Gaat dan in deze Zijn kracht
„Fijn. dat je even op wilt passen. Tineke slaapt wel. maar 'k durf haar toch niet alleen te laten. Er is een brief van Joost. Als je zin hebt? Er zijn ook wat foto's bij. Nou. ik ga hoor. Tot straks." Als tante Anne vertrokken is. pakt Corine de brief van Joost, een broer van tante Anne. Joost is als arts werkzaam in een zendingsziekenhuis. Corine leest.
Tegenslagen, moeite, honger, pijn. Onbegrip, vasthouden aan bepaalde gewoonten.
Lichamelijk leed. maar bovenal geestelijke nood. De toon van de briefis in mineur. Ook zendingswerkers zullen hun dieptepunten hebben. Toch staat er óók nog een ander zinnetje: „Dc Hecrc regeert en zal Zijn almacht tonen. Het is niet óns werk, het is Zijn werk." Stil staart Corine voor zich uit. Ze heeft de foto's bekeken. Om daar te mogen werken! Maar dat zal nooit kunnen. Dat is voor anderen. Want zij is Corine Kervel. En meestal wordt ze Corine Wervel genoemd. Een bijnaam die ze verdient. Wervel, wervelwind. Onrust zaaien, dat kan ze. Altijd moet ze gewaarschuwd worden. Thuis, op school.
„Corine, zit nou es éven stil." „Corine, je aandacht graag." „Corine. denk eerst eens na voor je wat zegt."
Is dat de echte Corine?
Tante Anne weet hoe ze omgaat met Tineke. Tineke's ontwikkeling gaat langzaam, tc langzaam. Dagelijks moeten er oefeningen gedaan worden. Corine komt dikwijls. Met eindeloos geduld helpt ze Tineke. Dat is de andere Corine. Maar zo kennen weinigen haar.
Moeder roept.
„Corine. Marloes is er."
Een deur slaat. Een roffel van de trap. Corine grist haar jack van de kapstok. „Ik ga hoor. dag mam." „Heb je geld bij je? "
„O nee, bedankt mam. daag." Weg is Corine. De keukendeur glipt uit haar handen. De wind krijgt er vat op. Beng!!!
Moeder schudt haar hoofd. Da s Corine ten voeten uit. Marloes staat geduldig te wachten.
„Laat hè", verontschuldigt Corine zich. „~k Wilde die s.o. Engels nog nakijken." „Ken je je vragen voor cat? ". wil Marloes weten.
„Hmm". mompelt Corine. Ook al is Marloes haar beste vriendin, zelfs aan haar zal ze niet zeggen dat ze haar vragen goed geleerd heeft. Er staat een straffe wind. Bij een bocht van dc weg krijgen zc de wind in de rug.
Corine zwaait uitgelaten allebei haar armen omhoog. Marloes roept verschrikt:
„Joh. kijk uit!" Een auto rijdt hen voorbij.
„Kijk nou, heer Luyten wordt gebracht. Door een partikulier chauffeur. Doe maar duur."
Zc komen bij de kerk aan. Frans Luyten is juist uitgestapt.
„Dag pa. tot straks."
Corine heeft meteen haar woordje klaar. „Meneer laat zich brengen. Doe maar deftig. Stond er tc veel wind jochie? "
Er ligt spot én uitdaging in haar stem. Toen Frans, reageer dan!
Maar Frans loopt zonder iets te zeggen naar binnen. Hij trekt iets met zijn linkerbeen. Corine ziet het. Wat een aansteller! Bijna zegt ze het.
Nog net houdt zc zich in.
Dan gaan ook Corine en Marloes naar binnen. In de hal staat ouderling Grotendorst. Hij is degene die catechisatie geeft.
Hij loopt op Frans toe. „'k Ben blij dat jc er toch bent. joh. Hoe ben je. met de fiets? "
„Nee meneer, vader heeft me gebracht. Het fietsen is nogal.... eh.... pijnlijk." Corine hoort het aan.
