JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wees dan barmhartig

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wees dan barmhartig

11 minuten leestijd

Hans begon weer te drinken. Hij sloeg een grote voorraad drank in en probeerde de herinneringen te verdrijven. Niet denken! Alles is toch voorbij? Niet denken!

Hij maakte er 's avonds een gewoonte van om naar het café van Scheitens te gaan. waar ouwe Sjaak hem hoofdschuddend begroette. Hij wilde mensen zien! Hij had een grote behoefte om te praten, maar de woorden wilden niet komen, althans niet bij de mensen die hij ontmoette. Niemand begrijpt het....

Ze préken alleen maar.... Ze snappen er niks van!

„Kijk eens jongen". Jan Verwoerd slaat zijn benen over elkaar en kijkt ernstig naar Hans, die tegenover hem zit. „Nou heb je een maand niet gedronken en als je er nu weer aan begint, ben je onherroepelijk verloren! Begrijp je dat? "

Hans knikt.

„Er is voorlopig maar één manier om er af te blijven en die is: alles vermijden wat je ook maar enigszins in aanraking brengt met alkohol! Ja? " '

Hans knikt weer.

„Dus geen café Scheitens, geen Sarnmy's Bar of wat dan ook, maar Koningsstraat dertig: Jan Verwoerd! Okee? "

„Ik zal 't proberen", zegt Hans, en met een zucht: „Of het echt lukt weet ik niet."

„Ik begrijp dat het moeilijk is joh. Maar probeer er toch maar tegen te strijden. En je weet 't wel: echt strijden, dat kan alleen met gevouwen handen!

Ze zijn die zaterdagavond met dertig jongelui bij elkaar op de jeugdvereniging. Carla heeft een inleiding gehouden over de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan uit Lukas 10. Na de pauze zal er aan de hand van gespreksvragen over doorgepraat worden. De eerste vraag staat al op papier. De tweede vraag zal na 10 minuten uitgereikt worden. De vraag is: „Hoe zou je de boodschap van de gelijkenis in je dagelijks leven in praktijk kunnen brengen? " Het antwoord op die vraag was nog niet zo gemakkelijk. In beide teksten komt de opdracht tot barmhartigheid naar voren. Hoe je dat in praktijk kunt brengen, dat is best moeilijk.... Want wat betekent barmhartig-zijn nou precies? Zo wordt er in het

groepje van Jos over gesproken. Tot er iemand zegt: Volgens mij is het een zaak van het hart, kijk maar eens naar vers 27. De Heere Jezus zegt het hier Zelf." En terwijl ze daar mee bezig zijn komt Carla langs met vraag twee. 't Is eigenlijk geen vraag. Het is een verhaal over Hans en over een zekere Jan Verwoerd. Onder het verhaal staan de volgende vragen: ) Zou je Hans kunnen vergelijken met de gewonde man uit de gelijkenis? b) Zou je Jan Verwoerd kunnen vergelijken met de barmhartige Samaritaan? c) Waaruit blijkt dat er bij Jan Ver woerd sprake is van de barmhartigheid waarover in Lukas 6 : 36 gesproken wordt?

Je kunt je voorstellen dat de tongen los kwamen in de diskussiegroepen bij het verhaal over Hans en de vragen die daarbij gesteld werden. Verschillende kanten van het onderwerp „barmhartigheid" kwamen als vanzelf naar voren.

Voor wie zijn we barmhartig?

Zou je Hans kunnen vergelijken met de gewonde man uit de gelijkenis? Ja. maar Hans heeft zichzelf in de problemen gebracht. Je kunt toch niet de zorg voor zulke ..probleemfiguren" op je gaan nemen? In de gelijkenis gaat het over iemand die er zelf niets aan kan doen. Moet je dan iedereen die door eigen schuld in dc problemen komt. helpen? En trouwens, wie weet welke problemen Hans heeft? Dat drankprobleem kan wel door iets heel ergs veroorzaakt zijn. De Heere Jezus heeft toch ook niet tegen de zondaren gezegd dat Hij hen niet wil helpen. Kijk eens naar de Samaritaanse vrouw. Trouwens. de Bijbel staat er vol van. De barmhartigheid van God is altijd ontferming voor schuldigen. Bij dc opdracht tot barmhartigheid worden geen mensen uitgesloten. Aan de andere kant vraagt de Heere niet dat wij de zorg van de hele wereld op ons nemen. *t Gaat er in de eerste plaats om dat je oog hebt voor de mens die de Heere op je levensweg brengt. Zo is het ook in de gelijkenis. De Heere Jezus wijst de wetgeleerde op drie mensen die alle drie een mens tegenkomen op hun weg van Jeruzalem naar Jericho. De priester en de Leviet gaan in onbarmhartigheidvoorbij. Wat is het aangrijpend als wij zo aan een medemens voorbij gaan. Dan zal voor ons het woord van Jakobus gelden:

