Lieske
„Lies...."
Schijnbaar rustig leest zij door. de krant opengevouwen op haar schoot.
..Lieske...."
Nee. nee. nee! Niet nu. Niet na wat er zostraks gebeurd is. Vol wrok en verzet hoort ze zijn nu zo vriendelijke stem. Overredend probeert hij weer met haar in kontakt te komen. Maar ze doet het niet. Het voorval van straks heeft haar te diep gegriefd.
..Lieske. zal ik je weg brengen? Het regent zo. dat is toch geen doen op de fiets." Nog kijkt ze niet op. Verbeten vecht ze tegen haar tranen. Zich weg laten brengen, terwijl ze zich er zo op verheugd om even alleen te zijn onderweg?
Uit ervaring weet ze dat ze nu op haar hoede moet zijn. anders dwingt hij haar gewoon. Met moeite probeert ze hem zo luchtig mogelijk te antwoorden, om hem af te leiden.
..Laat maar pa. ik ga wel fietsen. Voor zo'n beetje regen ben ik niet bang. En dan kan ik gelijk mijn regenjas uitproberen, die jullie me gegeven hebben."
Voor haar vader iets kan tegenwerpen, mengt moeder zich in het gesprek: ..Heb je hem nog niet aangehad dan? " Rek het gesprek. Hitst het door Lieske heen. anders wint hij het toch nog. Uitvoerig begint ze haar moeder te vertellen waarom ze haar nieuwe jas. die ze inmiddels al twee maanden heeft, nog niet gedragen heeft. Ondertussen let ze gespannen op haar vader. Zou het lukken? Bijna gaat het nog fout. Maar net voor ze op wil staan om haar jas aan te trekken, gaat de telefoon. Een kennis van vader, waar hij meestal nogal lang mee praat. Opgelucht geeft ze moeder een vluchtige zoen. zwaait ze naar vader en glipt ze de deur uit.
Als ze haar fiets uit de schuur rijdt, is het gelukkig droog. Eenmaal op weg ziet ze dat de wind de wolken voor de maan verjaagd heeft. Wat een prachtig gezicht, zo'n volle, lichte maan. Maar er echt van genieten, zoals anders, kan ze nu niet.
Waarom moet het nu altijd zo gaan? Juist datgene waar zij zo blij mee is. maakt haar vader elke keer weer kapot. En moeder neemt het nooit voor haar op. Straks ook weer. Enthousiast had ze verteld dat tante Hanneke vanmiddag had gebeld om haar uit te nodigen om het volgende weekend bij hen te komen. Was ze maar niet zo blij geweest, dan was de vreugde hierover misschien nog niet voorbij geweest. Ze was ook helemaal vergeten om een geschikt moment af te wachten, voor ze het vertelde. Nu was vader dreigend op haar afgekomen: „Zo. zo. Madam maakt op haar eigen houtje afspraken, zonder dat eerst met haar ouders te overleggen. Ze vindt zeker dat ze zelfstandig is nu ze zestien is geworden. En dan denkt ze dat het zomaar door kan gaan. Maar daar komt niets van in."
Voor zijn doen had hij zich deze keer erg opgewonden. Zoveel woorden maakte hij er meestal niet aan vuil. Hij had gezegd dat hij niet wilde dat zijn dochter naar mensen toeging, waar de Bijbel amper op tafel kwam en waar alles er zomaar mee door kon. Hij liet zijn dochter niet het hoofd op hol maken, door haar naar mensen le laten gaan met zo'n gemakkelijke levensstijl. Straks zat hij met de narigheid ervan.
Al scheldend had hij het telefoonnummer opgezocht en tante Hanneke gebeld om te zeggen dat Lieske's bezoek niet door kon gaan. Ze vond het zo gemeen, dat ze niets wist terug te zeggen. Maar ze was heel bleek geworden en omdat ze toch iets moest doen. had ze het glas dat ze aan het afwassen was. op de plavuizen kapot gegooid en nadrukkelijk „schoft" geroepen. Daarna was ze huilend naar haar kamer gerend.
Toen het tijd was om te komen eten. was moeder haar zenuwachtig komen roepen. „Houd je mond nu dicht. Lieske. anders begint alles weer van voren af aan." Alsof ze nog wat had willen zeggen. De spanning was tijdens het eten goed voelbaar geweest, ondanks het gebabbel van Noortje en Hubert. de twee kleinsten.
Ze begrijpt nog niet waarom ze niet naar tante Hanneke mag. Het is er juist altijd zo gezellig. Dat tante Hanneke en ome Thijs niet van hun kerk zijn. betekent toch nog niet dat ze goddeloos zijn? Het is het fijnste moment van de dag als tante Hanneke haar kinderen voor het naar bed gaan uit de kinderbijbel voorleest.
