Wending
Maarten Rietveld heeft ogenschijlijk alles wat zijn hart begeert. Hoewel hij pas vierentwintig jaar is, bekleedt hij reeds een leidinggevende funktie bij een grote inkooporganisatie. Hij woont nog thuis en kan uitstekend overweg met zijn ouders en Michiel, zijn drie jaar jongere broer. Daarnaast heeft hij een aardige vriendenkring.
Wat echter slechts weinigen achter de zelfbewuste, doorgaans opgewekte Maarten vermoeden, is dat hij zich ten diepste wel eens eenzaam voelt. Hij mag dan een goede baan en een fijn thuis hebben, toch verlangt hij naar iemand met wie hij zijn leven delen kan. Diegene heeft hij tot nu toe nog niet gevonden. Ergens irv zijn onderbewuste heeft hij zich een ideaalbeeld gevormd van hoe zijn toekomstig meisje zou moeten zijn. Vaagomlijnde ideeën die hij niet eens onder woorden zou kunnen en durven brengen. Wel weet hij dat hij tot op heden geen meisje heeft ontmoet dat aan dat beeld beantwoordt.
Nu eens wat minder, dan weer wat meer. houden zijn gedachten zich met dit probleem bezig. Op een zondagmorgen in het begin van mei loopt hij met Michicl naar de kerk. Hij kijkt er verschillende oud-klasgenoten die ze onderweg zien, eens op aan. De meesten hebben een vriend of vriendin, of zijn al getrouwd. Er zijn echter ook anderen. Lize Hemming bijvoorbeeld. Ze komt een paar banken vóór hem terecht vanmorgen. Het zonlicht dat speels door de hoge ramen naar binnen valt. schijnt precies op haar gezicht. Maarten kan vanaf zijn plaats nog duidelijk een stuk van het litteken zien, dat dwars over haar linkerwang loopt. De huid trekt en is donker van kleur. Bovendien weet hij dat Lize een beetje mank loopt. Hij herinnert zich nog wel hoe dat gekomen is. Lize is, toen ze een jaar of acht was en met haar fietsje door de Dorpsstraat reed. door een auto geschept. Zij is er toen een tijdje heel slecht aan toe geweest; maar daarna toch vrij snel hersteld. Alleen een licht trekken met haar rechterbeen en het litteken heeft zij er aan overgehouden. Dat litteken is er in de loop der jaren niet mooier op geworden.
Als Maarten zover met zijn gedachten gekomen is, voell hij zich een beetje beschaamd. Lize is ook nog allen en zij zal het ongetwijfeld veel moeilijker hebben dan hij. Hij ziet er tenminste nog presentabel uit. Dan houdt het Woord zijn aandacht voor een tijd gevangen. Tijdens het zingen moet hij echter toch nog weer even denken aan zijn konklusie van voor de dienst. Hij schrikt een beetje. Heeft hij eigenlijk niet veel te veel vanuit het uiterlijke geredeneerd? Blij dat hij een gaaf lichaam heeft... Ja, maar is het innerlijke niet oneindig veel belangrijker? In hoeverre heeft hij een meisje als Lize altijd naar het uiterlijk beoordeeld? En is dat ideaalbeeld van hem wel zo verheven als hij dacht? Of bestaat dat uit dingen die het meest met de buitenkant te maken hebben?
Lize heeft het inderdaad niet makkelijk gehad de afgelopen jaren. Nadat ze destijds haar HAVO-diploma heeft behaald. heeft ze werk gekregen op een bank. Het personeel daar is grotendeels onkerkelijk. Op bepaalde punten ook zeer kritisch. Haar kollega's kunnen bijvoorbeeld absoluut niet begrijpen dat Lize 's zondags twee keer naar de kerk gaat en nooit een bar bezoekt: „Waarom mogen jullie toch zo weinig? " Vaak heeft Lize getracht duidelijk te maken dat christen-zijn heel iets anders betekent dan allerlei dingen die niet mogen. Hoewel de kollega's op zo'n moment eens welwillend knikken is niemand er ooit dieper op in gegaan.
Behalve Paul dan natuurlijk. Paul, behorend tot hetzelfde kerkgenootschap als Lize. was de enige die haar begreep. Ze konden over allerlei dingen samen heel goed praten. Tot de dag dat hij, voor haar volslagen onverwacht, met een aanzoek kwam. Lize. overrompeld als ze was. had bedenktijd gevraagd. Op weg naar huis had ze echter reeds bedacht dat ze nooit 'ja' zou kunnen zeggen. Ze vond Paul zeer sympathiek, dat wel. Meer dan gewone vriend-
schap voelde ze echter niet voor hem. Het was een totaal ander gevoel dan dat wat ze, in het diepst geheim weliswaar, voor Maarten Rietveld koesterde. Ze zou het niet graag aan iemand prijsgeven. Want als ze het een beetje nuchter probeert te bekijken, weet ze best dat Maarten nooit veel aandacht aan haar besteed heeft. Waarom zou hij ook? Hij kan genoeg andere meisjes krijgen. Al deze verstandelijke overwegingen zijn echter niet in staat om haar veel diepergaandc gevoelens te verdringen.
Ze heeft Paul afgewezen, oprecht haar best doend om hem zo min mogelijk te kwetsen. Toch is het tussen hen beiden nooit meer geworden als voorheen. Meer dan ooit voelt Lize zich een eenling op haar werk. Daarbij heeft zij de laatste tijd het idee dat zij op bepaalde punten wordt achtergesteld bij haar kollega's, vanwege haar geschonden gezicht.
