JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De ijsvogel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De ijsvogel

kort verhaal door C. A. Donze-Servaas

14 minuten leestijd

„Zeg ma, kunnen we een beetje vroeg eten? Ik ben Wim Sanders tegengekomen en die vertelde dat er bij de Tarnella-plas een ijsvogel gesignaleerd is. Nu, daar wil ik natuurlijk als de kippen bij zijn. Misschien kan ik er wel een dia van nemen", voegt hij er verlangend aan toe. meer tegen zichzelf dan tegen zijn moeder. In gedachten ziet hij al weer een mooie dia aan zijn verzameling toegevoegd. Met een beetje geluk zou die net ontwikkeld kunnen zijn voor hij zijn vogelserie op de lagere school zal vertonen. „Mijn eerste openbare optreden", spotlachte Teun in zichzelf. Vorige week was hij mijnheer Eykman tegengekomen, het hoofd van de lagere school en zijn vroegere leraar. Ze hadden samen een poosje staan praten en mijnheer Eykman had belangstellend gevraagd of hij nog altijd zo'n verwoed natuuronderzoeker was. En na het bevestigend antwoord was het gesprek al gauw op de fotografie gekomen, zijn hobby waar hij een paar jaar geleden mee begonnen was en die hij zo prachtig kon kombineren met zijn grootste liefhebberij, de natuur. En toen hij verteld had over zijn dia-verzameling, die inmiddels al tot enkele honderden was uitgegroeid. had mijnheer Eykman gevraagd of hij geen zin had om daar eens een gedeelte van op school te komen laten zien. Gretig had hij dit voorstel aanvaard. Het leek hem enig om eens voor de banken te staan waar hij vroeger zolang in gezeten had. De tijd was gauw afgesproken. Dinsdagmiddag had hij altijd vrij dus dan zou hij mooi naar school kunnen. Bij zijn thuiskomst had hij enthousiast tegen moeder verteld over de uitnodiging en was gelijk begonnen om zijn mooiste dia's uit te zoeken. Natuurlijk zou hij bij elk plaatje het nodige erbij moeten vertellen, dus had hij tevens de benodigde teksten op schrift gesteld. Niet dat hij verwachte dit „spiekbriefje" nodig te hebben, maar ja. je weet maar nooit. Het zal toch wel raar zijn om voor de klas te staan. Stel je voor dat hij van de zenuwen eens „dichtklapte" en niets meer wist te zeggen. Die flater moet hij natuurlijk zien te voorkomen.

Ineens realiseert hij zich dat moeder niet meer in de kamer is en dat ze nog geen antwoord op zijn vraag gegeven heeft en ook dat ze helemaal niet gereageerd heeft op zijn verhaal over het ijsvogeltje. Raar was dat, anders leefde ze altijd direkt met hem mee als hi zoiets vertelde. Wat bevreemd loopt Teun naar de keuken waar hij zijn moeder met keukengerij hoort rammelen.

„He ma. hoorde u niet wat ik daarnet vroeg? " Er klinkt een lichte ergernis in de stem van Teun. Maar ook nu geeft moeder geen antwoord. In plaats daarvan doet ze een wedervraag: ..Weetje hoe lang het al geleden is dat je bij oma geweest bent? " „Hoe lang het geleden is dat ik bij oma geweest ben? ", herhaalt Teun langzaam moeders vraag. „Nou eh, even denken, een week of vier. vijf misschien? "

„Vandaag is het precies twee maanden geleden datje er geweest bent", zegt moeder afgemeten.

„Oh", even weet Teun niets te zeggen, „hoe weet u dat zo goed? " „Omdat oma toen jarig was en sindsdien ben je er niet meer geweest, "t Wordt tijd om er weer eens heen te gaan, vind je niet? ", vorsend kijkt moeder Teun aan.

„Mmm ja. dat wel", moet deze toegeven. , , 'k Zal er gauw eens naar toe gaan. Maar vanmiddag kan het echt niet hoor ma, ik moet natuurlijk naar die ijsvogel gaan kijken."

