Wie is die meneer achter „Over en Weer?”
Vraaggesprek met de heer Iz. den Dekker
Al weer enkele jaren verzorgt meneer Den Dekker de rubriek „Over en Weer". Niet voor iedereen is hij een onbekende. Door zijn beroep komt hij met heel wat jongeren in aanraking. Toch zijn er veel jonge „Daniël"lezers, die hem alleen kennen van zijn fotootje boven de rubriek. Voor hen en verder \oor allen die zich wel eens afgevraagd hebben wie meneer Den Dekker nu is. bezochten wij hem om hem te vragen of hij iets over zichzelf wilde vertellen. Daarnaast vroegen we hoe een „Over en Weer" tot stand komt. Uit het gesprek bleek duidelijk dat meneer Den Dekker met veel enthousiasme de rubriek „Over en Weer" verzorgt en dat zijn gezin daarin helemaal achter hem staat.
Izaiik den Dekker werd in 1935 in Veen geboren. Na de mulo en ..De Driestar" kwam hij in 1954 in het onderwijs: eerst in Nederhemert en daarna in Wellandport in Canada. Zonder vrouw vertrok hij. met \rouw en dochter kwam hij in 1963 terua. Inmiddels heeft het echtpaar Den Dekker vijf dochters, één zoon. drie schoonzoons en vijf kleinkinderen.
Na zijn terugkomst uit Canada is meneer Den Dekker tweeëneenhalf jaar onderwijzer geweest in Bruinisse. Daarna verhuisde hij met z'n gezin naar Scherpenzeel. Hij werd daar leraar engels op de Mulo. later de mavo. Sinds 1975 geeft hij les op de ..Van Lodenstein". Naast zijn werk als leraar heeft de heer Den Dekker nog verschillende andere bezigheden. Zo is hij ouderling en geeft hij catechisaties. Eén keer per maand geeft hij catechisatie voor gehandicapten in de classis Barneveld. Op de C.G.O. geeft hij les in bijbel-en oudheidkunde. Naast ..Over en Weer" schrijft hij ook in ..De Saambinder". ..Over en Weer" trekt wel de aandacht, want het is al verschillende keren in het RD overgenomen, evenals in ..Koers" en ..In de rechte straat". En voor de ..Banner of truth" in Canada is ook een stukje vertaald.
Sommigen üenl< en bij uw woonplaats aan meneer Roest. Hij was in Scherpenzeel en omgeving een bekende lerend-ouderling. Heeft u hem nog gekend?
Ja. hij heeft ons echt opgevangen toen wij uit Bruinisse kwamen. Van weerszijden zat onze familie in Canada. Hij is voor ons een vader geweest. Ik heb veel van hem geleerd. .A.ls kerkeraadslid heb ik hem nog zeven jaar meegemaakt. Wat ons het meeste in hem heeft getroffen is zijn nabij-leven met de Heere. Daar kunnen we frappante dingen van vertellen. Ook de liefde die hij uitstraalde is ons altijd opgevallen.
We zijti bij u gekomen om te praten over ..Over en Weer" Hoelang verzoigt u deze rubriek? Vanaf het einde van 1985. Ik herinner mij nog dat meneer Hogendoorn mij vroeg om deze rubriek over te nemen. We hebben het er hier over gehad. Het gezin was ook enthousiast. Toen durfde ik geen nee te zeggen.
Hoe ervaart u het schrijven van '.Over en Weer"?
Ik beleef er vanaf het begin, bijzonder veel genoegen aan. Je moet dingen op een ri jtje zetten. Je hebt er wel je gedachten over. maar die zijn nog niet zo geordend. Als ik een vraag binnen krijg, denk ik er eerst eens over na en ik zoek er iets over op. Zo'n vraag leeft dan in je. Op een gegeven moment is die gerijpt om beantwoord te worden. Als ik dan achter de schrijfmachine zit orden ik alles en dan zeg ik: Dat is het. Hén keer. toen ik zo een ..Over en Weer" klaar had. wiste ik hem per ongeluk gelijk uit op de computer. Toen moest ik weer beginnen. Ik heb dat direkt diezelfde avond gedaan, maar het artikel was niet zoals het eerste, toen het vers uit mijn gemoed kwam. Als je je helemaal in een materie verdiept en je raakt er goed in. dan brengt dat een zekere stemming met zich mee en dat kun je niet overdoen. Zelfs niet al is het dezelfde avond.
