JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kan een bekering ook alleen maar een bevlieging zijn? (deel 1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kan een bekering ook alleen maar een bevlieging zijn? (deel 1)

Bijbelstudie over Hosea 6:1-6

9 minuten leestijd

Lees ook Ezechiël 37:1-14

We hebben de vorige keer gezien hoe Efraïm (tienstammenrijk) hulp zocht voor zijn gezwel bij koning Jareb (vechtjas), maar daar zou hij geen genezing vinden (5 : 13). Toch klonk het slot van hoofdstuk 5 hoopgevend: ....totdat zij zichzelf schuldig kennen Mijn aangezicht zoeken...." En als we de eerste verzen van hoofdstuk 6 lezen, lijkt het er duidelijk op, dat die profetie over zoeken van God nu in vervulling gaat. Tenminste.... zo lijkt het. Of het ook werkelijk zo is, zullen we nog moeten zien, want vanaf vers 4 wordt daar nogal wat op afgedongen. Laten we eerst ons oor maar te luister leggen.

Bij wie echter? Wie spreekt hier eigenlijk in vers 1-3? Is het Israë of is het Hosea, die in de naam van God deze woorden als het ware bij Israël in de mond legt? Sommigen zien hierin een zelfopwekking van Israël om terug te keren tot de Heere. Ander zien in deze woorden meer een aansporing, die Hosea in de naam van God richt tot het volk, dat inmiddels door de Heere in ballingschap is gevoerd. In dat geval zingt Hosea zijn volk hier het boetelied voor in de hoop dat ze het zullen overnemen. Hoe dan ook, we horen hier vanuit de diepste nood een opwekking tot bekering.

Een opwekking tot bekering (vs. 1)

Lees de verzen 1 en 2 eens een paar keer achter elkaar! Dan valt het je op dat tot vier keer toe beleden wordt dat ze niets van zichzelf verwachten, maar alles van de Heere: „Hij zal". Hij zal.... genezen, verbinden, levend maken en doen verrijzen. Alleen in God ligt de grond voor hun verwachting. En in God ligt ook datgene, dat hen doet verlangen om tot Hem terug te keren. Het is of we ze horen zingen vanuit hun diepe nood in de ballingschap, waarin ze om eigen schuld terecht gekomen zijn: „Maar de Heer' zal uitkomst geven...."

Komt en laat ons wederkeren tot de Heere. En ze doen dit vanuit het besef dat God Zelf met Zijn oordelen de wonden en de slagen in het volksleven heeft teweeg gebracht, maar ook dat Hij alleen herstel kan geven. Dat is al een grote verbetering met vs. 13 uit het vorige hoofdstuk. In die opwekking tot wederkeer ligt dus ook de erkenning dat ze zelf de Heere verlaten hebben en dat Hij ze rechtvaardig heeft gestraft. Dat lees je in de woorden „verscheurd" en „geslagen".

Efraïm zal in de ballingschap worden gevoerd. En dan, als de nood het hoogst is, als heel het volksbestaan „verscheurd" is (vergelijk de dreiging van God in hoofdstuk 5 : 14) en Israël in ballingschap ellendig om moet zwerven, dan zullen ze weer aan de Heere gaan denken. Eindelijk! Komt en laat ons wederkeren tot de Heere. Is dat geen duidelijke taal, jongelui? Zijn jullie wel eens vastgelopen in je eigen gekozen wegen? Heeft de Heere je misschien ook een halt toegeroepen? En je weet zelf het best waar dat heel konkreet is gebeurd. Wat denk je van terugkeer tot die God, die je „geslagen" heeft? Lees vers 1 nog eens met betrekking tot jezelf! Daar zit toch iets van schuldbelijdenis in en van droefheid over de zonde. En daarmee loop je niet verder van God vandaan. Nee, dat brengt je dichter bij de Heere. „Komt laat ons wederkeren...." Wat? Tot die verscheurende leeuw? Tot die slaande God? Kan dat dan goed aflopen?

