De Noorse Broeders
Tot de groepering van de Noorse Broeders horen in ons land een paar duizend mensen. Hun ideeën sluiten aan bij een geestelijke opwekking in het begin van deze eeuw in Noorwegen. Deze groep van mensen kent elkaar goed; ze hebben op allerlei gebied veel kontakt met elkaar, de gemeenschapsgedachte staat hoog genoteerd.
Ze zijn erg sober in hun levenspraktijk; ze hebben geen televisie, de meisjes dragen rokken; de gezinnen zijn vrij groot; het gezinsleven staat hoog aangeschreven. Ook het gemeenschapsgevoel in het gezin wordt sterk beklemtoond; het als gezin musiceren komt vaak voor.
Ze verwerpen de kinderdoop en de ambten in de kerk; ze leggen in de leer sterk de nadruk op de volmaaktheid van de mens in dit leven na het ontvangen van genade, want Paulus schrijft toch: Ik vermag alle dingen door Christus Die mij kracht geeft" (Filipp. 3:14). zeggen ze. Het verwijt van de Noorse Broeders richting kerk is, dat er zoveel lauwheid en wercldgelijkvormigheid is en zo weinig betrokkenheid op de dienst van de Heere. De kerk heeft geen werfkracht en de gezapigheid in de kerk en van de kerkmensen wordt steeds weer aangegeven. En hebben zc vaak geen gelijk? Wat is er toch weinig werfkracht en wat schamen we ons vaak voor de dienst van de Heere! En verschuilen we ons vaak niet achter van alles en nog wat?
Toch kies ik niet voor de Noorse Broeders, want in de Schrift wijst de apostel Paulus ons erop dat er na ontvangen genade een strijd blijft in het leven van Gods kinderen tussen de oude en de nieuwe mens (Ef. 4:20 e.v„ Ef. 5:1-21 en Rom. 7:18 e.v.).
En dat er maar een klein beginsel van gehoorzaamheid is zelfs bij de allerheiligste (H.C. antw. 114). Bij dit antwoord wordt er verwezen naar een aantal bijbelteksten. Enkele verzen geven wc door: oorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt (Pred. 7:20): ij weten dat do wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder dc zonde. Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet. want hetgeen ik wil dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik (Rom. 7:14-15). Paulus schrijft verder in dit hoofdstuk 7 van de Romeinenbrief: k ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? (24). Of ik het ook grijpen mocht waartoe ik door Christus Jezus gegrepen ben (Filipp. 3:12b). Met een ernstig voornemen niet alleen naar sommige maar naar al de geboden Gods beginnen tc leven. En des te begeriger te zijn om de vergeving der zonden en gerechtigheid in Christus te zoeken (H.C. antw. 114-115).
Het is waar dat zonder heiligmaking niemand de Heere zien zal (Hebr. 12:14b), maar het blijft in dit leven een jagen naar het wit tot de prijs der roeping Gods die van boven is in Christus Jezus is (Filipp. 3:14b).
De kerk, de ambten en de kinderdoop worden overboord gezet door de Noorse Broeders en men is gericht op de persoonlijke volmaaktheid in dit leven. Maar we kunnen niet buiten de kerk. de ambten en de troost die er ligt in de kinderdoop (H.C. antw. 74). Want de Heere bindt Zich aan de middelen. Waar is ons leven op gericht? Leven we door genade (wat een wonder) door geloof uit de gemeenschap met God? Zijn we een leesbare brief anno 1989?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1989
Daniel | 32 Pagina's