Geen Bijbel op tafel. Het mocht wat. Net of het er thuis zo vroom aan toe gaat. Ze vindt het erger dat vader in zo'n ruziesfeer als vanavond, zo schijnheilig kan gaan bijbellezen. En dat alles er mee door kan bij tante
Hanneke slaat ook nergens op. Dat tante Hanneke veel vlotter en jeugdiger is dan moeder, ook al schelen beide zussen weinig in leeftijd, is nog iets anders dan dat alles er maar goed is. Nee. ze begrijpt er niets van. Het is eerder altijd goed geweest dat ze ging. Goed. ze heeft geen toestemming gevraagd, maar moeder was boven toen tante belde en vader was niet thuis. Bovendien, op je zestiende mag je toch eindelijk wel eens iets zelf beslissen? Maar hoe ze er ook over denkt, voorlopig kan ze haar weekend weg wel vergeten.
Terwijl ze het drama nog eens in gedachten beleeft, voelt ze weer haar verbitterde woede naar haar vader toe. Wat mankeert hem toch de laatste tijd? Zo erg als nu is het nog nooit geweest. Vroeger had hij wel zijn driftbuien, waar ze vreselijk bang voor was. Hij sloeg er soms zo erg op los. dat ze zich weken schaamde voor haar blauwe plekken. Maar toen waren er ook nog fijne dingen geweest. Ze herinnert zich hoe gezellig het was als ze een zaterdag met zijn allen uit rijden gingen. Of wat een plezier ze hadden als ze 's winters sneeuwballen gooiden, zij als kinderen allemaal tegen vader.
Maar haar liefste herinnering aan vader, hoe hij vroeger was. is Wappel, haar stoere teddybeer. Ze kreeg hem toen ze zo ziek was op haar vijfde. Ze had enkele weken op bed moeten liggen en in die tijd was vader plotseling thuisgekomen met een prachtige, lichtbruine beer. In haar kindertaal had ze hem Wappel genoemd. Ze heeft hem nog steeds op haar kamer staan. Soms kijkt ze er bewust naar, om het positieve van vader uit het verleden weer in haar herinnering te roepen, nu er in het heden zo weinig fijns meer is. Het is echt hopeloos de laatste tijd. Het li jkt wel of hij er geen raad mee weet dat ze ouder wordt en steeds meer haar eigen beslissingen gaat nemen. Als haar vader nu aardig doet is ze altijd op haar hoede voor de volgende uitval. En moeder doet maar net of het haar allemaal niet aangaat. Nooit remt ze vader af of beschermt ze haar tegen zijn woede. Soms krijgt ze ook van moeder op haar kop. Ze krijgt dan te horen dat zij, als oudste dochter, zo weinig helpt. En dan klaagt moeder dat alles zoveel is en dat zij het huishouden niet alleen aankan. Machteloos voelt ze zich hierdoor. Wanneer doet ze nu eens iets goed? Ze moet hard leren, anders worden haar ouders boos dat ze zulke slechte cijfers haalt én ze moet moeder helpen. Dat gaat gewoon niet altijd samen.
Het is nog een geluk dat de j e u gd ve re n igi ng goed ge ke u rd is. Anders zou ze altijd. avond aan avond, thuis zitten in die benauwende sfeer. Nu kan ze die vanavond even ontvluchten. Bij de kerk aangekomen zet ze verdrietig haar fiets in de stalling. Nou. maar niet meer aan denken nu. De anderen hoeven niet aan haar te zien hoe ze zich voelt.
Bij haar binnenkomst wordt ze vrolijk begroet met een: ..Ha. die Lieske." Dat is Klaas natuurlijk weer. die heeft altijd zijn woordje klaar, 'l Is een leuke jongen, die zichzelf tot „ontvangstcommitee" heeft gebombardeerd, zoals hij even later bravourig aan zijn vrienden verkondigt. Ze is gelijk in de gezellige sfeer opgenomen.
Als ze Marjoke ziet staan, haar vriendin, schiet ze onwillekeurig in de lach. Marjoke staat zo bewonderend naar Klaas te kijken, dat ze er schik in krijgt. Ze loopt naar haar toe en fluistert: ..Ja, Marjoke, als het zo doorgaat krijg je een gewichtige man." Kleurend reageert Marjoke met een: ..Doe niet zo gek." Maar Lieske ziet dat ze het ondertussen wel leuk vindt. Ze weet nog maar kort dat Marjoke een oogje heeft op Klaas. Maar sinds ze het hoorde kan ze hel niet nalaten om er af en toe een toespeling op te maken. Ze vindt het fijn voor Marjoke dat de belangstelling de laatste tijd wederzijds is. „Ga je mee Lies. dan gaan we naar binnen."
Ze vinden nog twee stoelen naast elkaar. Met een zucht zakt Lieske neer. Even er helemaal uit en alles van thuis vergeten.
Helaas duurt dit genoegen niet lang. Met schrik bedenkt Lieske wat het thema voor vanavond is als ze de dominee ziet zitten. Dat ze dat vergeten kon. Het vijfde
gebod! Verschrikkelijk, en dat net nu.
