Gods Beeld
En God zeide: aai Ons mensen maken naar Ons beeld en naar Onze gelijkenis. Gene.sis 1 : 26
Beste tneii.seii Toen ik vorige week door mijn vragen heen wa.s. werd nüj een aantal vragen gespeeld die gesteld zijn op de wiinertheinadagen. .Met deze kan ik Jaren vo zo de Heere wil en wij leven. Dat wil overigens niet zeggen dal nieuwe vragen nier welkom zijn. Die worden met voorrang behandeld, al verei.sen sommige wel wat studie en onderzoek.
Twee vragen die geüleki zijn komen hierop neer: wat is cr na de val in dc mens nog van het beeld van God overgebleven? De onder ons bekende en vertrouwde theologen spreken over het beeld van God in engere zin en het beeld van God in ruimere zin.
Dat de mens beelddrager van God is in engere zin betekent dat God in hem een aldruk gegeven heeft van Zijn mededeelbare eigenschappen. Dc teksten Efeze 4 : 24 cn Kolossensen 3 : 10 spreken o\cr het herstel van Gods beeld bij de bekering. Daaruit blijkt dat Gods beeld bestaat in kennis, gerechtigheid en heiligheid,
In de staat der rechtheid had .Adam kennis van God. zichzelf en de schepping. Vanuit die kennis sprak hij. Hij was profeet. Hij stond ook in dc rechte verhouding tot God. Hij beantwoordde geheel aan dc cis van Gods rechtvaardigheid. Hij gaf iedereen het zijne. Hij kende volkomen zelfbeheersing in dienst van zijn Schepping. Dat was zijn koninklijk ambt.
De mens was heilig tot in het diepst van zijn bestaan. Tong en mond cn "s harten dicpsten grond waren rein en Gode welbehagelijk. Heel zijn wezen was offer aan Ciod. Dat was zijn priesterambt.
Door de zondeval zijn wij dit beeld kwijtgeraakt. Zaligmakende Ciodskennis en zelfkennis ontbreken \olkomcn. Van nature leven we in de duisternis van onwetendheid.
In plaats van koning zijn we slaaf geworden. Slaven van satan cn onze lusten (\crkcerdc verlangens en driften). Dal wij cr niet altijd aan toegeven is tloor Gods weerhoudende genade.
We.loilen voor Bar-.Abbas? Ze herkenden zichzelf daarin. Ten diepste was het een buigen voor zichzelf, een kiezen van zichzelf. Van dit beeld Gods in engere zin is totaal niets overgebleven. Anders kon Paulus niet schrijven dat een mens van nature dood is in zonden en misdaden. Anders zou de Heere bij de bekering van een mens aanknopingspunten hebben om daarop tc bouwen. Maar als dc Heilige Geest ccn mens gaat wederbaren vindt Hij hem vijandig dood. hoe godsdienstig hij overigens ook kan zijn. Als een onbekeerd mens bidt: ..1 iecre. bekeer mc" (veel doen hoor!) dan houdt tlat in dat de bekering ccn zaak is \an honderd procent.
Anders ligt het als wc spreken over Gods beeld in ruimere zin. Dat houdt in dat een mens ccn redelijk zedelijk wezen is. Hij is bcgaatd met rede (= verstand). Hij wordt geboren met ingeschapen Ciodskennis. heeft een geweten, besef toe-van goed cn kwaad cn het besef oruit, da het kwade gestraft wordt. Deze elementen zijn na de val nog aan-eerst wezig. Door dc val is een mens geen duivel of tlicr geworden. Hierop wordt gedoeld als Ciod tot Noach spreekt in Genesis 9 : 6. Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door de mens vergoten worden; want God heeh de mens naar Zijn beeld gemaakt. De overgebleven vonken van het beeld van Ciod (uitdrukking van Calvijn) zijn sterk genoeg om een mens in het eindoordeel alle e.xcuus voor zijn onbekecrlijkheid te ontnemen, maar te zwak om van daaruit op tc klimmen tot beelddrager in engere zin. Daarvoor is hartvernicuwende levendmakende gcnatle nodig. Dat is de wedergeboorte die Ciod ..zonder ons in ons werkt" (Dorthse Leerregels). Dat wij van nature Ciods beeld missen is een stuk nood. maar ook een stuk schuld.
Als we onverhoopt onbekeerd sterven zal dc Hccrc in het eindoordeel Zijn beeld terugeisen. Dat wil zeggen: Hij zal vragen: ..Wat hcbl ge met Mijn beeld gedaan? " Dan zullen wc verstommen. Maar omdat Christus gekomen is en dc genoemde drie ambten volmaakt heeft uitgevocrtl is cr herstel mogelijk. Hij heeft zich garant gesteld dat eens al Zijn volk \olkomcn en onverlicsbaar met Ciods beeld versierd, zonder vlek of rimpel voor Ciod zuilen staan. Blijft tle vraag: zullen wij daar ook bij zijn?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1988
Daniel | 32 Pagina's