JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Ster van het oosten (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ster van het oosten (2)

Naar een oud verhaal uit Noord-Amerika

11 minuten leestijd

De sneeuw vah dichter. De Indianen jagen de honden op. Ze moeten hun dorp bereikt hebben, voor de sneeuwjacht zo dicht wordt dat verdergaan onmogehjk is. Het gaat nu in snelle draf. De mannen rennen er naasl. met het hoofd gebogen voor de warreling van vlokken. Een snijdende wind steekt op. Opeens begint een van de honden onrustig te snuiven. Hij rukt in zijn tuig en wijkt af naar rechts. De oudste Indiaan grauwt en haalt de zweep tevoorschijn. Maar dc andere honden volgen hun leider. De slee komt dwars te staan, en de dieren besnuffelen een donker heuveltje, dat half ondergesneeuwd is. De Indianen komen bevreemd naar voren. Hun honden zijn zelden ongehoorzaam.

„Oef!" bromt een van hen. ..Het is een mens. Een jongen!" Ze kijken neer in een blauwbleek gezicht met gesloten ogen. dat ijskoud aanvoelt. Er is geen adem, die kleine wolkjes maakt in de vrieskou.

„Hij is al naar de eeuwige jachtvelden vertrokken", zegt de oudste Indiaan.

Ze overleggen samen. Dan tillen ze het jongenslichaam op, leggen hem naast de dode eland in de slee en dekken hem toe met een bcrcvacht. Opnieuw beginnen mens en dier hun gevecht tegen de meedogenloze sneeuwstorm.

Hel loopt al legen de avond, als de twee krijgers het kamp aan de Grauwe Olterrivier bereiken. Onmiddellijk wordt de slee omstuwd door nieuwsgierige mannen, taterende squaws en O pge WO n de n kin dere n. .

Gele Wolf. hel opperhoofd, komt ' uil zijn lent. Hij is al oud. maar zijn houding is nog kaarsrecht. Met een scherpe blik in zijn diepliggende ogen ondervraagt hij de twee krijgers.

Eén van zijn vrouwen is doorgedrongen tot vlakbij de slee. Ze kijkt strak naar het gezicht van de jongen en buigt haar hoofd lot vlakbij hel zijne. Ziet ze nu zijn wimpers trillen? Als Gele Wolf uitgesproken is. zegt ze: ..Het is de korte dood...." | Het opperhoofd fronst zijn i wenkbrauwen. ..Breng hem in j mijn tipi!"

De twee mannen dragen hem samen de lent binnen. De vrouw stookt het vuur op. In de ketel, die boven het vuur hangt, giet ze water met wat geheimzinnige kruiden. Dan onderzoekt ze hem verder.

Als Gele Wolf binnenkomt zegt ze tevreden: ..Ja. hel is de korte dood. Misschien zal hij zo ontwaken...."

Het opperhoofd buigt zich over hem heen. Het is een knappe, sterke jongen ziet hij. hoewel hij veel te mager is.

Hel wordt kokend heet in de tent. De vrouw wrijft zonder ophouden Wabuns lichaam. Het water in de ketel begint te borrelen en een vreemde geur koml vrij.

Gele Wolf zil op de grond naast de jongen en wacht. De vlammen werpen geheimzinnige schaduwen op zijn gegroefd gezicht, dal ontsierd is door een groot litteken van zijn mond naar zijn linkeroor. Eindelijk, na een uur. slaat de jongen de ogen op en zijn malle blik zwerft door de halfduistere tipi.

In de nederzetting van Twee Manen was de verdwijning van : Wabun eerst niet opgemerkt. Het kwam wel meer voor. dat hij dc hele dag weg bleef. Toen hel avond werd. ging het opperhoofd zelf zoeken. Hij probeerde sporen te vinden, maar hel was te donker en er waren te veel voetafdrukken.

Hel werd nacht cn in de verte klonk het droef gehuil van een eenzame wolf. De angst sloeg Twee Manen en Wapiti om het hart. Waar was Wabun'.'

Zodra de dag aanbreekt, trekt het opperhoofd er met enkele mannen op uit. Zc nemen een slee cn twee van de laatst overgebleven honden mee. Ver buiten het dorp vinden ze een spoor, dat regelrecht in de richting van het vijandelijke kamp leidt. Ze vinden ook de schuilplaats, waar Wabun de nachl heefl doorgebracht.

Een donker vermoeden komt in Twee Manen op. Zijn zoon zal toch niel stiekem dat dwaze plan uitgevoerd hebben? Snel gaan ze verder, maar lol hun schrik zien ze dat de lucht onheilspellend donker wordl. Het duurt niet lang of de eerste sneeuwvlokken vallen. Het is dezelfde sneeuwstorm. die ook de twee Indianen aan de Cirauwe Olterrivier gegeseld heeft.

Na een half uur zijn alle sporen opgevidd. Er is niets aan te doen. ze moeten terug, anders zullen ze met elkaar hier omkomen.