„Want een onbarmhartig oordeel zal gaan over degene, die geen barmhartigheid gedaan heeft" (Jak. 2 : 13). Daartegenover staat de houding van de barmhartige Samaritaan. Van hem lezen we dat hij met innerlijke ontferming bewogen is. Hij kan niet aan z'n medemens in nood voorbij gaan. Hij gaat naar hem toe en vraagt niet eerst of hij misschien door eigen schuld in deze situatie terecht is gekomen. Hij gaat iets doen. Hij verzorgt zijn naaste. En als hij dc gewonde in een huis van verzorging brengt, dan zegt hij tegen dc eigenaar: Draag zorg voor hem." Barmhartigheid komt tot uiting in zorgende handen. En spreekt liefdevolle toewijding uit.

Een opdracht voor de gemeente

De zorg voor dc naaste is een opdracht voor dc christelijke gemeente. Wat Jan Verwoerd voor Hans deed was zijn opdracht. Hij trok het zich

aan dat er een jongen in nood verkeerde. Hij ging niet aan hem voorbij. Hij mocht hier doen wat Jezus aan het eind van de gelijkenis zegt tegen de wetgeleerde: „Ga heen, en doe gij desgelijks". Sommige mensen denken weieens dat de zorg voor de naaste een taak is voor de diakenen. En natuurlijk hebben de diakenen daarin een bijzondere opdracht. Het diakonaat omvat echter zowel het onderlinge dienstbetoon in de gemeente, als de ambtelijke dienst van de diakenen. We lezen in de Bijbel in Handelingen 6 dat vanwege de groei van de gemeente de bediening der armen een te zware opgave wordt voor de apostelen. Er ontstaan problemen omdat de weduwen van de Grieken in de dagelijkse bediening worden overgeslagen. Op een ge mee n te ve rga d e ri ng wo rd e n dan zeven mannen verkoren die zullen gaan dienen als diakenen. Naast de dienst der verzoening (het werk van de apostelen) zullen de diakenen gaan arbeiden in de dienst der barmhartigheid. En dat is wellicht de mooiste omschrijving van het diakonaat: dienst der barmhartigheid.

In de geschiedenis van de kerk heeft dat niet altijd zo gefunktioneerd. De diakonale gaven werden lang niet altijd met barmhartigheid uitgereikt. Een bekende socialist heeft ooit weieens gezegd: ..Als het christendom meer zorg had besteed aan de armen, dan had het socialisme nooit kunnen ontstaan." Ik denk dat zo'n uitspraak met de feiten weerlegd kan worden. Toch is het hier en daar wel voorgekomen dat de gemeente onvoldoende oog heeft gehad voor de medemens in nood. Denk eens aan de situatie in de vorige eeuw. waarin kinderarbeid de gewoonste zaak was. Wat kwamen er al geen misstanden voor als het ging om de verzorging van zieken en gehandicapten. Hoe onbarmhartig werd soms gereageerd op de nood in de gezinnen als vader werkloos was. Hoe weinig trok men zich soms het lot aan van meisjes die ongewenst zwanger werden. Wat hebben mensen uit de Reveilkring. zoals dominee Otto Gerhard Heldring en anderen, zich ingezet voor deze mensen in nood. In de geschiedenis van de kerk zijn er tijden geweest waarin de dienst der barmhartigheid op bijzondere wijze funktioneerde. Ik denk dat we kunnen zeggen dat daar waar in de gemeente velen dc nauwe omgang met de Vader der barmhartigheid mochten beoefenen, ook de dienst der barmhartigheid bloeide.

Een voorbeeld voor ons

De eerste christenen stonden vanwege hun dienstbetoon bekend in de heidense omgeving waarin men leefde. In een brief van de wijsgeer Aristides aan keizer Antonius Pius (die geregeerd heeft van 138 tot 161) staat daarover het volgende: „De goden van

anderen aanbidden zij niet en zij wandelen in alle nederigheid en vriendelijkheid, en leugen wordt bij hen niet gevonden. En zij beminnen elkander, een weduwe laten zij niet in de steek en een wees bedroeven zij niet. Wie heeft, ondersteunt zonder afgunst hem, die niet heeft. Wanneer zij een vreemdeling zien. brengen ze hem in hun woning en verheugen zich over hem als over een werkelijke broeder; want zij noemen elkaar broeders niet naar het vlees, maar naar de geest en in God. Wanneer een van hun armen uit de wereld weggaat en een van hen hem ziet. dan zorgt hij naar vermogen voor zijn begrafenis. En als zij horen dat een van hen gevangen is of onderdrukt wordt vanwege de naam van hun Christus, dan komen zij allen hem in zijn moeilijkheden te hulp. En als bij hen iemand is. die behoeftig of arm is. en zij geen voldoende levensvoorraad hebben, dan vasten zij twee of drie dagen om de armen te kunnen voorzien van levensonderhoud." (Uit: Prof. dr. A. Sizoo „Christenen in de antieke wereld").

