JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Anton

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Anton

15 minuten leestijd

Stil loopt Janneke naast Anton uit de kerk naar huis. Ze is nog onder de indruk van de preek die ze hoorde. De stem van Anton roept haar tot de werkelijkheid terug. „Zeg Janneke. waar ben je met je gedachten? Erg gezellig ben je niet. Wat vond jij eigenlijk van de preek? " .Jk vond hem wel heel ernstig.”

„Meen je dat? ", vraagt Anton verbaasd, „zal ik het dan ook eens zeggen? Ik vond er niets aan. helemaal niets. Dat kun je toch geen preken noemen? Dat was nu echt weer eens een voorbeeld van een kapstokpreek. Jc begrijpt natuurlijk niet wat ik daarmee bedoel, maar dat zal ik je uitleggen. Normaal zoekt een dominee een tekst op en naar aanleiding daarvan maakt hij zijn preek. Maar ik verdenk hem er sterk van dat hij een preek in z'n hoofd heeft en daar een tekst bijzoekt. Zeg nu zelf: wat voor tekstuitleg had hij nu? Wat hij vanmorgen gezegd heeft kun je bij elke preek zeggen. Snap jij nu niet dat ik wel eens iets anders wil horen dan altijd maar hetzelfde refrein: hoe God een mens bekeert en hoe het trapsgewijs allemaal gaat. Ik ben nu bijna twintig jaar en dat heb ik van m'n kinderjaren af al gehoord. Nee Janneke. dan hoor ik op de universiteit gelukkig andere dingen. Daar kun je tenminste wat mee doen.”

Stil heeft Janneke naar Anton geluisterd. Ze wist al wat er komen zou: hij heeft het er de laatste tijd zo dikwijls over. Ze kijkt hem even van opzij aan en ziet dat z'n lippen weer op die speciale manier op elkaar geklemd zijn. Ze voelt weer die vreemde pijn van binnen, want ze houdt zoveel van hem. Ze probeert hem zoveel mogelijk te begrijpen, maar soms voelt ze zich zo hopeloos dom bij hem. Als hij zo praat, dan wordt zc onrustig van binnen. Ze weet heus wel dat hij in sommige dingen gelijk heeft, maar ze is zo bang om met hem mee te gaan praten. Dan gaat het misschien van kwaad tot erger en ze weet ook dat zijn ouders er verdriet van hebben.

Ondertussen zijn zc bij Anton thuis aangekomen. Voor ze naar binnen gaan. pakt ze hem bij z'n arm en vraagt dringend: „Je praat er binnen toch niet meer over? " Hij haalt z'n schouders op en zegt: „Dat kan ik je niet beloven, want stel je voor dat ze er zelf over beginnen.”

Waar Janneke bang voor was. gebeurt, want mevrouw Van Bergen zegt: „Wat een mooie preek vanmorgen hè? ”

„Nog al een", klinkt heftig Antons stem, „ik begrijp het niet. Hoe kunt u dat nu een preek vinden.”

„Anton toch", zegt moeder zacht, „waarom praatje nu zo? Ik heb vanmorgen mogen luisteren. En ik weet ook wel dat er dominees zijn die mooier kunnen preken, maar als de Heere het wil zegenen dan vallen die dingen gewoon weg. Kun je dat niet begrijpen? ”

„Nou ja, het zal wel goed zijn moeder, maar begrijpen doe ik het niet. Ik voel me de laatste tijd steeds minder op m'n gemak bij ons in de kerk. Veel dingen ervaar ik als zo bekrompen, zo star. Alles gaat via een systeem, terwijl je toch ook andere dingen leest in de Bijbel. Altijd maar weer hoor ik ze klagen over gebrek aan het werk van de Geest. Maar zal ik jullie eens iets vertellen? Het is onze eigen schuld, want als wij met heel onze gemeenten eens dichter bij de schepping en eenvoudiger zouden gaan leven, dan zou de Geest meer gelegenheid hebben om te werken. Maar nu proberen wi j met z'n allen hoever we kunnen gaan zonder nog net van de wereld te zijn. Nee. praat me er niet van! We lezen toch ook in de Bijbel dat de Zoon van God gekomen en ons het verstand gegeven heeft om de Waarachtige te kennen? We zouden er beter aan doen als we wat nuchterder zouden zijn in het beleven van ons geloof.”

„Zal ik jou eens wat vertellen? ", klinkt ineens vaders stem. „Jij begint een behoorlijk arrogant ventje te worden. Sinds je in Utrecht bent. denk je heel wat geworden te zijn en ga je je steeds hoger voelen voor het eenvoudige werk wat de Heere wil doen in zondaarsharten.”