Als ii het artikel eenmaal geschreven hebt. verandert u dan nog?
Jawel. Als het erop staat, gaat het artikel in het geheugen. Later haal ik het weer tevoorschijn en dan lees ik het nog eens door. Je kunt op een computer gemakkelijk veranderingen aanbrengen. Daarna haal ik mijn vrouw en dochter erbij en dan zeg ik: „Lezen jullie het ook nog eens. misschien hebben jullie er nog iets aan toe te voegen of staat er iets niet goed in". Zo gaat het met alle artikelen. Als zij het bekeken hebben, print ik het uit en dan i.s „Over en Weer" klaar.
Hoe komt u aan de vragen voor uw rubriek? Er zijn wel eens mensen die denken dat u ze zelf verzint, is dat zo?
Het is niet gebeurd dat ik zelf een vraag heb bedacht. Daar zou ik niet aan beginnen ook. Ik vind het zo onwezenlijk om te zeggen: „Nu zal ik eens een vraag bedenken en die ga ik beantwoorden".
De vragen die ik beantwoord krijg ik via het Bondsbureau. Enkele krijg ik rechtstreeks. Ik heb één keer een vraag uitgezocht uit de vragen die op een themadag waren blijven liggen. Dal was toen de vragen op waren. Als dat zo is. gebruik ik er daar van.
Zijn het vooral jongeren, die u vragen stellen?
Het staat er vaak niet bij hoe oud de vragensteller is. Maar dat hoeft ook niet. Aan het handschrift en de sti jl kun je merken dat het meestal jongeren zijn. zo beneden de dertig. Er zijn er ook wel bi j van vijftien, zestien jaar.
Je zou dus kunnen zeggen dat uw vragenrubriek echt een funktie heeft onder jongeren?
Jawel, en niet alleen dat. Een kollega zei eens dat zijn moeder van drieëntachtig de beantwoording van de vragen ook met belangstelling las.
Kunt u zeggen of het om een speciale groep jongeren gaat. die u de vragen stelt'
Je kunt merken aan de vragenstellers, dat de meesten geïnteresseerd zijn. Ze voelen zich betrokken bij de vragen waar het echt om gaat. Er zijn er die hier ook heel persoonlijk mee bezig zi jn. Voor henzelf is het dan één verwarring. Ze weten dan niet hoe ze bepaalde gebeurtenissen of ervaringen moeten plaatsen en daarom schrijven ze. Dan krijg je een heel verhaal over wat ze beleefd hebben. Daar willen ze dan graag wat klaarheid over hebben.
Zijn er wel eens vragen, die u niet beantwoordt?
Eén keer heb ik een vraag niet beantwoord. Dat ging over de scheuring in 1953. Daar is al veel over geschreven, onder andere in „Daniël" en , , 'k Zal gedenken", dus daar heb ik gewoon naar verwezen. Ik vond het ook heel naar om er over te schrijven. Het is zo erg dat dit gebeurd is. Ik vind het zo'n vreselijk verdrietige zaak.
Verder heb ik de vragen die ik kreeg beantwoord. Er is er niet één de prullebak ingegaan. Het gebeurt wel eens dat ik een brief krijg, die ik persoonlijk beantwoord. Dan gaat het meestal om dingen, waarover ik al in „Daniël" geschreven heb.
Uw werk voor deze rubriek houdt dus niet op bij het schrijven van de ..Over en Weer"?
Inderdaad. Zo heb ik nu over het
artikeltje over het korte haar wat brie\en gekregen. Van één weet ik al zeker dat ik die persoonlijk beantwoord. Het is weinig zinvol om dezelfde dingen nog eens te zeggen.
