Bloemen voor Victor
kerstverhaal door Tineke Kok-Fens
Er was momenteel nog maar éen ding waar hij wezenlijk belang in stelde en dat was het „concert". Hij stond er mee op en ging er mee naar bed, voor andere dingen gunde hij zich nauwelijks tijd, zo beheerste het zijn leven.
Samen met Ellen, de dochter van zijn orgelleraar, klom hij elke dag de trap op die naar het monumentale orgel leidde. En terwijl Ellen registreerde, speelde hij het stuk dat voor hem het beginpunt van zijn carrière als organist zou kunnen betekenen:
Vom Himmel hoch, da komm Ich her. "
Machtig mooi stuk was dat en hij zou het moeten spelen voor een uitgelezen, kritisch publiek. Op tweede Kerstdag 's avonds zou hij moeten laten horen wat luj in zijn muzikale mars had. En ze zouden het horen, reken maar!
Het ging nog niet helemaal goed", zei Ellen. Ze stond naast hem en keek een beetje fronsend naar het muziekstuk voor hen. , , Het ging nog niet zo...."
Victor blikte even snel opzij. ., Ik weet het. Ik zal mijn tijd nog hard nodig hebben. Kijk hier...." Hij wees met zijn vinger naar een bepaalde muziekpassagc. ., Hier vergis ik me nog wel eens en däär loopt het ook nog niet zo lekker."
Hij zuchtte en Ellen legde haar hand op zijn schouder. „Het zal best goed komen", troostte ze. , , Je zult zien, je wordt hét succes van de avond. Victor Hubers, het orgeltalcnt van het jaar. Let op mijn woorden."
Victor antwoordde niet maar begon langzaam zijn spulletjes in te pakken. „Von Himmel hoch da komm Ich her". Het leek zo'n eenvoudig stuk, maar er zaten nog wel wat muzikale addertjes onder het gras die hij nog niet onder de knie had. Enfin, maar flink oefenen. Hij sloot het orgel af en stak de sleutel in zijn zak.
Gaan we nog ergens koffie drinken? ", vroeg Ellen. „Ik ben zo gaar als boter." „Eerst even de sleutels wegbrengen." Ze stommelden de houten trap af en liepen naar de uitgang. En terwijl Victor zorgvuldig de deur sloot met de andere sleutel, wist hij dat er boven hem een groot plakkaat hing waarop klinkende namen stonden. En tussen al die klinkende namen stond ook zijn naam; Victor Hubers: orgel. En even was het alsof een geweldige, allesoverheersende blijdschap zijn hart bijna deed barsten.
„Je moet zorgen", zei Ellen, , , dat je je vingers goed in vorm houdt." Ze liepen samen door de stad en hij luisterde wat afwezig naar Ellens raadgevingen.
„Laat je handen nooit te koud worden", ging Ellen door. , , Dat is een regelrechte ramp voor je spieren. Zorg dat ze altijd op temperatuur zijn en doe geen werk, waarbij je je handen eventueel zou kunnen bezeren. Heus Victor, je zult je deze tijd goed in acht moeten nemen, trouwens altijd!" En toen opeens wat geërgerd: , .Je luistert helemaal niet!"
„O, ik hoorde alles". Hij grijnsde breeduit en sloeg speels zijn arm om haar heen. „Ik zal je wijze raadgevingen ter harte nemen. Waar wil je koffie drinken? "
„We kunnen ook op mijn kamer", stelde Ellen voor.
Hij keek op zijn horloge. „Goed, maar ik kan niet te lang blijven. Om zes uur eten we."
Ellen bleef staan. „Om zes uur eten we", bauwde ze na. „Hoe lang blijf jij dat burgerlijke patroon vanje ouders nog volgen, Victor Hubers? "
Hij bleef ook staan en even voelde hij zich onzeker. Ellen was zo heel anders opgevoed dan hij. Veel vrijer
Toen haalde hij zijn schouders op en zei zo onverschillig mogelijk: , , Och, volgend jaar om deze tijd zal ik ook wel een van de vele kamerbewoners zijn."
„Je zegt alsof het een ramp is", zei Ellen plagend. Ze pakte zijn hand en trok hem mee naar het dichtstbijzijnde restaurantje. „Laten we hier maar even koffie drinken. Het is zó zes uur."
