JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

„Met een glimlach kun je de hele dag weer verder"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Met een glimlach kun je de hele dag weer verder"

Vraaggesprek met drie Z-verpleegkundigen over het werken in de zwakzinnigenzorg

13 minuten leestijd

Vraaggesprek met drie Z-verpleegkundigen over het werken in de zwakzinnigenzorg

door Wim Polinder

Werken in de zwakzinnigenzorg is niet voor iedereen weggeleg Sommigen moeten er niet aan denken: „Nee hoor, mij niet gezie Daar kan ik niet tegen. Ik heb bewondering voor degenen die i Z-verpleging werken. Zelf zou ik het nooit kunnen". Wat trekt Z-verpleegkundigen aan in de zwakzinnigenzorg? Waarom kies juist voor het werken met diepzwakzinnigen. dus zwakzinnigen m een heel laag nivo? Hoe ga je met hen om? Wat zie je als de zin hun leven? Een gesprek met drie Z-verpleegkundigen die met diepzwakzinnigen werken: Teuny van de Zande, Hermien Smie en Gerdine Westerduin.

Waarom hebben jullie gekozen voor een beroep in de zwak zin n igen zorg?

Teuny: Ik heb niet heel bewust gekozen voor een beroep in de zwakzinnigenzorg. Als kind wist ik al: ik wil met zwakzinnigen werken. Het was bij mij niet zo dat ik van school af kwam en een beroep moest gaan kiezen. In onze gemeente waren gehandicapte kinderen. Daar ging ik tijdens kontaktmiddagen wel eens naar toe. Via stage van school kwam ik ermee in aanraking. Ik ben er eigenlijk ingerold. Ik vond het zo leuk dat ik er m'n beroep van gemaakt heb.

Hermien: Sommigen weten van kinds af aan al wat ze willen worden. Dat heb ik nooit zo gehad. Allebei mijn zussen werkten in de zwakzinnigenzorg, op verjaardagen kwamen de zwakzinnigen bij je thuis. Op die manier kwam ik ermee in aanraking. Ook ik heb vanuit school stage gelopen in de zwakzinnigenzorg. Uiteindelijk leek me de zwakzinnigenzorg wel wat en heb ik gekozen voor de Z-verpleging.

Gerdine: Van kinds af aan wilde ik iets in een verzorgend beroep. Ik dacht toen niet gelijk aan de zwakzinnigenzorg. Toen ik tien jaar was. ging ik eens met m'n vader mee naar een kontaktmiddag van de geh andicapten zo rg. Tij dens dc broodmaaltijd zat een meisje tegenover mij die niesde en al die klodders liet ze zo in dc soep vallen. Ik vond dat toen zo verschrikkelijk vies! Ik vertelde het tegen m'n vader. Hij zei toen dat ze dat ook d. niet kunnen helpen. Nou, n. toen is eigenlijk gegroeid: ik n de wil hen helpen.

Wat trok jullie dan precies aan et in dat werk?

Teuny: Je kunt heel veel van jezelf in het werk leggen. Je nk kunt veel in het werk kwijt.

Bovendien voel ik me niet op m'n vingers gekeken, ik kan helemaal mezelf zijn. Ook zwakzinnigen hebben recht op een goed en fijn leven. Daar wil ik me helemaal voor inzetten. Wat ook een rol speelt, is dat je met hen een vaste relatie aan kunt gaan. Wanneer alleen de verzorging je aanspreekt, kun je ook in een ander soort verpleging terecht.

Gerdine: Zwakzinnigen staan als niet beschermd in de wereld. Ik heb altijd al iets gehad van het willen beschermen van mensen die minder zijn of die geplaagd worden.

Hermien: Zwakzinnigen kunnen zich niet helemaal zelfstandig redden. Dan ben jij eigenlijk een aanvullende persoon om hen daarmee te helpen.

Jullie werken alle drie op een groep diepzwakzinnige bewo-

ners. Waarom hebben jullie juist voor het lage nivo gekozen?

Gerdine: Ik heb niet bewust voor deze groep gekozen. Ik ben er als het ware ingerold. Ik solliciteerde en cr was een va ka tu re op dat moment op een groep met diepzwakzinnige bewoners.

