Vandalisme
Enige tijd geleden vond er in het hart van Londen een merkwaardig experiment plaats. Langs de stoep van één der drukke winkelstraten stond een glanzende limousine geparkeerd. Als eigenaar meldde zich aan de omstanders een keurig geklede heer. Hij toonde zijn autopapieren, deed de kofferbak open en haalde daar een moker uit, je weet wel, zo'n ijzeren hamer met een lange steel. Je kunt er aardige tikken mee uitdelen. Wel dat was precies de bedoeling! „U kunt mij een groot plezier doen", sprak de eigenaar. „indien u met deze hamer een mokerslag wilt geven op mijn auto". Verontwaardigde reakties maar ook, ineens, een sterk gestegen interesse in man en auto. De eigenaar drong aan. verklaarde luidkeels dat hij het nu juist zo graag zag dat iemand zijn auto een dreun verkocht. Men keek elkaar aan en er leek zich een zekere teleurstelling van het publiek meester te maken, toen niemand zich bereid verklaarde om dat te doen wat de eigenaar wenste.
Ten einde raad besloot de eigenaar zelf de eerste klap te geven: de voorruit versplinterde en het publiek leefde op. Wonderlijk genoeg had dit (zinloze) geweld iets in hen wakker geroepen, want nu bleek iedere aarzeling bij de omstanders geheel verdwenen: tegen de nu losbarstende vernietigingsdrang bleek het bepaald solide voertuig geen partij, in een enkel uur resteerden er slechts onbruikbare onderdelen.
Voel jij iets van dezelfde opwinding bij het lezen van dit verhaal, die de stiekum spiedende camera toen op de gezichten van deze volwassen mensen heeft gezien? Of zijn de mensen in ons nette, burgerlijke Nederland anders?
Hoe komt het toch dat alle experimenten voor het gescheiden ophalen van huisvnil in dit zeer milieubewuste land iedere keer opnieuw een droevige mislukking worden. behalve de glascontainer. die zich in een ongekende populariteit verheugen mag.
Heb jij daar ooit iemand getroffen, die zijn flessen er gewoon inlegde? Nee toch. zelfs oudere mensen knallen ze met zichtbaar genoegen tc barsten.
Ja. maar. zul jij zeggen, dat
is toch geen vandalisme, hoogstens een onschuldige vermaak dat niemand schade berokkent. Ik wil dat toegeven, maar ligt het echt zo ver af van omgebogen straatbordjes, van gebroken ramen, van versplinterde Hessen in de duinen, van geknakte berkenstammetjes in pas aangelegde stadsparken, van gesloopte treinstellen na Ajax-Feijenoord. van alweer ..Madonna" of „Prince" op de pasteltinten van onze moderne flatgebouwen, van van.....
Ja, maar, zul jij zeggen., dat doen wij, wij rcfo's niet! O nee? Zijn het dan soms onkerkelijke kabouters die hun vgaak korte woordjes op de banken van onze reformatorische scho 1 engemeenschappen graveren en de muren daar bekladden met teksten, die jullie, zo heb ik vaak gemerkt, in het bijzijn van je leraren niet hardop durven voorlezen? Hoor jij die tassenregen van anderhalve meter, of hoger soms, bij iedere leswisseling niet meer? Is het soms de wind die de lege colablikjes en eindeloze bergen papiertjes en sigarettenpeuken nu juist net in de hoeken van onze schoolpleinen blaast? Gaan wij werkelijk zorgvuldiger om met de dingen om ons heen en kennen wij deze zinloze vernielingsdrang niet? Is dat bij jullie echt anders?
Ik behoor niet tot de groep mensen, die altijd klaagt over de jeugd van tegenwoordig, die vroeger verheerlijkt als zou het toen beter zijn geweest met dc jonge mensen.
Als het al waar zou zijn dat het verleden dc voorkeur verdient boven het heden. — heb ik niet onlangs gelezen dat ook op de piramiden grafiti staan, sommige al eeuwenlang — dan geldt dat niet alleen de jongeren. Wellicht tonen jullie mindere respekt voor de dingen om je heen. en eerlijk gezegd, ik ben geneigd om dit te beamen, maar geldt dat dc volwassenen vandaag niet evengoed?
Wij leven in een weggooimaatschappij, waarin met welwillende verbazing gekeken wordt naar de allcroudsten. die de gebroken stelen van hun hutspotstampers nog repareren met ijzerdraad. Een samenleving, waarin straten worden omgetoverd in tweedehandsboetieken. zo gauw het krakend geweld van de vuilniswagen zich laat horen: , .We zitten er nou al vier jaar tegen aan te kijken, je moet es wat anders, niet waar". Het lijkt niet ; I I direkt de juiste omgeving voor het leren van enige omzichtigheid. Groot geworden in weelde en welvaart luisteren wij wat onwennig naar de verhalen van onze grootouders, die nog andere tijden hebben gekend. Ik vond het altijd weer beschamend om de oude man in mijn straat achter zijn schijnbaar al even oude hond te zien scharrelen. Zijn flatje was sober en eenvoudig en zowel hij als zijn vrouw droegen kleren, die vaak versteld waren. Je moet bij hem echter niet aan komen met de hoge prijzen in de winkels, noch klagen over bezuinigingen en de moeilijke tijden. ..Meneer", zei hij dan. „mijn vrouw en ik hebben alleen AOW en mijn kleinkinderen beklagen me.
