JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Aids een nieuwe ziekte met oude vragen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aids een nieuwe ziekte met oude vragen

8 minuten leestijd

Er gaat vrijwel geen week voorbij of in de publiciteitsmedia word er iets gezegd of geschreven over de ziekte AIDS. Voor wie iets v de ziekte af weet is die belangstelling wel te plaatsen. AIDS is e nieuwe ziekte en dat maakt veel publiciteit al begrijpelijk. Daar komt nog bij dat er in onze tijd geen andere ziekte bestaat die zo snel om zich heen grijpt en daarbij zoveel slachtoffers maakt als deze ziekte. AIDS heeft daarom grote invloed op het maatschappelijk gebeuren. AIDS veroorzaakt ook onnoemelijk veel leed. Het zijn niet alleen de patiënten zelf die lijden en zor hebben, maar ook vele anderen: familieleden van patiënten, mensen die behoren tot de zogenaamde risikogroepen (waardoor ze gemakkelijker dan een ander AIDS kunnen krijgen) en uiteindelijk iedereen bij wie de angst aanwezig is om vroeg of la de ziekte te krijgen.

door W. G. van Dorp (arts)

Waar leed is daar komen als vanzelf veel vragen op, vooral vragen naar het waarom van het lijden. Die vragen nemen toe als dat lijden gekoppeld wordt aan schuld: als — al of niet terecht — gesteld wordt dat mensen zelf dat lijden hebben veroorzaakt. Hoe nieuw de ziekte AIDS ook mag zijn; deze vragen over lijden en schuld zijn beslist niet nieuw. In het oudtestamentische boek Job wordt al gesproken over deze vragen. Toch is het onmiskenbaar dat door AIDS het denken over zonde, ziekte, schuld en straf weer heel aktueel is geworden. Kijk alleen maar naar onze eigen kring, waar nu met een zekere regelmaat lezingen over AIDS worden gehouden en waar juist ook op deze zaken wordt ingegaan.

De AIDS-epidemie roept ook veel andere vragen en problemen op. Kunnen mensen verplicht worden zich te laten onderzoeken op de ziekte? Wat is de taak van de overheid, met name ook op het gebied van de voorlichting? Wat hebben de kerken, en wellicht ook de Gereformeerde Gemeenten, de AIDS-patiënt te zeggen? In dit artikel kan uiteraard niet op alle vragen worden ingegaan, laat staan dat er definitieve antwoorden gegeven worden. Ik volsta met een korte uitleg over de ziekte en het aanreiken van enkele gedachten met betrekking tot het bijbelse denken over zonde en ziekte.

De ziekte AIDS

AIDS is een afkorting van „Acquired Immune Deficiency Syndrome", in het Nederlands een „verkregen stoornis van het immuunsysteem". AIDS is een door een virus veroorzaakte infectieziekte. Virusziekten zijn beslist niet zeldzaam. Een gewone verkoudheid wordt vaak door een virus veroorzaakt. Voorbeelden van t an en andere virusziekten zijn: griep, mazelen, kinderverlamming en besmettelijke geelzucht. Het gemene van het AIDS-virus is dat dit virus het immuun-gen systeem aantast. Het immuunsysteem is het belangrijkste onderdeel van ons afweersysteem: ons verdedigingssys-at teem tegen allerlei ziekten. Je zou kunnen stellen dat de aanvaller (het AIDS-virus) begint met het effectief uitroeien van de verdedigers. Zo hebben de aanvallers hun handen vrij om verdere schade aan te richten, en heeft het lichaam geen verdedigers meer tegen andere aanvallers.

Het AIDS-virus tast met name de bloedcellen aan die een regelende funktie hebben bij het immuunsysteem. Dit zijn de zogenaamde T4-lymfocyten. Maar ook andere cellen worden aangetast, zoals de hersencellen. Veel mensen met de ziekte AIDS gaan als gevolg van deze beschadiging lijden aan dementie.