Hermien: Bij mij was het net zo. Ik had wel eens van di epzwakzi nnigen gehoord, maar ik was er nog nooit mee in aanraking gekomen. Je hoorde soms hele verhalen: wat daar allemaal zit. is best griezelig en zo. Na een rondleiding door het gebouw sprak mij dat nivo best wel aan. Zoals ze daar lagen, daar kon je wat aan kwijt. Zij hebben jouw hulp nodig. Als jij ze geen eten geeft, pakken zc het zelf ook niet.

Teuny: Ook ik heb niet bewust gekozen voor diepzwakzinnigen. Ik ben gewoon aangenomen en waar plaats was, ben ik gaan werken. Ik schrok eerst wel. Bijvoorbeeld van een bewoner die met zijn ontlasting zat te smeren.

Moesten jullie niet eerst een drempel over? Veel diepzwakzinnigen zijn bijvoorbeeld niet zindelijk?

Gerdine: Nee hoor, ik heb ontlasting nooit vies gevonden. Kwijlen vind ik bijvoorbeeld veel viezer.

Hermien: Het niet zindelijk zijn. zie ik liever dan dat een bewoner moet overgeven.

Teuny: Waar ik wel moeite mee heb, is bijvoorbeeld wanneer een bewoner de hele dag met z'n ontlasting zit te smeren. Je bent dan de hele dag met zo'n bewoner bezig zodat je aan de andere bewoners niet meer toekomt.

Hoe ziet een , .doorsneedag" er uit? Wat doe je zoal op zo'n dag?

Teuny: De dagen zijn nogal verschillend. Daarom is het moeilijk om daar een doorsnee van te geven, 's Ochtends begin je altijd om 7.00 uur. Jc bent dan met z'n tweeën op een groep van tien bewoners. Alle tien bewoners moeten in bad. Om 9.15 uur ben je klaar met baden. Dan gaan we eten. Om 10.00 uur houdt een van de twee een koffiepauze. Daarna de ander. Daarna ga je de b e wo n e rs v e r sc h o n en. 's Ochtends doe je niet zoveel. Je bent erg veel tijd kwijt met verschonen, drinken en eten. 's Middags sta je met z'n drieën op de groep. Dan kun je wat meer doen. Dc ene middag gaan we zwemmen, de andere middag heerlijk op het luchtkussen. Je legt de bewoners erop en zelf ga jc

op dat kussen springen. Dat vinden ze heerlijk. Maar het is voor hen al belangrijk om even in een andere omgeving te zijn.

Het eten en wassen komt elke dag weer terug. Het wordt als het ware routinewerk. Is dat ni gevaarlijk?

Gerdine: Dat gevaar is er wel. Het is erg makkelijk om onder het wassen van de bewoners aan je kollega te vragen: „Wat heb jij gisteren gedaan? " en ondertussen de bewoner heel snel te wassen.

Dat is niet dc bedoeling. Het is belangrijk dat je echt met dc bewoners bezig bent. dat jc daar de tijd voor neemt en tegen de bewoner zegt wat je aan het doen bent.

Hermien: Jc moet cr als het ware een soort spclaktivïteil van maken. Water vinden ze heerlijk. Bij mij op de groep is een jongen die hel heerlijk vindt als ik de sproeier heel hoog houd zodat het water op zijn buik klettert. Dat vindt hij schitterend. Maar het ergens de tijd voor nemen, is soms best moeilijk. Jc werkt vaak tegen de klok.

Wat vinden jullie moeilijk in de omgang met diepzwakzinnigen? Gerdine: Ik vind heel moeilijk

of ze de dingen die je zegt ook begrijpen. Het is heel belangrijk dat ze voelen en merken dat je er bent. Maar aan het eind van de dag vraag ik me wel eens af: wat zullen zc nu opgepikt hebben van wat ik tegen zc gezegd heb?

Hermien: Nee, daar heb ik niet zoveel moeite mee. Bij een klein kind vraag je je dat toch ook niet af? Daar praat je ook gewoon tegen en weet je ook niet precies wat cr overkomt.