Maar je mot es weten wat ik elke maand in die hond stop.
M'n ouwelui hebben van zoiets niet kunnen dromen."
Het laat zich gemakkelijk denken dat deze mensen vaak vol. overigens terecht, onbegrip klagen over de jeugd van vandaag. In hun termen zijn dat dan wel de „jongelui" van veertig en daaronder, die tieners waren of jonger, toen het gouden tijdperk begon, zo in het midden van de jaren zestig.
Zo is één van de oorzaken van vandalisme ongetwijfeld de in het licht van het verleden (maar ook van het heden elders) onvoorstelbare, materiële welvaart waarin wij groot worden. Wie veel heeft, en dat hebben wij toch!, gaat haast vanzelf de dingen minder waard vinden en waarderen. Dat is in zekere zin logisch en wellicht ook onvermijdelijk.
Hetzelfde geldt voor de overvloed aan vrije tijd waarover de moderne mens beschikt. Het is nog niet zolang geleden dat de zaterdag een gewone werk-en schooldag was en het aantal vrije dagen beperkt bleef tot hoogstens vijftien per jaar. En dan praten we nog niet eens over het feit dat tot voor kort een acht-urige werkdag een onbereikbaar ideaal leek.
Vergelijken we daarmee onze situatie dan is zonneklaar dat. hoe gejaagd ons moderne leven ook moge zijn, er voldoende vrije tijd is voor ontspanning of anderszins.
Velen weten daarmee echter nauwelijks raad. Met name onder jongeren slaat de verveling al spoedig toe. Het hoeft geen verbazing te wekken dat de vandalismegrafiek juist in weekenden en vakanties een piek vertoont.
Ledigheid is des duivels oorkussen, zo weet men immers reeds eeuwen. Ook onze voorgeslachten kenden dit probleem. Ik herinner mij hoe een ambtsdrager verhaalde van een groepje catechisanten van ver voor de oorlog, die hun wekelijkse les afsloten door op de „thuisreis" belletje te trekken, totdat op een avond één van de slachtoffers, blijkbaar vaste klant, de belhamels opwachtte en de grootste boef ongenadig over de knie legde. Het valt echter niet te ontkennen dat mede door de toename van dc vrije tijd dit soort vermaak vandaag veel ernstiger vormen heeft aangenomen dan in het verleden het geval is geweest.
De kwestie ligt mijns inziens dan ook dieper dan hetgeen zich met een overvloed aan rijkdom en vrije tijd verklaren laat. Sinds de Vandalen is de 5e eeuw na Christus' geboorte hun sporen door Europa hebben getrokken, is hun naam spreekwoordelijk geworden voor vernielzucht en niet ten onrechte: „En overal door geheel Mauretanië trekkend drong ze door tot onze andere provincies en landstreken. trad wreed en ruw op en verwoestte alles wat ze maar door roof, moord, marteling, brandstichting en talloze andere vreselijke misdaden: zij spaarde man noch vrouw, oud noch jong, zelfs niet Gods priesters of dienaren, en ook niet de versieringen, het vaatwerk en de gebouwen der kerken". Aldus beschrijft Possidius de bende der Vandalen, als hij verslag doet van de laatste levensdagen van zijn vriend Augustinus.
Barbaarse vernielzucht, zo noemt de dikke Van Dale het. Beter, lijkt mij, is zinloze vernielzucht. Immers wat de Vandalen destijds deden, had geen enkele zin. ook niet als we ons realiseren dat zij zichzelf wilden verrijken. Zij maakten korte metten met een wereld die de hunne niet
was, een wereld die voor hen geen waarde had. een wereld waarin zij niel geloofden. Ligl hierin ook niel de wezenlijke oorzaak van hel vandalisme, zoals wij dal vandaag kennen? En ligt hierin niet eveneens de verklaring voor de maatschappelijke tolerantie. welke hel vandalisme omringt? Wordt de moderne mens niet meer cn meer gekweld door een gevoel van zinloosheid als hij blikt in de holheid van zijn kuituur, waarin het slorielijke wel centraal moet staan nu zijn goeden gestorven zijn? Gelooft hij nog wel in de zin van zijn eigen bestaan? Cjcloof jij dat nog wel? In dc woelingen van zijn eigen tijd. met dc ondergang van het Romeinse Rijk. dc wereld van die dagen, voor ogen. schreef Augustinus zijn Dc Civitate Dcï. ccn bock dat handelt over dc stad Gods. In dit werk verdeelt hij de mensen in twee categorieën: burgers van de staat Gods en burgers van de staat der wereld. Tussen dc burgers van dc staat Gods cn dc burgers van de staat der wereld bestaat ccn geweldige tegenstelling. want de burgers van dc staat Gods leven slechts als vreetndelingen op aarde. Hun hoop is gevestigd op dc dag dat zij burger zullen zijn en blijven van de staat Gods in het rijk der hemelen. Zij hebben een toekomstverwachting cn dus hcefl hun leven hier op aarde zin. Vind jij. in dit licht gezien, hel vandalisme in eigen kring ook een ve ro nl ru slc n d vcrsc h ij n sel?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1988
Daniel | 32 Pagina's