Kaarsjes (3)
Nu is het al weer de eerste dag in het nieuwe jaar. De kerk zit vol met mensen. Zij willen de Heere een zegen vragen voor het nieuwe jaar. Ook vader en Robert zitten in de bank. Ankie is thuis gebleven om op Gerard en Josje te passen. Robert probeert stil te luisteren, maar het valt niet mee. Het is allemaal nog zó moeilijk voor hem wat de dominee zegt. Maar soms begrijpt hij wel wat. Ook nu, want wat zegt de dominee? Mensen aan het begin van een nieuw jaar hebben we vaak goede voornemens. Jullie ook jongens en meisjes? Misschien nemen jullie je wel voor om niet meer zo brutaal te zijn of om beter je best te doen op school. Dat is heel goed, kinderen, om dat te proberen. Maar het is ook zo moeilijk. Wij zijn zulke zondige mensen, wij kunnen alleen maar kwaad doen. Daarom is het voor ons allen zo nodig, en ook zeker aan het begin van dit nieuwe jaar, om de Heere te vragen of Hij mee wil gaan en ons voor de zonden wil bewaren. Dus kinderen, kniel maar voor jullie bedje neer en vraag maar of de Heere je wil helpen dit nieuwe jaar." Robert heeft goed geluisterd en denkt nu aan wat hij vanmorgen tegen papa zei toen hij nog even bij papa in bed kroop. „Papa, ik zal proberen dit jaar écht uw grote jongen te zijn enne om ook wat liever te doen tegen Ankie."
„Zo, zo, óók al goede voornemens? ", lachte vader. Maar wat ernstiger vervolgde hij: , , Daar ben ik blij om, maar alléén kunnen we dat niet Robert. begrijp je me? "
Natuurlijk begreep hij het en nu zegt de dominee het ook. En zómaar onder de preek vouwt hij zijn handen, sluit zijn ogen en bidt of de Heere helpen wil.
Als ze uit de kerk naar huis lopen, probeert Robert van alles te bedenken wat hij allemaal kan doen om lief te zijn. En even vergeet hij wat de dominee zei en denkt: Ik kan heus wel lief zijn, het zal best wel lukken en ik wil dat graag. En mama zei altijd: waar een wil is, is een weg. Als je maar wilt dan kan er heel wat. Thuisgekomen vraagt hij direkt aan Ankie of hij haar helpen mag met koffie zetten. ..Doe dat maar niet", zegt Ankie, „je hebt je zondagse kleren aan en het zou jammer zijn als daar kofïïevlekken op kwamen. Ga maar even met Gerard spelen, daar help je me ook mee dan ga ik Josje uit zijn bedje halen. Ik kom zo terug." Robert is het daar helemaal niet mee eens, maar Ankie loopt al naar boven. Langzaam loopt hij de kamer in. Daar zit vader met Gerard op schoot. Dus hoeft hij ook niet met hem te spelen. En ineens weet hij wat. Hij gaat vlug tóch koffie zetten, dat is dan een verrassing voor Ankie als ze straks beneden komt. Hij zal heus geen vlekken in zijn kleren maken. Hij gaat naar dc keuken, wipt op een stoel, pakt de koffiefilter en de bus met koffie. O ja, nog een koffiezakje erin. Wat nu? Nog water in het koffiezetapparaat. Dat giet Ankie er altijd met de koffiepot in. Hij pakt de pot, wil hem onder de kraan houden, maar juist dan gaat de keukendeur open. Robert schrikt zó erg dat de koffiepot tegen de kraan kletst. Rinkleking! Kapot!
„O Robert", zegt Ankie geschrokken, „waarom doe je het nu toch? " „Ik.... ik...." wil Robert gaan huilen, maar opeens wordt hij boos en zegt: , , 't Is je eigen schuld, dan had je me maar moeten laten helpen. En 't was een verrassing, dan had je me maar niet moeten laten schrikken."
Vader in de kamer, hoort die boze brutale mond van Robert, hij gaat naar de keuken. Hij kijkt Robert aan en stuurt hem met een kort woord naar boven. Boos, snikkend valt Robert op zijn bed. Zie je wel dat het hier niet leuk is.