Ik kreeg ook een keer een brief van een meisje die verkering had met een Gereformeerde jongen. Ze vroeg of dat kon. Nadat ik in ..Daniël" gesehreven had wat ons gedrag in dat opzicht dient te zijn. schreef ze terug. Dat wa.s /o specifiek persoonlijk, dat ik daarop ook persoonlijk heb gereageerd. Ze vroeg of ik bij de beantwoording niet wilde laten merken dat zij het geschreven had. L3at doe ik niet. maar sommigen zijn daar wel bang voor.
Krijgt u ook wel eens anonieme blieven'.'
Er zijn er die anoniem hun vraag stellen, omdat ze het meegemaakt hebben dat ze met hun predikant over hun probleem gesproken hadden en het later \an de kerkeraad hoorden. Ze dur\en dan niet opnieuw hun \ertrouwen te ge\en. Terwille \an de zaak beantwoord ik zo'n vraag dan wel in ..Daniël".
Als een \raag uit schuchterheid anoniem gesteld wordt, dan geef ik daar niet om. Die \ raag kan dan echt beantwoord worden. Kijk. als het om een felle. \ ijandige brief gaat. die anoniem is. dan iza ik er zonder meer niet j op in. .Ie kunt er dan verder ook niets mee. want je kunt niet persoonlijk terugschrijven. Ik heb een paar keer een brief gekregen met als afzonder een ..Daniëf-lezer van zo en zo oud. Dan gaat het om het probleem en niet om de naam. Als zodanig behandel ik hem dan.
Vindt u het fijn om iets over de schrijver/vraagsteller te weten.' Ja. het bepaalt vaak de toon waarin je terugschrijft, als je iets weet over de schrijver. Hoe meer je weet. hoe beter je je in kunt leven in de belevingswereld van degene, die jou schrijft.
Is het voor uzelf ool< leerzaam dat II zich in de ander en zijn vragen moet inleven'.'
Ja. je moet je erin verdiepen en dingen, die je eigenlijk wel weet. op een rijtje gaan zetten. Dat werkt alleen maar verhelderend. Ook de C.G.O.. de bijbelkring hier in Scherpenzeel en de dagopening op school vragen erom dat je je xerdiept in het bijbelonderzoek. De gegevens, die ik hierdoor verkrijg, verzamel ik. Per bijbelboek orden ik ze in mappen. Zo kan ik het snel terugvinden als ik iets nodig heb.
Krijgt u veel ivaklics op wat u schrijft: '
Dat hangt er van af. Soms \erwacht ik reakties en dan komen ze niet. Soms krijg ik op één artikel een paar reakties.
Ik word wel eens gebeld, door iemand die er verder een gesprek over wil hebben.
En mensen gaan je herkennen uit de ..Daniël". Vorig jaar gebeurde dat zelfs in het \iiegtuig boven de oceaan. Dat geeft met de mensen die je aanschieten eigenlijk een band. Mevrouw Dei} Dekker: Fr zijn ook al verschillende men.sen uit de banden geraakt door de stukjes van jou.
Den Dekker: Ja. ze worden kennelijk gebruikt om mensen uit de geestelijke banden te halen. Als ik dal hoor. kunnen er geen uren genoeg tegenover staan.
V hoort waarschijnlijk ook wel eens minder positieve reakne.s?
Jawel, maar dat kun je verwachten. Daar kun je ook weer op reageren, als het niet anoniem gebeurt. Fen niet leuke, anonieme reaktie heb ik nog niet gehad, dus je kunt er allijd weer op reageren om de zaken wat duidelijker te maken en de mensen te leren lezen.
U reageert dus op de brieven, die u krijgl?
Ja al doe ik dat niel direkt. Meestal is dat voor de \akantie of zoiets. Dan ga ik er voor zitten om erop terug le schrijven.
Als u nu kijkt naar de vragen, die u krijgt, wat leeft er dan volgens u onder de Jongeren?