Na de opening begint de dominee te vertellen wat een voorrecht het is dat wc ouders gekregen hebben. Als we klein en hulpeloos ter wereld komen, zijn zij het die voor ons zorgen en zich over ons ontfermen. Dat is meestal geen gemakkelijke taak voor onze ouders, zeker niet als we ouder worden. Daarom gebiedt de Heere ons om onze ouders lief te hebben en hen te eren. zodat hun taak niet onnodig zwaar wordt. Als we zo met onze ouders omgaan, is dat ook tot zegen van jezelf, want de Heere verbindt hier een belofte aan. Lieske voelt zich helemaal niet op haar gemak bij het vurige pleidooi van de dominee om haar ouders tc eren. Geduld met hun zwakheden en gebreken, hoe moet ze dat doen? Moet ze zich dan als een klein kind laten behandelen? Dat is de vraag die op de achtergrond mee blijft spelen. Maar al luisterend ontkomt ze er niet aan. dat ze ook haar eigen houding onder ogen ziet. Wat heeft ze zelf gedaan om haar ouders tegemoet te komen? Waar was haar liefde, haar geduld? Het volgende gedeelte van de inleiding raakt haar zo. dat ze moeite moet doen om zich goed te houden. De dominee laat nu zien dat de Heere niet alleen een positieve opwekking heeft laten opschrijven in de Bijbel, maar ook een negatieve: ..Vervloekt is hij die zijn vader of moeder veracht." Wat de dominee hierna zegt. hoort Lieske niet meer. Voor haar ogen verschijnt levensgroot het woord ..schoft". Dat heeft ze gezegd! En wat heeft ze erna niet allemaal voor erge dingen gedacht. Dat ze zoiets gedurfd heeft!
Ze is zo in haar gedachten verdiept geweest, dat ze opschrikt als de pauze begint.
Marjoke. die dit merkt, wisselt een blik van verstandhouding met Lieske. Ze hebben er samen wel eens over gepraat hoe moeilijk Lieske het heelt met haar ouders. Marjoke komt niet graag bij Lieske. Er wordt nooit echt naar je geluisterd bij haar thuis. Ook Lieske vindt het veel gezelliger bij hen. dus meestal komt zij naar haar toe.
Tijdens de groepsbespreking is de vraag over de tekst „Verwekt uw kinderen niet tot toorn" door bijna niemand beantwoord. De meeste groepjes zijn er niet goed uitgekomen of je nu zelf altijd de schuld hebt als je onenigheid hebt met je ouders. Daarom stelt de voorzitter er nog een vraag over aan de dominee. Uit zijn ervaring als leraar weet hij dat er jongeren zijn. die weinig liefde van hun ouders ontvangen en waar in het gezin het gezag met harde woorden wordt gehandhaafd. Als jongeren zulke ouders hebben, wat dan?
De dominee heeft zich op deze vraag voorbereid. Helaas weet ook hij het maar al tc goed. dat in veel gezinnen de liefde ver te zoeken is. In zijn antwoord laat hij zien dat ook ouders verantwoordelijkheid hebben. Zij mogen niet zomaar alles doen wat ze zelf willen en zich daarbij beroepen op het gebod dat kinderen hun ouders moeten eren. Als je zelf alles hebt geprobeerd om in harmonie met je ouders te leven en door hun gedrag lukt dat niet. dan komt dat voor rekening van je ouders: als kind heb je daar geen schuld aan. „Dat zouden Licske's ouders moeten horen", gaat het door Marjoke heen. Voor ze het verhelpen kan. hoort ze zichzelf zeggen: „Dominee, kunt u daar niet eens over preken? " Als ze het gezegd heeft, kijkt ze beschaamd naar de grond.
Verbaasd kijkt de dominee haar aan. Haar verlegenheid ziende, kan hij een glimlach n a u we I ij k s o n d c rd rukken. Waarom zou ze dal vragen? Even denkt hij na. Dan antwoordt hij haar: „Dat vind ik een goed idee van je. Marjoke. Tijdens één van de eerstvoI gendc doopd ienste n zal ik hierover preken." Terwijl de dominee naar de voorzitter kijkt voor de volgende vraag, voelt Lieske zich helemaal warm worden van verrassing, door het vooruitzicht dat haar ouders binnenkort over deze kant van de opvoeding zullen horen. Ze hoopt vurig dat het iets ten goede veranderen zal.
Op de terugweg fietsen Lieske en Marjoke het eerste gedeelte samen op. „Wat fijn vanavond, hè Lieske? "
„Ja", antwoord ze aarzelend. „Weet je. Marjoke, ik vind het soms zo vreselijk moeilijk om lief tc zijn voor mijn ouders. Ze doen soms zo gemeen." De tranen branden achter haar ogen. Marjoke. die dat aanvoelt, weet er niets op te zeggen.
Als ze afscheid nemen, legt ze haar hand op Lieske's arm. „Sterkte, hoor Lieske." Beschroomd voegt ze er zachtjes aan toe: ..En ik zal voor je bidden."
Het laatste gedeelte op weg naar huis. blijft er ook voor Lieske alleen nog maar een gebed over: „Heere. wilt U mij helpen om van mijn ouders te houden? " Met een zucht opent ze even later de keukendeur. Ze is weer thuis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1988
Daniel | 33 Pagina's