De eerste liefde
Openbaring 2 : 4
„Wat is de eerste liefde? " is de centrale vraag van een brief die ik kort geleden ontving. Eerst laat ik je meelezen uit de kerkbode van Zeist: ..We moeten bij tle tijd van de eerste liefde denken aan de tijd dat men komt tot de eerste kennisnemingen van Christus. Als het licht van de Heilige Geest in die donkere nacht van onze verlorenheid valt op de Persoon van de Zaligmaker, hoe brandt het hart dan van liefde. Wat wordt Hij dan dierbaar, beminnelijk en noodzakelijk. Hoe roepen we dan uit met de bruid: Alles wat aan Hem is. dat is gans begeerlijk. Hoe neemt Zijn liefde het hart dan in. Dat is de geestelijke lentetijd. Dan worden de bloemen gezien. Dan is het zangtijd. Dan wilt u aan ieder die Koning wel aanprijzen. Dan wilt u aan ieder wel vertellen. Wie God is voor slechte mensen".
Nu heeft deze briefschrijver een tijd meegemaakt dat hij een hart vol liefde had voor de Heere, wat hem gelukkig maakte, maar.... de Heere Jezus kende hij niet. En nu is alles weg. Wat kan dat geweest zijn?
Wel, het zal je bekend zijn dat het geestelijk leven begint bij de wedergeboorte. De Heere stort dan Zijn liefde uit in het hart. Liefde zoekt gemeenschap, dus ook deze. Maar dan komen we er achter dat we van God gescheiden zijn door een barrière van zonde, schuld en verdorvenheid. Dat is een vreselijk pijnlijke gewaarwording. Ik moet God missen en ik kan Hem niet missen. Nu is hel zo dat in deze toestand de liefde het overheersende gevoel is en bij de ander de smart. Evenals in het natuurlijke leven geeft liefde een diepe innerlijke vreugde, vooral als die liefde beantwoord wordt. Dan geeft liefde dubbele vreugde. Die vreugde wordt ook beleefd in het zoeken naar een God Die men mist maar toch liefheeft. Daarom wordt er wel gezegd: ..Als het zoeken naar de Heere al zoveel blijdschap geeft, wat zal het vinden dan zijn!"
Stilletjes rekent men er dan wel op dat het vinden spoedig zal komen. Elke dag heeft het Woord wat te zeggen. Men kan zo hartelijk bidden. Men leeft zo teer. Men heeft het zo aocd in de kerk.
Maarrrr.... al dat gevoel ebt weg. Men kan het niet vasthouden. Het wordt van binnen zo koud en ongevoelig. Ja. er komen tegenstrijdige en vijandige gevoelens. Het wordt een chaos, zodat men niet meer weet wat men ervan denken moet. De vrees bestaat dat alles voorgoed over is. Wat is het dan geweest? Heb ik soms de zonde tegen de Heilige Geest begaan? Neen: ls dat zo was had men er geen onrust over. Waar die zonde gedaan wordt (is) heeft men zelfs vermaak in zijn vijandschap. Andere vragen: s hel niet echt geweest? Is het soms niet meer dan algemene genade geweest? Onthoud altijd: et echte, zaligmakende werk van de Heilige Geest voert altijd naar de Heere Jezus. Het werk van de Heilige Geest is Christus verheerlijken (Joh. 16 : 14). ..Ja maar", schrijf je. ..Christus ken ik niet". Wat er ook gebeurd mag zijn. ga daar niet op voortbouwe n. Leven sgevaa r 1 ij k! Want het kan zaligmakend werk geweest zijn. maar je hebt geen bewijs. Dat heb je pas als je de Heere Jezus mag ontmoeten. Het kan ook algemene genade zijn die overgaat. Dus niets om op voort te bouwen. De praktijk leert dat. als iemand van binnen een chaos waarneemt, hij voortdurend vraagt: .Heere, bekeer me". Met deze woorden geeft hij alles in Gods hand. De Heere weet wel raad met zo'n toestand.
Nog een vraag: .Wat is de vindenstijd? " In het algemeen is dat de welaangename tijd. de dag der zaligheid (2 Cor. 6 : 2). Dus de tijd waarin we leven en nog bekeerd kunnen worden. In het bijzonder is het het moment dat we de Heere Jezus vinden. Een andere brief is van iemand die wel een ruime mogelijkheid van zalig worden gezien heeft in Christus (Mal. 4 : 2). maar daarna in eenzelfde vijandige, ongevoelige, chaotische toestand terechtgekomen is. Deze toestand is terug le vinden in Hosea 2 : 13. Ziet. Ik zal haar lokken en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken. Om te weten waarom dit „woestijnleven" nodig is. lees dan Deut. 8. Vers 2: pdat Hij u verootmoedige. om u te verzoeken. om te weten wat in uw hart was. Leg je nood steeds voor de Heere neer en vergeet niet dat er voor elke weldaad plaats gemaakt wordt.
Hij is nabij de ziel die tot Hem zucht:
Hij troost het hart dat schreiend tot Hem vlucht;
Dat ongeveinsd in 't midden der ellenden.
Zich naar Gods troon met zijn ge héén blijft wenden. (Ps. 145 : 6)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1988
Daniel | 32 Pagina's