JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

„Vraag gewoon maar eens hoe de worteltjes er bij staan”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Vraag gewoon maar eens hoe de worteltjes er bij staan”

Vraaggesprek met sociaal-psychiatrisch verpleegkundige mevr. D. Knibbe

15 minuten leestijd

Hulp verlenen is net een schaakspel. Je moet je „medespeler" voortdurend in de gaten houden. Wat bedoelt hij met deze zet? Wat zit hier achter? Soms moet je een aantal zetten vooruit denken. Af en toe doe je een verkeerde zet. Mevrouw Knibbe: „Dat laatste doe ik nogal eens. Maar ik hou ontzettend van m'n werk. Noem mij geen hulpverlener. Naar mijn gevoel geeft dat te sterk een afstand weer. Hulp verlenen houdt ook in dat de ander hulpeloos is. Ik zou liever willen zeggen: „Ik verleen zorg". Dat heeft meer te maken met dienstverlening. Daar zit iets wederzijds in. Je geeft iets en je krijgt iets terug."

Onwillekeurig zitten we al midden in het gesprek over haar werk als sociaal-psychiatrisch verpleegkundige bij de stichting „De Poort" in Schiedam.

Kunt u kort iets vertellen over wat u in uw werk tegenkomt?

Er komen mensen bij me met fobische klachten. Mensen die zich angstig voelen in kontakten met mensen; die erg twijfelen aan zichzelf en daardoor vermijdingsgedrag vertonen. Hun omgeving is vaak in hen teleurgesteld doordat ze iets beloven maar als het er op aan komt. doen ze het toch niet. Die teleurstellingen roepen dan weer agressie op. Op die manier komen ze steeds verder in het isolement.

Verder spreek ik regelmatig met echtparen waarvan een van de partners bijvoorbeeld overspannen is. In het begin vangt de andere partner de problemen op. maar op een gegeven moment wordt de last te zwaar. De draagkracht raakt op. De kinderen beginnen er onder te lijden. De spanning die zich heeft opgehoopt, ontlaadt zich dan op een gegeven moment. Er ontstaat een krisis. Soms moet een cliënt opgenomen worden in een psychiatrisch ziekenhuis. Dat roept weer heel wat weerstand op.

Binnen „De Poort" kun je met een stuk hulpverlening iemand steunen, naast hem gaan staan. Maar er zijn grenzen aan die hulpverlening. Want als er sprake is van een werkelijke krisis, moet je terugverwijzen naar de huisarts. Wil je iets aan krisissituaties kunnen doen dan moet je dag en nacht bereikbaar zijn. En dat zijn we nu nog nic(. Ik kom in m'n werk ook nogal eens relaties tegen waar het aan openheid en eerlijkheid ontbreekt. Waar man en vrouw totaal van elkaar dreigen te vervreemden. Het belangrijkste is dat de partners eerlijk tegen elkaar durven zeggen waar ze moeite mee hebben. Ik noem dat wel de inweektijd van de hulpverlening. Als de bereidheid er is om eerlijk tegen elkaar te zijn. dan kunnen er regelmatig gesprekken plaats hebben en aan

een gesteld doel gewerkt gaan worden.

Het werk is vaak worstelen, stoeien met mensen. Als hulpverlener moet je voorbeeldgedrag tonen. Dat houdt onder andere in dat je je fouten moet leren toegeven. Het kan verrijkend werken als je zegt: ..Ik geloof dat ik je pijn gedaan hebt". Daar krijg je altijd wat voor terug.

In uw werk komt u ook in aanraking met jongeren. Met welke problemen komen zij bij u?

Ik kom jongeren tegen die zich zeer eenzaam voelen, die zich niet begrepen voelen door hun eigen ouders. Jongeren die verkommeren, die zich in de knel voelen. Een kind kan zich - hoe onbegrijpelijk het misschien klinkt - verstoten voelen in z'n eigen gezin. Hij ervaart de relatie met z'n ouders niet als veilig en goed. Denk bijvoorbeeld aan incestproblemen, psychische en emotionele tekorten, lichamelijke mishandeling.

Ik kom depressieve jongeren tegen die zeggen: „Ik wou dat ik er niet was". Dat is geen loze kreet. Er zit vaak een wereld van verdriet achter.

Veel jongeren zijn doordrongen van het vijfde gebod: „Eert uw vader en uw moeder". Dat wortft vaak als wapen tegen ze gebruikt: heb respekt voor ze. aanvaard ze zoals ze zijn. Het proces om dat te leren kan soms een pijnlijke weg zijn. Want als je ouders je een negatief zelfbeeld geven, valt het niet mee om vanuit dat negatieve zelfbeeld positief over je ouders te denken.

Hoe kunnen ouders hun kinderen een negatief zelfbeeld geven?