Ineens denkt hij aan zijn goede voornemens. Hij zou lief zijn. 't Is mislukt, maar hij wil het opnieuw proberen. Moedig droogt hij zijn tranen en wacht tot hij naar beneden mag. Hij wordt geroepen als de koffie klaar is. Vader en Ankie zeggen er niets meer over. ze willen deze dag gezellig houden en lief gaat Robert spelen. Dat lukt tot het avond is. Robert en Gerard mogen nog even opblijven. Ze zitten aan tafel te tekenen en te kleuren. Maar als Robert even naar de w.c. gaat, gebeurt het. Gerard krijgt Roberts tekening te pakken. Hij gaat hem verder kleuren. Mooie strepen zet hij er op. Die ene streep is eigenlijk een beetje te lang. Hij zal het weg gummen. Het lukt niet. Heel het papier verkreukelt. Dan komt Robert de kamer weer in.
„Oh. gemenerd, nou is 't helemaal verknoeid." En van boosheid geeft hij Gerard een hele harde klap en trekt een scheur in zijn kleurboek. „Ziezo, eigen schuld. Maar 't is ook jouw schuld Ankie, waarom heb je er niet op gelet? "
Nu vliegt vader overeind en hij pakt Robert bij zijn arm en zegt: „Nu naar boven, uitkleden, en dan moeten wij eens samen praten."
Even later zit Robert in zijn pyama op zijn bed. Naar beneden durft hij niet. Vader komt naar boven, gaat naast Robert zitten en slaat zijn arm om hem heen.
„Robert. weet je nog wat je vanmorgen zei? " Hij knikt. „En je begreep mij toch wel en de dominee toch ook? Heb je gedaan wat hij zei? "
„Ja papa, maarre 't helpt niet. Ik doe alles verkeerd."
„En Robert. heb je écht gebeden of dacht je datje het zelf ook wel kon? " , „Eh ja, een beetje, want mama zei altijd: „Waar een wil is, is een weg". En ik wilde graag lief zijn." „Zou mama dat zo bedoeld hebben? Ik denk het niet. Mama bedoelde dan dat we zelf zo weinig proberen. We denken zo vaak: 't lukt toch niet. Dus dan begin ik er ook maar niet aan." „Papa, ik heb er zo'n spijt van!" „Ja jongen, zullen we dan nu de Heere om vergeving vragen en vragen om een nieuw hartje? " „Ja, papa dat deed Ankie ook, toen dat gebeurd is met die kaars." „Dat is fijn jongen." En samen knielen ze neer voor het bed. Een vader en een kind.
Als even later vader naar beneden is, bedenkt Robert dat hij het nog niet goedgemaakt heeft met Ankie. Maar hij weet er wel wat op. Hij wipt uit bed, pakt pen en papier en schrijft: Lieve Ankie, ik heb spijt. Ik geef je overal de schuld van. Ben je boos? Ik niet meer. Ik vind je lief hoor! Kijk, zo lief. En Robert tekent een paar kruisjes en zet er onder: dit zijn kusjes voor jou.
Zachtjes sluipt hij naar Ankies kamer en legt het briefje op haar bed. Dan kruipt hij vlug weer in zijn eigen bed. Ineens moet hij aan Dirk zijn buurjongetje denken. Als die ondeugend is, doet zijn vader altijd heel lelijk en hij vloekt dan. Vaak krijgt Dirk dan een pak slaag. En soms denkt Robert: ik wou dat ik zo'n vader had. Even een pak slaag en je bent er vanaf. Maar zijn vader doet dat niet. Die kijkt dan altijd zo verdrietig. Dat is veel akeliger. En toch.... en toch.... is het niet mooi wat papa en Ankie doen? Samen met hem bidden? Ja, dat is veel mooier, dat geeft je zo'n rust. Hé wat heeft hij toch een fijn thuis! Mórgen, mórgen dan, ja dan.... En vol goede voornemens valt Robert in slaap.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1988
Daniel | 32 Pagina's