„Je moet niks!", zegt moeder kort. Dan vouwt ze haar armen over elkaar en gaat vlak voor haar zoon staan. Echt boos klinkt haar stem nu: „Je moest je schamen Teun! Het is iedere keer wat. Dan is er een excursie, dan zijn er kraanvogels aan komen vliegen, dan moetje zo nodig dia's inramen enz., enz. Voor al deze dingen heb je wel tijd maar om even bij oma aan te wippen kan er niet af. zelfs niet nu ze al een paar weken niet goed is. 't Is zonde, het mensje heeft maar één kleinzoon maar veel plezier heeft ze er niet van. Je moest je schamen Teun", herhaalt ze nog eens.

Verbluft heeft Teun de uitbarsting van zijn moeder aangehoord. Dit was nu wel het laatste wat hij verwacht had. Hij voelt zich er gewoon nijdig om worden. Zeker, hij kon inderdaad wel eens een keertje meer naar oma gaan. maar daarom behoeft ma hem toch niet als een kleine jongen uit te kafferen? Hij zal heus wel eens vlug gaan maar vanmiddag beslist niet, dat kan niet. Stel je voor dat die vogel eens een ander territorium opzoekt, dan grijpt hij er naast. Zonder iets te zeggen draait Teun zich om en loopt de keuken uit.

Onder het eten wordt er bijna niet gesproken en Teun is blij als de maaltijd afgelopen is. 't Was anders nog wel zijn lievelingskostje, gebakken aardappeltjes met appelmoes, maar het smaakt hem niet. Anders zitten ze nog een poosje na te tafelen, maar nu staat Teun gelijk op na het „amen" en loopt naar boven om zijn spullen te zoeken. Even later klapt de voordeur achter hem dicht.

Met alle geweld probeert Teun de nare gedachten die door zijn hoofd woelen, weg te duwen maar erg best lukt hem dit niet. Hè, wat vervelend nu toch dat moeder zo tegen hem te keer is gegaan. Het beloofde zo'n mooie middag te worden en nu is zijn hele vrolijke stemming bedorven. Afijn, 't zal weer wel bijdraaien, als hij nu eerst maar eens die ijsvogel te pakken heeft, dan kan hij de volgende week misschien eens naar oma gaan. Op zijn gemak fietst Teun verder, ondertussen scherp oplettend of er soms iets bijzonders te bespeuren valt.

Bij de overweg ontdekt zijn geoefend oog een torenvalk. Schijnbaar onbewegelijk staat de vogel te „bidden" boven de spoordijk. Met een gewoontegebaar zet Teun zijn beide voeten op de grond en heeft gelijk de prismakijker, die aan een leren riem op zijn borst hangt, voor zijn ogen. Al gauw heeft hij de vogel in het vizier. Haarscherp kan hij het valkje nu waarnemen. Een poosje staat Teun te genieten van het altijd boeiende vogelritueel. Dan komt er een trein aandaveren en daarmee is de vogel gelijk verdwenen. Met een lichte zucht laat Teun de kijker zakken. Hè, dat er nu juist zo'n snerttrein moest komen, jammer! Even zoekt hij nog de omgeving af maar de vogel laat zich niet meer zien. Spijtig laat Teun de prisma weer op zijn borst zakken. Onbewust glijdt zijn hand even liefdevol over de kijker. Wat heeft hij toch al een plezier van dit verjaardagskado van oma gehad. Van zijn fototoestel ook trouwens. Dat is ook een ding om „u" tegen te zeggen. Alles er op en er aan. Prachtige foto's en dia's heeft hij er al mee gemaakt. Hij heeft het toch maar getroffen met zo'n oma. „Ja. beter dan zij met jou", moet Teun plotseling denken....

Hoe zou het toch komen dat hij de laatste tijd zo weinig bij oma komt? Vroeger zat hij dag en uur bij haar. Vooral toen vader gestorven was en moeder weer moest gaan werken. Toen was het oma geweest, die hem altijd opving uit school en waar hij al zijn lief en leed tegen kon vertellen. Ook toen hij wat ouder werd. en zijn schooltijd al achter de rug had. was oma zijn „hartsvriendin" gebleven die in alles met hem meeleefde. En nu was hij er in twee maanden niet geweest, zelfs niet toen moeder een paar weken geleden zei dat oma niet zo lekker was en hem maande om er heen te gaan. Vast had hij zich toen voorgenomen om haar diezelfde middag te gaan bezoeken. Maar toen was Wim komen vragen of hij een rondleiding wilde doen op het „vogeleiland" met een groepje jongens van de jeugdnatuurwacht.