Soms zit dat in hele kleine dingen. Denk bijvoorbeeld eens aan dc zindelijkheidstraining. Als een kind bereid is om die natte, warme, broeierige luier in te leveren voor het doen van een plasje op een potje, is moeder daar erg blij mee. Dat is voor het kind een offer. Maar daar staat tegenover de blijdschap van mama. En in die relatie ontwikkelt het kind zich verder.

Begin je in de periode van de zindelijkheidstraining al niet met knuffelen, met een positieve benadering, dan zit je fout. I

Wanneer kinderen alleen gewezen worden op hun fouten, zie je dat kinderen haast dwangmatig diezelfde fouten maken. Ze zitten als het ware vast in een patroon om op een negatieve manier aandacht te krijgen. Het wordt een negatieve blikvanger. Het kind ontwikkelt een negatief zelfbeeld: ik kan niks, ik doe niks goed. Soms zegt het iets gedaan te hebben terwijl het in werkelijkheid helemaal niet waar is. Maar op die manier probeert het te voorkomen dat pa of ma boos wordt en dat het straf krijgt.

Deze kinderen missen dus de waardering en veiligheid thuis.

Heel belangrijk is dat kinderen voorbeeldgedrag kennen van hun ouders. Is dat er niet dan kun je niet verwachten dal ze bepaalde dingen uit henzelf putten, uit hun eigen belevingswereld en gedachten. Wat ik in mijn jeugd heb meegekregen, heeft me gevormd. Ik herinner me nog goed dat m'n moeder tegen me zei: „Nee, dat heb ik toen fout gedaan." Wat een weldaad was het voor mij om dat uit de mond van m'n moeder te horen. Het is rijk als ouders hun fouten ook tegenover hun kinderen durven toegeven. Dat gevoel kan ik soms nog heel intens beleven.

Tegenwoordig leren veel jongens en meisjes nog als ze verkering krijgen, ze verloven zich. trouwen en ineens komen er kinderen. Over opvoeden hebben ze eigenlijk nog niet zoveel nagedacht. Zijn de jonge ouders daar tegenwoordig minder bedreven in dan vroeger.'

Een aantal jaren geleden leefde je in een gesloten milieu met vaste patronen. Dat bood een zekere veiligheid. De wereld is nu veel meer opengebroken door media, onderwijs enzovoort. Een kind leert al gauw meer dan de ouders. Ouders hebben weer van huis uit niet genoeg meegekregen. Dus het is belangrijk dat de jong-volwassenen en jonge ouders wat steun krijgen in hun groei naar de volwassenheid. Vandaar dat we bij „De Poort" aandacht willen geven aan aanstaande echtparen met betrekking tot vragen als: hoe praat je ruzies uit? , hoe zou je met je geld om gaan? Op die manier probeer je ze te helpen in een stukje groeiproces voor dat die grote dag van trouwen aanbreekt.

Zou in de prediking ook niet meer aandacht besteed kunnen worden aan deze zaken?

Dat denk ik wel. De Heidelbergse Catechismus is uitstekend geschikt om zaken uit het dageli jks leven naar voren te halen en toe te lichten. Een dominee ging bijvoorbeeld eens in op het onderwerp sexualiteit. Hoe ga je daar als jongere mee om? Je voelde in z'n preek iets van de spanning die dat met zich mee brengt. Hij zei dat die spanning ook heel begrijpelijk is. Maar hij gaf ook aan hoe je daar het beste mee om kunt gaan: vlucht niet in de eenzaamheid, maar praat erover met anderen. Blijf niet in je centje er mee worstelen.

Het praten over je problemen veel jongeren moeilijk vinden. zullen

Ja. wij zijn vaak van die binnenvetters. Maar als je van jongsaf aan hebt kunnen praten over dc dingen die je bezig houden, dan worden de zaken toch anders. Hebben we als ouders een open oor voor de problemen en vragen van onze jongeren? Groeien we met ze mee? Is er belangstelling en openheid? Dan zal dc jongere op die manier ook langzamerhand een eigen visie gaan vormen.

Wanneer er weinig uitwisseling is, kom je in de knel. Bepaalde dingen ga je al gauw gek vinden. Daar blijf je dan mee rond lopen.

En als het praten thuis niet lukt, wat dan?

In de eerste plaats zou ik willen zeggen dat vrienden en vriendinnen heel erg belangrijk zijn. Tegen hen kun je leren zeggen wat je zo bezig houdt. Ga daarom naar een jeugdvereniging. Praat met ze over je vragen die je bezighouden, die je in verwarring brengen. Heb je geen vrienden of zit je met moeilijke vragen, misschien is er een ouder

iemand in je omgeving waar je naar loe kunt gaat om jc hart te luchten.

