JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

En elk vertelde hoe hem Jezus was ontmoet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

En elk vertelde hoe hem Jezus was ontmoet

vraaggesprek met ds. J.J. van Eckeveld door Mija Hasselaar en J.H. Mauritz

19 minuten leestijd

Dominee, kunt u ons vertellen wat we precies moeten verstaan onder een gezelschap?

Een gezelschap is een kring van mensen, die bij het licht van Gods Woord met elkaar spreken uit de ervaringen van het geestelijk leven.

Bestaan de gezelschappen al lang?

Het is vanuit de kerkgeschiedenis duidelijk dat de gezelschappen al een oud verschijnsel vormen. Al vanaf het begin van de Nadere Rcformade zijn er gezelschappen bekend.

Is het ook bekend wanneer de gezelschappen ontstaan zijn?

Het is wellicht zo dat de oudste oorsprong van de gezelschappen in de kring rond Zwingli in Zürich gezocht moet worden. Men sprak dan over de „profetic". Via Bucer, de reformator van Straatsburg die ook in Engeland heeft gewerkt, zijn de gezelschappen bij de puriteinen (soortgelijke groepering als bij ons de Nadere Reformatie) in zwang geraakt. Daar heette het de „prophecying". De Nadere Reformatie is beïnvloed door het puritanisme. Daardoor is het goed te begrijpen dat de gezelschappen ook juist in die kringen zo'n opgang hebben gemaakt.

Hoe dacht men in die tijd over de gezelschappen?

De voormannen van de Nadere Reformatie hebben de gezelschappen van harte aanbevolen. Met name Koelman heeft er een warm pleidooi voor gehouden. Hij heeft gewezen op het bijbelse gebod om de onderlinge samenkomsten niet na te laten. Deze bekende tekst heeft hij niet alleen toegepast op de zondagse eredienst, maar ook op het samenkomen van Gods kinderen en hun samen spreken over het geestelijke leven. Koelman noemde de gezelschappen een middel tot oefening in dc waarheid, een middel tot opscheqiing en een onderwijzing van elkaar in het geloof cn in de liefde.

Koelman zag ook de gevaren van de gezelschappen, zoals bijvoorbeeld het belasteren van predikanten en achterklap, maar hij heeft het positieve ervan benadrukt en bepleit. Ook anderen waren warme voorstanders van het samenkomen in de gezelschappen. zoals Smytegelt. Van Lodcnstcin en B ra kei.

Waardoor maakten de gezelschappen zo'n opgang?

Naarmate de kerk in Nederland al meer in verval raakte, dorheid en dodighcid de boventoon gingen voeren, begon het gezelschapsleven al meer op tc bloeien. Wat Gods kinderen 's zondags in dc kerk en in de prediking misten, dat gingen zc zoeken

op dc gezelschappen. Daar werd wel gesproken over het bevindelijke, geestelijke leven.

Het is dan ook te begrijpen dat er vanuit de kerk nogal wat tegenstand ontstond ten aanzien van de gezelschappen. Op verschillende classisvergaderingen. met name in de achttiende eeuw, zijn ze besproken. Er werden bepaalde regels opgesteld waaraan de gezelschappen moesten voldoen. Zo heeft men bijvoorbeeld altijd benadrukt dat ze onder toezicht van de kerkeraad moesten staan en dat de dominee altijd toegang moest hebben op deze bijeenkomsten.

Zijn alle gezelschappen hetzelfde?

In de loop der jaren zijn er twee soorten gezelschappen ontstaan. Je had in de eerste plaats de gezelschappen of de conventikels, zoals ze ook wel genoemd worden. Daar kwam men samen om te spreken over het geestelijke leven. Dat gebeurde soms naar aanleiding van een bepaald schriftgedeelte, soms naar aanleiding van de gehoorde preek en soms ook naar aanleiding van wat iemand mocht vertellen uit het persoonlijke leven.

Daarnaast kende men. wat de oefening genoemd wordt. Dat waren ook gezelschappen, maar daar was een soort voorganger, die een stichtelijk woord sprak. Dc oefeningen hadden een meer geordende samenhang. Daar deed men eigenlijk een beetje de kerkdienst na. Ze hadden ook dezelfde vorm als een kerkdienst, met uitzondering van het votum en de zegen. Hier vond echt een stuk sc h ri ftverk 1 a ri ng plaats.