Mijnheer Wentstra die eerst de excursie zou leiden, was plotseling ziek geworden. En zo was er weer niets van gekomen om naar oma te gaan. Maar volgende week gaat hij er echt heen. neemt Teun zich voor. Haastig nu, alsof hij de gedachten over oma wil ontvluchten, trapt hij de trappers van zijn fiets steeds sneller rond. Maar zijn geweten laat hem niet meer met rust en in plaats van zijn gedachten over oma kwijt te raken, dringen deze zich meer en meer aan hem op. De dominee heeft het een zondag ook over oma's gehad. Hoe zei hij het ook alweer? O ja. schoonmoeders en grootmoeders zijn ook moeders, ook van hen geldt het vijfde gebod: „Eert uw vader en uw moeder."

Nou maar niemand kan toch zeggen dat hij zijn grootje niet eert. Al is hij door omstandigheden een poos niet geweest, dan behoeft dit nog niet te betekenen dat hij het vijfde gebod overtreed. Zo gauw de film. die nu in zijn toestel zit. ontwikkeld is zal hij de dia's aan oma gaan laten zien. Dat zal het oudje wel mooi vinden. O nee. hij mag geen „oudje" zeggen van ma. dat vindt ze ongepast. Hij bedoelt er anders niets mee hoor, 't is toch een oudje. Als je achtenzeventig bent dan ben je toch oud? Tjonge, wat een leeftijd is dat eigenlijk. Veel mensen die dit niet mogen worden. Gelukkig dat hij zijn oma zo lang mag houden. Hij kan zich gewoon niet indenken dat oma er niet meer zou zijn. Hè, wat heeft hij toch sombere gedachten vanmiddag. Hij kan zich beter eens gaan concentreren op die ijsvogel.

Zachtjesaan nadert hij de plaats die Wim beduid heeft. O hij hoopt toch zo. dat hij er een mooie dia van kan maken. Wat zou oma opkijken als hij er mee afkwam. Zo'n zeldzame vogel heeft ze vast nog nooit gezien. Nou ja. zeldzaam is misschien wat overdreven, maar dagelijks voor je neus vliegen doen ze toch ook niet. Hoe zou het eigenlijk gaan met oma. zou ze al een beetje opgeknapt zijn? Moeder heeft er niets meer over gezegd. Ineens bedenkt Teun dat hij er helemaal niet meer naar gevraagd heeft. Het schaamrood stijgt naar zijn wangen. Wat is hij toch een egoïst, moet hij zichzelf dan bekennen. Hij is zo in de weer geweest met dingen waar hijzelf plezier in heeft, dat al het andere op de achtergrond geraakt is. Alles wat hèm interesseerde was belangrijk geweest. Dat oma. waar hij zoveel aan te danken had. misschien al een paar weken ziek op bed lag. daar had hij zich niet om bekommerd. Wie weet was oma wel erg ziek. In plaats van aan moeder te vragen hoe het

met haar was. is hij nijdig de deur uitgelopen. Misschien was hij wel al te laat Teun huivert even.

„O God, laat dat toch geen waar zijn", smeekt hij dan. Een groot schuldgevoel overmeestert hem. Wat is hij toch een dwaas geweest, moeder had wel gelijk toen ze zei dat hij zich schamen moest. Abrupt remt Teun zijn fiets af. Even kijkt hij nog in de verte waar hij de silhouetten van het struikgewas rond de Tarncllaplassen ziet afsteken tegen de blauwe lucht. Dan draait hij zich resoluut om en rijdt terug. Naar oma!

Het is een enorme opluchting voor Teun als hij bij zijn aankomst oma voor het raam ziet zitten. Gelukkig, ze ligt niet ziek op bed. Onder het rijden was zijn angst om oma steeds groter geworden. Blij lichten oma's ogen op als Teun binnenstapt. En haar: , .Dag m'n jongen wat ben ik blij dat ik je weer eens zie", klinkt zo innig, dat Teun er van ontroert. Hartelijk omhelst hij zijn oma, ., ik vind het ook fijn om u weer te zien. Het is een schande dat ik zo lang gewacht heb om te komen. Ik hoop dat u niet al te boos op me bent."

„Och welnee m'n kind", wuift oma Teuns excuus weg. „ik begrijp best datje niet zoveel tijd hebt om naar hier te komen. Je hebt het altijd zo druk, dat hoor ik van je moeder."

