1953-1988 Een dijkdoorbraak.... wat is dat?
Eén van onze leden uit Nieuwerkerk vertelt ons het volgende:
, , Wij willen met Gods hulp u iets vertellen ove zondag 1 februari 1953. Het zal ongeveer half zeven geweest zijn, toen de buurman ons wekte met de mededeling: , , Er is een dijkdoorbraak iets verderop staat al een hele polder blank. W moeten zo vlug mogelijk naar de dijken! Helpen met zandzakken enz."
Een dijkdoorbraak? .... Wat is dat....? Het is te horen, dat het noodweer is, want de stormwind, gepaard met regen-en hagelbuien, woedt in al hevigheid, maar een dijkdoorbraak, wie denkt daaraan? Het zijn maar enkelingen, die begrijpen dat een noordwesterstorm met windkracht 10 weieens ernstige gevolgen zal kunnen hebben.
Zo vlug mogelijk vertrekt mijn man om te gaan helpen en ik blijf achter met de kinderen. Er brandt een olielampje, want elektrisch licht is er niet meer.
Een aangrijpend schouwspel!
De overburen zijn ook al gewekt, want ook daar brandt licht. Dan dringt een dof gerommel tot me door en tot mijn ontsteltenis zie ik in de verte een zwarte watermassa aan komen rollen van wel één meter hoog en ons huis staat meteen in het water. Op hetzelfde ogenblik dringt het al naar binnen onder de deuren en de raamkozijnen door. In de slaapkamer beneden ligt onze negen maanden oude zoon. Vlug breng ik hem boven bij de andere kinderen, die nog slapen en vlieg en vlieg terug naar beneden om hun kleren te halen. De vloerbedekking drijft al en ik kan net nog met droge voeten bovenkomen mét kleren, maar zonder brood of melk of iets anders. Als de kinderen gekleed zijn, staat er zeker al een meter water binnen en is het onmogelijk nog iets te halen. Met schrik zien we het water stijgen. Het water raast door de polder en sleurt mee, wat het in zijn sterke stroom te pakken krijgt. Er kantelen houten schuurtjes voorbij de ramen en twee salonwagens aan de overkant dobberen aan hun leidingen, waarmee ze verankerd zijn. De bewoners met hun kinderen roepen en schreeuwen om hulp. Twee mannen springen te water en zwemmen naar een dichtbijzijn.de houtloods. die ze mogen bereiken. Ze timmeren een vlot in elkaar en kunnen zo de andere bewoners uit die wagens redden. Ik sta nog even op het balkon. Het is een ontzettend schouwspel, links van ons huis is een boomgaard. Er is niets meer van te zien. Het is éen kolkende watermassa. Aan de andere kant zie ik een dakraam. Bij de overburen staan de mensen te zwaaien, maar door de kou en de storm kan dat niet lang duren. Herkennen doe je niemand, want bijna iedereen heeft andere kleren aan. Met smart denk ik aan dc vele mensen, die vechten voor hun leven.
Een olielampje zonder licht
Ongeveer half vier staat het water op de bovenste trede van de trap. Boven de slaapkamer is nog een vliering. Samen met de kinderen hebben we die wat versterkt, er wat kussens en dekens op gebracht en dan is het ogenblik aangebroken, dat de kinderen naar boven moeten. Het water blijft nog steeds stijgen, ook nog als we allemaal op de vliering zitten, waar al spoedig de duisternis valt. We hebben wel een olielampje, maar geen lucifers. Het laatste, dat te zien is, is enkel water.
Op dc vHering is geen enkel raam of uitzicht. Er zijn alleen de kinderen, die je probeert rustig tc houden door met hen tc praten en met hen te zingen.
Eindelijk weer mensen
Hoeveel gebeden zullen er in die vreselijke nacht opgeklommen zijn tot die machtige God. waarvan de discipelen zeiden: ..Wie is toch Deze, dat ook dc wind en de zee Hem gehoorzaam zijn? " Vele malen heeft mijn hand langs de muur getast. Wat ben ik blij dat hij droog blijft, dus ook de vliering met dc kinderen. Hoe laat het is, weet ik niet, ik vermoed ongeveer 12 uur als we gestommel op het dak horen cn er iemand over het balkon naar binnen komt met de vraag, of er nog mensen zijn. Wat gaat er dan veel door je heen, dankbaarheid, hoop, moed, blijdschap, datje een medemens hoort en niet meer zo alleen bent. Even later komen cr vier mensen dc zolder opgestrompeld, doornat en verkleumd. Het gelukt om hen op de vliering tc krijgen, waar het droog is. Er zijn dekens. Wat later komen er nog vijf mensen binnen en we vernemen tot onze grote vreugde, dat het water gezakt is tot borsthoogte.
Opdat we niet zouden vergeten!
Om ongeveer 12 uur komen ze met een vlot naast het huis. We worden via de dakgoot naar het vlot en het doip gebracht. Ons gezin is dan weer voltallig, terwijl zovelen hun leven verloren in de kokende golven. Wij herdenken hen met droeilieid en dan zijn het toch de goedertierenheden Gods, dat wij nog mogen zijn in het heden der genade en Zijn barmhartigheden, die over ons nog geen einde hebben genomen.
Op het dorp vinden wij een gastvrij onthaal met soep en brood, waar vooral de kinderen een dankbaar gebruik van maken. Opmerkelijk is het geweest, dat ze tijdens de ramp niet om eten gevraagd hebben. Zelfs de baby van 9 maanden heeft zaterdagavond tot maandagmiddag niets anders gehad dan stukjes fijngekauwde appel. Met enkele andere dorpsgenoten hebben we de nacht doorgebracht in een hoger gelegen huis, waar het water ons niet meer bereikte.
Een ware bidder
En wat zal ik nog verder verhalen? Van de vele huizen, die niet meer bestonden, maar waar mensen geleefd hebben als u en ik? Zal ik verhalen van die moeder, die op en neer liep, aan ieder vragend naar haar kinderen? Hun huis was ingestort. Waren ze ergens aangespoeld? Later hoorden we, dat ook zij bij de slachtoffers waren. Zal ik nog verhalen van die man, die ons later vertelde: , , Ons huis stond nogal hoog en ik stond boven voor het raam. Ik wilde daar weg. maar ik kon niet. Ik stond als vastgenageld. Alle huizen aan de overkant stortten in. En dat hulpgeroep van mijn buren met hun kinderen: , , Help toch, o buurman, help toch!" en dan niets kunnen doen!
En dan die ontzettende stilte toen het angstgeschrei verstomd was. Eeuwigheid. Die nacht heb ik voor het eerst echt gebeden".
Balsem voor geslagen wonden
Maar dan mag ik toch ook nog verhalen van die man. die in de stilte van de nacht opstond van zijn bed en op zijn knieën zonk en de grote nood van ons volk neerlegde aan de troon der genade, heel stil en in het verborgen. Hij wist niet, wie er van zijn familie nog in leven was, maar hij kon het overgeven aan de Heere en dat is toch de beste plaats. Daar alleen is balsem voor de geslagen wonden.
Vijf en dertig jaar geleden! Wij herdenken met verdriet, met weemoed, en wij lezen in het Woord des Heeren: , .De dagen des mensen zijn als het gras; gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij. Als de wind daarover gegaan is, zo is zij niet meer en haar plaats kent haar niet meer. Maar.... de goedertierenheid des Heeren is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen, aan degenen, die aan zijn bevelen denken om die te doen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1988
Daniel | 32 Pagina's