Toen hij thuis kwam zaten ze allemaal al om de tafel geschaard, klaar om te beginnen. Pa keek hem aan.
„Je maakt het toch niet te gek hè jongen? " , , "t Is een moeilijk stuk", ontweek hij, terwijl hij ging zitten. „Ik heb mijn tijd nog hard nodig."
„Als het maar tot eer van dc Heere is. jong."
„Dan is het beste nog niet best genoeg", pareerde Victor en vouwde zijn handen. Hij hoorde maar half wat zijn vader bad. Dwars door zijn gesloten ogen heen zag hij het grote witte plakkaat met de klinkende namen erop en daartussen die éne naam. zijn naam. Victor Hubers: orgel.
Het ging elke dag beter en Ellen stond hem trouw terzijde. Ze registreerde feilloos en wees hem op eventuele moeilijkheden waarover hij zou kunnen struikelen.
„Kijk Victor, dit loopje moetje nog even goed doornemen en dit hier moet soepeler. En dan. met de samenzang moet je deze regel zó laten klinken. Je moet als het ware de mensen meetrekken of betrekken in jouw spel."
En altijd zei Ellen: „Zorg datje vingers in conditie blijven Victor. Laat er niets met je handen gebeuren."
Zo muzikaal was Ellen en zo zorgzaam. Op eenmaal hield hij zomaar ineens op met spelen en trok haar naar zich toe. „Als ik jou toch niet had." „Dan had je wel een ander." „O nee!"
Hij bleef haar vasthouden en terwijl Ellen zich wat blozend losmaakte en nuchter vaststelde dat ze „verder moesten", besefte hij opeens dat hij meer vertrouwen in Ellen had, dan in wie ook ter wereld.
Op eerste Kerstdag liep hij de hele dag met de zenuwen in zijn lijf. Hij kon er niets aan doen en probeerde van alles om dat ellendige gevoel tegen te gaan. Hij ging naar de kerk. maar van de preek hoorde hij niets en ergens vond hij het jammer dat hij deze dagen geen dienst had als organist. Dat leidde tenminste wat af.
Wim Lamberts speelde en daar was hij nog wel blij om want Wim produceerde behoorlijk spel. Maar de gemeente zong erbarmelijk slecht, daar ergerde hij zich altijd weer aan. Hij keek naar de kerkeraadsbank waar zijn vader met zijn hoofd achterover de psalm meezong die de dominee opgegeven had:
„Hij heeft gedacht aan Zijn genade, Zijn trouw aan Is'rel nooit gekrenkt.... "
Pa was een oprecht christen, maar zingen kon hij niet. zoals trouwens velen dat niet konden. Alhoewel: moeder had een goede stem. maar ongeschoold natuurlijk. Moeder begreep ook meer van zijn spanning voor morgenavond dan pa en de rest van het gezin. O, die ellendige spanning. Hij voelde het weer opkomen en was blij dat de dominee ..Amen" zei. Nu naar huis, koffie drinken, eten, een beetje lezen, weer naar de kerk. eten, koffie drinken, zingen bij het orgel met het hele gezin en dan was de dag om. Maar toen hij met dc stroom kerkgangers mee naar buiten liep dacht hij in plotselinge angst: , .Als er nu maar niets érgs gebeurt...."
Het begon met een telefoontje, 's avonds toen de kleintjes al in bed lagen.
Victor. achter het orgel, schokte verschrikt overeind en hield abrupt op met spelen. Er zat iets dreigend, iets onheilspellends in dat geratel. Er was iets en dat iets had met hem te maken. Zijn overgevoelig zenuwgestel gaf dat aan en maakte dat zijn oksels drijfnat werden. Druppeltjes zweet vielen langs de zijkant van zijn lichaam naar beneden en zijn hart bonsde luid en zwaar. Ellen, er was iets met Ellen!
Pa kwam weer binnen en zei kalm: „Victor. mijnheer Bakels voor jou aan dc telefoon."
„Mijnheer Bakels? ", herhaalde Victor verwezen.
„Wat kijkje raar'', kwam Jenny opeens. Bijdehand zusje als ze was lette ze scherp op Victor. „Je kijkt als een veroordeelde", en toen zachtjes er achteraan: „Dat stomme concert ook!"