Blijkbaar heeft Frans een zeer been.
Knap kinderachtig hoor. om je te laten brengen. Als hij echt pijn heeft, waarom komt hij dan? Da's echt Frans. Vrome jongen! Wil zeker een goede indruk maken.
Corine werpt een steelse blik op hem. Maar Frans kijkt ook juist naar haar.
Er komt een wat verontschuldigend lachje om zijn mond.
Om dat been? Corine schaamt zich. Ouderling Grotendorst ziet dat snelle kontakt. Het verontrust hem. Frans en Corine. twee tegenpolen.
Dat blijkt ook later weer. Tijdens dc les komt onder
andere het diakonaat ter sprake.
Eén van de catechisanten stelt: ..Meneer, zending, is dat nou wel nodig? Veel mensen in dc derde wereld hebben honger. Er is weinig medische hulp. Daarom vind ik o n twi kkel i ngs h u 1 p p ri m a.
Maar zending? Ik zeg niet dat het niet nodig is. maar als we aan zending willen doen. kunnen we beter thuis blijven. Nederland is toch ook een zendingsland geworden? Waarom dan zoveel geld uitgeven aan b.v. dure reizen? Je buurman is toch nader dan die papoea of neger? "
Wat zal meneer Grotendorst hierop antwoorden?
Corine zit gespannen. Zal hij toegeven? Zending, ja. in eigen land. Maar daarbuiten? Nee. hier is het veel harder nodig. Zal hij dat antwoorden?
Dan is Corine meteen van haar probleem af. Dan hoeft ze niet meer te piekeren over de brieven van Joost. Over de foto's. Degene die de vraag stelde heeft toch gelijk? ! Dan komen er brokstukken uit een brief in haar gedachten. Een brief, geschreven door Connie. de vrouw van Joost:
..De mensen leven zo in de duisternis. In on-en bijgeloof.
Ze kennen wel dc angst voor de straf van de goden. Maar zc kennen geen droefheid over hun zonden. Zc weten niet van een verbroken hart en een verslagen geest. Zc weten ook niet van een boodschap van genade. En daarnaast zijn er de vele ziekten, dc honger."
Corine's gedachten zijn afgedwaald. Ze is kwaad op zichzelf. Ze wilde juist luisteren. Nu heeft zc een gedeelte gemist.
Ze zet zich in luisterhouding. ..A11 een o n tw i kke 1 i ngsh u 1 p? Nee. Woord en daad moeten samen gaan. Woordverkondiging én dienst der barmhartigheid. De Heere wil ons gebruiken op dc plaats waar Hij ons stelt. Zeker, dat kan hier in Nederland. Onze opdracht is om Zijn getuigen te zijn. Zullen wij eens moeten zeggen: ..Mijn rechterbuurman is vannacht gestorven, cn ik heb geen woord tol zijn behoud gezegd? " Dat zou verschrikkelijk zijn. jongelui! Maar dc opdracht strekt zich verder uit. Nee. de Heere verlangt niet dat iedereen naar het zendingsveld zal gaan.
Dienen tot Zijn eer. tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk. kan ook hier. Maaide opdracht blijft! Gaat dan heen, onderwijst alle volken." Dan klinkt opeens de wat aarzelende stem van Frans: „De boodschap van het Evangelie uitdragen onder de heidenen. Maar dan moet je toch wel bekeerd zijn."
Klinkt er iets van hunkering door in die stem?
Corine hoort het wel. Maar ze wil kwetsen, pijn doen. Haar eigen onrust stillen. „Da's geklets", schiet zc uit. „Moet je alleen bekeerd zijn als je voor de zending gaat werken, cn niet als je hier in Nederland „zending bedrijft"? "
Het wordt stil. heel stil. Even heeft ouderling Grotendorst zijn wenkbrauwen opgetrokken, in wal pijnlijke verbazing.
Hoe bedoelt Corine die vraag? Wat zit er achter? Dan begint hij te vertellen.