Sommige jongeren hebben misschien nooit geleerd om over hun problemen Te praten. Wanneer wordt het hoog tijd om echt hulp te zoeken om niet helemaal vast te lopen?

Wanneer er een proces aan de gang is waarin je niet geleerd hebt te praten over je eigen problemen. Dat werkt verstikkend. Pikje bepaalde signalen niet op tijd op dan gaal het proces verder. Dat uit zich meestal in lichamelijke klachten: hoofdpijn, concentratieproblemen. isolerend gedrag, achteruitgang op school. Hierbij is oplettendheid van buitenaf belangrijk. Vaak is het de meer objektieve leerkracht die zegt: „Hé. hier is wat aan dc hand".

Kan een leerkracht iemand verwijzen naar „De Poort"?

Ja. dat kan. Maar dat betekent niet dat de jongere ook direkt naar „De Poort" stapt. Je hebt ook de instemming van z'n ouders nodig. De ouders doen vaak naar hun vermogen hun uiterste best in de opvoeding. Ze reageren daarom nogal eens teleurgesteld als hun kind hulp nodig heeft. Ze herkennen ook niet wat er aan de hand is. Soms herinnert zo'n situatie waarin dc jongere zich bevindt de ouders aan een pijnlijk konflikl dat ze voor dc buitenwacht liever verborgen houden. Dan hebben de ouders moeite om te zeggen: „Het is goed dat je hulp zoekt.

We zijn blij en opgelucht dat je hel gedaan hebt". Al zijn er ook ouders die toegeven dat het door hun problemen en zorgen komt. Dat ze blij zijn dat hun kind hulp zoekt.

Elders in dit nummer worden twee probleemvelden uitvoerig beschreven: kindermishandeling en incest. Is hei niet omzettend moeilijk om daar als hulpverlener tussen te komen?

De gevallen van incest en kindermishandeling zijn vaak erg moeilijk open te breken. In geval van incest uiten jongeren dat vaak op latere leeftijd als de fase van dc puberteit al voorbij is. Soms vermoeden we in bepaalde gezinnen incest zonder dat het openlijk besproken wordt. De jongere is dan bijvoorbeeld erg waakzaam en angstig en de relatie tussen vader en dochter is niet zo goed.

Wanneer je het kind er naar zal vragen, zal het echt ontkennen dat er sprake is van incest. Dat geeft ze niet zomaar prijs. Want dan moet ze terug in die angstige situatie, helemaal alleen, en dat is bedreigend voor haar. Soms is er een ander kind bij betrokken. Een belangrijke vraag is ook in hoeverre de moeder ervan op de hoogte is. Een kind voelt dat vaak goed aan. Dan krijg je als het ware een verbond van stilzwijgen en ondergaan. Dan voel je je als hulpverlener wel eens machteloos.

Het gebeurt wel dat de jongere uit zo'n gezin wegloopt en zegt: „Hier ben ik. Ik ga niet meer terug naar huis. Ik kan de situatie niet meer aan." Dan kun je als hulpverlener wel wat doen. Je vertelt tegen de ouders dat dit en dit aan de hand is. Maar dan nog stuit je soms op grote weerstand. Belangrijk is om in dit soort moeilijke gevallen te overleggen met andere disciplines zoals de huisarts of vertrouwensarts. Soms ook met de familie.

Maar het gebeurt ook dat we zo'n gezin los moeten laten. We krijgen de ruimte niet om hulp te verlenen. Doen we het wel. dan gaat er nog meer stuk. Maar in ieder geval is er een proces op gang gekomen. Jc moet alleen geduld hebben. Door de tijd ontwikkelt hel proces zich tot het moment waarop de jongere zcgl: „Nu stap ik op".

Soms hoor of lees je nog weieens: als je de Heere dient, verdwijnen alle psychische problemen. Je moet het niet van mensen verwachten, ook niet van psychiaters, psychologen enzovoort. God moet het doen. Wal vindt u van deze redenering?

Heel voorzichtig formulerend: volgens mij hccfl deze redenering iets te maken met een negatief zelfbeeld. Als je niet genoeg van jezelf houdt, mag jc dan voor jezelf goed en vriendelijk zijn? Ook hel beeld van God is daardoor beïnvloed:

Hij zal niet barmhartig over mij zijn. Hij veroordeelt mij als ik hulp zoek bij een psycholoog. Als jc jezelf in de goede zin van het woord niet liefhebt en accepteert, dan heb je ook geen vertrouwen in de ander. Dat die ander het goede met jc voor heeft. Ook tekorten in onze persoonlijkheid worden veroorzaakt door de zonde. Maar de Heere wil echter in Zijn grote goedheid door middel van hulpverleners barmhartigheid bewijzen.