Victor hoorde de laatste woorden niet eens. Zo opgelucht voelde hij zich opeens dat hij grijnzend de gang binnenliep.
Bakels, voorzitter van de Evangelisatiekommissie, wat zou die hem te vertellen hebben?
Toen hij zijn naam genoemd had. hoorde hij aan de andere kant van de lijn de stem van Bakels. „Victor jongen, neem me niet kwalijk dat ik je op dit uur van de dag bel. Ik zit met een probleem en heb jouw hulp nodig." Hij zweeg.
„Ja mijnheer Bakels? ", moedigde Victor beleefd aan.
Bakels schraapte zijn keel. „Ja, hoe zal ik het zeggen jongen. Ik zit dringend verlegen om een organist. Morgenmiddag hopen we Kerstfeest te vieren in het woonwagenkamp, je weet wel, even buiten de stad.
Wim Lamberts zou op het orgel spelen, maar nu is die jongen vanavond met spoed opgenomen in het ziekenhuis; acute blindedarmontsteking, dus je begrijpt wel wat dat betekent. Geér. organist. Dat kun je bij die mensen daar in 't kamp niet maker.. Dat is daar eén en al muziek " Bakels schraapte opnieuw zijn keel. „Nou ja. je
begrijpt wel waar ik heen wil. Zou jij willen spelen, Victor? Ik zie werkelijk geen andere mogelijkheid.''
„En Jan Koning dan? ", vroeg Victor. Hij traachtte zijn stem in bedwang te houden en staarde naar de kapstok voor hem.
„Dat is het hem juist." Bakels' stem klonk ver. „Jan Koning speelt morgenmiddag op het kerstfeest van de zondagsschool. Hij speelt trouwens morgenochtend ook, dus die jongen is de hele dag bezet. Ik heb alleen jou nog "
Victor zei strak: „Het spijt me mijnheer Bakels. maar ik kan óók niet. Ik heb morgenmiddag mijn generale repetitie. U begrijpt dat concert morgenavond, vergt de nodige voorbereiding. Tja " Hij zweeg en in dat zwijgen lag een schreeuw om begrip verborgen.
„Begrijpt u dat dan niet? ", wilde hij schreeuwen. „Dat concert betekent alles voor mij. Wekenlang heb ik gestudeerd, geoefend, alles op alles gezet om een uitgelezen publiek het muzikale neusje van de zalm voor te schotelen. Begrijpt u dan niet dat ik de hele middag die aan het concert voorafgaat wil besteden aan datgene waar mijn hart vol van is? Concentratie! Ik moet mij die middag volledig concentreren op wat mij die avond te wachten staat. En daar passen geen woonwagenbewoners bij. Geen schreeuwende. lachende mensen en kinderen. Geen volk dat geen grein verstand heeft van muziek zoals ik die verkies. Ik duld geen geklets van die lieden door mijn spel heen. Begrijpt u dat mijnheer Bakels? Begrijpt u dat? ? ? "
Maar dat alles zei hij niet hardop. Hij zei kalm: „Misschien is er hier of daar nog iemand die u kan helpen. U weet maar nooit."
„Och jongen". Bakels' stem klonk vermoeid. „Ik heb stad en land al afgebeld, want ik wist van jouw situatie af. Maar iedereen had een geldig excuus. Neem me niet kwalijk dat ik je hiermee lastig gevallen heb, Victor."
„Ja, het spijt me", zei Victor. „En och", ging Bakels door, , , ik denk maar zo; we hebben een machtige Heiland. Hij kan wonderen doen. Hij zal het wel maken!"
Hierop wist Victor niets te antwoorden. „Ik zou zeggen", zei Bakels en zijn stem klonk haast opgewekt. „Als jij en ik nu eens samen onze knieën bogen vanavond en de Heere vroegen om een wonder.
Wat dacht je, zou Hij ons dan beschaamd doen uitkomen? Wis en zeker niet! Ik wens je veel sterkte Victor en slaap maar lekker vannacht. In Zijn hoede zijn we wel geborgen jongen, onthou dat!"