Ervaringen uit zijn eigen leven. Nog nooit is er met zoveel aandacht geluisterd.
Hij eindigt met tc zeggen: „Als wij werkelijk als onwaardigen in onszelf mogen dienen, zal men dal aan ons merken. Dan zullen cr door Gods genade in ons leven vruchten gezien worden van geloof en bekering. En als we door dc Heere Zelf geleerd zijn. willen wc ook anderen dc boodschap van vrije genade gaan verkondigen. Niet dat dc Heere mensen nodig heeft. Mij is gegeven alle macht in hemel cn op aarde. Hij wil echter wel mensen gebruiken en Hij heeft beloofd: Ziet, Ik ben met ulieden. Jongens, roept de Heere maar veel aan. Wie Hem aanroept in de nood. vindt Zijn gunst oneindig groot. Vraagt maar of dc Heere die nood in je hart wil werken. Vraagt Hem om Zijn leiding in jc leven te mogen zien. Dan zul je volgen, waar hij je plaatst of zendt." Corine heeft geluisterd.
Hem volgen? Zij?
Haar keel wordt dik. „Wc zullen eindigen", klinkt het.
En dan.... er vaart een schok door haar heen. Meneer Grotendorst bidt voor Frans, omdat hij naar het ziekenhuis moet. In zijn been zit een tumor. Er zijn grote zorgen.
„Maar zijn tijden zijn in Uw hand. Heere. Wilt U in zijn hart werken. Verblijdt met Uw grote daden."
De rest van het gebed hoort zc niet meer. Zc schrikt op als zc hoort: „Laten we nog zingen Psalm 143 vers 10." Een stille Corine loopt even later de zaal uit. Zc aarzelt, wacht tot ze allemaal buiten zijn. Het halfdonker moet haar kleur verbergen. Dan loopt zc snel achter Frans aan.
„Frans, ik.... het spijl me." Even een snelle glimlach, „'l Is goed." „Ben je niet kwaad? " „Nee hoor."
Ouderling Grotendorst kijkt de groep na. Hij ziet ook Frans en Corine. Hij schudt zijn hoofd. Wéér die twee. Frans, sympathieke, ernstige jongen. Wat zal hem nog lc wachten staan?
F.n Corine? Opgeruimd, spontaan kind. Wel erg
luidruchtig en vaak onverschillig. Moeilijk tc peilen. Net zestien zijn ze. Nog wel erg jong. maar....
Wie weet wat voor invloed, in negatieve zin. Corine op Frans zal uitoefenen. Maar ouderling Grotendorst weet niet dat een jong mensenkind worstelt. Dat de uiterlijke onversc h i 11 igh eid schijn is.
Thuisgekomen gaat Corine naar haar kamer: ..M n s.o. nog even overkijken, mam." Het bock ligt voor haar. maar zc neemt niets op. Steeds komen dc woorden van Psalm 143 in haar gedachten. „Leer mij, o God van zaligheden. Mijn leven in Uw dienst besteden."
Zc pakt haar Bijbeltje, zoekt de psalm op. Leest dan: „Laat Uwe gunst mij niet begeven: Schenk mij. om Uwcs Naams wil. leven: Laat mijne ziel. die tot U schreit, van haar benauwdheid zijn ontheven: Red mij om Uw gerechtigheid." Zc zegt de woorden na. met mond én hart.
Jaren zijn voorbij gegaan.
Seizoen na seizoen kwam en ging. Weer is het lente, maar er is nog niet veel van te merken. Hagel-en sneeuwbuien wisselen elkaar af.
Huiverend duiken de mensen diep in hun kragen. Door hoge kerkramen straalt warm licht. Uitnodigend staan, ondanks kou en regen, de deuren open.
In één van de huizen aan dc overkant van dc kerk wordt een gordijntje halfopengetrokken. Nieuwsgierig kijkt iemand naar buiten.
