Het wordt steeds hopelozer met Israël (1)
Lees ook 2 Kon. 15:10-30! Hosea 7 is een moeilijk hoofdstuk om te begrijpen. Daar heb je zeker een uitlegger bij nodig. En zelfs die uitleggers zitten wel eens met de handen in hel haar. Vooral bij dit hoofdstuk. Toch slaan we het niet over. want ieder hoofdstuk in de Bijbel heeft een bedoeling, een boodschap.
De bedoeling van dit hoofdstuk
In het gedeelte van deze bijbelstudie zijn drie profetieën samengebracht. De eerste keert zich tegen de binnenlandse politiek van Israël en wordt getypeerd door samenzweringen en koningsmoorden (7:3-7). de tweede profetie keert zich tegen de buitenlandse politiek van Israël en wordt gekenmerkt door het heulen met de vijanden Egypte en Assur (7:8-12). en de derde profetie richt zich tegen de valse godsdienst, die in Israël was binnengeslopen (7:13-16). Wat het begrijpen van dit hoofdstuk ook moeilijk maakt, is de grote verscheidenheid aan beelden, die de profeet hier gebruikt om te laten zien hoe het met Israël gesteld is. In vers 4 spreekt hij over een bakkersoven, in vers 8 horen we hoe Israël gelijkt op een ..koek die niet is omgekeerd", in vers 11 wordt Israël een botte duif genoemd en in vers 16 worden ze tenslotte vergeleken met een „bedricgelijke boog".
Aan de andere kant geven deze beelden echter ook een verduidelijking aan hetgeen de profeet bedoelt, als hij Israël zo
Bijbelstudie over Hosea 7:3-16
uittekent. De onbckeerlijkheid van Israël komt zo in ieder geval duidelijk aan het licht. En ook dat er voor God geen andere mogelijkheid meer overblijft dan dat Hij het volk (tijdelijk) verlaat en overgeeft in de handen van de vijand.
En toch... gezien de boodschap in het hele boek Hosea. toch mogen we ook onder al die beelden, waarmee Hosea Israëls zonde en dwaasheid tekent, iets ontdekken van de taal van de liefde, die soms zo vindingrijk maakt en worstelt om het behoud van het volk van God. Al die scherpe aanklachten hebben toch maar een doel: de bekering! Anders zou God wel gezwegen hebben.
Binnenlandse onlusten (3-7)
De verzen 3-7 roepen het beeld op van bepaalde hofintriges, die worden gelaakt, en waardoor na de dood van Jerobeam II in korte tijd vier koningen werden vermoord: Zacharia, Sallum, Pekachja en Pekach. Soms gebeurde dat een maand na elkaar. Wat een binnenlandse beroeringen en partijschappen! Wat een revolutionaire tijd. De ene kroon na de andere viel. Het is alsof Hosea ons even een blik laat slaan achter de coulissen. En we zien de sluipmoordenaars hun werk doen. Hij spreekt over de dag van de koning" en het „verblijden" van de koning „met hun boosheid". Dat lijkt alles op een samenzwering van de rijksgroten tegen hun vorst. Hosea tekent hun heimelijk gekoesterde moordplannen. Ze bereiden een nieuwe paleisrevolutie voor.
In vers 5 lees je hoe slecht en gemeen ze dat aansteken. Op de verjaardag van de koning (of de herdenkingsdag van zijn troonsbestijging). die men altijd feestelijk vierde, maken de rijksgroten hun koning ..krank door de verhitting van de wijn". Hoe intens gemeen! De koning wordt dronken gevoerd en wordt zo gemakkelijk hun prooi. En terwijl de koning beschonken is en zich van niets bewust is. verliest hij alle voorzichtigheid uit het oog. Argeloos en vriendelijk gaat hij met zijn belagers om. Maar plotseling komt daar een huichelaarsdolk tevoorschijn, waarmee de dronken koning dood wordt gestoken.