Twee Manen en zijn krijgers bereiken, zij het met moeite, veilig hun eigen dorp. Nog een nachl en een dag houdl de sneeuwstorm aan. De wind huilt | om de tipi's en jaagt de sneeuw op tol metershoge wallen. Maar ook in het harl van Twee Manen stormt het.

Toen Wapiti hoorde, waar Wabun waarschijnlijk was. had zc heftig uitgeroepen: ..Dat is de straf van de Grote Geest, omdat we Hem niet willen dienen!" Twee Manen had haar met nikkerende ogen aangekeken en even had ze gedacht dat hij haar zou slaan. Tot haar verbazing bleef hij echter zwijgen. Ze kon niet welen, dal haar woorden als scherp gepunte pijlen zijn ziel w aren bi n ne nge d r o nge n.

Het liet hem niel los. Nu zit hij roerloos als een stenen beeld naast het vuur. Gevoelens van wraak, angst en schuld strijden in hem om de voorrang. Het kan toch niel waar zijn. dat die onbekende Geest nu komt met zijn straffen? En toch — de oogst is mislukt.... de winter is streng.... de honger is gekomen.... Wabun is weg....

Wapiti werpt af en toe

voorzichtig een blik op haaiman. Eindelijk zegt ze bevend: , .7.al ik.... bidden tot de Grote Geest? Er is genade.... want Hij heeft Zijn Zoon gegeven....? Het opperhoofd haalt zijn schouders op. maar verbiedt het niet. En zij vouwt haar handen en spreekt voor het eerst hardop haar smeekgebed uit.

Die dag worden er verschillende plannen gemaakt en ook weer verworpen. Tenslotte wordt besloten dat twee van de oudste Indianen naar de vijand zullen gaan om te onderhandelen. Nog één dag zullen ze echter wachten. Er kan een boodschap komen van de vijandelijke stam.

Hel eerste dat Wabun ziet. als hij zijn ogen opslaat is het gerimpelde gezicht van Gele Wolf. De half-beschaduwde kop met het griezelige litteken jaagt hem angst aan. Wie is dat? Vaag komen de herinneringen terug, maar telkens zakt hij nog weg in een halve bewusteloosheid. Opnieuw spert hij zijn ogen open. Hij probeert rond te kijken en stamelt dan: ..Ww.... waar ben ik? "

„In de tipi van Gele Wolf', antwoordt het opperhoofd. Direkt vuurt hij een aantal vragen af. maar de jongen is te zwak om te antwoorden. Hij fluistert alleen maar: ..Honger...." De vrouw van Gele Wolf geeft hem wat soep. Daarna valt hij in een diepe slaap.

De volgende morgen is hij een stuk opgeknapt. Alleen zijn voeten jeuken en ze doen pijn. want ze zijn halfbevroren. Nadat hij gegeten heeft, wordt hij verhoord door Gele Wolf. Wabun vertelt alles eerlijk en onbevreesd. Hartstochtelijk pleit hij tenslotte om hulp voor zijn stam. Het wordt stil als hij uitgesproken is. Wabun houdt zijn blik strak op Gele Wolf gericht. Wat zijn de verborgen gedachten van het opperhoofd? Een stil gebed stijgt in hem omhoog. Buiten klinkt het verwoede geblaf van een hond. Een houtblok valt sissend om in het vuur.

Eindelijk zegt Gele Wolf: ..De woorden van de dappere jonge wolf zijn vele. Zi jn zij niet gemengd met leugens? "

Wabun schudt heftig zijn hoofd. ..En hoe heet de jonge wolf? " ..Wabun Anning.... Ster van het oosten. Ik heet zo. omdat...." Wabun aarzelt even. Dan vertelt hij de oorzaak van zijn naam en het verhaal van zijn geboortedag. Het is merkwaardig, welke uitwerking de naam „Jossahud" heeft. Gele Wolf lilt met een ruk zijn hoofd op. ..De Jossahud? Kent de stam van Twee Manen de Jossahud? "

Wabun knikt. Opnieuw begint hij te vertellen. Van de vriendschap met het bleekgezicht. van de verhalen, die hij vertelde over de Grote Geest en Zijn Zoon. Die in de sneeuwmaand geboren is. Weer valt een stilte. Het opperhoofd zegt niets en Wabun durft niets te vragen. Zou Gele Wolf de Jossahud ook kennen? Als dat waar is. kan alles nog goed komen!

Wabun moet lang in het onzekere blijven. Gele Wolf vertrekt uit de tipi en komt pas tegen de avond terug, samen met een drietal sterke krijgers. Wabuns angst groeit. Wat gaat er gebeu ren?

Gele Wolf neemt het woord. ..Morgen, als de zon aan de hemel komt. gaat de dappere jonge wolf naar huis. Deze mannen zullen hem vergezellen. Verder zal er voedsel meegenomen worden voor de mensen van zijn stam".

