Adventslicht in duisternis en dood
Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien: egenen die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelven zal een licht schijnen Jesaja 9:1
Wal betreft het volk. en het land in bovenstaande woorden, worden wij teruggewezen naar Jesaja 8. het laatste vers: ..Galilea der heidenen"! Het noordelijk deel van hel heilige land was gehuld in zwarte duisternis: geestelijk-zedelijk w^eggezonken in ongerechtigheid, onkunde en dwaling. De Galileeërs werden verduisterd door angst en voortgedreven door donkerheid. Zo werkt de bange Godsvervreemding door in een land. een volk. in een mensenhart. En de zondaar weet het niet. gevoelt het niet wat de ontzagwekkende vruchtgevolgen zijn van onze diepe val in Adam. Meer dan ooit wordt hier de overeenstemming getekend met ons mensengeslacht, hel volk van Nederland. Gods oordeel rust zwaar op ons vanwege de doorbrekende goddeloosheid en zedeloosheid. En wie beeft er onder, wie weent er over?
Want niemand stelle zich boven de diepstgezonkene. Wie door genade kennis ontvangt aan eigen hart en bestaan voor de hoge God, die steekt de hand in eigen boezem. Die wordt door Gods Geesl waarachtig en grondig overtuigd zélf die duisternis gekozen te hebben boven hel licht, ja de dood boven het leven. Nee. dan sloot u zich niet meer aan dat verachte Galilese heidenvolk. maar dan wordt het: ..Ik ben één van hen!"
Aangrijpend beeld: wandelen in duisternis, al verder van God af: wonen onder de slagschaduw van de dood. We bewegen ons nog zo vrij, we kunnen ons nog zo thuis voelen. En met onze kinderen zinken we spoedig weg in 's afgronds donkere nacht. Kent u deze droeve slaat bij ondervinding? Of zal 't gemis van deze glans u een eeuwige nachl gaan baren?
O. waar wandelt u toch heen? Waar woont u? Wat zal uw eeuwige bestemming, uw laatste woonplaats zijn? Daarom zegt Hij: „Ontwaakt, gij die slaapt, en staat op uit de doden; en Chrislus zal over u lichten" (Efeze 5).
Hoort en ziet en ondervindt wat God doen zal. ja gedaan heeft aan zulk een volk. in het leven van zo'n zondaar of zondares. Naar waarde, naar recht moest dit volk. ja u en ik. om eigen schuld in de eeuwige troosteloze ellende wegzinken en nooit meer dageraad zien. Echter, "t kan nooil zo angstig donker wezen, of zulk een bange duisternis in uw ziel zijn: God komt met een zeer genadevolle belofte.
Immers, dat volk zal een groot licht zien. over dat in de dood gekluisterde land zal een licht schijnen. Hier wordt alle mensenwerk afgesneden, alle mensenroem uitgesloten. Ik. de HEERE. doe al deze dingen. God is het. Die hel licht doet doorbreken op Zijn machtswoord, alles uil Zijn vrijmachtig welbehagen en eeuwig voornemen in Christus Jezus. Hier schittert Gods eenzijdig verlossend werk in de Zoon van Zijn eeuwige liefde, de blinkende Morgenster, de Zon cïer gerechtigheid. Dan koml er hoop voor een benauwde ziel. een verslagen zondaar(es), liggend midden in de dood. Door Zijn Heilige Geest en de prediking van het evangelie van vrije genade laat de Heere trapsgewijze het licht opgaan in ons hart. Hij trekt uil de duisternis met onwederstandelijke kracht en brengt tot Zijn wonderbaarlijk licht. Want wonderbaar zal het wezen als God onze ziel bezoekt met de Opgang uit de hoogte.
De eersle stralen van deze Zon geven reeds verademing, verkwikking, ja genezing in ons doorwond zondaarshart. Ja, naar mate dat de beloften helderder ontsloten worden, gaat onze ziel meer hunkeren naar de kennis van Christus. Enerzijds is dit Licht des hemels verterend voor alle zonden, hoogmoed, vijandschap, zelfzucht en eigengerechtigheid. En anderzijds begint de ziel door het geloof le aanschouwen hel liefelijk licht van Zijn vertroostend aangezicht. „Om Zijn volk kennis der zaligheid te geven, in vergeving hunner zonden". Ja. daar strekt zich al mijn lust en liefde heen! Immers het hart wordt verwarmd door het verkwikkende licht van de dierbare Zon der gerechtigheid. Er is genezing van al de kwalen van mijn bedorven bestaan onder Zijn vleugelen, O. dat de hof van Gods kerk in zijn doodse staat en ook dorre stand verlicht en verlevendigd werd. ja heilig verliefd om Jezus" komst le verbeiden: ..Uw komst is hel. die mijn heil volmaakt!"
Dan worden de vruchten van ootmoed gekweekt: daar wandelt de bruid in tere vreze Gods. Dan zoekt zij de verborgen omgang met haar Zielebruidegom. Dan wordt de bruid ingeleid in de gangen van Zijn vernedering, van Hem Die door de helse duisternis van Golgotha afdaalde in de Godsverlalenheid van die ontzaggelijke dood om op eeuwige rechtsgrond de bruid le voeren naar Immanuëlsland. Dan zullen de schaduwen vlieden. Dal is: voorgoed mijzelf kwijt le zijn, der zonde eeuwig gestorven te zijn cn in gerechtigheid en heiligheid altoos le leven! „En aldaar zal geen nachl zijn "
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1988
Daniel | 32 Pagina's