Ik ga er wel serieus op in als mensen zeggen dat God het moet doen. Van wie zou je hel anders moeien verwachten? Ik zeg dan: „Ik hoop dat u voor u bij mij kwam al tot God gebeden hebt of Hij de gesprekken wil zegenen. Als u dat niet gedaan hebl. zou u dan maar weg willen blijven? "

Verder vraag ik aan het begin als we starten met de hulpverlening of de partner en/of de pastor weet dat hij of zij hulp krijgt. Dan kunnen ook zij meedragen in het gebed.

Wat is het verschil lussen „De Vluchtheuvel" en „De Poort”?

In principe zeg ik degene die hulp wil, gaat maar naai één van heide toe Dat maakt nicl uil Dan kunnen we door gespick nog altijd bekijken waar je hei beste «p je plaals /uit zijn ..De Vluchtheuvel" is een instelling van Algemeen Maatschappelijk Werk Ze heelt een aantal maatschappelijk werkeis in dienst en een psycholoog. Dat geeft al iels aan van de kwaliteit van de hulpverlening. Hke hulpverlening heeft eigen grenzen. Op een gegeven moment zul je moeten zeggen: „Dit gaal boven m'n macht. Hier is meer aan de hand. Dit moeten we gaan verwijzen".

Bij „De Poort" hebben we het voordeel van een multidisciplinair team. Hierin zitten allerlei verschillende hulpverleners: een psychiater, gespecialiseerde psychologen en anderen. De hulp kan meer toegesneden worden op de hulpvraag.

Op wal voor manier kun je binnen een gemeente mensen helpen die in psychische nood zijn?

Bezoek eens iemand die in een psychiatrisch ziekenhuis is opgenomen. Ook wanneer hij of zij weer terug is gekomen in de thuissituatie is bezoek van belang. Biedt hulp aan vanuit de gemeente. Indien mogelijk zorg dat je er regelmatig heen gaat, bijvoorbeeld om de veerlicn dagen. Gebruik daarvoor een koppeltje mensen want één persoon houdt dat nooit vol. Op die manier kun je zo'n persoon weer helpen in het resocialiseren, in het terugkomen in de maatschappij en in het leggen van kontakten naar buiten toe.

Is er een jongere in de knel. loop er niet aan voorbij. Doe er wat mee. Groet zo'n jongere eens een keer. Vraag eens aan hem of haar of hij of zij naar de jeugdvereniging komt. Nodig hem of haar eens uit voor een gezellig avondje. Dan is de sfeer vaak wat minder beklemmend. Weigert hij of zij. probeer het nog een keer.

Gebruik je zintuigen maar. Durf te praten. Kijk om je heen. Laat maar eens iets zien van je moeite om dal kontakt te leggen.

Daarmee sta jc dicht bij de ander die dan ook iets van z'n zwakheden zal laten zien. Doe maar wat je hart en verstand ingeven. Reageer maar van binnenuit.

Vergeet ook de partner van bijvoorbeeld een psychiatrisch patiënt niet. Neem je pijp mee en de krant onder je arm en houdt eens gewoon een echt mannenpraatje. Heeft hij een tuintje vraag eens hoe de worteltjes er bij staan. Ga niet altijd daar op visite maar nodig zo iemand ook eens uil. Til degene die steeds zo'n last draagt daar eens bovenuit. Ga eens gezellig een potje schaken of dammen. Wat is een avondje in de maand? Toch niet zoveel? Mag dat dan?

Maar leven we in de praktijk vaak niet radikaal langs elkaar heen? We zijn drukker met ons huis. de auto. meubilair enzovoort in plaats van met onze naaste in nood.

Ik vrees dat dat vaak zo is. Lr is een verkilling opgetreden waar we allemaal aan hebben meegewerkt. Materieel gaat het Ons goed. Hoeveel mensen verdienen er niet wat bij Ier wille van de luxe? Lr is weinig tijd meer voor de naaste. Maken we daar tijd voor. dan moeten we onze bijverdienste inleveren en daarmee wat luxe en dal willen veel mensen niet. We zijn minder bereid om „de rommel" in ons eigen huis te nemen. We willen het zoveel mogelijk clean houden.

Ik hoop dal er weer een klimaat komt waar die bewogenheid meer gaat leven. Ook als hulpverlenende instelling hebben we daar een taak in. Bijvoorbeeld door het leggen van kontakten in de gemeenten, door de mensen wakker te maken en ze leren oog te krijgen voor de naaste in nood.

Mevrouw Knibbe. we willen u hartelijk bedanken voor het boeiende gesprek dat we met u mochten hebben. We wensen u de zegen van de Heere God toe op uw dienstverlenend werk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1989

Daniel | 32 Pagina's

„Vraag gewoon maar eens hoe de worteltjes er bij staan”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1989

Daniel | 32 Pagina's