Vooral de ene chef weet het telkens zo te plooien dat zij vrijwel de hele dag achter haar bureau zit te rekenen, terwijl dc anderen alle voorkomende werkzaamheden aan de balie mogen verrichten.
Vanaf die bewuste zondag bekijkt Maarten Lize met andere ogen. Gebeurtenissen die hij reeds lang vergeten waande, komen in zijn herinnering boven. Voorvalletjes uit hun schooltijd, flarden van een gesprek uit de tijd daarna, een opmerking die Lize eens maakte tijdens een diskussie op dc vereniging. Kleine dingen zijn het allemaal, maar wel stuk voor stuk dingen waardoor hij vermoedt dat zij iemand moet zijn die bewust leeft en diep over veel dingen nadenkt.
Toch gaan er nog weken voorbij eer hij zichzelf in alle ernst af durft te vragen of Lize het meisje is dat voor hem bestemd is. Hij twijfelt.
Is het geen bevlieging, gevoed door een zekere mate van medelijden?
Naarmate hij echter meer Gods hand leert zien in de gebeurtenissen van de afgelopen weken, maakt dc twijfel plaats voor een rustgevende zekerheid. Terwijl hij diep in zijn hart aan een knap en representatief meisje dacht, zette God op een zondagmorgen een wissel om. Het nieuwe spoor leidde naar een schuchter meisje met een geschonden gezicht. Terwijl hij zich bijna had blindgestaard op het uiterlijke, werd hem van Hogerhand geleerd dat het innerlijke zoveel belangrijker is. Dc vraag is echter hoe hij Lize benaderen moet. Hij heeft nooit zoveel kontakt met haar gehad. Tot meer dan een terloops praatje na afloop van de catechisatie is het nooit gekomen.
Op een vrijdagavond in het laatst van juni rijdt Maarten, na een vermoeiende werkdag.
vanuit een naburige stad naar huis Met op/et heelt hij de afspraak met dit bedrijf aan het eind van de middag gepland. Hij weet dat Lize in dezelfde stad op een bank werkt en waarschijnlijk omstreeks de/e tijd naar huis fietst.
Toch bezorgt het hem nog een gevoel van verrassing als hij haar inderdaad in het oog krijgt. Tegelijkertijd komt hij echter tot de konklusie dat zij pech moet hebben, want ze loopt naast haar fietst. Ze is nog zeker drie kilometer van huis. Maarten brengt de auto naast haar tot stilstand en stapt uit. Lize kijkt opzij en groet met een verrast: „He, Maarten!" „Gociemiddag, de feiten spreken hier voor zichzelf', zie ik wel, " zegt Maarten, met een blik op de platte achterband. „Kan ik je soms een lift aanbieden? Die fiets leggen we zo in dc kofferbak." „Graag." accepteert Lize dankbaar, „het is zo warm en ik kan niet goed zo'n eind lopen." Even later zit ze naast hem. bevangen en met een hart waarin de hoop en de twijfel om de voorrang strijden.
Maarten is vastbesloten om deze wonderlijke samenloop van omstandigheden niet zomaar voorbij te laten gaan. „We zijn er nu zo en ze zitten thuis met het eten te wachten." zegt hij, „maar ik wil graag eens met je praten. Heb je zin om morgenavond een eindje te gaan rijden? " Hij kijkt tersluiks opzij om haar reaktie te peilen en hij weet al dat haar antwoord positief zal zijn, voordat ze zegt: „Graag!"
Ze hebben de auto ergens neergezet en lopen nu op een bospaadje. De stilte in het bos is bijna volkomen. „Alsof de natuur de adem inhoudt en net zo gespannen wacht op de dingen die komen gaan als ik." denkt Lize.
Het lopen over de ongelijke bospaden kost haar moeite. Maarten regelt zijn passen naar dc hare. Hij beseft dat een leven met Lize een leven van aanpassing zal betekenen, gewend als hij is om vlug te lopen en snel even dit en even dat te doen. Het verbaast hemzelf dat dc vaststelling van dit feit hem op geen enkele wijze tcmeerdrukt. Integendeel, het vervult hem met een verwonderde blijdschap. Zijn leven heeft er een dimensie bij gekregen', er voor iemand zijn, voor iemand zorgen en haar moeilijkheden met haar meedragen. Maar aan de andere kant moet hij Lize ook zeggen dat hij haar nodig heeft, dat hij echt niet zo onafhankelijk en zelfbewust is als velen wel denken. En ook dat hij geleerd heeft dat het innerlijk het uiterlijk ver te boven gaat.
Dwars door hun gedachten heen gaat hun gesprek voort. Lize vertelt over haar werk. „De ene chef wil niet hebben dat ik aan dc balie help." zegt ze een beetje verdrietig. Dan houdt Maarten haar met een ruk staande. „Hoor 'es, Lize, " zegt hij heftig, „zul je je voortaan van zulke minderwaardige ideeën niets meer aantrekken? Een litteken of niet, je bent mij er even lief om en ik wil het verdriet dat je er ongetwijfeld over hebt, graag met je meedragen." De klank van zijn stem is inmiddels totaal anders geworden als hij vervolgt: „Ik wil je graag beter leren kennen, Lize. Zullen we daar vanaf vanavond mee beginnen? " Ze kijkt hem aan met een bevende glimlach om haar mond. „Daar zijn we immers al mee begonnen? " zegt ze. Dan rollen er zomaar een paar tranen van geluk naar beneden, langs het litteken, en Maarten veegt ze voorzichtig weg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1989
Daniel | 32 Pagina's