Kontaktdag Kinderevangelisatie
Verslag van de landelijke bijeenkomst van kinderevangelisatiemedewerkers op 6 februari 1988 te Woerden.
„Het werk van evangelisatie, kan dal werkelijk zin hebben? Kan het werk van Jona, zoals beschreven in Jona 3, daar in Ninevé zin hebben? In die stad van 600.000 heidense inwoners, zal daar de boodschap inhaken? , , En de lieden van Ninevé geloofden aan God". Wat een wonder! God kan zelfs een stad vol heidenen vatbaar maken voor het Woord van Hem. Als dat ons vandaag niet bemoedigt, weet ik niet wat ons nog wel kan bemoedigen!". Dit sprak evangelist J. W. N. van Dooyeweert in de morgenbijeenkomst van de landelijke kontaktdag voor 120 aanwezige medewerkers van kinderevangelisatieklubs van de Ger. Gem. op 6 februari te Woerden.
Deze jaarlijkse dag werd geopend door de voorzitter van de werkgroep de heer C. J. Weststrate naar aanleiding van Psalm 119.
Het thema van deze morgen is: „Aangesproken door het Woord". „David is aangesproken door het Woord. Het Woord heeft hem vastgepakt en nu laat hij in deze Psalm een loflied klinken op dat Woord van God".
Evangelist Van Dooyeweert leidt het thema van deze morgen in naar aanleiding van Jona 3. „Jona de knecht heeft dienst geweigerd. Hij is gevlucht, toch wordt hij opnieuw erop uitgestuurd. „Predik tegen Ninevé de prediking die Ik tot u spreek". Wat moeten wij vertellen aan de kinderen? Wij moeten doorgeven wat de Heere aanreikt. De mogelijke reakties op het horen van Gods boodschap zijn: weglachen, woedend worden, in wanhoop vervallen of tot inkeer komen en geloven wat Jona zegt. De mensen erkennen zich schuldig.
Ze worden aangesproken door het Woord en weten wat ze doen moeten: roepen! Ze roepen: „O God redt onze stad, o God, redt ons". Ze zoeken hun behoud bij God en krijgen heerlijke gedachten van Hem: , , God kan ons vergeven!" Als we met Gods boodschap komen, zullen mensen vatbaar gemaakt worden voor het Woord van God. En dan kan er wel eens gereageerd worden in de trant van: „Ach, het is maar een bijbelse vertelling". Jazeker, maar door het Wóórd zullen er volwassenen en kinderen aangesproken worden.
Zó werkend behoeven wij de boodschap er niet krampachtig in te wringen. We behoeven slechts te vertellen. Het domste kind, het hardste hart, de bruutste zondaar gaat zijn knieën buigen".
Na de inleiding volgt diskussie in groepen, waarna plenair wordt afgesloten. Na presentatie van het nieuwe jaarrooster, de Vakantie-Bijbel-Klub-Brochure en nieuwe zangliederen, sluit ds. J. Mol met ons deze morgen. De lunch wordt gebruikt, kontakten gelegd en informatie uitgewisseld.
Evangelist Joh. A. Segers opent de middagbijeenkomst, waarna Jan van Doleweerd, sekretaris van de werkgroep, een inleiding houdt met de titel: „Pas op je woorden". Hij verwoordt de problematiek met betrekking tot het taalgebruik van de verteller op de klub.
Deze bevindt zich in het spanningsveld van enerzijds de taal van dc Bijbel en anderzijds de taal van de kinderen. Jan larit ons naar aanleiding van Jona 2 twee verschillende bijbelvertellingen horen. Hij schetst tweeërlei vorm van taalgebruik:
1. aangenaam, in de zin van begrijpelijk en niet afstotend;
2. met zout besprengd.
Hiertoe bestaan geen technieken of trucs. Deze twee vormen van taalgebruik worden slechts bereikt door de weg van:
1. gebed
2. bestudering
3. meditatie
De verteller zal zich moeten verplaatsen in de belevingswereld van de kinderen. Dan zullen we. zonder dat de kern van de bijbelse boodschap wordt vervormd, op onze woorden passen en zullen kinderen aangesproken worden door het Woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1988
Daniel | 32 Pagina's