JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Bij-tijds leren geloven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bij-tijds leren geloven

6 minuten leestijd

Opnieuw hebben de kollega's Van Driel en Kole ons verrast met een studie over het opvoedkundige klimaat waarin onze kerkelijke jeugd opgroeit. Eén van de centrale vooronderstellingen in dit boek is de konstatering dat we in onze westerse kuituur een omslag beleven. Er treedt een fundamentele verandering op waarbij kerk en geloven vanuit een centrale en erkende plaats in de samenleving naar de rand daarvan opschuiven.

De schrijvers betogen dat deze omslag veel invloed heeft op de kinderen van de gemeente. De rationalisering in kuituur en maatschappij heeft heel duidelijk zijn sporen getrokken in het leven en denken van de nieuwe generaties. Deze beleven hun eigen kuituur temidden van deze wereld, zij hebben hun eigen ervaringen en vragen. De godsdienstige opvoeding die daarmee onvoldoende rekening houdt, zal uiteindelijk te weinig invloed hebben op onze jongeren. Je zou het ook anders kunnen zeggen. Waar de opvoeder er niet in slaagt Gods Woord te laten spreken in de konkrete situatie van het leven van alle dag van de generatie van nu, zal de opvoeding zijn doel missen. De opvoedeling zal hoogstens in staat zijn naast zijn eigen belevingswereld een kerkelijke belevingswereld te rationaliseren, maar het één niet bij het ander kunnen brengen. We onderkennen hier in feite het niet nieuwe, maar wel steeds nijpender probleem van de kloof tussen de zondag en de rest van de week, het schrijnende dualisme tussen het geestelijke en het dagelijkse leven.

Om dit het hoofd te bieden is het van het grootste belang, dat jongeren mensen ontmoeten in wie het Woord van God in de praktijk van het leven handen en voeten krijgt. Heel belangrijk is dat dit voorleven is in gebed in een relatie waarbij wezenlijk gesprek, luisteren naar en openstaan voor elkaar, een plaats heeft. Kole en Van Driel pleiten dan ook voor een opvoedingsmodel waarin niet langer de overdracht door middel van de monoloog centraal staat, maar waarin het dialogisch-leren, ergens anders genoemd de argumentatieve communicatie, het methodisch uitgangspunt is. Hoe snel komen de antwoorden vaak vanuit de dogmatiek zonder dat deze antwoorden staan in de levende ethiek. Daar waar dogmatiek en ethiek hand in hand gaan, komen doorleefde antwoorden, die vrucht zijn van levenservaring. Toch kunnen deze antwoorden hun doel missen. Ze maken vaak wel meer indruk, de jongeren voelen meestal wel aan dat ze authentiek zijn, maar als ze niet landen in de konkrete belevingswereld van hen, blijven ze toch aan de buitenkant.

Laten we niet te snel denken, dat we beseffen in wat voor een tijd onze jonge mensen leven. Laten we niet te snel denken, dat we doorhebben wat er in ze leeft. Wat dat betreft kan de uitslag van de enquête die in hoofdstuk 2, 3 en 4 van dit boek wordt weergegeven, heel goed funktioneren als eye-opener, als middel om onze ogen te openen voor de werkelijkheid. Ik kan me namelijk voorstellen dat er lezers zijn die langzamerhand denken: „Wordt er nu niet erg overdreven? We hebben toch nog veel kerkelijk betrokken jeugd, er zijn er toch veel die gewoon in de voetsporen van de ouders gaan."

Laten we realistisch zijn. Er komen steeds meer jongeren die nooit meer horen spreken en zien leven uit het beleefde geloof. Als we de verslagen van de kerkvisitaties lezen, wordt nogal eens de formulering gebruikt: enige ritselingen van het werk van Gods Geest, materiële welstand, maar weinig doorbrekend werk. Zou dat alles geen doorwerking hebben op de ethiek van de nieuwe generatie? Wie weet hoe veel jongeren in de praktijk denken over drankgebruik, sexualiteit, de kerk, de prediking, en welke antwoorden ze geven op de vragen: wat stel je je voor bij bekering, geloof, wedergeboorte, die komt met twee benen op de nuchtere, koude grond te staan.