Je ontmoet eigenlijk drie soorlen jongeren:
- Je hebt er. het is triest om te zeggen, die erg oppervlakkig leven. Het gaat hen alleen om het hier en nu.
- Je hebt er die erg aangetrokken worden door het oppervlakkige van pinkstergroepen.
- En dan zijn er. en dat zijn de minst luidruchtigen. waar je een honger waarneemt naar en een wezenlijke belangstelling voor de dingen van de eeuwigheid. Zij zijn jaloers op Gods kinderen. Dat proefje ook wel eens uit de brieven.
Waarom is cr zo 'n hang naar allerlei oppervlakkige groeperingen denkt u?
Ik heb een videofilm gezien van de EO-jongerendag vorig jaar. De jeugd wordt daar opgezweept en er wordt geklapt. Daar krijg je een happy gevoel van. Dan zeggen jongeren: ..Dat heb ik toch niet van mezelf. Op die manier heb je w^at aan je godsdienst om het zomaar eens te zeggen. Zonder dat het altijd die ellendekennis moet zijn".
Wal vindt u daarvan?
Dal is levensgevaarlijk. Die jongeren menen wat le hebben, maar in wezen hebben ze niets. Er wordt een soort enhousiasme gekweekt waar jongeren door aangestoken worden.
Ik heb me op een prettige manier verwonderd over de nuchterheid waarmee de zaken op de bondsdag in Amsterdam gedaan werden. Het was de eerste keer dat ik in de gelegenheid was om deze dag le bezoeken. Ik heb er bijzonder veel waardering voor gehad. Met name de soberheid heeft mij erg aangesproken. De jongeren hebben geen kans gehad om zich op gevoelens te laten drijven.
Is de ovetgang naar vrije groeperingen typisch een Jeugdprobleem?
Dal denk ik niet. De overgang naar andere kerken, die makkelijker over de wezenlijke dingen spreken is groter dan het verkeer andersom. Daarom vrees ik dat het voor een aantal blijvend is. Zij vinden het in de Gereformeerde Gemeenten te benauwend.
U noemde naast deze groep Jongeren degenen die een honger hebben naar de dingen van de eeuwigheid. Denkt u dat op dat verlangen genoeg wordt itigegaan?
Dat is een moeilijke \raag. Schriftelijk wordt er nog wel eens op ingegaan, dat kun je wel lezen. Maar zulke jongeren vragen meestal niets, zij verwerken het stil voor zichzelf. Ik heb dat zelf ook zo ervaren, dat ik naar mensen loe dit soort vragen nooit durfde te stellen. Ik ben er zelf doorheen geworsleld. zonder dat ik er mensen over durfde te benaderen. Op een gegeven moment worden de vragen je duidelijk, krijg je er antwoord op in de prediking of op catechisatie of je leest wat. waardoor opeens het licht erover opgaat.
Mevr Den Dekker:
Maar jij had wel de gelegenheid om ergens heen te gaan.
Den Dekker:
Die gelegenheid was er zeker. In Veen waren, loen ik jong was. veel kinderen van God. Maar ik kwam er nooil loe om van deze gelegenheid gebruik le maken. Ik zocht hel zelf wel uit. Nu kom ik vragen tegen waarop ik zelf door de jaren heen tot een antwoord ben gekomen.
Het valt ons op dat er tegenwoordig zoveel jongeren zijn. die nooit eens iemand hebben horen vertellen over hun bekering. Daarom denk ik dat in deze dingen de problemen voor jongeren nu groter zijn dan voor ons vroeger. Ik hoorde het toentertijd wel.
Ligt dar aan de jongeren? Vragen ze er niet naar'?
Het ligt niet alleen aan de jongeren zelf. De vraag is veel meer: wat gebeurt er nog bij Gods kinderen?
Bij meneer Roest bijvoorbeeld gebeurde veel. Deze man had een nabij-leven. Dat wordt in deze tijd zoveel gemist en dal heeft als gevolg dat er weinig gebeurt in het leven. Daardoor is er weinig opwas in het genadeleven. Dan is er ook niels te vertellen.
