Zomer
De meidoorn bloeit.... Uit 't uorscbe nest van stivnken, in warreling van zwarte takken boos verdoken, heeft blanke bloei zich welig baan gebroken: een branding heeft, in sneeuw en schuim en dronken bloeiveiroering, de trage takken overstroomd en bruisende bezit genomen en zich ter rust gelegd. — De bloesemtakken deinen op de zoele wind, verloomd in zoet verlangen, dat vervulling toegezegd voonvelr en vaag van vruchten droomt en matelooze oogst. — Ik huiver bij dit heerlijk dragen, dat mij de eigen armoe wreed onthult: Ik bloeide niet in liefde, noch rijpte in geduld —....de ijdle koekoek roept, de liefdelooze....— O God, neem mij weer aan, vergeef de dorre dagen en geef mij bloesems, laat mij vruchten dragen, laat tnij niet sterven onvervuld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juli 1988
Daniel | 32 Pagina's