Jawel, want die God zal ons ook „genezen" en „verbinden". en Dezelfde goddelijke hand, die eerst de wonden sloeg, zal ze het ook genezen. God is barmhartig. Ze zien nu dat achter die oordelen niet een verscheurende leeuw zat, die er op uit was om hen te verslinden, zoals l de duivel, maar de straffende en kastijdende hand van de Vader, Die Zijn kinderen juist naar en Zich toe slaat. God bedoelt m juist hun wederkeer. God wil dat ze Hem opnieuw zullen zoeken. Daarom sloeg Hij. Denk aan het boek Job: „Hij slaat, en Zijn handen helen". Israël kan nog terug! En jij ook! Omdat Christus geslagen is door Gods toorn over de zonde en verscheurd werd door de strenge eisen van Gods gerechtigheid. Daarom ontfermt God Zich nog over weggelopen zondeslaven. Hij is genadig en barmhartig. Wat een genade om de dood verdiend te hebben en het leven te ontvangen. Komt en laat ons wederkeren tot de Heere.

Door Zijn kracht opgewekt tot een nieuw leven (vs. 2)

Aan dit zinnetje uit zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus moest ik denken bij het lezen van vers 2: „Hij zal ons na twee dagen levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen verrijzen." Israël is overtuigd van Gods barmhartigheid. Ze zijn zeker van hun verlossing uit de ballingschap. Deze ballingschap wordt vergeleken met de dood. En de verlossing uit de ballingschap wordt vergeleken met de opstanding uit de dood, de verrijzenis. Dat beeld heeft Ezechiël ook al gebruikt in hoofdstuk 37. God zal ze „doen opstaan", doen herleven, zoals een ernstige zieke gene-

zen wordt en een dode weer levend gemaakt wordt. We mogen vanuit deze tekst ook zeggen dat de verlossing uit de ballingschap een voorbeeld is van de geestelijke verlossing door Christus. Kijk eens wat de kanttekenaren bij de Statenvertaling hiervan zeggen. Het gaat hier dus ook over ons! Hier ligt een bemoediging in voor mensen (ook jonge mensen) die de Heere zoeken en Hem niet direkt kunnen vinden. Je bent je ervan bewust, dat je er geen recht op hebt, als de Heere Zich zou laten vinden, maar je kunt Hem toch niet meer missen. Zou die grote God naar jou willen omzien? Ja hoor, beslist! Hij zal....! Ook al moetje een poosje zoeken. Houd maar aan. Israël is in de verwachting dat de Heere helpen zal niet te optimistisch. Want God heeft het Zelf beloofd. In vers 15 van het vorige hoofdstuk: „....totdat zij zichzelf schuldig kennen...."

Hij vergeeft menigvuldig. Hij haast Zich tot onze hulp. Hij ontvangt zondaren, die tot Hem wederkeren. Waarom? Hij trok ze Zelf. De garantie ligt in Gods belofte („totdat"), maar vooral ook in de opstanding van Christus, want in Hem zijn al Gods beloften ja en amen. En op die opstanding wijst dit tweede vers ook. Daarom dacht ik aan de Catechismus: „Door Zijn kracht opgewekt tot een nieuw leven". Die woorden , , na twee dagen" en „op de derde dag" betekenen in de oosterse literatuur dat de Heere het zeker zal doen. Het wijst er ook op dat de Heere het „binnenkort" zal doen. En al zou het nog even duren voordat de Heere het gebed van het wederkerende volk verhoort, het zal toch gebeuren. Hij zal hen levend maken. Hij zal hen uit de dood van de ballingschap doen herrijzen.

Paulus denkt in ieder geval ook aan deze tekst als hij in 1 Kor. 15 zegt dat Christus is opgewekt „naar de schriften". In die opstanding ligt de garantie, dat zondaren, die de dood verdiend hebben, het leven zullen ontvangen. Het geestelijke leven van de wedergeboorte, dat Christus werkt door Zijn opstandingskracht.

