Ik zag een spin
Ik heb een spin heien' web zien weven. Geboeid, aandachtig keek ik even. Ze had mij wevend in haar ban. Ik dacht: „Zo weeft de satan draden voor mijn gedachten, woorden, daden, en loert of hij mij vangen kan.
En ik, ach, arme argeloze, loop regelrecht in 't web der boze, als een insect tegen zijn lijn, en ik kan worstelen en rukken maar 't zal mij. denk ik, niet gelukken om te ontkomen aan 't venijn".
Nog keek ik naar dat spinneweven toen plots een draad begon te beven: er zat een heel klein vliegje aan. Het bleef er hopeloos aan hechten, ik zag het spartelen en vechten, het wilde leven en bestaan.
De spin ging rustig door met weven, ze dacht: „Dat vliegje blijft wel kleven". Maar.... ik ontrukte haar de buit, terwijl ik dacht: „Hoe vele meden moet God mij uit zo 'n vangnet halen, strekt Hij Zijn handen reddend uit? "
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1988
Daniel | 32 Pagina's