Zij wachten dus hun tijd af. die sluipmoordenaars. Ze slaan er niet doldriest op in. Nee. ze wachten eerst op de nationale feestdag. Alles is tevoren gearrangeerd. „En al hun koningen vallen", zegt vers 7.
Dat soort sluipmoordenaars bestaat nog! Niet openlijk vallen ze aan. Ook niet letterlijk (onder ons), want dan kom je in de gevangenis. Wel figuurlijk, in de politiek, maar ook godsdienstig soms. Heel bedekt wordt de val voor iemand opgezet. De plannen zijn beraamd en het „slachtoffer" wordt vriendelijk bejegend, maar o wee als vanonder die zwarte jas dat vlijmscherpe dolkje van de haat tevoorschijn komt! En het doel?
Gaat het daarbij echt om de uitbreiding van het Koninkrijk? Dat kan niet waar zijn met zulke middelen. Het doel is net als onder Israël: de ander moei omgebracht worden om zelf een plaats te bemachtigen op de troon. Doe er maar nooit aan mee. want zulke sluipmoordenaars hebben geen vrede. En tegen God is loch niet te vechten.
We hadden het over binnenlandse onlusten! Hosea verduidelijk! die tijd van samenzweringen met hel beeld van de slapende bakker.
De bakkersoven
Je komt dat woord tegen in vers 4. 6 en 7. Wat is nu het geheim van die bakker? Wat is er met hem aan de hand? Zie jij de overeenkomst tussen zo'n eerzame bakker en een sluipmoordenaar? Ja, die ligt in hei wachten! Zij wachten de ganse nacht... om hun slag te kunnen slaan als het feest ten einde loopt bij het morgengloren. Precies zoals bij die bakker. Hij stookt tegen de avond zijn oven op. vervolgens maakt hij het deeg klaar, maar hij gaat daarmee niet direkt aan de slag. Als hij geen geduld heeft om te wachten tot het deeg geheel doorzuurd is van dc gist en is gerezen, wordt het een mislukking.
Alles is gereed: de oven en het deeg. En dat gaat de bakker slapen. Hij slaapt, de oven brandt en het deeg rijst. Tegen de morgen hoeft hij het vuur maar even op te porren, en de vlammen zullen eruit slaan. Het deeg is dan ook klaar en dc gegiste deegkoeken kunnen boven de gloeiende as tegen de wanden van de oven geplakt worden om zo lot brood gebakken le worden. En zo is het nu ook met Israël, zegt Hosea in vers 7: „Zij zijn allen tesamen verhit als een bakoven, zij verteren hun rechters, al hun koningen vallen". Zoals dus de bakker, nadat hij alles tevoren heeft klaar gemaakt, wacht met het laatste opstoken van de oven, zo weten zij hun moordplannen verborgen te houden tot dc tijd gekomen is waarop zij hun slag kunnen slaan. Het vuur is een beeld van de haat, die in hun binnenste brandt. Samen zijn die samenzweerders te vergelijken met die gloeiende oven. De bakker slaapt, maar plotseling laait het vuur van de revolutie op en „de koning valt".
Jonge mensen, hoe verraderlijk is toch dc zonde! Het begint zo ondergronds, zo ongemerkt. Het vuur is aangestoken, maar de bakker slaapt. Niemand merkt er iets van. Totdat de vlammen er opeens uitslaan. De satan weet precies het juiste moment te kiezen, waarop de zonde het meest kan uitbreken. Let toch op dat vuur. want als de vlammen er eenmaal uitslaan, is er geen redden meer aan. Dan is een onherstelbare schade het gevolg. Pas ook in je jonge leven op voor het vuur van de hartstocht! Je wordt erdoor verteerd!
De vraag, die hier ook aktueel wordt, is: op wie vertrouwen we nu eigenlijk? Israël verwacht het van de revolutie. Niet van God.
Zij hebben door het uitmoorden van de koningshuizen, die niet aan hun verlangens beantwoordden. het recht in eigen hand genomen, in plaats van hun moeite voor te leggen aan de Heere. en van Hem alleen hulp te verwachten. Daar eindigt deze perikoop (vs. 3-7) zo beschuldigend mee: „Er is niemand onder hen. die tot Mij roept".