Het gesprek was beëindigd en Victor leunde even tegen de muur. Hij wreef met zijn hand over het voorhoofd, dat alweer nat was van het zweet. Waarom moest Bakels hem nu bellen? En waarom kreeg Wim Lamberts uitgerekend vanavond een blindedarmontsteking? Was alles dan al van te voren beschikt? En waarom haalde dat dan zijn hele leven, al zijn plannen, overhoop?
Hij had zin om zijn jas te pakken en naar buiten te gaan. Zo maar een eind lopen, wég van alles dat hem uit zijn evenwicht bracht. Maar dat kon hij niet maken.
Binnen zaten ze op hem te wachten en dan moest hij nét doen alsof er niets aan de hand was. Hij moest de indruk geven dat hij klaar was met zichzelf en met de situatie. Punt uit! Wat gewild luidruchtig kwam hij de kamer in.
„Dat is ook wat!", begon hij direkt. „Wim Lamberts is vanavond plotseling in het ziekenhuis opgenomen: acute blindedarmontsteking. Ook beroerd voor hem. En dat met de feestdagen."
„Wat sneu ", leefde Jenny mee. ..En hij speelde vanmiddag nog wel zo mooi. Toen was er nog niets aan de hand zeker? "
„Zoiets komt altijd heel plotseling", kwam Victor. „Maar 't is evengoed beroerd." „Voor jou of voor hem? ", vroeg pa langs zijn neus weg.
Victor schoot overeind. „Wat bedoelt u? " „Precies wat ik zeg", zei pa kalm. „Jij moet morgenochtend zeker spelen? "
„Nee hoor." Wat gerustgesteld leunde Victor achterover in de stoel. „Dat doet Jan Koning."
„Hè bah!", viel Jenny uit. „Jenny ", waarschuwde moeder. Jenny haalde haar schouders op. „Nou ja, 't is best een aardige jongen, maar spelen kan hij niet."
„Hij kan het beter dan jij", zei pa. „Pas je geringschattende woorden maar op jezelf toe."
„Waarom belde Bakels jou dan? ", gooide moeder het gesprek gauw over een andere boeg. ..Was er iets bijzonders? "
„Och...." Victor keek naar de punten van
vervolg op blz. 19
zijn schoenen. ..Ze zitten met het kerstfeest van het woonwagenkamp. Daar zou Wim spelen maar dat kan nu natuurlijk niet cn nu vroeg Bakels of ik niet kon...." „En? ", vroeg moeder.
..Nou niks natuurlijk! Ik kan morgenmiddag ook niet. Generale repetitie voor morgenavond. En Jan Koning speelt op het Kerstfeest van de zondagsschool, dus die kan ook niet."
„Och, wat ellendig nu toch voor die man", zei moeder meewarig. „Het woonwagenwerk heeft zijn hart en ziel. Hij geeft al zijn vrije tijd aan die mensen en hij heeft zelf toch ZO'P. druk gezin. Is er dan niemand die hem helpen kan? Pa. weet jij iemand? " Pa zei niets.
Toen barstte Jenny opeens los: „Nu, ik weet wel iemand! Ik vind dat Victor het moet doen. Als hij dat stuk dat hij morgenavond moet spelen nu nóg niet kent, dan weet ik het ook niet meer hoor! Alle dagen heeft hij geoefend en 't is dat hij vandaag niet in die kerk terecht kan, anders had hij dat ook nog gedaan. Alles draait om dat concert. Nou, als dat het belangrijkste van het Kerstfeest is, dan hoeft het voor mij niet meer!"
Victor voelde een razende woede in zich opkomen. Hij had zin om dc hele boel van de tafel te maaien en in elkaar te trappen. Hij balde zijn handen tot vuisten. „Stomme trut", zei hij ingehouden. „Waar bemoei jij je mee? "
„Stil kinderen ", kwam moeder zachtmoedig. „Zo gaan we niet met elkaar om." „Ik mag mijn mening toch zeker wel zeggen? ", zei Jenny verontwaardigd. „Pa, zeg óók eens wat!"
Pa zei: ..Ik heb destijds tegen Victor gezegd: Als je tot eer van Heere je gaven en talenten gebruikt, dan is het goed. Maar " En nu wendde pa zich rechtstreeks tot Victor. ..Als je alleen je eigen eer op het oog hebt. dan heeft al je doen en laten, hoe schoon het ook mag lijken, geen waarde voor de eeuwigheid. Dat geldt trouwens voor ons allemaal!"