Welke rol speelden de gezelschappen bij het ontstaan van de afgescheiden kerken?

In 1834 bij de afscheiding zag je het verschijnsel dat heel wat van de eerder genoemde oefeningen met hun voorgangers zijn omgezet in een gemeente. De voorganger werd na een korte opleiding bij dominee De Cock of iemand anders, predikant. Zo kreeg je dan een afgescheiden gemeente.

Hiernaast bleven de gezelschappen. waar echt over het geestelijke leven gesproken werd. bestaan. Deze hebben een belangrijke voedingsbron gevormd voor het ontstaan van onze Gereformeerde Gemeenten. Dat is heel duidelijk. We mogen zeggen dat de Heere in de tijd van diep verval in de kerk van Nederland, de gezelschappen heeft willen gebruiken om het geestelijke leven te voeden en in stand te houden.

Op de gezelschappen kwamen ook wantoestanden voor. In plaats van het „En elk vertelde hoe hem Jezus was ontmoet" sprak men dan over dorheid en doodsheid. Is dat de gevaren - kcint van de gezelschappen?

Het valt niet te ontkennen dat er ook gevaren aan de gezelschappen verbonden waren. Men kan spreken over dorheid en doodsheid: men kan vreselijk bezig zijn met de ongestalten en de wangestalten van de mens uit te meten.

Ik heb dat zelf ook wel meegemaakt. Met name in mijn studententijd, toen ik de gemeenten rondtrok, kreeg ik er mee te maken. Ik zal nooit vergeten dat ik eens op een gezelschap kwam. waar een vrouw was waar men met achting naar luisterde. Zij sprak over hevige aanvechtingen en benauwdheden. En daarna stopte het. Kijk. dan zit je natuurlijk op een verkeerd spoor. Er is ook een andere kant; de kant van het werk van Gods genade en de ervaringen van het waarachtige geloof. Het is ook wel gebeurd dat men sprak over ervaringen van twintig, dertig jaar terug. Daarom is het zo belangrijk watje net noemde: „En elk vertelde hoe hem Jezus was ontmoet". Het gaat erom hoe het nu is en wat de ziclservaeringen van de laatste tijd zijn.

Ziet u nog meer gevaren?

Als het gaat over de gevaren van de gezelschappen dan zou ik er graag drie met name willen noemen.

1. Men heeft wel eens gesproken over de ..gezelschapstheologie". Daar wordt mee bedoeld dat, wanneer er een goede leiding op de gezelschappen ontbreekt, er bevindingen en ervaringen gebracht kunnen worden, die de toets van Gods Woord niet meer kunnen doorstaan. Het valt niet te ontkennen dat er wel eens een soort gezelschapstheologie gefunktioneerd heeft, die niet beantwoordde aan de norm van Gods Woord.

Dat is een gevaar, dat we moeten onderkennen. Ook op de gezelschappen moet het Woord des Heeren de toetssteen zijn.

2. Een ander gevaar is wat wel genoemd is het ontstaan van geestelijke keurmeesters. Dat zijn mensen die op de gezelschappen een geweldige invloed kregen. Zij gingen bij andere mensen de maatstaf van hun eigen bekering en leiding aanleggen. Op grond van hun eigen ervaringen werden anderen beoordeeld en veroordeeld.

Smytegelt, die de gezelschappen warm heeft aanbevolen, heeft juist ook op dit gevaar gewezen. Hij zei van deze keurmeesters: „Zij gaan van één of ander mens de hele staat openleggen en hem eens toetsen of hij wel zwaar

genoeg weegt". Smytegelt veroordeelt dit: ..Die mensen doen soms uitspraken over iemands staat, waar godzalige leraren voor zouden huiveren om die te doen". Dit is dus ook een gevaar dat kan ontstaan.

3. Een derde gevaar dat ik zou willen noemen is dat de gezelschappen gaan funktioneren als een soort vervanging van de kerk.

