Vragen
1. Wat betekent het, , kennen" van de Heere in vers 3? Is dat alleen verstandelijk? Lees hierbij eens vraag en antwoord 122 van de H.C.! Wal is er dus onlosmakelijk met dit, , rechte kennen" van de Heere verbonden (2e deel)? Waar wordt het gebrek aan kennis in de voorgaande hoofdstukken juist aan Israƫl verweten? Wat hebben de zon en de regen hier met de bekering te maken?
2. Hoe verklaar je de plotselinge wending in vs. 4? Wat betekent het tweede deel van deze tekst? Hoe kun je dus welen of de bekering echt is? Vergelijk dit vers eens met Hosea 2 : 6 en de plotselinge overgang daar in vs, 71 Op welke manier is vs. 4 in dit bijbelgedeelte een waarschuwing?
3. Wat is de inhoud van het zesde vers? Zie kanttekening! Waren de offers eigenlijk niet nodig? Wat was de funktie/betekenis van de offers in het Oude Testament? Schonk het bloed van de offerbeesten werkelijk vergeving? Is de offerdienst door de Heere ooit bedoeld als heilsweg? Kennen wij nog offers? Zo ja, welke?
4. Je hebt ook Matth. 9 : 9-13 en 12 : 1-8 gelezen. Lees nog eens de verzen 9 : 13 en 12 : 7! Tegenover wie haalt de Heere Jezus daar deze tekst aan? Wat was de reden daarvoor in Matth. 9 en wat in Maith. 12? Welk verband ku je nu leggen met de bedoeling van Hos. 6 : 6?
5. Verklaar tenslotte de titel boven deze bijbelstudie!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1988
Daniel | 32 Pagina's