Teuny: Het is heel belangrijk om op hun belevingswereld in te spelen. Vaak hoeft dat niet met woorden maar kan dat met allerlei geluiden en gebaren. Dan vind ik het niet zo moeilijk omdat je op hun nivo bezig bent.

Gerdine: Ja. maar het moeilijke vind ik dat ik niet precies weet wat ze beleven. et Ik heb bijvoorbeeld heel veel moeite met iemand die

heel lang ligt te huilen. Dan kan ik zelf wel meejanken omdat ze niet kunnen vertellen of aanwijzen waarom ze huilen. Is dat omdat ze pijn hebben of omdat ze de muziek niet mooi vinden. Teuny: Ik vind het bonken van een bewoner moeilijk,

Teuny: Ik vind het bonken van een bewoner moeilijk, dus iemand die met z'n hoofd ergens tegenaan bonkt. Je weet niet hoe het komt. Soms doen ze dat omdat ze lang op een boterham moeten wachten. Soms hebben ze pijn of zit dc ontlasting hen dwars. Je probeert dan van alles om dat bonken tegen te gaan: een eind gaan wandelen, in bad doen. afzonderen. De ene keer helpt dit. de andere keer dat. Jc kunt nooit van te voren voorspellen wat je moet doen.

Een gevaar in de omgang met diepzwakzinnigen is dat je teveel met ze wilt doen. Je wilt ze als het ware optrekken naar jouw nivo. Herken je dat hij jezelf?

Teuny: Ja. soms wil jc teveel. Maar vaak kun jc met hele kleine dingen zoveel bereiken. Bijvoorbeeld een paar minuutjes geluiden maken kan al zoveel voor ze betekenen.

Hermien: In het begin vond ik dat moeilijk. Maar naarmate je de bewoners langer kent, krijg je meer ideeën. Je kunt dan steeds beter op hem of haar inspelen. Dan betekent een aai. een knuffel al zoveel. Gerdine: De stern is enorm belangrijk. Ze hebben vaak erg veel plezier als je van

Gerdine: De stern is enorm belangrijk. Ze hebben vaak erg veel plezier als je van hoog naar laag gaat of andersom. Soms is een glimlach van een bewoner al heel wat voor je. Dan kun je er weer een dag tegen.

Jullie werken alle drie in een p rot est a nts ch rist el ijk e instel lii tg. Hoe funktioneert het geloof in je dagelijkse omgang met diepzwakzinnige bewoners en je kollega's? Wat vind je daarin moeilijk?

Teuny: Je wordt er soms zo moe van om steeds maar weer je standpunt te verdedige n. Bijvoorbeeld dingen die duidelijk in de Bijbel staan, die waar zijn. worden duidelijk te niet gedaan: dat is geen waarheid. Maar er zijn soms ook heel goede gesprekken, dat moet ik er bij zeggen. Eerst hadden we nooit een opening, nu openen we elke dag met elkaar door een stukje te lezen. Maar als je hoort dat kollega's nog nooit van wedergeboorte hebben gehoord, dan schrik je daar toch wel van. Een bekend voorbeeld is ook sexualiteit en relaties. Een aantal kollega's denkt daar heel anders over dan in dc Bijbel staat. Dat merk je vooral tijdens je opleiding. Je mag van hen bijvoorbeeld niet zeggen dat homosexualiteit verkeerd is. Dat is volgens hen veel te hard gezegd.

Hun persoonlijke visie zal dan ook consequenties hebben voor de manier waarop ze naar zwakzinnigen en relaties kijken. Gerdine: Je denkt vaak verschillend over allerlei

uiterlijke dingen. Maar je denkt bijvoorbeeld hetzelfde als het gaat over stervensbegeleiding. Er zijn kollega's die zeggen dat alle zwakzinnigen in de hemel zullen komen. Zij kunnen er toch niets aan doen dat ze zwakzinnig zijn? Ze begrijpen het toch niet. dus waarom zouden ze niet in de hemel komen?

Hermien: Ik vind het heel moeilijk om goed onder woorden te brengen hoe jij bepaalde dingen ervaart en voelt. Dan hoor je je kollega's wel praten, maar toch zeg je er niets van hoewel je voelt: hier klopt iets niet, ik heb het toch anders geleerd.