Mevrouw Westenenk staat in tweestrijd. Zal zc gaan? Altijd heeft de drempelvrees het nog gewonnen van haar verlangen. Drempelvrees, waarvoor eigenlijk? Ze kent de meeste kerkgangers. Ze heeft de jeugd zien opgroeien. Even glimlacht zc.
De jeugd, soms luidruchtig. Zc heeft hen gezien én gehoord als ze na bleven praten na catechisatie of een ve ren igings avond. En soms zag zc er twee samen weggaan. Zoals toen die lange donkere jongen en zo n kleine wildebras. Daarna heeft ze dc jongen lange tijd gemist.
Ouderling Grotendorst woont dicht bij haar. Hem heeft zc naar de jongen gevraagd. Tumor weggehaald, nadien bestralingen. Wat ligt er veel in die woorden opgesloten! Later zag ze hem weer. Eerst liep hij met krukken. En die kleine wildebras was bij hem.
Onopvallend hielp ze hem. Zoveel geduld en toewijding had mevrouw Westenenk achter die wervelwind niet gezocht.
Dc jongen is genezen verklaard. Wel heeft hij er een stijf been van overgehouden.
En.... mevrouw Westenenk glimlacht opnieuw, een meisje. Een meisje dat inmiddels zijn vrouw is. Mevrouw Westenenk denkt terug aan enkele maanden geleden. Op een winterse dag zijn ze getrouwd. Bij dc kerk was volop belangstelling. Maar waarom er zo weinig mensen naar binnen gingen om de trouwdienst bij te wonen? Zij had er wel bij willen zijn. Zc is niet gegaan. En toch....
Op deze voorjaarsavond is er een bijzondere dienst. Het jonge echtpaar zal uitgezonden worden naar het zendingsveld. Nou. daar moet je wel zin in hebben hoor! 't Zou haar niks lijken. Ze zou er zo graag meer van willen weten. Wat dringt zulke jonge mensen? Met Grotendorst heeft zc er over gesproken.
En hij heeft genodigd, zoals hij meerdere keren gedaan heeft: „Komt u naar de kerk." Even aarzelt zc nog. Dan loopt ze naar dc gang en pakt haar jas. Ook een muts. want zc wil niet uit de toon vallen. Resoluut trekt zc de deur open. Niemand let op haatals ze de kerk binnenkomt. Alleen de koster ziet en herkent haar.
„Fijn dat u er bent." Hij wijst haar een plaats. De klok luidt. Dc dienst vangt aan.
Voorin de kerk zitten twee jonge mensen. „Dc ijver des HEEREN der hcirscharen zal zulks doen."
Dat is dc tekst die zc meekrijgen. De boodschap klinkt. Het zaad wordt gestrooid. Ook mevrouw Westenenk hoort die boodschap.
„F.r zal een volk uit de duisternis geroepen worden tot Gods wonderbaar licht." Zal ook zij daarbij behoren? Frans en Corine worden toegesproken.
„De zaak van Gods Kerk én de uitvoering van de zendingsopdracht liggen in goede handen. In Zijn handen! Want Hij Zelf zal Zijn gemeente vergaderen. Vervul dan. in afhankelijkheid van de HEERE der hcirscharen. jullie taak met ijver en liefde. Bovenal verlene Hij het gebed. Dat jullie mogen ervaren krachteloos en onbekwaam te zijn. maar betrouwend op Zijn Woord. Dan krijgt God alleen de eer. Want de ijver van de HEERE der hcirscharen zal zulks doen. Gaat dan in deze Zijn kracht."
Frans zit roerloos. Een stille vreugde vervult zijn hart. Moeilijke jaren liggen achter hem. Maar nu mag hij uitgaan, om te dienen in Gods Koninkrijk. Niet in eigen kracht, maar in Zijn kracht.
En naast hem zit Corine. Uiterlijk is er niets aan haatte merken. Maar Frans kent haar.