„Ach vader, laten we het daar eens over hebben", antwoordt Anton schamper. „U verwacht toch niet dat ik daarop inga? Ik ben ervan overtuigd dat ik niets teveel verwacht. En ik zal het jullie maar zeggen, maar ik ben van plan om deze

week een keer bij de dominee langs te gaan om het hem te vertellen. Ik ben niet zo dat ik het achter z'n rug blijf zeggen.”

„Jongen, doe het toch niet. Je doet er die man zo n verdriet mee.”

„Dat zal best meevallen. Ik kan toch wel gewoon met hem gaan praten? ”

Janneke voelt zich steeds meer opgelaten en ze is blij als er van het onderwerp afgestapt wordt. Ze vindt het zo erg voor zijn ouders, want ze mag ze erg graag. De sfeer is hier zo heel anders dan bij haar thuis. Daar wordt nooit over godsdienstige dingen of over de preken gesproken. Geld en auto's zijn de gesprekken van de dag. Het enige waar ze bij haar naar informeren is of het goed gaat op school. Om niet achter te blijven bij hun vrienden en kennissen is moeder dit jaar begonnen met werken. Janneke vindt het bar ongezellig, want het is er thuis niet gezelliger op geworden. Daarom is ze altijd blij als ze "s zondags mee kan naar Anton. Hij is de jongste thuis: drie zussen en twee broers zijn al getrouwd en Janneke vindt het heerlijk om bij één van hen op bezoek te gaan. Dan geniet ze van de kleine kinderen, want zij is maar enig kind.

Ze schrikt op uit haar gedachten als ze mevrouw Van Bergen hoort vragen: „Janneke. help je me even met het eten? "

„Graag", is het antwoord en ze loopt mee naar de keuken. Mevrouw Van Bergen draait zich om en pakt Jannekes gezicht tussen haar handen.

„Kind, vertel eens eerlijk: houd je nog wel van Anton? " „Ik? ", vraagt ze verbaasd, „waarom niet? ”

„Wij vinden hem de laatste tijd zo veranderd.”

„Ik ook, maar ik houd nog steeds van hem. Alleen als hij zo praat als vanmorgen, dan voel ik me zo verdrietig worden. Ik vond het juist zo'n ernstige preek, maar na kerktijd begon hij er direkt over.”

„Wij vinden het ook erg. We blijven bidden of de Heere hem toch bij Zijn Woord wil houden en natuurlijk bidden we ook voor jullie samen. We zijn nog steeds blij dat hij met jou omgaat en we hopen van harte dat het zo blijft." De zondag vliegt voorbij en het is al laat als Janneke naar huis gaat.

’s Woensdagsavonds gaat Anton bi j de dominee op bezoek. Hij wordt heel vriendelijk ontvangen en de dominee vraagt wat hij voor Anton kan doen.

„Dominee, ik zal het maar direkt zeggen, waarom ik hier ben. De laatste tijd heb ik nogal wat aanmerkingen op uw preken. Ik vind uw tekstuitleg soms zo zwak. ronduit slecht!" Opgelucht zwijgt Anton en kijkt de dominee uitdagend aan. Hij is benieuwd wat voor antwoord hij daarop zal krijgen.

„Zo", antwoordt de dominee rustig, „ik ben blij dat je me dat hier komt vertellen. Dat waardeer ik in je. maar wat moet ik daarop zeggen? ”

Peinzend kijkt de dominee een tijdje voor zich. Dan wendt hij zich weer tot Anton en zegt: „Jongen, ik kan je gedachtengang goed begrijpen. Jij hebt van de Heere een heel goed verstand gekregen en je gebruikt dat ook zoveel in je vermogen ligt. Je bent met je studie al een eind gevorderd en ik hoop van harte dat je veel bereikt. Maar Anton. ik behoor misschien tot diegenen die maar één talent van de Heere gekregen hebben. En nu is het voor mij nog dikwijls een wonder dat de Heere juist mij wilde gebruiken in Zijn dienst. Ik heb lang tegengewerkt, want ik voerde dat steeds aan. maar de Heere stuurde mij en toen kon ik niet langer weigeren. Hij heeft mij beloofd mijn werk te zullen zegenen en dat is voor mij het allergrootst. Ik heb vaak grote zorg om jullie, jonge mensen, want ik ben zo bang dat alle kennis alleen maar in je hoofd zit. zonder dat het je hart raakt. Geloof je niet meer in het eenvoudige werk van de Heere? ”

Dominee zwijgt en kijkt Anton vragend aan. Deze voelt zich helemaal niet meer zo zeker van zichzelf. Zo'n antwoord had hij niet verwacht en hij voelt zich een kleine jongen bij hem. Hij moet toegeven dat de dominee over iets praat dat hij mist. Onwillig haalt hij zijn schouders op en zegt: „Dominee, ik respekteer uw goede bedoelingen, maar toch begrijpt u mij niet. Het lijkt me dan ook beter dit gesprek te beëindigen en ik hoop dat u mijn standpunt nog eens anders zult gaan zien.”