Gerdine: Ze zeggen: ..Je hoeft niet te bidden met hen. Ze begrijpen het toch niet". Maar het gaat er niet om of ze precies dc woorden begrijpen die je zegt. God begrijpt dat je voor hen bidt. Daar heb ik het wel moeilijk mee gehad. Bijvoorbeeld als een kollega zei: „Het eten van Jantje zal heus niet minder lekker smaken dat het eten van Pietje waar je wel voor bidt".

Bidden jullie met bewoners alleen voor en na het eten of ook op andere momenten?

Hermien: Ik bid ook 's avonds voor het naar bed gaan. Soms heb ik er wel eens moeite mee dat ik elke avond bij alle negen bewoners hetzelfde gebed bid. Soms probeer ik dan een vrij gebed. Maar dat vind ik toch heel moeilijk. Je hebt vaak het gevoel dat het niet overkomt, dat een bewoner dan niet meebidt.

Teuny: Bij ons wordt niet gebeden bij diepzwakzinnigen voor het naar bed gaan. Zelf doe ik het wel bi j iedere bewoner aan bed. Ik heb een jaar op een hoger nivo groep gewerkt. Daar baden wc wel voor het naar bed gaan. Toen ik terug kwam op het lage nivo, vond ik het niet-bidden zo leeg. dat ik het wel ben gaan doen. Jc kunt niet zeggen dat de bewoners er iets aan hebben. Maar soms zie je toch een glimlach tijdens het zingen of liggen ze heel stil te luisteren. Dan doetje dat zoveel. Mijn vriendin zei weieens dat het ook voor hen genadetijd is. Dat kun je soms makkelijk zeggen. Maar jij kunt nog voor hen bidden.

Hemden: Soms ben je gewoon op de groep aan het werk en ineens schiet het door je hoofd heen: waar zullen deze bewoners terechtkomen als ze sterven? Zc kunnen zelf niet om genade vragen, ze kunnen zelf geen Bijbel iezen. Wat een verantwoordelijkheid rust er dan op je als groepsleidster. Daar sta jc eigenlijk veel te weinig bij stil. ^

Teuny: Dat kan je soms gewoon aanvliegen: wat breng ik er van terecht? Toch maak je ook hele fijne dingen mee. Ik was een keer op een hoog nivo groep. Wc hadden samen eerst gebeden voor het eten en gelezen uit dc kinderbijbel. Een bewoner zou danken. Hij dankte toen voor de zuster die uit de Bijbel gelezen heeft. Dat doet je toch goed. Dat geeft je kracht.

Stel dat jullie met z'n drieën personeel moesten aannemen voor de Z-verpleging. Waar zouden jullie bij aanstaande groepsleid(st)ers op letten?

Teuny: Ik vind visie op zwakzinnigenzorg erg belangrijk. Sta je volledig achter je werk? Wil je je daarvoor inzetten? Of doe je het om werk te vinden? Ook het kunnen en willen werken in teamverband is erg belangrijk. Jc moet nauw samen kunnen werken met kollega's.

Gerdine: Ik zou belangrijk vinden hoe je het christelijk geloof kon kreet denkt te maken in dc omgang met (diep)zwakzinnigen. Dus niet gelijk accepteren dat ze formeel lid zijn van een kerk. maar daar echt op doorvragen. Wat betekent het geloof voor jou persoonlijk? Ook je visie op ouders is belangrijk. Hoe ga je met hen om? Zie hen nog steeds als eerst verantwoordelijken voor het kind of denk je: daar heb ik lak aan; ik beslis zelf over dat kind?

Hermien: Je zult veel geduld moeten hebben, vooral als jc met diepzwakzinnigen wil werken. Anders loop je tegen jezelf op.

Gerdine. Hermien en Teuny. hartelijk bedankt voor het openhartige gesprek. We wensen jullie veel geduld en Gods zegen toe op jullie werk in de zwakzinnigenzorg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1988

Daniel | 32 Pagina's

„Met een glimlach kun je de hele dag weer verder"

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1988

Daniel | 32 Pagina's