Martin Johannes, ik doop u...
„Gemeente, wc lezen nu eerst het formulier om tle Heilige Doop te bedienen aan de kleine kinderen der gelovigen. De hoofdsom van de leer van de Heilige Doop is in deze drie stukken begrepen: Eerstelijk...."
Hoe vaak heeft hij dit formulier al niet horen lezen? leder jaar een aantal keren. Al vele jaren lang. Hij kent het bijna uit z'n hoofd. Martins gedachten dwalen af. Het lijkt alsof het stormt in z'n hoofd. De Heilige Doop. de kerkdienst, de Bijbel, ja alles wat met God te maken heeft.... Hij kan er niet meer bij. Vroeger, o ja. toen stond alles voor hem vast. Als jongen van twaalf jaar wist hij al aan z'n onkerkelijke buurjongen te vertellen dat alles wat in de Bijbel slaat waar is. En dat ook die buuijongen bekeerd moest worden tol God. Maar nu.... O. zeker, hij gaal trouw iedere zondag twee keer naar de kerk. En ook de catechisatie zal hij nooit overslaan. Zelfs is hij bestuurslid van de jeugdvereniging. i j I
Maar toch.... Martin begrijpt zichzelf niet. Wie is hij nu eigenlijk? ? ? Die ene of die ander? Die ene. die voor hel oog van iedereen een meegaande kerkelijke jongen is? Of.... of die ander, die in een heel andere wereld leeft? Martin denkt lerug aan gisteravond. ..Ik ga naar Leo", had hij gezegd. ..Eijne avond en kom jc op tijd thuis? " was de reaktie van z'n moeder. ..Natuudijk". Hij was inderdaad naar Leo gegaan. Tegen een uur of half tien had hij gezegd dat hij maar naar huis ging. omdat hij wat hoofdpijn had. Hij wilde eerst ccn eindje lopen en daarna vroeg de koffer induiken. Maar dat eindje wandelen was geëindigd bij een bepaald doel. Een doel waar hij eigenlijk niet naar toe wilde, maar waar hij als het ware heen gedreven werd. Het lijkt alsof een onzichtbare hand hem trekt.... Ondanks al z'n goede voornemens gaat het steeds weer mis....
„Ten derde, overmits in alle verbonden twee delen begrepen zijn. zo worden wij ook weer van God door dc Doop vermaand en verplicht lol een n ie u wc gehoorzaamheid....
Martin hoort een paar zinnen, maar is direkl weer met z'n gedachten weg. Wie ben ik, zo bonkt het door z'n hoofd. Soms is er dat zoeken van dc Heere. Een kreet, een zucht. Maar het lijkt tevergeefs. Alles is zo ver weg. Waar is God? Is Hij er wel? En als Hij er is. zou Hij dan met hem. Martin van dc Berg. tc maken willen hebben? Soms loopt hij tegen een muun Waar is dan toch die God. over Wie dc dominee soms met zoveel liefde spreekt? Dan kan hij zich bijna niet meer inhouden. Wie? ? Waar? ? En hij zou willen opstaan, midden in dc kerk. en het willen uilschreeuwen: weet u wel hoe lang ik al gezocht en gcvochien heb? Gezocht naar God. Gevochten legen al die dingen die me van Hem aftrekken. Vooral tegen dat ene. Als dc mensen om hem heen het eens zouden weten.... Zou er één mens in de kerk zitten die zo slecht is als hij? Hij kan het zich niet voorstellen. Iedereen zal w^el zondigen, maar deze zonde? Nee. hij is vast de enige in de kerk die last heeft van die homoseksuele driften en er tiog aan toegeeft ook.... Het geeft hem nooit bevrediging. Ook gisteravond niet. Hij komt steeds met een verschrikkelijk ellendig gevoel thuis. En vol ! schuldgevoelens. O. God. : waarom ben ik weer gegaan? Telkens het voornemen om nooit weer tc gaan. En steeds gaat het weer mis.
Was het nog maar zoals ccn paar jaar geleden. Voor z'n gevoel kon hij toen nog echt bidden. Toen twijfelde hij er niel aan of God cr wel was en of Hij hem. Martin, wel zag. Toen voelde hij zich soms ook nog aangesproken door de preek. Maar nu zegt het hem niets meer. Hel lijkt alsof de preek voor iedereen is. behalve voor hem. Hoe lang is het al geleden dat hij nog eens echt j onder de indruk was tijdens een kerkdienst?
...de wereld verlaten, onze oude natuur doden en in een nieuw godzalig leven wandelen...."
De wereld verlaten? Hij heeft die wereld lief Z'n oude natuur doden? Koesteren, kun je beter zeggen. In een nieuw godzalig leven wandelen? Het tegendeel is het geval....