„Wie zegt dat ik mijn eigen eer op het oog heb? ", vroeg Victor hard. Zijn gezicht was bleek en hij voelde hoe hij langzamerhand zijn zelfbeheersing ging verliezen.
„Niemand", zei pa kalm. „Maar het is wel eens goed om jezelf te onderzoeken. Jij mag nu morgenavond dat prachtige stuk speler. , , Vom Himmel hoch. da komm* Ich her". Heb jc die woorden wel eens overdacht jongen? Uit hoge hemel kwam Hij neer. Hij. de Koning der koningen verliet Zijn volmaakte, heerlijke woning om te wonen bij mensen die naar Hem niet vroegen. Hij vernederde Zichzelf Victor, niet voor rechtvaardigen in zichzelf, maar voor zondaren zoals jij en ik. Voor een wereld verloren in schuld. Voor nette, vrome kerkmensen, voor hoeren en tollenaren, voor organisten en woonwagenbewoners."
Pa keek even zwijgend voor zich uit. „Och jongen ", zei hij toen. „Wat moeten wij nog veel leren. Wij, die zo hoogmoedig staan in onszelf. Wat hebben wij van Christus' komst op aarde begrepen? "
Even zaten ze stil bij elkaar. Zelfs Jenny hield haar mond. Toen stond Victor wat bruusk op. „Ik ga nog een eindje lopen. Ik ben er bijna nog niet uit geweest vandaag." „Mag ik mee? ", vroeg Jenny.
„Nee", zei Victor. „Ik ga alleen!" En zonder op verder kommentaar te wachten liep hij de kamer uit, de gang door. naar buiten.
Hij liep zomaar, zonder een bepaald doel, door de verlaten straten van de stad. De wind blies ijzig om hem heen. Het was venijnig koud en hij stopte zijn handen diep in de zakken van zijn jas.
„Denk om je handen, Victor", had Ellen gewaarschuwd. „Zorg datje uitgerust bent, denk om je conditie, je concentratie. Je moet jezelf dubbel in acht nemen deze tijd Victor "
„Pa", dacht hij opeens wat opstandig. „Waarom moest u dat nu net tegen mij zeggen? Het was een schot in de roos. Eigen eer.... Eigen eer.... Eigen eer.... En dan: Vom Himmel hoch. da komm Ich her...."
Het rijmde ook nog en als alles niet zo overhoop lag bij hem van binnen, zou hij er nog om kunnen lachen. Nu kon hij wel huilen. Het was alsof iemand met een speld in zijn binnenste geprikt had, zodat alle lucht uit hem weggezogen werd. Leeg Wat voelde hij zich onvoorstelbaar leeg en wat was hij moe....
„Zorg dat jc goed uitgerust bent Victor." „En ik ben zo moe", dacht hij. „O Heere, wat ben ik moe. Ik ben óp van spanning. Ik kan haast niet meer, en mijn handen.... „Denk om je handen Victor!"
Hij wreef zijn vingers tegen elkaar om ze warm te krijgen.
Kou is een regelrechte ramp voor je spieren Victor. Zorg dat je handen op temperatuur blijven."
Ik weet niet meer wat ik moet doen. dacht hij. Ik weet werkelijk niet meer wat ik moet doen. O Heere. help mij toch! Het is zo moeilijk om mijzelf te vernederen, ik kom er eerlijk voor uit. Pa had gelijk en Jenny met haar scherpe woorden ook. Maar ik ben misschien te hoogmoedig Heere. Ik acht mijzelf te hoog voor de woonwagenbewoners. Wat ben ik voor een mens? Ik ben ook nog bang voor de reaktie van Ellen. Ze zal me vierkant in het gezicht uitlachen, misschien trekt ze zich wel terug. Ellen begrijpt immers niets van die dingen? Ze zal het „bespottelijk" vinden dat ik mijn „kostbare tijd" verdoe aan dat „schorremorrie". Ja. dat zal ze zeggen. Ellen kon soms zeer ruw uit de hoek komen.
„ Vom Himmel hoch, da komm Ich her. " Die Zichzelf vernederd heeft, vernederd heeft tot de dood des kruises, voor een wereld verloren in schuld.
O Heere, wat heb ik er van begrepen? Help me toch!