Ik denk dat de zekere weeldetijd. die wij de laatste tientallen jaren hebben, daar ook mee te maken heeft. Vroeger gingen de mensen bijvoorbeeld voor een jas of een paar klompen op de knieën. Als ze dat dan kregen, kregen ze meer dan die klompen of die jas. Ze vroegen om één ding, maar ze kreuen er twee. Ze krcüen ook
geestelijk onderwijs, want Gods Woord was er altijd bij. Het geloof funktioneerde dan. dat was levend. Nu die afhankelijkheid van de Heere er veel minder is. heeft dat ook een verschraling gegeven van het geestelijke leven.
Trekken jongeren daarom naar andere groeperingen?
Ook dat. Ze zien dat daar een bepaalde warmte is. ze ontmoeten er mensen die enthousiast spreken vanuit hun innerlijk. Dat trekt hen aan. De vraag die dan naar ons toekomt is: wat gaat er naar de jongeren toe van ons uit? Ook aan warmte? Het is eigenlijk altijd zo geweest dat zulke groepen a a n t re k k i ngs k rac h t k rij ge n omdat ze in een bepaalde leemte schijnen te voorzien.
De onbetaalde rekening van de kerk?
Aan die uitdrukking dacht ik nog even. ja. Maar zo is het. De warmte, die bij ons nog wel eens gemist wordt, menen ze daar te vinden. Als ze in de koffiebars vol liefde worden opgevangen, zeggen ze: ..Dat heb ik nu gemist".
Hoe zou die leemte binnen de Gereformeerde Gemeenten opgevuld kunnen worden?
Ik denk dat we ook in dit opzicht over de schraalheid van ons geestelijk leven in de schuld moeten komen. Laten we echter waarderen wat we hebben en onze predikanten en ambtsdragers niet vergeten in het gebed.
Het is fijn dat we nog dominees hebben, die het Woord brengen, zoals op de jongerendag in juni. De predikanten ds. Honkoop. ds. van Ruitenburg en ds. Van der Heiden hadden daar een boodschap en zij brachten die ook met warmte. Kijk daar hebben onze jongeren behoefte aan. En niet alleen van de dominees, maar ook van kerkeraadsleden en individuele gelovigen.
Er wordt vaak gezegd: de Heere houdt Zijn hand zo stil. Bent u het daar mee eens?
De Heere gaat door met Zijn werk. zolang de wereld staat. Daar mogen we de vri j-moedigheid aan ontlenen om (e vragen: Mag ik daar bij zijn? Je mag niet zeggen dat er geen mensen meer bekeerd worden. Maar je hoort zo weinig van het doorbrekende werk. In verhouding tot andere tijden is het een magere tijd. Maar zolang de Heere Zijn knechten roept, heeft Hij werk voor ze.
Toch mag je gelukkig nog merken dat de Heere nog werkt: je kunt je woord nog kwijt: bij een dag-opening, een bijbelles op de catechisatie, of met preeklezen. Er wordt nog geluisterd, het slaat niet dicht. Je moet er bij het preeklezen natuurlijk wel voor zorgen dat je preken leest, waar jongeren zich bij betrokken voelen. Wat jongeren kunnen begrijpen, kunnen de ouderen ook verstaan. Andersom is dat niet altijd zo.
Wat zou tl tenslotte tegen onze jongeren willen zeggen?
De duivel en de wereld beloven veel. maar ze geven in wezen niets. Een oppervlakkige godsdienst stelt eveneens teleur. Maar dan staat er: ..Zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid en alle andere dingen zullen u toegeworpen worden".
Ik denk dat dat de boodschap is.
Mevrouw en meneer den Dekker, wij willen u graag hartelijk danken voor uw gastvrijheid. We vinden het fijn dat we door dit interview nader kennis met u mochten maken. Bij het schrijven van de ..Over en Weer'-s wensen wij u de wijsheid van Boven toe.
Arjen van Trigt
Mi ja Hasselaar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 1988
Daniel | 32 Pagina's