Doordat het immuunsysteem niet goed meer werkt, krijgen AIDS-patiënten allerlei andere ziekten, meest infectieziekten. Door de lage weerstand hebben deze ziekten een agressief beloop. Zo kan een longontsteking ontstaan met een soort bacterie die voor een persoon zonder AIDS niet ziekmakend is, maar bij een AIDS-patiënt tot de dood leidt. Een afdoende behandeling van

AIDS bestaat op dit moment nog niet. Daarom is AIDS nog altijd een dodelijk verlopende ziekte. Wel kan met bepaalde medicijnen het ziekteproces worden vertraagd.

Een besmetting kunnen we aantonen door het bloedvlucht (het serum) te onderzoeken op de aanwezigheid van antistoffen tegen het AIDS-virus. Worden deze antistoffen gevonden, dan noemen we de uitslag (sero) positief. Niet iedereen die seropositief is, behoeft het virus nog bij zich te hebben, maar in de praktijk gaan we er van uit dat dit wel het geval is. Een seropositief persoon wordt dan ook als besmettelijk beschouwd. Lang niet altijd is bekend of iemand seropositief is. Als de persoon in kwestie zich nooit heeft laten onderzoeken, kan hij seropositief zijn zonder dat hijzelf of de omgeving dat weet. Op dit moment zijn er veel meer mensen besmet met het AIDS-virus, dan dat er mensen met AIDS zijn. Welk deel van de mensen dat besmet is ook daadwerkelijk de ziekte krijgt is nog niet duidelijk. Er zijn deskundigen die zeggen dat er jaren kunnen verlopen tussen het moment van besmetting en het uitbreken van de ziekte. Al die tijd merkt die persoon er niets van dat hij het virus bij zich draagt.

Besmettingswijzen

Voorzover nu bekend vindt besmetting met het AIDS-virus plaats doordat mensen in kontakt komen met lichaamsprodukten van anderen waarin het virus zich bevindt. Deze lichaamsprodukten zijn bloed, zaadcellen en moedermelk. Zo is het te verklaren dat het AIDS-virus wordt overgebracht door direkt kontakt met bloed, door sexuele kontakten en — via het bloed of de moedermelk — van moeder op kind. Voor wat betreft de sexuele kontakten zijn — althans in de Westerse landen — de homosexuele kontakten tussen mannen waarbij vaak van partner gewisseld wordt de belangrijkste besmettingsbron. In Afrika, en nu ook in toenemende mate in Europa, wordt het virus ook door heterosexueel geslachtsverkeer overgebracht.

Bloedkontakten ontstaan bijvoorbeeld door een bloedtransfusie, het gebruik van reeds eerder gebruikte injektienaalden (wat bij druggebruikers nogal eens voorkomt), en door ongelukken bij het bloedprikken van patiënten of in het laboratorium. Zo wordt wel duidelijk wat groepen zijn met een verhoogd risiko om besmet te worden met het AIDS-virus. Bloed dat gebruikt wordt voor bloedtransfusie wordt momenteel altijd gekontroleerd op de afwezigheid van antistoffen tegen het AIDS-virus.

Het bijbels perspektief

Als we AIDS plaatsen in het bijbels denken over zonde en ziekte dan wil ik graag op de volgende vier zaken wijzen:

a. De ziekte AIDS wijst ons op het heilzame van Gods wet. God belooft Zijn zegen op het houden van de geboden. En de ziekte AIDS laat duidelijk zien dat we die geboden niet straffeloos kunnen overtreden.