.„Wie ben ik. Heere? Ben ik die ene. die niet alleen voor het oog netjes kerkelijk meeleeft, maar ook bij tijden bidt. zoekt en schreeuwt naar God? Heere. waar bent U toch? Weet U wel van me af? Weet U van m'n strijd? M'n strijd tegen de zonde? Tegen die dingen die me van IJ aftrekken? Een strijd die vaak geen echte strijd is. Ik vecht niet hard genoeg. Vaak wil ik het niet. Soms kan ik het niet. Dan ben ik zo moe. Zo eindeloos moe. Ik doe wat ik eigenlijk niet wil. maar toch.... Soms zou ik me willen laten vallen. Me overgeven aan wat op me afkomt. Maar toch.... Bent IJ er. o God? En als U etbent. weet U dan ook van mijn bestaan at? Hoe vaak heb ik E' niet gevraagd of U me wilt bekeren? Nee. ik weet het. met m'n daden zeg ik iets anders dan met m'n woorden. Maar toch.... Als er Eén is die me kan verlossen en me kan bevrijden van de duistere machten in m'n leven, dan bent U het toch? Heere. ik weet het soms niet meer. En ik ben zo bang. Zo bang voor mezelf. Ik durf me aan mezelf geen uur toe te vertrouwen.... O. God. als ik alleen maar zou mogen weten dat U er bent en dat E' ook mij ziet...."
„Gemeente, na de bediening van de Heilige Doop zingen we deze ouders en de gedoopte kinderen staande Psalm 105 : 5 toe".
Tot drie keer toe wordt de doopformule ..Ik doop u in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes" uitgesproken. En na het ..amen" zet de gemeente in:
„God zal Zijn waarheid nimmer krenken, maar eeuwig Zijn verhond gedenken...."
De eerste paar woorden komen gedachteloos uit Martins mond. Maar dan kan hij ineens geen woord meer uitbrengen. nimmer krenken.
maar eeuwig Zijn Verbond gedenken.
Zijn Woord wordt altoos trouw volbracht
tot in het duizendste geslacht...."
Martin ziet z'n ouders daar staan. Nu bijna 19 jaar geleden. Z'n moeder met hem in de armen. Op zijn hoofd wordt water besprenkeld. En de dominee spreekt de plechtige woorden uit: ..Martin Johannes. ik doop u in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes".
Maar eeuwig Zijn verbond gedenken.... Gedoopt in de naam van een drieënig God. Stukjes uit het formulier flitsen door z'n hoofd.
in de naam van de Vader.... dat Hij ons van alle goed verzorgen wil en alle kwaad van ons weren of ten onzen beste keren...." in de naam van de Zoon.... dat Hij ons wast in Zijn bloed...."
..in de naam des Heiligen Geestes.... ons toeëigenende.... de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven...."
„Tot in het duizendste geslacht...."
„O. God. kan het dan nog? Kan het dan ook nog voor mij? U weet hoe het er in m'n leven voorstaat. U weet. dat ik het zelf nooit anders of beter zal gaan doen. Dat ik nooit van harte naar EJ zal zoeken. Maar toch.... LI hebt Uw hand toch op m'n leven gelegd? Heere. maak dan alstublieft in mijn leven waar wat U bij de Heilige Doop beloofd hebt. Als het aan mij ligt. zal de verhouding met LJ nooit weer in orde komen. Maar wilt U het doen? Niet om mij. Maar ondanks mij. En omdat U het beloofd hebt. U zult toch Uw waarheid nimmer krenken? Heere, bekeer me. Verlos me. Red me. Maak me zo gelukkig als Uw kinderen".
De kinderen worden de kerk uitgedragen en de laatste tonen van het orgel sterven weg. Martin weet niet hoe hij het heeft. Om wie gaat het nu vanavond? Toch om die kinderen die gedoopt zijn? Maar hij heeft het gevoel alsof het vanavond om hem gaat. Alsof de eeuwenoude woorden opnieuw over zijn leven zijn uitgesproken.
..Gemeente, laten wij deze doopsbediening eindigen met dankzegging en tevens de Heere vragen om Zijn zegen over de bediening van Zijn Woord".
Nog nooit heeft Martin meegebeden als nu. De woorden van het oude formuliergebed past hij als vanzelf op zichzelf toe.
„Wij bidden U ook. dat Gij deze gedoopte kinderen — ..o. God. ook mij" — met Uw Heilige Geest altijd wilt regeren.... en vromelijk tegen de zonde, de duivel en zijn ganse rijk strijden...."
Die avond knielt een verwonderde Martin voor z'n bed. „Heere. vanavond heb ik het gehoord en gevoeld: IJ bent er. U wilt zelfs met mij te doen hebben. Al bijna 19 jaar geleden hebt U dat beloofd. O. God. wilt U mij dan bekeren? Wilt U mij Uw Heilige Geest schenken? Heere, ik heb mezelf niet in de hand. Maar wilt U mij vasthouden en wilt U me bewaren voor de zonde? Heere. bekeer me.... U zult toch Uw waarheid nimmer krenken, maar eeuwig aan Uw verbond gedenken? Ik ben het niet waard dat U naar me omkijkt, maar zie me in genade aan. Bekeer me. vernieuw me. verlos me. O. God. help me. Want U bent er toch en U kent toch ook mij? Zie dan op mij in gunst van boven en wees mij toch genadig. Heere. Om Jezus' wil. Amen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1988
Daniel | 32 Pagina's