De gedachte gaat dan leven: ..De prediking, ach ja. dat is dc prediking maar, maar de gezelschappen, waar Gods kinderen met elkaar spreken over het geestelijke leven, dat is veel meer." Er zijn ook voorbeelden uit de geschiedenis bekend, waaruit blijkt dat de gezelschappen als een soort pressiegroep in de gemeente gingen funktioneren. In tijden van diep geestelijk verval van de kerk is dit te verstaan, maar dat is niet altijd het geval.

Het is opmerkelijk dat de voormannen van de Nadere Reformatie, hoezeer ze de gezelschappen ook bepleit hebben, toch die gevaren hebben gezien en onderkend en er tegen gewaarschuwd hebben.

Heeft u zelf ervaring met gezelschappen en dan met name wat betreft hun positieve betekenis?

Ik denk dat het inderdaad goed is om de gevaren ervan onder ogen te zien. maar dat wc toch in de eerste plaats het positieve van de gezelschappen moeten benadrukken.

En als je mij dan vraagt of ik cr ervaring mee heb. dan zou ik willen zeggen dat ik al van kindse dagen afgehoord heb hoe kinderen van God met elkaar spraken over het eigen geestelijke leven. Dat maakte op mij als klein kind al diepe indruk. Ik voelde: dat volk is een gelukkig volk: dat is een volk dat de Heere mag kennen en dat dicht bij Hem leeft.

Ik denk bijvoorbeeld aan mijn grootvader. Als ik bij hem logeerde, hoorde ik daar hoe kinderen van God met elkaar spraken over de gangen van het geestelijke leven. Ook mijn grootmoeder kende dat leven.

In de eerste jaren van ons huwelijk hebben we in Scherpenzeel gewoond. We kwamen daar veel in, zoals men het daar noemde, de pastorie van de oude Roest.

Meneer Roest was een man, die in den lande bekend was vanwege zijn Gods vreze. Je kon aan het hele leven van die man merken dat hij dicht bij de Heere leefde. Die pastorie was vaak een ontmoetingsplaats voor de kinderen des Heeren, om met elkaar te spreken over het geestelijke leven. We hebben daar meermalen bij gezeten en dat gehoord. Dat waren toch wel eens bijzondere ontmoetingen waar iets sprak van het waarachtige, geestelijke leven, en waar verteld werd. wie God in Christus wil zijn voor doodschuldige zondaren.

Tijdens mijn studententijd en ook erna, bij het komen in dc gemeenten, heb ik meermalen gezelschappen bijgewoond, bijvoorbeeld 's zondagsavonds na de kerkdienst. Het was niet altijd even levendig, dat moet ik eerlijk zeggen, maar er waren toch ook wel eens goede avonden, waar het waarachtige, geestelijke leven aan het woord kwam.

De ervaring in de praktijk is helaas dat veel jongeren nooit hebben meegemaakt, wat u nu allemaal vertelt.

Ja, en dat is voor mij wel eens een oorzaak van bijzondere zorg. Al meer jongeren uit onze Gereformeerde Gemeenten horen dat niet meer. zoals wijzelf dat nog wel mochten horen toen wij jong waren. Het is niet te ontkennen dat de gezelschappen. zoals ze cr vroeger waren, de ontmoetingen van Gods kinderen, al schaarser worden. Dat is een zorgelijke trek. Vaak wordt dit veel te weinig als nood gevoeld. Het wordt wel gekonstateerd. maar niet als nood beleefd.

Dit zou een opscherping moeten zijn voor Gods kinderen, om ook naar jongeren toe erover te spreken.

Het kan zijn dat er uit valse schaamte niet over gesproken wordt. Het kan ook samenhangen met de mate waarin het werk van Gods Geest ervaren wordt. Misschien is het ook een graadmeter van de stand van het geestelijk leven?

Ja cn dan mag het wel te meer de nood onderstrepen.

Het is geen blijk van opgewekt geestelijk leven als er zo weinig over gesproken wordt.

Het is wel zo. dat de Heere ook vandaag nog werkt. Zijn werk gaat door zolang de zon er zal zijn en de zon schijnt nog. Maar vroeger had je van die geoefende christenen, die veel van de Heere geleerd hadden en die een stuk vastheid hadden mogen ontvangen in het geestelijk leven. Die geoefende christenen ontmoet je al minder.

Dat onze jongeren zo weinig van deze dingen horen en dat Gods kinderen er maar zo weinig over spreken, dat is toch een teken van geestelijke armoede. Dat zou onder ons een nood. een schuld moeten zijn. Was het dat maar méér.

