Te vies?
Kleine Karei heeft buiten gespeeld. Hij is geweldig vies geworden. Het lijkt alsof hij in de modder heeft gelegen. „Kom. Karei, nu eerst onder de douche", zo roept z'n moeder hem.
„Dat kan toch niet. mama? Ik ben veel te vies. Ik moet me eerst wat schoon maken".
Dwaas, zul je zeggen. Daar moei je kind voor zijn. om zo te reageren.
Zijn wij minder dwaas?
„Gans melaats....", „misvormd door duizend zonden....", „die vuile bron van al mijn wanbedrijven...."
Hoor je de Heere roepen? ..Keert weder, gij afkerige kinderen. Ik zal uw afkeringen genezen". Is onze reaktie zoals die van Kareltje?
..O. God. ik heb het totaal verknoeid. Ik ben té zondig. Ik moet me eerst wat opknappen..."
Alsof het mogelijk zou zijn om onszelf op te knappen.... Over (gebrek aan!) zelfkennis gesproken.... Dwazen die we van huisuit zijn. Is er niet een fontein geopend tegen de zonde en tegen de onreinheid?
Hoe menselijk en hoe begrijpelijk ook, maar is het in wezen niet puur goddeloos om zo te reageren? Wat is het erg om het bloed van Christus onrein te achten.
Bloed, dat reinigt van alle zonden!
Herschep mijn hart, en reinig Gij. o Heer, die vuile bron van al mijn wanbedrijven; vernieuw in mij een vaste geest, en leer mij aan Uw dienst oprecht verbonden blijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1989
Daniel | 32 Pagina's