Wie zich houdt aan het door God ingestelde huwelijk tussen man en vrouw, behoeft niet te vrezen via geslachtsgemeenschap AIDS te krijgen. We mogen echter niet omgekeerd gaan redeneren. Wie zich uiterlijk houdt aan Gods geboden is niet gevrijwaard van alle tegenslagen. Want wie kan zeggen Gods geboden echt te houden?

b. Mag AIDS gezien worden als een oordeel? Ik wil voorzichtig zijn met een dergelijke uitspraak. Hoe gemakkelijk is een oordeel niet een veroordeling. Ook een volk, als

natiën, kan Gods geboden niet straffeloos overtreden, maar juist een christen-gelovige zal eerst oog hebben voor de balk in zijn eigen oog, en daarna pas voor de splinter in het oog van zijn broeder (zie Lukas 7 : 3 en 4). Als er iemand is die het oordeel waardig is, dan is het wel degene die geleerd heeft dat ook de kleinste zonde de mens schuldig zet voor God. Wie dan mag zien op Gods genade, zal daar ook meer beginnen in het spreken naar de ander. Alleen in het kader van het Evangelie, de blijde boodschap voor zondaren, zullen we kunnen spreken over zonde en schuld. Zo is een oordeel — Gods oordeel — tevens een oproep tot bekering.

Dit dient ook de praktijk te zijn. Zomaar een opmerking, gezegd of geschreven, over AIDS als oordeel werkt alleen maar verhardend. Alleen als er een goed persoonlijk kontakt is met iemand moet gesproken worden over het oordeel en de straf, maar daan is er ook de ruimte om te spreken over de verzoening in Christus,

c. AIDS mag gezien worden als een signaal, voor ons als christenen, maar ook voor de gehele maatschappij. De ziekte wijst ons niet alleen heel indringend op de gevolgen van de zonde, de gebrokenheid van deze wereld, maar ook op bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen en hun gevolgen. Niemand kan ontkennen dat er een duidelijke relatie is tussen de vrije sexuele moraal en het meer voorkomen van geslachtsziekten, waaronder ook AIDS gerekend kan worden.

Niemand kan ook ontkennen dat het ene probleem het andere oproept. Juist ook bij de ziekte AIDS speelt het euthanasieprobleem. Onder AIDSpatiënten komt ook zelfmoord voor. Voor een ieder die de ogen open heeft zijn het tekenen dat er dingen gebeuren die niet mogen maar ook niet behoeven te gebeuren. Misschien dat we ook als kerken dit signaal duidelijk kunnen geven en versterken. De tijd is rijp om ook binnen de Gereformeerde Gemeenten daarover na te denken!

d. Als het gaat om een werkelijk perspektief, een uitzicht op de toekomst, dan is het belangrijkste te mogen geloven dat God ook afweet van ziekte en van lijden, en daarvoor ook uitkomst wil bieden. God staat daar niet buiten: ij is niet de machteloze God die slechts meelijdt met de lijdende mens. God wil ook daadwerkelijk hulp geven in nood. God wil in Christus, de zonden vergeven, ook de zonden die geleid hebben tot het krijgen van de ziekte. Dat is „de" troost voor ieder mens, voor de AIDSpatiënt. De wetenschap dat alles in Gods handen is, geeft ook perspektief voor een ieder die beroepshalve een verhoogd risiko heeft om AIDS te krijgen. Dit laatste is onder andere het geval bij mensen die in de gezondheidszorg werkzaam zijn of die EHBOhandelingen moeten verrichten. Gelukkig is het risiko van besmetting — zeker bij het handhaven van de juiste hygiënische maatregelen — uiterst klein. Het gevaar is echter wel aanwezig en het leeft ook heel sterk bij deze mensen. Is dat een reden om zich dan maar te onttrekken aan de verzorging van een AIDSpatiënt, bijvoorbeeld met de gedachte dat je jezelf niet in gevaar mag begeven? Dit te doen is niet naar het voorbeeld van Jezus, die ook zijn hand uitstak naar de melaatse (Matth. 8 : 1-4).

In een dergelijke situatie mag je ook bidden en vertrouwen op Gods bescherming.

Nieuwerkerk aan den IJssel W. G. van Dorp (arts)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1988

Daniel | 32 Pagina's

Aids een nieuwe ziekte met oude vragen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1988

Daniel | 32 Pagina's