Dat is opnieuw de klacht van Gods teleurgestelde liefde. Ligt daar geen boodschap in voor ons? Van wie verwachten wij het in de enorme problemen van onze samenleving: werkloosheid. de ekonomie, de milieuverontreiniging, de steeds voortgaande ontkerstening. Tot wie zal een christen anders roepen dan tot God? Doe jij dal ook. of denk je , .er is toch niets meer aan te doen"?
Israël heult met vreemde volken (8-12)
Dat is de klacht van de profeet, die begint in vers 8: „Efraïm, die verwart zich met dc volken". Dat wil zeggen, daar zoeken ze steun. Maar dat heeft ook gevolgen: er komen nieuwe heidense elementen uit de godsdiensten van de heidenen hun godsdienst binnen.
De politieke afhankelijkheid van de „vreemden" brengt religieuze consequenties met zich mee. Dat is altijd zo: waar je mee omgaat, daar word je mee besmet. Kijk maar wie je vrienden zijn, daar gaat een invloed vanuit op jou! Dat kan positief zijn, maar ook negatief. Bij Israël was het negatief.
Dat zit in dat woordje „verwarren" in vers 8. Dat betekent eigenlijk „vermengen" en daar speelt hel beeld van dat genoemde deeg bij het kneden van de broodkoeken nog in mee. Het kneden of mengen van meel met olie. Zo is Israël „doorkneed" van buitenlandse invloeden. waardoor het de stem van de Heere niet meer hoort. zodat het zich niet laat „omkeren" als een koek. En als dat niet gebeurt, dan verbrandt die koek. Dat beeld roept Hosea op. En over die aangebrande pannckock wil ik het de volgende keer hebben.
Hier wil ik tenslotte nog even letten op het eerste woordje van vers 8! Daar staat niet „Israël", maar „Efraïm"! Zie je wel! Hosea is niet in de eerste plaats de profeet van het gericht, maar de profeet van Gods liefde. Efraïm is toch de troetelnaam? ! Denk aan Jeremia: „Is niet Efraïm Mij een dierbare zoon, is hij Mij niet een troetelkind." Je ziet hel. de boodschap van God is wel scherp en veroordelend, maar die eindigt nooit in hopeloosheid.
De toorn van God heeft als uiterste spits altijd weer de liefde. Efraïm...! Troetelkind...! En wat heeft God tegen jou gezegd, toen je werd gedoopt? Denk je daar wel eens aan? Of ben je soms ook heimelijk bezig om de dienst van God te vermengen met het liefhebben van dc wereld en al de afgoden van deze tijd? Waar staat je vertrouwen op? Waar leef je voor? Pas toch op, dat je je leven niet verbrandt aan de grootsheid van dit leven. Want... een aangebrande pannekoek wordt weggegooid.
Vragen
1. Probeer hei verband eens aan le geven lussen vers 2-7 en 2 Kon. 15! Welke koningen worden daar genoemd? Is dat naar de wil van God, zoals hel er daar naar loe gaat? Motiveer je antwoord! Van wie moest het theokratische koningschap een afspiegeling zijn?
2. In vers 5 lees je dat ze de koning wijn voeren. Waarom doen ze dat? Wat is hei gevaar van alkohol'? Wordl alkohol drinken door de Bijbel verboden? Vergelijk bijvoorbeeld Efeze 5:8:1 Tim. 3:3 en 8 met 1 Tim. 5:23. Wat is hieruit je konklusie?
3. Wat vind je van de houding van die „vorsten" tegenover hun koning? Vergelijk dat eens mei Jer. 9:8. Komt dat vandaag nog voor?
4. Kom je die zonde uit vers 3-7 ook in Jezus' dagen tegen? Denk aan Judas en de farizeeërs. Moest Jezus dan niet gekruisigd worden? Deden dezemensen Gods wil of die van de duivel?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1989
Daniel | 32 Pagina's