JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

„Ik stond met een mond vol tanden”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Ik stond met een mond vol tanden”

7 minuten leestijd

„Ben jij er écu van de z\\(iric-l< ousenkcrl< . Daar moeien ze 's zondags altijd een hoedje op hé'/"

Daar sta je dan. Misschien herken je het wel. .Je hebt direkt een stemp Voor je gevoel lig je er al nit. Ja. eigenlijk zou je nu iets lerug nuwten zeggen. Je zou moeten vertellen van het christelijke geloof, van Chris Die gestorven is voor een zondige wereld. Maar je staat niet een mond vol landen. In wezen schaam je je voor je afkomst. Moeilijk hé'.'

In dit artikel willen uv hieraan aandacht besteden. Eerst komt er een aamal jongeren aan het woord om te vertellen hoe zij het ..er voor uitkomen" ervaren. Daarna voh't een bezinnend i'cdeelte.

Worden jullie op school of op je werk wel eens aangesproken op wen je gelooft'.'

Jan: „Ja. Er keek eens een meisje in mijn agenda, en toen zag ze dal ik van de G e re tb rmee rde G e m ee n te n ben. Ze vroeg of dat hetzelfde is als de Cjereibrmeerde Kerk.

Ik zei dat dat niet zo was. Toen zei ze: ..Is dat dan de zwartekousenkerk ofzo? " Daar sta je dan met een niotid vol tanden.

Ik heb een beeije vaag geantwoord, en toen ging ze er verder niet op in."

Erik: ..Ik zit op een reformatorisehe school, dus midden tussen „soortgenoten". Daar val je niet op door een geloof, "t Cjcvolg is dat je daar zelden of nooit op aangesproken wordt." Ineke: ..Ik word er ook niet vaak op aatigesproken. De mensen op de universiteit waar ik lot nu toe mee in aanraking ben gekomen, zijn erg tolerant.

Wanneer ik bijvoorbeeld bid voor m'n eten. respekteren ze dal. Ze stellen er dan ook meestal geen vragen over. Een keer heb ik wel een gesprek gehad toen we hel toneelstuk ..Jozef in Dolhan" behandelden. Ik wist als enige wat meer bijbelse gegevens over Jozef le vertellen. Prompt kwamen ze na het college met de vraag hoe ik dat allemaal wist. We kregen toen een fijn gesprek over de waarde van de Bijbel en hel ehrislelijk geloof."

Maarten: ..Bij niij gebeurt hel ook maar soms. Niel altijd op een even leuke manier. Bijvoorbeeld, als we vrijdagmiddag naar huis gaan. wensen we elkaar altijd een prettig el. weekeinde. Ik doe dat dan ook. en dan maakt er een de tus opmerking: ..Lekker naar kerk Maarten."

Hoe reageer je dan .'

Maarten: ..Ik reageer dan helemaal niet. Dal is volgens mij ook hel beste."

Waarom?

Maarten: ..Er valt met de meeslen toch niel te praten. Ze zeggen: ik geloof niet en dood is dood. er is niet meer hierna."

En jij. Bert'.'

Bert: ..Soms vragen ze bij godsdienst wel eens wal ik ergens van vind. omdat ik naar de kerk ga. Verder vragen ze nergens naar. Ja. een keer vroegeti ze of ik op zondag mee ging naar een voetbalwedstrijd. Ik heb toen gewoon verteld dat ik dan naar de kerk ga. Dat vonden ze wel goed. Volgens mij kun Je dan maar beter direkt zeggen dal Je naar de kerk gaat. want als Je een smoesje verzint, vragen ze Je de volücnde keer weer."

Ineke is 20 jaar en studeert Nederlands.

Erik is een 19-jarige meao'er. Maarten is een machinebankwerker van 19 jaar.

Bert zit momenteel op de mts en is 17 jaar oud.

Jan is 18 cn studeert chemische technologie aan de hts.

Rina werkt als sekretaresse op een advocatenkantoor cn is 18 jaar.

Beginnen jullie ook wel eens ui jezelf over geloofszaken?

Maarten: „Nee. ik niet. Dan verklaren ze me toch voor gek. Bovendien heb ik altijd de angst dat ze me vastpraten. waardoor zij zich dan gesterkt zouden voelen in hun eigen verkeerde leefwijze."