De torenklok had al elf uur geslagen toen hij bij Bakels aanbelde. Ze waren gelukkig nog niet naar bed en Bakels scheen ook helemaal niet verbaasd te zijn dat hij daar op de stoep stond. „U zei ", begon Victor wat onbeholpen. , , U zei vanavond door de telefoon dat we samen op de knieën moesten gaan. Nu zou ik nu wil ik " Hij slikte even en Bakels trok hem naar binnen. „Jongen", zei hij ontroerd. ..Op dit moment heb ik de hele avond gewacht. De Heere heeft mijn gebed verhoord."
Victor had nog nooit zo'n wonderlijk Kerstfeest gevierd. Het was ergens precies zoals hij het zich voorgesteld had en toch was het anders, omdat hij zelf anders was. Het ging er allemaal een beetje rommelig aan toe, lawaaierig ook. maar ze waren stil als Bakels het woord had, de groten zowel als de kleinen. Er liepen wonderlijke, aparte typen tussen, maar zingen konden ze.
Victor bemerkte het met verbazing en met een bepaalde bewogenheid. En onbewust paste hij zijn spel aan. Op deze middag liet hij al zijn muziektechniek varen en liet hij zich meeslepen door het gezang van het volk dat hem in zekere zin zo vreemd en toch ook weer eigen was.
„Stille nacht, heilige nacht Heil en vree, wordt gebracht aan een wereld verloren in schuld "
Naast hem zat een man die de tweede stem zong en Victor hoorde hoe zuiver en diep die stem was. De ontroering sloeg dwars door hem heen. Welke talenten lagen hier verborgen en welke mogelijkheden bestonden er om die talenten te ontwikkelen? Niet tot eigen eer, maar tot Góds eer.
Want op de achtergrond van zijn denken was daar toch nog altijd datgene, dat in het licht van alle gebeurtenissen zo'n andere betekenis had gekregen.
„Vom Himmel hoch, da komm' Ich her. " Hoe wonderlijk, hoe vreemd, hoe onbegrijpelijk was dat alles toch.
Victor had de hele middag hoegenaamd niet op zijn horloge gekeken. Nu keek hij even vlug en schrok van de tijd. Het was al over half zes en om zeven uur uiterlijk werd hij in de kerk verwacht. Om half acht begon het concert. Hij moest hoognodig naar huis, zich wassen, kleden en eten. Ellen zou razend zijn als hij niet op tijd was. Ze was. zoals hij wel verwacht had, toch al hevig tegen hem tekeer gegaan en hij had niets anders kunnen zeggen dan: „Ik zal het je wel eens een keer uitleggen, maar je kunt er op rekenen dat ik om zeven uur in de kerk ben."
Deze woorden mocht hij nu niet beschamen en hij keek naar Bakels. O gelukkig, Bakels onderving die blik. „Lieve mensen", begon Bakels, „wij moeten eindigen, want onze vriend hier"
— en hij wees naar Victor — „heeft vanavond nóg iets belangrijks te doen." En terwijl Victor op hete kolen zat begon Bakels te vertellen over het „belangrijke" dat hij die avond nog te doen had. Hij ging staan. „Ja, ik moet "
„Ga maar hoor jongen", knikte Bakels hem vriendelijk toe. , , Je haalt het nog wel. Dat komt best goed vanavond." Toen hij naar huis reed. bleef er alsmaar eén zinnetje in hem haken: „Hij heeft nóg wat belangrijks te doen vanavond." Dat woordje „nóg" deed het hem.
Hij was er precies om zeven uur en Ellen stond hem al boven bij het orgel op te wachten.
„Zo zigeunerbroeder", zei ze wat spottend. „En hoe is het je vergaan deze middag? "
„Het was goed", zei Victor. „Heb je alles bij de hand? "
„Heb ik vanmiddag al gedaan", zei Ellen. „De andere solisten waren er trouwens ook nog even. Jij was de enige die ontbrak!" Kijk, dat had ze nu net niet moeten zeggen. dat ellendige, benauwende gevoel nam weer bezit van hem zodat hij zijn handen nauwelijks stil kon houden.