Ellende, verlossing en dankbaarheid

Daaraan moetje denken, als je na wat we al gehoord hebben nog leest: „en wij zullen voor Zijn aangezicht leven". Dat is een uitdrukking, die vaak gebezigd wordt als het gaat om het leven van de dankbaarheid: leven in Gods gunst, leven voor Zijn aangezicht. Als de Heere Zijn aangezicht verbergt is het niet best. Dan worden we verschrikt. Maar als Hij Zijn aangezicht over ons doet lichten (denk aan de Aaronitische zegen), dan kijken we Hem in Zijn vriendelijke ogen en hebben we maar één begeerte meer: heilig voor de Heere leven.

Zo komen we hier echt een paar trekken tegen van de ware bekering tot God. We vinden hier de drie bekende elementen van ellende, verlossing en dankbaarheid. Ellende: ze erkennen de slagen verdiend te hebben. In vers 1 zit de belijdenis „Ik heb gezondigd, o God, wees mij genadig, ik heb naar Uw rechtvaardig oordeel tijdelijke en eeuwige straffen verdiend". Ook de verlossing blijkt: Efraïm sluit zijn oog niet voor Gods barmhartigheid. Het hoopt op Gods goedertierenheid. De Heere zal ons genezen, Hij zal ons verbinden! En tenslotte de dankbaarheid: wij zullen voor Zijn aangezicht leven. Ging het hen vroeger alleen om Gods gaven, nu is het enige nodige voor hen niet meer de voorspoed en het geluk. Nu willen ze voor de Heere leven. Waarom? Omdat ze nu gezien hebben dat Gods vriendelijk aangezicht vrolijkheid en licht geeft. Dat is de dankbaarheid. Leven voor God.

Is dat ook jouw hartewens? Heel je leven opheffen tot God. Leven onder het wakend oog van Hem, die nooit slaapt. Dan weet je dat je ook onder Zijn kontrole staat: Gods aangezicht ziet jou overal, in de huiskamer, op je slaapkamer, bij je vrienden, op school en op je werk, in de kerk en noem maar op. Dan loop je er de kantjes niet af, wantje weet: Hij ziet mij altijd. En dat is je dan tot vreugde. Je wilt je leven besteden in Zijn dienst. Niet maar even, maar altijd. Je wilt er blijven, leven voor Gods aangezicht. Kijk, dan ben je door Christus' opstandingskracht opgewekt tot een nieuw leven. En die drie stukken zijn nodig om getroost te leven en zalig te sterven. Herken je ze in je eigen leven? Dat is nu de bekering. En daartoe wekt Hosea zijn volk op: Komt en laat ons wederkeren tot de Heere.

Maar hoe zit het nu met de titel boven deze bijbelstudie? Tot nu toe is het toch allemaal „echt"? Jawel, maar er komt nog meer! En daarover gaat het de volgende keer.

Vlissingen ds. C. G. Vreugdenhil

Vragen

1. Noem eens een aantal kenmerken (vruchten) van de bekering! Wat is een schijnbekering? Hoe blijkt het gevaar hiervan zo duidelijk uit Matth. 12 : 43-45?

Waarom is het uitstellen van je bekering zo gevaarlijk?

2. Hoe komen in de eerste twee verzen de , , drie stukken", die nodig zijn te weten tot uitdrukking?

Wat betekent het „leven voor Gods aangezicht"? Welke twee stukken noemt zondag 33 van de H.C. als het gaat over de waarachtige bekering? Gaat het daar over de „eerste " of over de , , dagelijkse" bekering? Wat is het verschil tussen die twee?

3. Wat is de betekenis van vs. 2 voor Israël? Hoe ligt de verbinding met de opstanding van Christus in dit vers? Wat betekent in dit verband 1 Kor. 15 : 4 en Luk. 24 : 25-26? Wat heeft Ezech. 37 hiermee te maken? Wat betekent de „dood" voor Israël en wat de „opstanding"? Leg eens uit wat de kanttekenaren bedoelen met het gezegde dat „de verlossing uit de ballingschap een voorbeeld is van onze geestelijke verlossing door Christus"?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1988

Daniel | 32 Pagina's

Kan een bekering ook alleen maar een bevlieging zijn? (deel 1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1988

Daniel | 32 Pagina's