JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wie ben ik?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wie ben ik?

8 minuten leestijd

Vanaf het begin van ons leven is er een uiterst ingewikkeld proce aan de gang: dat van identiteitsvorming. In dit artikel kijken we daar eens naar. Het valt niet mee om deze ontwikkeling helder te beschrijven. Toch is het een poging waard. Er lopen immers heel wat jongeren (en ouderen) rond met identiteitsproblemen. Het is verre van vanzelfsprekend dat je zonder moeilijkheden e identiteit ontwikkelt.

door drs. P. Eikelboom

Een krisis

Ans zal ik haar noemen. Je zult haar nergens in je omgeving tegenkomen, omdat de feiten grondig gewijzigd zijn. Ze was 23 jaar toen ik haar voor het eerst sprak. Ze klaagde over moeheid en lusteloosheid en ze sliep slecht. Onzekerheid was een van haar opvallendste eigenschappen. Vooral in het kontakt met mensen had zij daar last van. Zij noemde zichzelf een grote twijfelaar.

Nooit had ze het gevoel iets goed te doen. Op mijn vraag of ze een gewenst kind was, antwoordde ze volmondig „nee". Van jongs af had haar moeder haar dit laten weten en ze was er ook naar behandeld. Vader hield zich afzijdig van zijn gezin en was duidelijk de mindere van moeder. Toch voelde Ans zich min of meer met hem verbonden.

Rond haar veertiende veij aardag s was Ans gaan nadenken over de vraag hoe het toch kwam dat het zo slecht tussen haar moeder en haar ging. Ze kwam er niet uit, maar voelde zich en steeds schuldiger worden.

Rond haar zeventiende verjaardag rolde er een brief voor haar op de deurmat die haar tot in het diepst schokte. Een onbekende vrouw vroeg haar of zij wist dat vader haar echte vader niet was. De wereld stortte voor Ans in. Ze durfde er met haar ouders niet over te beginnen, maar intussen maalde dag en nacht die vraag door haar hoofd. Uiteindelijk werd zij bang om gek te worden en zocht hulp.

Identiteitsvorming

Er zijn van die vragen waar vrijwel iedereen vroeg of laat tegen aanloopt. Wat kan ik? Wat wil ik? Wat ben ik waard? Waar leef ik voor? Wie ben ik? Je herkent die vragen vast wel. Het vergt jaren voordat er bevredigende antwoorden op gegeven kunnen worden. Mensen die in een identiteitskrisis terechtkomen, kunnen die antwoorden niet vinden of beantwoorden de vragen negatief. (Ik kan niets. Ik ben waardeloos. Mijn leven heeft geen zin).

Wat wordt bedoeld als er gezegd wordt dat iemand wèl een identiteit ontwikkeld heeft? Er wordt mee aangegeven dat iemand zijn/haar tekorten en kwaliteiten kent en aanvaardt, zich thuisvoelt in zijn/haar lichaam, doelen heeft die nagestreefd worden, zelfstandig kan fiinktioneren en zich gewaardeerd weet door mensen die belangrijk zijn voor hem/ haar. Alles bij elkaar is het nogal wat. Een identiteit vormt zich dan ook niet vanzelf, maar ontstaat door de krisissen heen.

Een van de opvallendste krisissen is de puberteit, het uitgroeien van meisje tot vrouw en van jongen tot man. In deze periode valt er een aantal dingen samen: een lichaam dat snel verandert en dat veel belangrijker in de belevingswereld wordt (denk aan uiterlijk, kleding, seksualiteit, een vriend(in) hebben of zoeken), het school-en beroepskeuzeproces en de ontdekking dat de meeste mensen er een andere mening op nahouden over godsdienstige, maatschappelijke en ethische kwesties. Het is niet verwonderlijk dat je je temidden van deze ontwikkeling onzeker voelt. Vertrouwde zekerheden wankelen en nieuwe zijn er nog niet.

Naast de puberteit zijn er echter meer momenten waarop identiteitsvorming plaatsvindt.

Je bent als mens nooit definitief af. Denk bijvoorbeeld aan momenten als trouwen en gepensioneerd worden. Elke fundamentele verandering vormt de identiteit verder. Of identiteitsvorming slaagt is sterk afhankelijk van het zelfbeeld dat je hebt.

Zelfbeeld

Met „zelfbeeld" wordt de mening bedoeld die je over jezelf hebt. Het is een soort zelfportret dat naar je gevoel goed weergeeft hoe je eruitziet, hoe je bent. Een zelfbeeld kan positief en negatief zijn. Bij een positief zelfbeeld vind je datje er mag zijn zoals je bent. Bij een negatief zelfbeeld is dat precies andersom: je denkt minnetjes over jezelf en je zou graag anders zijn. Woorden als „dom", „sukkel", „fout", „mislukking" en „bangerd" komen nogal eens in je op.

Het zelfbeeld bepaalt of er een identiteit gevormd en in stand gehouden kan worden. Als je vindt dat je alleen maar negatieve eigenschappen hebt (negatief zelfbeeld), dan is het niet mogelijk om je thuis te voelen in jezelf en om je gewaardeerd te weten (identiteit).

Hoe ontstaat een zelfbeeld?

Bij de ontwikkeling van de kijk op jezelf spelen (faal)ervaringen en het klimaat waarin je opgroeit een grote rol.

Als kind ervaar je spelenderwijs watje kunt en waar je grenzen liggen. F aalervaringen behoeven op zichzelf de ontwikkeling van een positief zelfbeeld niet te verhinderen. Het halen van een onvoldoende en het kwijtraken van een vriend(in) kunnen pijnlijk aankomen en je doen twijfelen aan jezelf, maar betekenen nog niet datje nu een negatieve kijk op jezelf krijgt.

