Adam niet geleerd is Christus niet begeerd
’t Is niet alleen dit kwaad dat roept om straf; Neen. 'k ben in ongerechtigheid geboren; Mijn zonde maakt mij 't voorwerp van Uw toorn. Reeds van het uur van mijn ontvangenis af. Psalm 51
In de loop van dc Kerkgeschiedenis zijn er bepaalde uitdrukkingen ontstaan die we niet letterlijk in de Schrift legenkomen. maar die deel uitmaken van de „tale Kanaans". Het is een goede zaak bij dit soort uitdrukkingen na te gaan of zc schriftuurlijk zijn. (dat is niet altijd het geval) en wat we ons daarbij voor te stellen hebben. Ik reken het tot een van mijn taken op catechisatie om zoveel in mijn vermogen is dergelijke zaken uit te leggen.
Dat er onder jonge mensen in dit opzicht vragen leven, bleek uil ..Over en Weer" van 9 december en blijkt nu weer uil de brief die voor me ligt. Schrijfster vraagt:
1. Wal doorleeft een mens als hij bij zijn val in Adam bepaald wordt? Er wordl meestal maar heel summier over gesproken.
2. Gebeurt dit ineens of geleidelijk?
3. Zijn ..zien dat je iets nodig hebt" en ..ernaar verlangen" twee zaken?
Als een mens tot bekering komt. is het Gods meest gewone manier om de aandacht van zo'n mens te vestigen op een dadelijke zonde waarin hij leeft. De Heere Jezus houdt de Samaritaanse haar slechte huwelijksleven voor ogen. Bij Saulus is het de vervolging van Gods gemeente. Vrijwel meteen breekt het besef door: „De Heere weet alles van mij; Hij kenl mijn hele leven". De Samaritaanse zei dan ook: ..Ziel een Mens. Die mij gezegd heeft alles dat ik gedaan heb". Het blijkt dat deze vrouw zowel Godskennis als zelfkennis ontvangen had.
Het gevolg van deze overtuiging is dat een mens zijn leven gaat beteren om het met de Heere in orde te maken. Maar toenemende Godskennis en toenemende zelfkennis door voortgaande ontdekking doet hem oog krijgen voor steeds meer zonden. In dit verband wordt de uitdrukking wel gebezigd: „Minder zonden doen maar groler zondaar worden". Zo'n mens gaat allerlei verfijnde vormen van zonden doorzien.
Omdat er liefde tot de Heere in het hart is en men zijn geestelijke ervaringen en toestanden in de prediking of het lezen van hel Woord herkent, beleef! men van tijd tot tijd ook een vreugde die voordien onbekend was. Dat geeft moed. Om Christus is men niet verlegen want er is uitzicht en hoop. Maar.... die hoop is gegrond op zijn bevindingen. Zo'n mens rekent er stiekem op
met armen vol bevindingen, zoete gestalten en hoop de hemel binnen te stappen. Alles builen Christus om! Dal kan natuurlijk niet. Hel anker van de hoop moei niet in. maar buiten het schip uitgeworpen zijn (Hebr. 6:19 en 20).
Om voor Christus plaats le maken, gaat de Heere door met Zijn ontdekkend werk en houdt Hij Zijn troost meer en meer in. De zondaar gaat leren dat hel niet alleen zijn dadelijke zonden zijn die hem schuldig doen staan, maar vooral zijn zondige aard. zijn zondig bestaan. Zijn verstand, zijn gevoelsleven, zijn verlangens, zijn idealen, alles is volkomen verdorven, door en door verrot. Lees Jeremia 24 en konstateer dat ik me niet tc sterk uitdruk. Hij heefl niet alleen zonde, maar hij is zonde. Het is alsof de Heere hem bij de hand neemt en in het Paradijs brengt. Hij ziet in dal hij rein geschapen is. maar dat hij als gevolg van de val door en door slecht is.
Onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Heel zijn leven heefl hij nooit anders gewild dan wat zijn verbondshoofd Adam in hel Paradijs gedaan heefl. Heel zijn leven heefl hij niet anders gekund en gewild dan zelf God willen zijn, zelf uitmaken wat goed en kwaad is. Alle zondige elementen in de geschiedenis van de zondeval vindt hij in zijn leven terug. Dan heeft Adam hel niet meer gedaan maar hijzelf. Daar „wordt hij Adam voor God". Diepe schaamte vervult zijn hart. „Heeft dc Heere dit nu aan mij verdiend? ", vraagt hij zich af.
Meer dan < > < > u beleeft de mens hier /i|n doodsstaat Mij beseft goed dat hij onverbeterlijk is van; /ich/elf uit Hij ziet /iehzelf nu < iIs een hopeloos geval
In zo’n toestand kan een mens niet lang leven. Hij zou in wanhoop ten onder gaan. Daarom grijpt de Heere in en toont hem dat er een Zaligmaker is Die hem kan helpen. Het gevolg daarvan is dat heel het leven erop gericht is om die Zaligmaker te leren kennen. Het Woord wordt nu anders gelezen en beluisterd. Zo iemand beleeft Advent. Dan zal het Kerstfeest voor zijn ziel niet achterwege blijven. Op Gods tijd. Verlang er maar naar.
De een beleeft dit alles intenser, gevoelsmatiger dan de ander. Toch zal elk kind van God dit meegemaakt hebben. Hoe zou Christus anders waarde voor hem gekregen hebben als volkomen Zaligmaker? Bij de een gaat alles sneller in zijn werk dan bij de ander. Dat is een vrijheid die de Heere Zich voorbehoudt. Ik acht ze gelukkig bij wie alles een sneller verloop heeft. Die komen ook sneller tot de kennis van Christus.
Nu je laatste vraag. Bedoel je: nwendig zien dat je iets nodig hebt? In dat geval is er ook het begeren. Heb je leren inzien dat de kennis van Christus onmisbaar is om zalig te worden, dan zal het verlangen ernaar op de bodem van je hart liggen, telkens als je naar de kerk gaat. Anders zou het ..zien" alleen maar een kwestie van verstandelijke overtuiging zijn die het gevolg is van opvoeding en onderwijs. Dat laat je verder koud of lauw. Beste lezeres, ik hoop van harte dat je spoedig mag komen tot het beleven van Kerst, het komen tot de Persoonskennis van Christus. Hi j heeft Zelf gebeden: it is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige, waarachtige God. en Jezus Christus. Dien Gij gezonden hebt (Joh. 17:3).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1989
Daniel | 32 Pagina's