Met een ontevreden gevoel komt hij thuis en hij vertelt niemand iets van zijn bezoek. Toch merken ze wat aan hem. want hij wordt stugger en steeds vaker probeert hij Janneke mee te krijgen naaide dorpskerk. Ze houdt echter voet bij stuk en weigert beslist. Soms heeft ze tranen in haar ogen. want ze voelt heus wel waar dc schoen wringt. Dan voelt ze zich zo hopeloos, want zc weet niet hoe ze door die muur van verzet heen kan dringen en ze is er van overtuigd dat de Heere alleen kan helpen.

Anton voelt steeds meer verzet in zich opkomen als hij in dc kerk zit. Hij kan het niet verkroppen dat hij de verliezer geweest is. Hij wordt meer in zichzelf gekeerd en stiller. Gelukkig dat hij met zijn medestudenten op niveau kan diskussiëren. Dan voelt hij zich de gevierde man. want menigeen kijkt hem naar de ogen vanwege zijn groot inzicht in veel dingen.

Een paar maanden lateivraagt moeder op een zondagmiddag of hij met Janneke bij opa Van Dalen op wil passen. Opa is deze week helemaal niet in orde en vanmorgen is zij bij hem geweest, maar ze wil nu wel graag naar de kerk. ..Natuurlijk wil ik dat", zegt Anton. „Maar als Janneke liever naar de kerk wil. dan mag ze van mij.”

„Ik vind het wel fijn om een keer mee te gaan naar opa. Desnoods kunnen we daar naar de kerktelefoon luisteren.”

Onderweg naar opa zegt Anton: „Janneke. het is voor jou al een tijdje geleden dat je bij hem geweest bent. Je moet niet van hem schrikken, want hij is de laatste tijd hard achteruit gegaan. Hij is erg dement geworden en je kunt eigenlijk geen normaal gesprek meer met hem voeren. Het is fijn dat hij een goede verzorging heeft, maaide meeste tijd is hij niet meer tc bereiken.”

„Dat lijkt me zoiets ergs", zegt Janneke. „als je oud mag worden is een zegen en voorrecht, maar als iemand dan dement is! Ik heb mijn overgrootmoeder nog gekend. Een lieve vrouw was ze. maar ook zo dement. Je moest haaide laatste jaren als een kind behandelen.”

„Ik vraag me wel eens af of je dat nog leven kunt noemen. Volgens mij is het meer vegeteren, anders niet. Ik zou het vreselijk vinden als ik zo zou worden. Ik kan best begrijpen dat mensen tegen hun familie zeggen dat ze hen dan beter een spuitje kunnen geven.”

„Anton". reageert Janneke verschrikt, „meen je dat? " „Schrik je daar zo van? Dat was niet m'n bedoeling hoor. Ik zeg toch niet dat ik het zou doen. maar ik kan het van anderen wel begrijpen." „Ja maar. wij bepalen toch niet hoe en hoelang we zullen leven? ”

„Och. och. begin alsjeblieft niet zo. daar heb ik m'n buik al van vol. Sinds ik studeer ben ik over een heleboel dingen anders gaan denken. Door veel dingen prik je gewoon heen. Laten we het vanmiddag gezellig houden en niet over dergelijke dingen praten. Misschien slaapt opa wel.”

Janneke zucht, maar zegt niets meer. Het valt hen mee als ze zien dat opa nog in de stoel zit. Hij kijkt hen afwezig aan en vraagt wie ze zijn. „Opa. dat weet u toch wel", vraagt Anton lachend. „Ik ben uw eigen kleinzoon en dit is Janneke. m'n vriendin." „Ja. ja", zegt opa en lacht wezenloos.

Even later vraagt opa: „Zeg meneer, wil jij m'n jas eens even aangeven. Ik ga nu naar huis. want anders mag ik er niet meer in."

Janneke voelt een brok in haar keel. maar Anton zegt vrolijk: „Nee hoor opa. je behoeft niet naar huis, want

daar ben je al", en hij geeft Janneke een knipoog.

Opa zit' weer suf voor zich uit te staren en af en toe prevelt hij wat onverstaanbare woorden. Janneke vindt het zo zielig, dat ze naast hem gaat zitten en hem vraagt hoe oud hij is.

„Weet ik niet.”

„Van welk jaar bent u dan? ”

„Van negentien honderd.”

„Zo, dan bent u al oud. Al achtentachtig.”