Dan pakt Teun het lage bankje waar hij als kind altijd op zat. hij zet het net als vroeger naast oma neer en gaat er op zitten. Ernstig zegt hij: „Ik had wel tijd oma, ik heb hem alleen verkeerd gebruikt."

De middag is al ver om als Teun afscheid neemt. Uren hebben ze samen zitten praten over van alles en nog wat en de gesprekken waren weer net zo vertrouwelijk geweest als vroeger. Eerlijk heeft Teun verteld dat hij helemaal geen zin had om te komen omdat hij op ..ijsvogeljacht" moest, maar dat zijn geweten zo ging spreken dat hij niet langer meer durfde te wachten. Maar hij is ook eerlijk als hij zegt: „En nu ik hier eenmaal ben snap ik niet dat ik het zo lang vol gehouden heb om niet te komen, 't is hier nog net zo gezellig als vroeger."

Oma had hem vriendelijk toegeknikt: ..Ik begrijp het allemaal wel hoor jongen. Vooral als we jong zijn kunnen we zo bezet zijn met allerlei dingen dat we ons verbeelden nergens geen tijd meer voor te hebben. Maar Teun, zal je er toch altijd om denken dat alles hier op de wereld vergankelijk is. al is het nog zo mooi. Het is goed datje een hobby hebt. een hele mooie zelfs, en datje de prachtige natuur onderzoekt, die God geschapen heeft. Maar verzuim toch nooit om het allermooiste te onderzoeken dat God ons gegeven heeft, dat is de Bijbel. Teun. Daarin kunnen we alles vinden wat we nodig hebben op onze levensweg, voor ziel en lichaam beide."

Het is een heel andere Teun die thuis komt. als die na het eten nijdig de deur was uitgelopen. Moeder, die al met een gedekte tafel zit te wachten, krijgt tot haar verbazing een dikke zoen. „Nou. nou", zegt ze verbouwereerd, „wat is er met jou gebeurd? " „Uw berouwvolle zoon is tot inkeer gekomen", lacht Teun. maar zijn ogen kijken ernstig. ..Ik was een naarling vanmiddag hè ma, maar u had gelijk hoor, enne ik ben toch bij oma geweest." „Wat ben ik daar blij om", zegt moeder uit de grond van haar hart.

Als Teun de andere middag thuiskomt, ziet hij tot zijn schrik dat moeder roodbehuilde ogen heeft. Alsof iemand het hem verteld had weet hij gelijk wat er is gebeurd. „Oma? ", vraagt hij zacht. Moeder knikt alleen maar en begint weer te huilen. Onhandig streelt Teun over haar hoofd terwijl hij zelf ook tegen zijn tranen moet vechten.

„Zomaar ineens", snikt moeder. „Ouderling Verheul was er op bezoek ze hadden nog een goed gesprek gehad toen hij wegging wilde hij nog een hand geven toen zakte oma ineens opzij van haar stoel ze was gelijk dood."

Twee gevoelens wellen er op in Teun, verdriet en dankbaarheid. Verdriet omdat hij zijn oma. zijn trouwe vriendin, kwijt is. Maar dankbaarheid omdat hij er nog geweest is en ze nog zo'n fijne middag samen gehad hebben. O, als hij gisteren toch eens doorgereden was om die ijsvogel te zoeken, dan had hij oma nooit meer gezien. Dan had hij nooit meer goed kunnen maken dat hij haar zo verwaarloosd had. Het dringt ten volle tot hem door dat het de Heere Zelf geweest is die gisteren zijn geweten wakker maakte en de angst om oma in zijn hart legde zodat hij er toch naar toe gegaan was. De Heere had hem bewaard voor het levenslange zelfverwijt dat hij zou gehad hebben als hij niet meer bij oma geweest zou zijn.

Even later gaat Teun naar boven en knielt neer voor zijn bed. ..O Heere", stamelt hij. „dank U wel voor Uw bewaring. Ondersteunt U moeder en mij in ons verdriet. Vergeef ons onze schulden en schenk ons hetzelfde geloof als oma mocht bezitten. Om Jezus" wil. amen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1987

Daniel | 33 Pagina's

De ijsvogel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1987

Daniel | 33 Pagina's