Als je vader zendeling is
Bij het lezen van deze aan mij opgegeven titel, denk ik aan heel veel dingen die mt jammergenoeg verleden tijd geworden zijn. Mijn vader is geen zendeling meer: hij wordt nu ex-zendeling genoemd en hij die gedachte word ik hest wel een beetje verdrietig.
Het is hier in Nederland ook wel jijn en m'n vader heeft hier ook niooi werk. maar toch zou ik nog graag in Irian willen wonen. Ik voelde me daar tussen die men.sen. ook al zagen ze er wild uit. veel veiliger en meer op m 'n geniak dan dat ik hier tu.s.seti de wilde moderne mensen loop. Nu wil ik toch tiog wat leuke herinneringen ophalen.
Ik heb dus in Irian Jaya gewoond tussen de Papoea's, op de posten Landikma en Pass Valley. Pass Valley is de eerste post waar ds. G. Kuijt 25 jaar geleden met het zendingswerk begonnen is.
Voordat zo'n post geopend kan worden en er een zendeling gaat wonen, wordt altijd eerst een strip, landingsbaan aangelegd, zodat de kleine MAF-vliegtuigjes er kunnen landen. Die vliegtuigjes vervoeren als het nodig is zieke mensen en ze brengen ook de post (die we veel kregen van familie en vrouwenverenigingen). Verder vervoerden ze medicijnen en voed.selbenodigdheden voor ons. We leefden er best Westers, in tegenstelling tot wat velen in Nederland denken, namelijk dat we in hutjes woonden.
Als een zendeling op een post kan gaan wonen, begint hij eerst met zich in de taal te verdiepen, want dat is erg belangrijk. Dat heeft m'n vader ook gedaan en daarna is hij begonnen met de Bijbelschoolopleiding. Daar heeft voor hem het meeste werk in gezeten.
Elke zondag moest m'n vader in de Jali-taal preken. Vaak moest hij dan een paar uur lopen om in allerlei dorpjes voor te gaan. W'ij gingen dikwijls mee. want dat was altijd prachtig. We wandelden over modderige paadjes door het mooie dichtbegroeide bos 's morgens vroeg, als de zon nog maar net opging en de vogels tloten.
De zendelingskinderen kregen in het begin les van hun eigen moeder, maar toen er meer kwamen, is er een meester gekomen en kregen we een eigen school. .Mleen. de zendelingen woonden op verschillende posten en zodoende moest de school rouleren. Een paar maanden waren we dan bij de ouders op de ene post en dan weer een paar maanden ergens anders.
Ik had veel Jalivriendinnen. Ik ging met hen mee de bergen op naar de tuinen en zwemmen in de rivier. Ook ging ik weleens om de beurt bij hen in de hut op de grond slapen. Ik was een halve Jali.
Ik vond het heel gewoon dat m'n vader zendeling was. M'n moeder had het ook druk met het werk op de post. het regelen van vluchten, het inkopen van voedsel en het houden van een winkeltje. Als de mensen gewerkt hadden en wat geld hadden verdiend, konden ze daar kleren, lucifers, zeep. pannen, enz. kopen. Vroeger kwam veel werk op m'n moeders schouders neer. maar nu de mensen kunnen lezen en schrijven hebben sommigen zelf een winkeltje.
Door de verschillende opleidingen die ze volgen aan de school voor lager beroepsonderwijs of aan een school voor bijbelonderwijs worden de inlanders wat onafliankelijker van de blanken. Toch zijn zendelingen ook nog hard nodig.
Ik hielp ook vaak de zuster op de poli met medicijnen geven en vertalen bij o.a. bevallingen. Dat werk heeft me altijd erg aangetrokken. Nu ben ik met een verpleegstersopleiding bezig en ik zou dolgraag als het kon en de Heere roept, daar als zuster gaan werken. Ik hoop dat er toch nog deuren worden geopend en er nog zendelingen mogen komen om daar te gaan werken. Het is een zwaar werk. maar wel héél mooi, want er zijn nog veel mensen die nog nooit van de Heere Jezus hebben gehoord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1988
Daniel | 32 Pagina's