In Psalm 78 wekt de dichter op om aan de kinderen de daden van de HEERE door te vertellen. Kan iedere ouder dat wel? Hoe moeten we dat doen? Het is een voluit schriftuur-

lijke zaak dat we ook tot onze kinderen, tot de jeugd, over Gods daden spreken. Maar de vraag is wel: kunnen we iets vertellen? Als we zelf het geestelijke leven niet kennen, dan kunnen we er ook niet over spreken, ook naar onze kinderen toe niet. Wc zullen hen daaruit dan ook niet kunnen voorleven. Het gaat om het spreken, maar ook om het léven, dat moet een eenheid zijn. Onze jeugd prikt er anders zo doorheen. Als we moeten zeggen: ..Ik ken het geestelijke leven niet'.', laten we dan maar met onze armoede voor de dag komen. Mocht hert zijn in een diep verlangen, met een heimwee in het hart. Ik denk dat het ook al een diepe indruk maakt als de kinderen merken: ..Ze haken ernaar, ze zijn er jaloers op".

Hoe denkt u over het bijeenkomen na de bediening van het Heilig Avondmaal?

Het bijeenkomen na het Heilig Avondmaal kan op zichzelf een goede zaak zijn.

In verschillende gemeenten is deze gewoonte er. Het is goed om te spreken over de bijzondere ontmoetingen die tijdens de bediening van het Avondmaal plaats kunnen vinden. Het kan voor anderen, die in dorheid en dodigheid aan de bediening zijn geweest, tot opscherping zijn.

Aan de andere kant bestaat het gevaar dat het iets geforceerds krijgt of dat bepaalde mensen altijd weer het w r oord hebben. Daarom is een goede inleiding op het gezelschap belangrijk, zodat het in het spoor van Gods Woord geleid wordt. Het gaat erom dat Hij in het middelpunt staat. Die de Gastheer is aan het Heilig Avondmaal.

Niet overal bestaal deze gewoonte. Zouden er dan andere mogelijkheden zijn. die benut kunnen worden, zodat een gesprek over deze dingen toch plaats kan vinden?

Ik vind het altijd moeilijk om te zeggen: we gaan gezelschappen organiseren. Ik geloof dat het feit dat het gezelschapsleven zo taant, ons allereerst op de knieën moet brengen. Het is een teken van geestelijke armoede. Daar moeten we beginnen. Als er een opgewekt geestelijk leven is. dan is er ook een levende behoefte om elkaar daarin te ontmoeten. Er wordt wel eens gezegd: het leven zoekt het leven. Het is een onderdeel van de gemeenschap der heiligen; het bloeit dan als het ware vanzelf op. Gezelschappen worden niet gemaakt. maar geboren, vanuit de behoefte van het geestelijke leven.

Als die behoefte ontbreekt. dan is dat een nood. die ons op de knieën moet brengen. Als we daaraan voorbij gaan en van alles gaan organiseren. dan ben ik zo bang voor een stuk mensenwerk en aktivismc. Daarmee lossen we het probleem niet op.

Gezelschappen worden niet gemaakt maar geboren. Maar kunnen misschien andere mogelijkheden aangegrepen worden om toch eens iets te vertellen van Gods werk? We denken bijvoorbeeld aan het spreken hierover in het verlengde van een inleiding op de jeugdvereniging of aan een preekbespreking. Jongeren, die thuis in hun gezin er niets overhoren, komen zo toch in die gelegenheid.

Nou, dat wil ik van harte onderstrepen. Ik geloof dat het een goede zaak is als jongeren op de jeugdvereniging hierover horen. We kunnen ook denken aan de catechisatie. Soms brengt de stof het met zich mee dat er een persoonlijk woord kan zijn van de catecheet. Ik heb de ervaring dat. als dit aan de orde komt, cr beslag is; dat kun je dan echt merken.

Ook het verenigingsleven kan een middel zijn dat jongeren er iets van horen. Daarom is het ook een goede zaak dat ambtsdragers van tijd tot tijd de verenigingen bezoeken en als het mogelijk is een persoonlijk woord spreken.