Dat is een getuigenis om stil van te zijn. Zo heeft de eerste christengemeente bekend gestaan. Staan wij ook zo bekend? Kan de wereld van jouw gemeente zeggen: „Kijk eens hoe daar voor elkaar gezorgd wordt? " Is er oog voor jongeren zoals Hans? Is er oog voor de zieken? Voor gehandicapten? Voor weduwen en weduwnaren? Voor andere zorgen in de gemeente en daarbuiten? Onze tijd kenmerkt zich door grote ikgerichtheid, die ook ons niet voorbijgaat. Ik wil graag een aantrekkelijke baan. een mooi huis en toch ook een auto en als 't kan veel vakantie. De vraag klemt of er dan nog tijd en geld en liefde overblijft om iets voor een ander te doen? Mag de wereld om ons heen van jou en mij verwachten dat we anders zijn? Heeft de Heere ons niet apart gezet? Als je behoort tot een christelijke gemeente, dan geeft dat verplichtingen, ook al voel je zelf dat je daaraan niet kunt voldoen. Toch blijft de opdracht: „Wees dan barmhartig..." En wat kun jij dan al niet doen in jouw omgeving!

Wie is er echt barmhartig?

Mag je zeggen dat er bij Jan Verwoerd sprake was van de barmhartigheid in bijbelse zin? Die barmhartigheid is immers vrucht van de verbondenheid aan dé Barmhartige Samaritaan, de Heere Jezus Christus. Immers alleen in de verbondenheid met de Wijnstok kan de rank vruchten dragen. Een jongere of oudere die iets heeft ervaren van Gods barmhartigheid. die zal toch ook barmhartigheid bewijzen? De apostel Johannes schrijft: Zo wie het goed der wereld heeft en ziet zijn broeder gebrek hebben, en sluit zijn hart toe voor hem, hoe blijft de liefde Gods in Hem? " (1 Joh. 3 : 17). Laten we daarbij wel bedenken dat wij alleen aanzien wat voor ogen is. De Heere ziet het hart aan. Jan Verwoerd mocht wijzen op Hem bij Wie er uitkomsten zijn, ook voor een jongen als Hans. Dan zal ook zijn grootste nood aan de orde komen: at hij van nature God kwijt is. Het zou immers onbarmhartig zijn om zorg te dragen voor de tijdelijke nood. maar voorbi j-gaan aan de geestelijke nood. In ons dienstbetoon dient gewezen te worden op de gebrokenheid in deze wereld. Want. waren er geen zonden, dan waren er geen wonden. Hierdoor ondervindt de mens velerlei moeite en verdriet. Maar nu wil de Heere in Zijn grote barmhartigheid mensen gebruiken om nood te lenigen. Hij gebruikt zorgende handen, ook in 1988.

Eenmaal heeft de Heere Jezus voorzegd dat in het laatste der dagen de liefde van velen zal verkouden. We zien het om ons heen in deze ve rz a kei ij kt e m a a tsch ap p ij, die beheerst wordt door wetenschap en techniek. Mensen moeten nuttig zijn. De levensinstelling van de moderne mens is gericht op genot. Wie niet nuttig meer kan zijn en niet meer genieten kan van alles wat de wereld biedt (door ziekte bijvoorbeeld), die heeft afgedaan. Die telt niet meer mee. Eenzaamheid en ellende zullen toenemen. Wat ligt er dan juist nu een grote taak voor de christelijke barmhartigheid. Er wordt niet om gevraagd, maar juist dan mag ze toch beoefend worden. Opdat in onze verkilde maatschappij door dc dienst der barmhartigheid anderen voor Christus gewonnen worden. En dat is het geheim van de ware barmhartigheid. Dan gaat het niet meer om wat ik allemaal doe. Dan ben ik maar over weinig getrouw geweest. Dan is mijn barmhartigheid tekort. Maar dan mag ik wijzen op een barmhartige Hogepriester in de hemel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1988

Daniel | 32 Pagina's

Wees dan barmhartig

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1988

Daniel | 32 Pagina's