Van zulke ervaringen kun je zelfs nog een hoop leren. Je kunt heel veel hebben mits er een basis is waarop je telkens weer kunt terugvallen. Daarmee zijn we gekomen bij het klimaat waarin je opgroeit. Dit klimaat speelt de hoofdrol bij de ontwikkeling van een zelfbeeld. Zijn veiligheid, aandacht duidelijkheid en geborgenheid te vinden in het gezin of andersoortige thuissituatie? Kun je op elkaar bouwen? Zijn gezinsleden te vertrouwen? Incest, mishandeling, verwaarlozing (geen aandacht en verzorging) en verwerping („was maar nooit geboren") beletten het ontstaan van een positief zelfbeeld.

Identiteitskrisis

Misschien heb je al lezend het verhaal van Ans in je achterhoofd gehouden. Dan heb je ontdekt dat er allerlei faktoren meespelen bij het ontstaan van de krisis.

Vanaf het begin van haar leven is Ans opgegroeid in een situatie die voor haar niet veilig was. Geborgenheid miste zij: haar vader was afstandelijk (verwaarlozing) en haar moeder maakte duidelijk dat ze eigenlijk niet had moeten bestaan (verwerping). Ans stond er alleen voor. Intussen ging ze de oorzaak van de konflikten met haar moeder steeds meer bij zichzelf zoeken. Twijfel aan zichzelf, onzekerheid en schuldgevoel („ik kan ook nooit aardig zijn") staken de kop op. Een negatief zelfbeeld ontstond.

Met haar vader voelde Ans zich nog verwant. Toen tenslotte ook daar nog aan getornd werd, wist ze helemaal niet meer wat ze met zichzelf aanmoest. De vragen: „Wie ben ik? Waar kom ik vandaan en waar moet ik heen? ", konden door haar niet meer beantwoord worden. Zij had onvoldoende stevigheid (identiteit) om de problemen aan te kunnen.

Deze identiteitskrisissen komen vaker voor dan je waarschijnlijk denkt. Gelukkig zijn ze niet alle even hevig en ingrijpend als die van Ans. Ze kunnen ook heel nuttig zijn om een proces van volwassenwording op gang te brengen. Lukt het iemand om de krisis teboven te komen dan is er dikwijls sprake van een rijpere persoon.

Identiteitsvorming en relaties

Een belangrijk punt waar we het nog niet over gehad hebben, is de invloed van identiteit en zelfbeeld op het leggen, hebben en houden van kontakten. In het voorbeeld van Ans kun je zien dat zij door onzekerheid geteisterd werd. Dit werkte door in haar verhouding met andere mensen. Als zij er maar aan dacht om iemand iets te vragen schrok zij terug en spookten er allerlei gedachten door haar hoofd: „Wat zullen ze van me denken? Ze zullen me wel gek vinden. Mij hoeven ze toch niet. Ze haten me".

Hierdoor raakte zij geïsoleerd in zichzelf. Nu zullen enkele van de gedachten van Ans je niet vreemd in de oren klinken. Waarschijnlijk vraagt iedereen zich weieens af wat anderen van hem/haar zullen denken. Ernstiger wordt het als deze gedachten je blokkeren in

kontakten. Als je daardoor nooit een gesprek durft aan te knopen.

Het is heel belangrijk in de gaten te houden datje, wanneer je negatief over jezelf denkt, snel de neiging hebt om anderen negatief over je te laten denken. Je stopt dan als het ware vanuit jezelf die negatieve gedachten in de ander. Op die manier wordt het nog moeilijker om een vriend(in) te krijgen en te houden.

Negatieve gedachten over jezelf — zoals hierboven beschreven — dienen bestreden te worden.

Dat kan door ze eens op te zoeken, grondig te bekijken en na te gaan of ze kloppen. Kan ik niets? Haat iedereen me? Ben ik/oe/lelijk? Doe ik het altijd fout?

Het is belangrijk om een goed en evenwichtig beeld van jezelf te hebben omdat dat bepaalt of je je aan een vriend(in) durft te laten zien zoals je bent. Negatief denken over jezelf zorgt ervoor dat je verstoppertje gaat spelen voor een ander. En dat maakt je alleen maar eenzaam.

Identiteit en de relatie met de Heere

Ook de verhouding met de Heere wordt beïnvloed door de manier waarop je naar jezelf kijkt en jezelf ervaart. Hoewel uiterste voorzichtigheid hier geboden is, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat het beeld dat we van de Heere hebben verband houdt met ons zelfbeeld en onze identiteit. Het duidelijkste is dat te vinden bij iemand als Ans, die te kampen had met verwerping en verwaarlozing: zij durfde zich niet voor te stellen dat zij zoals zij was met haar problemen hulp bij de Heere mocht zoeken.

Bovendien geloofde ze nauwelijks dat de Heere haar zou willen horen. Deze houding was niet het gevolg van een bijbels zondebesef, maar van een ongezond schuldbesef.

Aan dat schuldbesef en het negatieve zelfbeeld moet in de eerste plaats aandacht geschonken worden.

Ontwikkeling van je identiteit

Dat is bij Ans gebeurd. Langzamerhand kreeg zij greep op haar bestaan en op de negatieve gedachten die haar beheersten. Zij kreeg een positieve en reëlere kijk op haar kwaliteiten en haar schuldgevoel nam af. Dit maakte het mogelijk zich opener naar anderen op te stellen. Zo is een proces dat eerst geblokkeerd was, alsnog op gang gekomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1988

Daniel | 32 Pagina's

Wie ben ik?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1988

Daniel | 32 Pagina's