Jan: ..Ik begin er ook haast nooit over. Een keer. toen we het over abortus hadden, heb "ik ook mijn geluid laten horen. Verder doe ik het eigenlijk nooit."

Waarom niet?

Jan: „Ik word nu nog geaccepteerd, en dan misschien niet meer. Ik ben bang dat ik gewoon verstoten word. Ik merk nu al dat sommige vijandig tegenover mij staan." Bert: „Bij mij is dat niet zo erg. maar als je steeds maar zegt dat je niet mag vloeken, vinden ze dat je niet zo moet zeuren. Daarom moet je ook altijd zeggen waarom je iets niet mag doen. denk ik."

Ineke: „Bij mij is het dan heel anders. Ik vind het juist moeilijk om een gesprek over het geloof te beginnen omdat ze zo tolerant zijn. Vaak denk ik. waren ze maar wat minder tolerant, dan heb ik tenminste een aanleiding om over het geloof te praten. Maar soms is er wel eens een gelegenheid.

Laatst kwam er bijvoorbeeld een studiegenoot naar me toen die vroeg of hij een keer met me mocht praten. Tijdens het gesprek bleek dat hij de zin van het leven niet meer zag.

Hij vroea aan mij hoe ik tegen de toekomst aankeek. Toen kon ik hem wijzen op Christus en dat met Hem de toekomst helemaal niet zo somber is. Hij reageerde daarop met: „Nou ja. dat geloof heb jij, ik niet. Hoe moet ik nu verder? " Op zo'n moment voel je je werkelijk machteloos en kan je alleen maar voor zo iemand bidden."

Hoe is (lat op eeti reformatorische school?

Erik: „In de regel begin ik ook nooit uit mijzelf over het geloof of zaken die daarmee te maken hebben. Een keer heb ik met een vrijgemaakte jongen een gesprek gehad over de ware kerk."

Vinden jullie het erg moeilijk o over het geloo f te praten?

Rina: „Soms is het moeilijk, soms niet. Het hangt er eigenlijk van af met wie je eiover praat. Ik vind het moeilijker om er met ouderen, die niet geloven, over te praten dan met jongeren."

Bert: „Op school vind ik het moeilijk om er over te praten, omdat daar bijna niemand naar de kerk gaat. Met kerkmensen valt het wel mee. Maar ook dan praal ik liever over iets anders."

Ineke: „Ik ben zelf nog erg veel bezig met de vraag of ik zelf wel geloof. Ik weet niet zeker of ik het geloof wel heb. Daarom vind ik het zo moeilijk om met anderen te praten over „mijn geloof'. Toch is het onze opdracht anderen op het geloof in Christus te wijzen. Je kunt er dan desnoods bij zeggen dat je er zelf nog niet zeker van bent of je dat geloof bezit."

Erik: „Ik vind het ook bijzonder moeilijk. Dat komt denk ik ook omdat ik op een reformatorische school zit. Er zijn daar ontzettend veel overeenkomsten met de andere leerlingen, waardoor het gesprek over geloofszaken vaak alleen maar over uiterlijke futiliteiten gaat. In feite heb je op een reformatorische school weinig aanknopingspunten om een goed gesprek te beginnen.

Op niet-reformatorische scholen zal je eerder op geloofszaken aangesproken worden. Dat vind ik wel een pluspunt m voor zulke scholen."

Moet je volgens jullie ook in daden voor je geloof uitkomen?

Jan: ..Ik vind van wel. Maar ik weet dat ik daar zelf erg tekort in schiet al doe ik nooit mee met feesten en exkursies op zondag. Jc moet denk ik veel bidden om kracht, om ook op deze manier voor je christenzijn uit te komen."

Rina: „Een buitenstaander moet ook aan de buitenkant kunnen zien dat je anders bent dan anderen. Ik doe het misschien niet goed. maar je bent toch anders gekleed en je praat en je denkt anders. Misschien zou ik het wat meer moeten laten merken. Ik vind het moeilijk om te zeggen hoe je dat hel beste kunt doen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1988

Daniel | 32 Pagina's

„Ik stond met een mond vol tanden”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1988

Daniel | 32 Pagina's