Maar er is ook een andere kant. Wordt het niet hoog tijd om elkaar ernstige vragen te stellen? Heeft de Heere niet beloofd om aan een eerlijke Woordverkondiging Zijn zegen te geven? Is God dan geen God meer? Moeten we elkaar niet heel noodzakelijk en dringend vragen of de nood van onze jeugd, de nood van onze gezinnen, niet de nood van de prediking is? Waar Gods Woord getrouw, eenvoudig, rechtuit verkondigd wordt, gaat iets gebeuren. Daar wordt geluisterd, daar ga je zomaar merken, dat er een betrokkenheid op dat Woord komt, dat (jonge) mensen met verwachting naar de kerk gaan. Er komt een klimaat waarin de nood en de schuld van de onbekeerlijkheid reëel wordt, waarin de mogelijkheid van de bekering reëel wordt, waarin de Geest eenvoudig en stil leidt tot de hartelijke keus, waarin er een betrekking komt op de Heere Jezus en Zijn werk. Het is waar, daar wordt ook gezien een versterking van de afkeer, een zich afwenden in vijandschap. De waarheid blijkt opnieuw: Christus is gekomen tot een val en opstanding van velen. Maar hoeveel bijbelser is dit dan de oppervlakkige, grauwe mentaliteit die zo rustig voortkabbelt en waarin het denken, het normbesef onbesproken verschuift en seculariseert!

We hebben veel te gauw de neiging om te zeggen dat de Heere niet meer of zo weinig werkt, zonder dat we wezenlijk bereid zijn te onderzoeken, of het zaad dat wij strooien, de methode van catechiseren wel de juiste is. Het trof me wat ik onlangs bij ds. J. T. Doornenbal las: „Het is noodzakelijk geheel onze persoonlijkheid tot ontwikkeling te brengen. Anders komt de verstarring Wij blijven dan in het gangbare gareel en laten ons er bij de eerste de beste poging om tot meer vrijheid door te breken, in terugslaan. Dan houden wij ons aan de oude paden, spreken en doen alleen maar wat van ons verwacht wordt zonder ooit meer onszelf te kunnen zijn Een mens, ook een dominee, moet zijn vrijheid houden en zich ontplooien kunnen volgens zijn aanleg en zoals het Gods bedoeling is Ik weet wel, dat vooral een dominee maar niet alles kan doen en zeggen wat in zijn hersens opkomt. Altijd weer moet hij veel verloochenen en ook zichzelf verloochenen, terwille van de kleinen en van de zaak die hij dient. Maar niet ten koste van alles. En zeker niet terwille van de publieke opinie." Tot zover dit citaat. We kunnen hier voor dominee ook lezen ambtsdrager, ouder, leraar enz. Waar het om gaat, is duidelijk.

Laten we deze studie niet relativeren of wegschrijven, omdat er toch ook andere kanten zijn of omdat we er iets in missen. Ook ik had tijdens het lezen regelmatig de neiging om met de schrijvers in diskussie te gaan. Zo is een belangrijke vraag die bij me leeft: hoe verhoudt zich het werk van de Heilige Geest tot de methodische aanpak die aansluit bij de ontwikkelingspsychologie? Maar laten we zulke vragen meenemen naar het vervolg dat op dit boek komen moet. Laten we er met elkaar over spreken op classes, ambtsdragerskonferenties en in kerkeraden. Want al onze (ook zeer wezenlijke) vragen die we aan dit boek kunnen stellen, nemen niet weg dat een (steeds groter) deel van onze jongeren door prediking en catechese niet meer wezenlijk bereikt wordt.

N.a.v. drs. L. van Driel en drs. I. A. Kole: Bij-tijds geloven. Uitg. Kok - Kampen. 191 pag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1988

Daniel | 32 Pagina's

Bij-tijds leren geloven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1988

Daniel | 32 Pagina's