Dan gaat het er niet om. om jezelf in het middelpunt te zetten, maar om het werk van God aan de orde te laten komen, ook vanuit de tere bevindingen van het zieleleven.

, . Voegt u bij de godsgezinden en gij zult er Jezus vinden ", dicht Groenewegen. Wat houdt dat precies in?

Groenewegen is altijd een bekende naam geweest op de gezelschappen. Zijn „Lofzangen Israëls" werden cr

veel gezongen. Het zijn verzen, waardoor de tere snaren van het zieleleven worden geraakt. Denk bijvoorbeeld aan de zinsnede: ..Zoete banden die mij binden aan het lieve volk van God". Het is te begrijpen dat deze verzen zo geliefd waren. Zo ook de zinsnede die u noemde.

Als Gods kinderen elkaar in de Heere mogen ontmoeten, dan wordt er ervaren dat de Heere in het midden is.

Vanuit de gemeenschap met de Koning is er de gemeenschap met elkaar. Dat is een verlevendigde, opwekkende ervaring, die wezenlijk is voor de gemeenschap der heiligen.

Nu zegt Groenewegen: Ga daar nu maar heen. voeg je daar maar bij. Dat maakt jaloers; dat wekt op: dat brengt werkzaamheden met zich mee. ook al moet je zeggen dat je het mist.

Daarom zou ik naar onze jongeren toe willen zeggen:

Zoek Gods kinderen maar eens op. Vócg je bij de godsgezinden. Als je weet: „Dat is een kind van God" (en gelukkig zijn ze er nog in de omgeving van onze jonge mensen), zoek die maar gerust eens op en vraag maar of ze je eens wat willen vertellen uit hun eigen leven, over wat de Heere in hun leven gedaan heeft.

Laten onze jonge mensen dat ook maar eens zoeken. Dat hoefje niet uit de weg te gaan. Integendeel. Het kan een middel zijn om ons aan de Heere en Zijn dienst te verbinden.

Als het goed is, funktioneren de gezelschappen niet alleen als een plaats waar Gods kinderen met elkaar spreken, maar dienen ze ook tot opscherping van elkaar. Kunt u daar iets over vertellen?

Het is duidelijk dat wein de gemeente verantwoordelijk zijn voor elkaar. We leven niet alleen op een eilandje: we zijn een gemeente. Het woord „gemeente" is verbonden met gemeenschap.

Daarin is men verantwoordelijk voor elkaar. De mannen van de Nadere Reformatie hebben gepleit voor de gezelschappen, omdat zij zagen dat ze ook dienden tot de opscherping en het korrigeren van elkaar in het geestelijke leven. Er kunnen misstanden zijn of iemand kan op een verkeerd spoor zitten of iemand kan een grond maken van iets buiten Jezus. Die de enige grond is.

Is dit korrigeren niet meer een taak voor de ambtsdragers, bijvoorbeeld op de huisbezoeken?

Zeker, dat zeker. Maar er is ook een ambt aller gelovigen. En juist daarin komt de verantwoorde 1 ijkheid voor elkaar en de opscherping in de liefde tot uitdrukking. Het meeleven met elkaar en het weten van eikaars noden is van groot belang.

Hierbij is het wel belangrijk dat er een goede leiding is. Ook hierin zien we een stuk nood van onze tijd, dat die geoefende christenen zo ontbreken. Je had van die christenen, die een bijzondere ondersch eidi ngsgave hadden.

Zij konden vanuit Gods Woord leiding geven aan anderen. Wat is het een zegen als er zulke mensen in de gemeenten en kerkeraden mogen zijn.

Heeft de ik-gerichtheid van deze tijd er ook mee te maken, dat er zo weinig meeleven meer is tussen Gods kinderen?

Inderdaad. Je komt deze ikgerichtheid overal tegen, ook onder onze jongeren. ..Ik vind: ik voel; ik ervaar dat zo....".