Even voelt hij een haast onmerkbare trilling door haar heengaan bij de woorden: „Gaat dan in deze Zijn kracht."
Hij weet hoe moeilijk ze het heeft gehad. En nóg heeft. Zichzelf onbekwaam wetend. Maar: Gaat dan.... in deze Zijn kracht.
Ook tante Anne is in de kerk. Wat zal Corine straks ver weg zijn. Ze zal haar missen. En toch.... hoe tegenstrijdig het ook klinkt.... zc is er blij mee.
Nooit zal ze die avond vergeten toen Corine onverwacht binnenstapte. Haar gezichtje strak en gesloten. ..M'n verkering met Frans is uit."
Meer kreeg zelfs tante Anne er niet uit. Ruim een week later kwam zc weer.
..'k Heb hoog bezoek gehad." Haar stem klonk hoog en schril.
Toen tante Anne niet reageerde, zei ze: ..Stelt u er geen belang in om tc weten wie het was? Dan zal ik het u toch vertellen. Ouderling Grotendorst is geweest. Misschien heeft Frans hem wel gestuurd. Of u? Maar ik kan zelf m'n zaakjes wel opknappen. Daar heeft niemand zich mee tc bemoeien."
..Als jij zelf je zaakjes op kunt knappen, dan ben je te beklagen", kreeg Corine ten antwoord.
Woedend was ze weggelopen, maar tante Anne had niet alleen haar boze stem gehoord, ze had ook dc ontreddering en het smeken om hulp in haar ogen gezien. „Corine. kom terug", had ze geroepen.
Vanuit het donker had het fel geklonken: „Nee." En toen volgde cr: „Begrijp het dan toch! Frans kan in zendingsdienst. ik niet. Mij kan en wil God niet gebruiken." Haastig was ze daarop weggefietst.
Tante Anne begreep echter meer dan Corine dacht. En na enig aarzelen had zc ouderling Grotendorst gebeld.
In de kerkeraadsbank zit ouderling Grotendorst. Een jaar of zeven geleden zou hij in ongelovige verbazing zijn hoofd geschud hebben als men hem toen verteld zou hebben dat Corine Kervel zendingsarbeidster zou worden. Corine. die wervelwind. die luchthart? Hij heeft echter ook een andere Corine leren kennen.
Toen hij hoorde dat haar verkering met Frans Luyten LIiT was. had hij haar opgezocht. Stug cn onbereikbaar was zc geweest. Wat had hij dat moeilijk gevonden. Met Frans kon hij praten, maar met Corine had hij geen kontakt. En ten diepste wilde hij dat ook niet.
Waarom had Frans geen ander meisje gezocht? Een meisje dat beter bij hem j paste?
Wat waren die gedachten hem. na het telefoongesprek met tante Anne. tot schuld geworden!
Opnieuw had hij Corine opgezocht. Had zc gemerkt dat hij deze keer anders kwam?
Nóg was ze terughoudend, maar tenslotte liet ze hem toch iets merken van haar nood.
Wat bleek ze die ene catechisatieles goed onthouden te hebben! Dienen tot Zijn eer. tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk, kan ook hier. Maar de opdracht blijft! Gaat dan heen....
Vraag Hem om Zijn leiding in je leven te mogen zien. Dan zul je volgen, waar Hij je plaatst of zendt. Leer mij. o God van zaligheden. Mijn leven in Uw dienst besteden!
Lang had hij met haar gesproken. Met bevende lippen had ze de woorden: | „Dan zul je volgen, waar Hij ; je plaatst of zendt", uitge-[ sproken.
Het is goedgekomen met Frans. Nu zit ze naast hem en wordt uitgezonden naar het zendingsveld.
Ouderling Grotendorst is er j blij mee. nü wel.
God volvoert Zijn raad. Twee jonge mensen gaan uit. Gehoorzamend aan het bevel: Gaat dan heen. onderwijst alle volken.
Gaat dan in deze Zijn kracht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1988
Daniel | 32 Pagina's