Ellen leunde over de balustrade. „O Victor, kijk eens naar beneden, wat veel mensen!" En toen opeens wat meisjesachtig: „Ik voel mc net alsof ik voor een examen sta, allemensen wat voel ik me zenuwachtig zeg!"
Victor zei niets. Hij bladerde wat in zijn muziekboeken, onderwijl toch even naar beneden kijkend. Hij kon zijn ouders en de rest van de familie niet ontdekken: ze zouden wel ergens zitten.
Hij keek op zijn horloge; vijf minuten voor half acht.
Nog vijf minuten, het benauwende gevoel werd sterker. Een wee gevoel trok door zijn lichaam en hij keek strak naar de mensenmassa beneden hem.
O Heere, help me!" Zijn hart bonkte als een razende in zijn keel. „Laat het góed gaan Heere. Alstublieft!"
En terwijl hij. nog altijd met strakke ogen en felbonzer.d hart naar beneden keek. zag hij iets dat hij zijn leven lang niet meer zou vergeten. De zijdeur ging open en Bakels verscheen in de deuropening. Maar Bakels was niet alleen. Achter hem volgden nog meer mensen. Ze stonden wat besluiteloos in het gangpad, zoekend naar een plaats. Ellen stootte hem opgewonden aan: „Zei ik het niet? Er moeten stoelen bij." En toen wat spijtig: „Die figuren hebben het goed bekeken. Ze krijgen een makkelijke stoel en de mooiste plaatsen. Uitgekiend hoor!"
Maar Victor zag door een waas van tranen hoe Bakels zo'n twintig stoelen doorgaf aan de mensen achter hem. En Victor herkende de mensen. Het waren de mensen uit het woonwagenkamp!
Vom Himmel hoch, da komm Ich her. "
Victor zat achter het orgel en speelde. Ellen stond naast hem en speelde gespannen met hem mee.
En beneden zaten de mensen ademloos te luisteren naar de jubelende klanken.
Na afloop van het concert was Ellen opgetogen. ..Het ging fantastisch Victor. Grandioos was het! Je moet alle recensies die er morgen in de kranten staan,
bewaren. Daar kun je later, als je wat minder goed uit de bus komt, op terug-
Bloemen voor Victor
vallen. O Victor " Ze viel tegen hem aan en zoende hem op bei zijn wangen. „Dat heb je wel verdiend." En toen halfhuilend: , .0. wat heb ik vreselijk in spanning gezeten. Ik dacht dat het helemaal mis zou gaan. Je was zo vreemd vanavond, zo afwezig. Zo helemaal niet geconcentreerd " Ze veegde even over haar ogen, snoot toen haar neus. „Sorry hoor "
„Ik moet het haar vertellen", dacht Victor. „Ik moet het haar allemaal vertellen. Ze heeft er recht op en ze moet het weten. Ze moet Hét weten, het allervoornaamste."
Er werd van Ellen en hem verwacht dat ze met de overige solisten en koorleden nog koffie gingen drinken in de grote zaal achter de kerk.
Hij had er niet veel zin in. maar hij voelde wel dat hij er niet onderuit kon. Zoiets hoorde er nu eenmaal bij. vooruit maar! En terwijl hij wat onwennig en verlegen de complimentjes voor zijn spel in ontvangst nam, viel er plotseling een stilte. De koster van de kerk kwam binnen en hield een reusachtige bos bloemen in de hoogte.
„Bloemen voor Victor Hubers", riep hij luid. Ellen stootte hem aan. „Toe joh! Dat is voor jou bedoeld. Die bloemen zijn voor jou." Hij stond automatisch op en nam de bloemen met een beleefde glimlach aan.
„Van wie zijn ze? ", vroeg Ellen nieuwsgierig. „Bekijk ik thuis wel", zei hij afwerend. „Ja", begreep Ellen zacht. „Anders is het zo sneu voor de andere solisten hè? " Hij knikte maar wat.
Eenmaal thuis liep hij, de bloemen in zijn hand. direkt door naar zijn kamer. Daar opende hij het envelopje en las het briefje dat er bij ingesloten was.
Vom Himmel hoch, da komm Ich her. " Wij danken u voor a/les! De bewoners van het woonwagenkamp
En voor het eerst in deze dagen begroef Victor zijn gezicht in zijn handen en liet zijn tranen de vrije loop.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1987
Daniel | 30 Pagina's