Onze tijd is er mee doordrenkt, dat de norm in het ik wordt gelegd. Ook in

het spreken over geestehjke dingen komt dit voor: .dk mocht dal ervaren: ik mocht zo genieten": men draait dan als het ware in een kringetje rond. Dal is zo fnuikend voor de gemeenschap der heiligen. Als Gods kinderen elkaar in dc Heere mogen ontmoeten, met elkaar verwonderd mogen zijn over het werk van God cn van dc gezegende Hccre .lezus. dan verliezen ze zichzelf daarin. Dan verblijden ze zich met elkaar over de grote daden van de Hccre. Daarin wordt God verheerlijkt. Want het gaat toch om de eer van God en de verhoging van Zijn Naam. Daarmee wordl het „ik" doorbroken cn ik denk dat dat het wezenlijk kontakt is in dc gemeenschap der heiligen.

Een aantal keren is het woord ..bevinding" ter sprake gekomen. Wat moeten my^ daaronder verslaan?

Paulus gebruikt dit woord in de Romeinenbrief. Daar heeft het de betekenis van beproefdheid. Wat houdt dal dan in? Wel. dat het Woord van God beproefd blijkl le zijn. Hel Woord van God is waarachtig cn onwankelbaar, (jods kinderen mogen dal door dc strijd, de aanvechtingen en de diepten heen gaan er\'aren. Zc gaan ervaren dat Gods Woord cn het werk van Christus beproefd is. Ze bevinden dat het waar is. Dat brengt een schat aan bevindingen tnet zich mee. Dat is een bevinding waarin ze teruggeworpen worden op het naakte Woord van God cn op Zijn eeuwige trouw in Christus. Dat wordt het enige houvast.

Wat is het ccn gezegende zaak als we elkaar daarover mogen spreken in de Heere.

Ik zou willen dal al onze jonge mensen daarvan mochten horen cn er jaloers op zouden worden. Mis je de vastheid en blijdschap, die bij Gods kinderen gevonden wordt: bij de Heere is het nog te verkrijgen. Er is bij Hem ccn volheid en Zijn werk gaat ook in deze lijd door.

Zou je kunnen zeggen dat het er in de bevinding om gaat om goed van de Heere te spreken?

Ja. hel gaat erom om goed van Hem te spreken en Zijn dienst aan te prijzen. We moeten niet alleen zeggen wal het niet is. maar juist wat het wél is.

De grond van dc bevinding ligt in de Grote Ander, op Wiens lippen genade is uitgestort. Dat is dc levensader van het geloof.

Zou u tot slot nog iets tegen onze jongeren willen zeggen?

Ja. ik zou nog eens willen onderstrepen, zeker ook voor die jongeren die zeggen: „Ik hoor er zo weinig van of ik hoor er nooit van hoe Gods kinderen met elkaar spreken uil het geestelijke leven": Voeg jc rnaar bij de godsgezinden. zoek ze maar op. Vraag er maar eens naar. Wees maar niet zo bansi. Dc Heere zegt dat Gods kinderen altijd bereid tnoeten zijn otn rekenschap af te leggen van de hoop die in hen is.

En tegen degenen die de Heere vrezen, zou ik willen zeggen: laat ze het tnaar eens horen, wie God in Christus is voor slechte mensen.

En als Jongeren niet durven, wat u hen aanraadt?

Ja. het is natuurlijk heel wat om naar iemand toe te stappen. Dat kan ik tnc voorstellen. , Ie weet niet hoe je ontvangen wordt. Ik denk toch dat je dan je niet durven maar moet overwinnen. Dat laatste geldt ook voor hen. die dc Hccrc vrezen. Er kan zoveel mensenvrees zijn. zoveel onwaardigheid in zichzelf, waardoor zij cr niet over durven spreken. Maar is de Hccrc het niet waard dat Zijn dienst aangeprezen wordt, ook naar jonge mensen toe?

Het is misschien ook goed om er op te wijzen dat er ook nog boeken zijn. waarin je kunt lezen hoe de Hccre Zijn volk leidt. Ik denk bijvoorbeeld aan „De geestelijke pelgrim" van dominee Vergunst. Dat boek tekent zo teer de gangen van het geestelijke leven. Eaten onze jongeren zulke boeken ook eens lezen. Als je dan echt niet durft, dan is dal cr ook nog.

Dominee en mevrouw Van Eckeveld. graag willen we u hartelijk danken voor uw ga.stvrijheid en voor alles wat we van u hoorden.

J.H. Mauritz

Mija Hasselaar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1988

Daniel | 32 Pagina's

En elk vertelde hoe hem Jezus was ontmoet

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1988

Daniel | 32 Pagina's