Geen reaktie. maar als ze vraagt hoeveel kinderen hij heeft zegt hij: „Je moet niet zo nieuwsgierig zijn juffrouw, dat vraag ik jou toch ook niet? ”

Ze schieten allebei in de lach en Anton zegt: „Toch wel een goeie, vind je ook niet? Maar je kunt beter bij mij komen zitten.”

„Goed direkteur. maar ik zal eerst even koffie zetten.”

Als ze de kamer weer binnenkomt, ziet ze tranen langs opa's ingevallen wangen lopen. Vlug zet ze het blad met kopjes op de tafel en gaat naar hem toe.

„Hebt u verdriet, opa? ”

Hij schudt zijn hoofd en zijn magere, bevende hand gaat naar boven en hij zegt: „De Heere is zo goed.... zo goed.... ik wil soms zo graag naar huis.... geen zonden meer doen.... eeuwig zingen.... zoek de Heere....”

Tranen branden achter haar ogen en ze kijkt naar Anton. Hij heeft zijn handen om de stoelleuning geklemd en zijn kaken gaan op en neer. Hij buigt zich wat voorover om opa beter te kunnen verstaan.

„Opa", vraagt hij met hese stem. ..het is vandaag zondag. Weet u dat? ”

Opa kijkt hem weer met die afwezige blik aan en zegt niets.

Diep onder de indruk gaat Janneke naast Anton zitten en pakt zijn hand. Bij hem ligt alles overhoop. Hij is er getuige van geweest. Dit waren geen verwarde woorden. maar zuivere taal. Hoe is het mogelijk!

Ineens horen ze opa weer. Z'n hoofd heeft hij rechtop en z'n handen zijn gevouwen. Met bevende, schorre stem zingt hij. tenminste dat probeert hij. Het hindert Anton niet als hij de verkeerde toon soms heeft.

De woorden dringen diep tot hem door. Opa zingt: „Wie heeft lust de Heere te vrezen......”

Het gaat langzaam, alsof hij bij elk woord na moet denken, maar Anton heeft het nog nooit zó gehoord. Hij schaamt zich even diep; het liefst zou hij hard weglopen en het uitschreeuwen: „O God. nu zie ik hoe eenvoudig U werkt. Zo eenvoudig, dat zelfs dementie U niet in de weg staat.”

De laatste maanden gaan als een film aan Anton voorbij. Wat heeft hij geprobeerd om alles met z'n verstand te beredeneren, met als gevolg dat hij van veel dingen innerlijk vervreemdde. Het resultaat van alles was dat hij steeds kouder en leger wordt. Dikwijls loopt hij tegen die starre, kille houding van veel gemeenteleden aan. Hij kan die gelatenheid niet uitstaan. Maar toch. als hij eerlijk is. dan voelt hij bij zichzelf een tegenzin in veel dingen. Als moeder hem met die grote, verdrietige ogen aankijkt voelt hij zich met al z'n geleerdheid zo onzeker worden. En dat wordt nog erger als ze eens mag vertellen wie de Heere voor haar mag zijn. En nu dit weer van opa! Hij weet het niet meer en ineens ziet hij zich weer bij de dominee zitten. Hij voelt een hand op zijn arm. Hij draait zich om en kijkt in het betraande gezicht van Janneke. „Mooi hè", zegt ze zacht en Anton knikt alleen.

Met een hart vol tegenstrijdige gevoelens loopt hij laat in de middag naast Janneke naar huis en de hele avond blijft hij stil. Als moeder vraagt hoe het geweest is zegt hij alleen: „Goed en het viel best mee met opa.”

De daaropvolgende weken blijft hij in hevige tweestrijd. Een innerlijke stem zegt hem dat hij er beter aan doet om nog eens bij de dominee op bezoek te gaan en het hem eerlijk te vertellen, maar hij kan het voor zichzelf niet toegeven.

Toen Janneke mevrouw Van Bergen vertelde wat ze die bewuste zondagmiddag gehoord hadden, pakte ze Janneke bewogen bi j de schouders en zei met trillende stem: „Dat vind ik echt een verhoring op ons gebed. Nu begrijp ik ook waarom hij de laatste tijd zo stil is. O Janneke. we zullen blijven bidden of de Heere hem vast wil houden. De laatste tijd zagen we Anton steeds verder in de greep komen van de duivel, want hij ging alles vanuit een ander standpunt bekijken. Het zal moeilijk zi jn of worden voor hem. want hij kan zo moeilijk iets toegeven, maar de Heere kan ook zijn hart buigen.”

Dinteloord A. den Uil-van Golen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1988

Daniel | 32 Pagina's

Anton

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1988

Daniel | 32 Pagina's