Wabuns mond valt open. Er wordt hulp geboden! Stotterend bedankt hij en dan vraagt hij bedeesd: ..Is het door de Jossahud. dat het grote opperhoofd hiertoe is gekomen? " Gele Wolf knikt langzaam. ..Ziet de jonge wolf dit litteken? Eens was dit een vreselijke wond. veroorzaakt door een beer. die mij onverhoeds had aangevallen in het bos. De adem van de dood ging over mij heen. Toen ben ik gered door de vuurstok van de Jossahud. Veel dank was ik aan hem verschuldigd. Maar hij wilde niets aannemen. De Jossahud is een man. groot van daden en groot van geest". Wabun heeft ingespannen geluisterd. ..Kent het grote opperhoofd ook De Grote Geest. Die de Jossahud gezonden heeft? "

Gele Wolf knijpt zijn ogen samen tot spleetjes. ..Nooit vergeet een Indiaan een weldaad, die aan hem is bewezen", zegt hij. ..De Jossahud heeft gezegd: Hebt uw vijanden lief. Nu is etgelegenheid om dat te doen. Dit is mijn dank aan de Jossahud!" Hel is duidelijk, dat hij op Wabuns vraag niet in wil gaan.

Wabun kan die nacht haast niet slapen van opwinding. Zodra hij "s morgens enig gerust hoort, kruipt hij naar de ingang van de tent. Nog steeds kan hij niet goed lopen.

Als alles klaar is wordt Wabun naar de voorste slee gedragen. De andere sleden zijn beladen met leren zakken vol maïs. De oogst van dit dorp. dat vlak aan de rivier ligt. is goed geweest. Ook wordt er gedroogd vlees meegegeven en zelfs een stuk van de eland.

Verlegen, omdat hij zoveel goede gaven mee krijgt, neemt Wabun afscheid van Gele Wolf. Dan gaan ze op weg. Het duurt hem veel te lang. Hij voelt niets van de striemende kou. hij zou kunnen zingen van blijdschap. Eindelijk zien ze de contouren van het bos. waarin het kamp van Twee Manen ligt. Nu sturen de Indianen Wabun in zijn slee alleen vooruit om hun komst aan te kondigen.

Wabun zet de honden nog aan. In vliegende vaart gaat het op het dorp aan. In zijn ogen. die weer de oude schittering hebben, tintelt de vreugde. Met overslaande stem jubelt hij een vrolijke jachtkreet: ..Hokka hee.... hokka hee...."

De blijdschap in het kamp van Twee Manen is onbeschrijfelijk. Wapiti slaat huilend haar armen om haar zoon heen en Twee Manen tilt hem zelf op en draagt hem naar hun tent. De drie krijgers worden binnengehaald. Even moet het opperhoofd iets wegslikken. Moet hij nu genadebrood eten van zijn vijanden? De nood is echter te groot om zijn trots mee te laten spelen. Midden in het dorp wordt een groot kampvuur aangelegd, waarboven hel stuk elandevlees wordt geroosterd. Weldra trekt een heerlijke geutdoor het dorp. Het is feest!

De krijgers hlijven die nacht in het dorp. .^ks ze de volgende morgen vertrekken geeft Twee Manen hen mooie hcrcvachtcn mee en een prachtige deken met bizarre figuren voor Gele Wolf. Tot Wabuns verbazing zegt hij: ..Bedank het grote opperhoofd van Twee Manen. Mis.schien zullen wij samen eens de vredespijp roken...."

De eerste dagen is Wabuns naiim op ieders lippen. Van de vreemde krijgers hebben ze gehoord, hoe Gele Wolf hem noemde: Dappere Jonge Wolf. En al gauw noemt iedereen hem zo. Ook Twee Manen, die buitensporig trots op hem is.

Vk''abun zelf legt cr cchtcr dc nadruk op dal hel door de Jossahud koml. dat er hulp geboden is. En eigenlijk door Zijn God. Die wonderen werken kan.

Hel opperhoofd zcgl daar niet veel op. Steeds openlijker wordt nu in hun tipi door Wabun en zijn moeder over die dingen gesproken. Soms vertelt Wabun "s avonds aan zijn zusjes een van de bijbelverhalen, die hij zich kan herinneren. Zijn vader staart dan onbewogen in het vuur en niemand weel wat er in hem omgaat.

Op een dag echter vertrouwt Wapiti aan Wabun iels heel moois loe. Twee Manen heeft haar beloofd, dat de blanke broeder, als hij komt. nu mag spreken over de Grote Geesl en Zijn Zoon. Hij zal hel niet langer verbieden.

Wat verlangt Wabun nu naar de komst van de Jossahud! Hij heeft zoveel te vragen en zoveel te vertellen.

Als het weer gaat veranderen en de sneeuw begini te smelten, strompelt hij vaak naar de rand van hel bos om tc kijken of zijn vriend nog niet in aantocht is. En dat is dan ook het eerste, wat Peter Thompson ziet. als hij in de lente eindelijk dc nederzetting van Twee Manen bereikt: een grote jongen, leunend op een stok. die met zijn hand boven de ogen over dc golvende grasvlakte tuu rl.

Dordrecht

A. Korpershoek-\an Wendel de Joode

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1988

Daniel | 32 Pagina's

Ster van het oosten (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1988

Daniel | 32 Pagina's