zover mevrouw Westerink-van der Kamp.

Hoe noodzakelijk het is dat het Instituut attendeert op de huidige ontwikkelingen kunt

u lezen in twee krante-artikelen uit het

Nieuwsblad van het Noorden van 12 december 1988.

Ook proeven met embryo's in het Academisch Ziekenhuis te Groningen. ..Ook in het AZ

Groningen worden voorbereidingen getroffen voor gebruik van hersencellen van pasgeboren baby's in de strijd tegen de ziekte van

Parkinson. Dit is ons desgevraagd meegedeeld door prof. dr. HJ. Huisjes, hoofd van dc afdeling obstretie gynaecologie van het AZ

Groningen. Zoals we gisteren hebben gemeld, gaat het ziekenhuis van dc Vrije Universiteit van Amsterdam volgend jaar hersencellen van geaborteerde menselijke vruchten inbrengen in de hersenen van ratten. Amsterdam blijkt niet de enige te zijn die op dit spoor zit. Groningen gaat het ook doen. Dr. M.J. Staaf, neurochirurg van het AZG. voelt zich onprettig verrast door de vraag en de openhartigheid van prof. Huisjes. Hij vindt het nog wat vroeg om nu al mededelingen te doen".

Volgend artikel van dezelfde datum: ..De mens is doel. mag nooit middel zijn. Dat

uitgangspunt wordt uit het oog verloren als menselijke embryo's worden gekweekt met het doel er bepaalde hersencellen uit te halen om die te transplanteren in de hersenen van lijders aan de ziekte van Parkinson. Plannen voor het kweken van embryo's (voorlopig voor dierexperimenteel onderzoek) zijn ontwikkeld aan dc Rijksuniversiteit van Limburg. De VU Amsterdam en ook de Groninger Universiteit treffen voorbereidingen voor soortgelijke experimenten met hersenweefsel van geaborteerde embryo's".

Tenslotte eindigt dit artikel als volgt: ..De grote vraag blijft of weefsel van menselijke embryo's voor dit type onderzoek mag worden gebruikt.

Het probleem lijkt kleiner, wanneer het uitsluitend om weefsel van gcaborteerden gaat ( ) en niet om speciaal voor dat doel gekweekte embryo's. Maar absolute garanties dat het laatste nooit zal gebeuren als het eerste wordt toegestaan, zijn niet te geven. En als voor transplantatie embryo's mogen worden gekweekt, wat staat het kweken van „reservemenscn" voor hart-, nier-, lever-, en andere transplantaties (waarvan succes is aangetoond) dan nog in de weg? "

Huiveringwekkend als men dit leest! Met de legalisering van abortus is men een heilloze weg ingeslagen, waarvan de gevolgen nog steeds niet tc overzien zijn. De mens moet tegen zichzelf beschermd worden. Als men Gods wet loslaat komt men in een normloosheid terecht, waaraan men zelf ten onder gaat. Mocht de Heere Zelfde ogen openen om terug te keren van deze heilloze weg. tot Zijn wet cn tot Zijn getuigenis, tot ons behoud.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 februari 1989

Daniel | 32 Pagina's

Het prof. G. A. Lindeboom Instituut

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 februari 1989

Daniel | 32 Pagina's