Door de wet is de kennis der zonde (Rom. 3:20)
Schrijfster is overtuigd van de noodzaak van de overtuiging van zonde. Haar vraag is: ..Is overtuiging van zonde door de wet noodzakelijk? Dat het voorkomt is duidelijk. Maar kan of moet iemand persé alléén door de wet overtuigd worden van zijn of haar zonden. Of is het de ingestorte liefde die het hart breekt? " Wat is een evangelische bekering? een wettische bekering? Geen wonder dat je er niet meer uitkomt. Er is ook z'n verwarring op deze punten. Wat we, ook als jongeren, nodig hebben is eenvoud en duidelijkheid. Laat ik dit eerst tegen mezelf zeggen en daarna tot allen die Gods Woord hebben door te geven.
Tegenwoordig hoor je nogal eens zeggen dat de overtuiging van zonden een gevolg is van de kennis van Christus. De Heidelbergse Catechismus leert het ons anders. In de Zondagen 2-6 wordt ons deze lijn aangegeven: door de Wet is de kennis van de zonde. Eerst zoekt een mens allerlei uitvluchten en middelen om onder de zondeschuld uit te komen. Alles wordt hem uit handen geslagen. Dan worden hem de ogen geopend voor de noodzakelijkheid en mogelijkheid van zaligworden door Christus. De wet is dus de spiegel waarin een mens zijn zonden en zondige natuur ziet. Van nature kijkt hij even in de spiegel, ziet dat het met hem niet in orde is en loopt weer door en denkt liever niet meer aan wat hij gezien heeft. We moeten helaas zeggen dat dit met de meesten van ons gebeurt.
Het kan ook zijn dat hij onder de indruk komt. Hij gaat zijn leven veranderen en wordt erg godsdienstig. Deze reformatie lukt. maar hij komt niet tot de kennis van Christus. Hij leeft als een keurige farizeeër. Vaak geeft dit hem niet wat hij er van verwacht heeft en hij valt terug in het oude leven, wordt zelfs erger dan ooit tevoren. Deze situatie beschrijft de Heere Jezus in Matth. 12 : 43-45. Lees het maar. In sommige gevallen kan de overtuiging door de wet zo benauwen dat een mens zelfmoord pleegt.
In beide situaties is er wel sprake van een algemene overtuiging door de wet maar de liefde is niet in het hart uitgestort. Het hart is niet verbroken. Er is een vluchten van de Heere vandaan. Paulus noemt dit in 2 Kor. 7 een droeflieid der wereld die de dood werkt. Al Gods kinderen hebben een tijd gekend dat ze bang waren dat het bij hen niet anders was. Door Gods genade kan zo'n algemene overtuiging overgaan in een zaligmakende overtuiging. Dat gebeurt in de wedergeboorte; dan wordt de liefde van God in het hart uitgestort (Rom. 5:5). Nu is het niet zo dat elke wedergeboorte voorafgegaan wordt door een periode van algemene overtuiging. De Samaritaanse en Paulus werden midden uit hun zondeleven getrokken.
De zaligmakende overtuiging gebeurt eveneens door de wet. Maar deze overtuiging doet niet van de Heere vandaan vluchten, maar de liefde doet naar de Heere toevluchten. Het evangelische element in deze overtuiging is ook dat de zekerheid aanwezig is dat God niet alleen rechtvaardig en heilig is maar ook barmhartig. Liefde zoekt gemeenschap. Dus zo'n mens zoekt weer bij de Heere te komen om omgang met Hem te hebben, maar nu wordt beleefd dat de zonde ertussen ligt. Het ligt niet vlak tussen de Heere en hem/haar. Men gaat ook reformeren, maar hier lukt het niet. De Heilige Geest laat steeds meer zien dat de Wet volmaakte liefde eist en die heeft men niet. Bovendien is er de hemelhoge schuld. Hier is niet alleen benauwdheid maar ook droefenis (Ps. 116:3). Dat noemt Paulus de droefheid naar God (= zoals de Heere het bedoelt) die een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid (2 Kor. 7:10)? Er is een gebroken hart. een verslagen geest. De overtuiging gaal steeds door en wordt verdiept lot men radeloos voor de Heere neervalt en uitroept: .Is er nog een weg? " (H.C. vr. 12). Dan laat de Heere zien dat er een Zaligmaker is. Die raad weet met de puinhoop die wij ervan gemaakt hebben. Op dat moment begint de kennis van de Heere Jezus. Die kennis wordt in het leven steeds meer verdiept. Heeft men die kennis, dan heeft men het eeuwige leven (Joh. 17:3).
Dan is er dus de zaligheid al. De overtuiging dient dus om in het hart plaals te maken voor de Heere Jezus. Anders zullen we Hem nooit nodig hebben. Hoe diep moet nu die overtuiging gaan? Zo diep dat ze ons aan de voeten van de Heere Jezus brengl. Dit kan bij elk mens weer verschillend zijn. Elk krijgt zijn eigen bekeringsweg.
Nu gebeurt het wel dat mensen vragen: ..Is mijn overtuiging van het rechte soort? " Dit blijkt pas als een mens ermee bij de Heere Jezus komt. Voor dat moment is er geen bewi js dat de overtuiging zaligmakend is.
Met de kennis van en de omgang-; ' met Christus houden de overtui? ; '.; : -; gingen en ontdekkingen niet opó'.-; 'y; Denk maar aan Petrus in Luka££ 5. Als hij de trouw en liefde va'-iï'de Heere Jezus ziet. voelt hij zich te onwaardig om in Zijn nabijheid te kunnen verkeren.
Overheersen angst en droefheid en vaak moedeloosheid in deze overtuiging, dan spreekt men wel van een wettische bekering. De Heere behoudt Zich de vrijheid voor om elk mens te bekeren op de manier zoals Hij dat wil.
Maar meestal zien we dat een mens die voor zijn bekering volop de zonde en de wereld gediend heeft zo'n turbulente, wettische bekering krijgt. Denk aan Bunyan en de hoofdpersoon van de Christenreis: Christen. Het is ook mogelijk dat de liefde overheerst. Liefde brengt uiteraard een innerlijk blijdschap mee. ondanks de droefheid naar God, die aanwezig is. Hier spreekt men van een evangelische bekering. Deze treffen we aan bij Getrouw en Hopende uit de Christenreis. Vaak ook bij mensen die in hun vroege jeugd tot bekering gekomen zijn en nooit de wereld zijn ingegaan.
De term „evangelische bekering" wordt nogal eens misbruikt door mensen die menen bekeerd te zijn zonder dat er sprake is geweest van ellende-kennis. Levensgevaarlijk. Laten we nooit vergeten dat kennis van zonde en ellende ook aangetroffen wordt bij degenen die evangelisch geleid worden.
Beste A. In onze jeugd is ons nogal eens de raad gegeven: ..Vraag de Heere of Hij je bekeren wil. zoals Hij Zijn volk bekeert." Deze raad geef ik weer door. Blijf zo maar tobben tot de Heere de problemen oplost. Welgelukzalig is de mens. die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren.
Want die Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van de HEERE (Spr. 8:34 en 35).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1988
Daniel | 32 Pagina's